'Ik doe steeds minder aan kip snijden' Sir Simon Rattle dirigeert vanavond Parsifal bij de Nederlandse Opera

Na tien jaar vroegen ze hem waarom hij zo lang bleef. Nu, na achttien jaar, waarom hij al weggaat. Simon Rattle verlaat als chef het orkest van Birmingham, maar wil zich nog nergens anders vastleggen....

ALTIJD voorzichtig geweest en vaak 'te jong': wint op zijn negentiende het dirigentenconcours van Bournemouth, en begint meteen engagementen af te slaan. Weigert een invaldebuut met The London Philharmonic, omdat hij 'moeilijke werken' als Mozarts Veertigste en Schumanns Derde van zijn leven niet aanwil. Ziet vervolgens een bliksemcarrière op gang komen met gastdirecties bij de orkesten van Los Angeles, Chicago, San Francisco en Rotterdam - en neemt een sabbatical year om Joyce en Eliot te kunnen lezen.

Simon Rattle, Sir Simon inmiddels: 'Als je denkt dat je als twintiger alles kunt doen, dan ben je een gevaar voor anderen.'

Vaak te jong, maar zelden te beroerd: koos op zijn vijfentwintigste positie in de Britse regio als chef van het orkest van Birmingham, want dat was 'dankbaar werkterrein' (en een ideale proeftuin). Liet de Berliner Philharmoniker vijf jaar aan de bel trekken.

Besloot, na eenmalige pogingen, het Concertgebouworkest en het orkest van Cleveland uit zijn leven te bannen. Dreigde zijn Weense Mahlerdebuut af te blazen, tenzij de Philharmoniker anders wilden gaan zitten (de tweede violen op de plaats van de celli en andersom; de Weners gingen schoorvoetend akkoord).

Rattle: 'Ik heb ze alleen maar een beetje teruggewend naar hun wortels. Het gaf een beetje weerstand, maar toen het zover was, klikte het direct.'

Weigerde Beethoven, tot voor kort, de toegang tot zijn discografie ('Het is ook wat hoor, Beethoven'). Excelleerde daarentegen in Stravinsky, Debussy, Schönberg en Messiaen. Nam Mozarts Così fan tutte op, maar mijdt Mozarts Zauberflöte ('Iederéén is te jong voor de Zauberflöte).

En Wagner? Die werd gemeden tot het niet langer kon. Rattle: 'Als ik Parsifal een jaar of vijf geleden gedirigeerd zou hebben - dat zou te vroeg zijn geweest. Het stuk zou het wel hebben overleefd, schat ik. Maar ik misschien niet.'

Vanavond dirigeert Simon Rattle (41) de laatste voorstelling van zijn eerste, ovationeel begroete Parsifal-reeks bij de Nederlandse Opera.

Het was een vreemd uitgeknobbeld debuut. Onopvallendheid stond (tevergeefs) hoog in het vaandel. De Parsifal-enscenering van Klaus-Michael Grüber was zo goed als uitgespeeld: doorverkocht naar andere theaters in Europa, en voor het Amsterdamse Muziektheater na deze reeks verder afgeschreven.

Het was Robert Lloyd die hem aanspoorde, de Britse baszanger die in deze Parsifal de rol zingt van Gurnemanz. Rattle: 'Hij gaf mij de beslissende schop. We raakten bevriend bij onze vorige productie in Amsterdam, van Pelléas et Mélisande van Debussy. Bob Lloyd zei: ''Als je de derde akte van Pelléas aankunt, dan kun je de hele Parsifal aan.'''

Rattle kwam in '92 kijken. 'Ik kende de partituur niet goed. Het enige wat ik merkte was dat Hartmut Haenchen hem geweldig dirigeerde. En ik was verbluft door wat ik op het toneel zag. Hoe muzikaal het was. De rust en de concentratie. Het deed me denken aan kabuki-theater.'

En aan Leonardo da Vinci ('Die avondmaalstafel'), Orson Welles ('Die uitbeelding van Klingsor') en Otto Dix. Rattle: 'Die houten arm van Amfortas, met dat wieltje, dat komt van de schilderijen die Dix na de Eerste Wereldoorlog maakte van al die verminkte soldaten met hun in elkaar geknutselde protheses.'

Kortom, het was lovely om te werken met deze wagnerians.

Bij zijn nauwkeurig uitgeknobbelde voorbereidingen - in Birmingham bracht Rattle de derde akte van Parsifal in concertvorm; eerder dirigeerde hij de slotakte van Die Walküre - bespeurde Rattle dat in Wagners Parsifal 'meer goedheid zit dan in de meeste van zijn andere stukken'. 'Ik krijg er tenminste niet het gevoel bij dat ik aan het eind van Götterdämmerung heb, de behoefte om het raam open te zetten en een beetje lucht in te ademen die niet zoet en giftig is.'

Nee, uit Bayreuth is niemand komen luisteren. Rattle: 'Ik ben daar ook niet op uit. Ik ken Eva, de dochter van Wolfgang Wagner. Die heeft nu twintig jaar niet met haar geproken. Er rust iets van de vloek van Alberich op die plaats. Ik weet zelfs niet of ik die plaats graag wil zien.'

De wisselwerking Rattle-Rotterdams Philharmonisch heeft intussen een hoge vlucht genomen. Rattle neemt zelfs in gecompliceerde situaties in Parsifal soms het risico de metriek van het orkest los te laten, af te zien van iets dat op maatslag lijkt - om met beide handen een maximum aan soul uit het orkestcorpus te trekken.

'Ik doe steeds minder aan kip snijden', verklaart Rattle de souplesse van zijn dirigeergebaar. 'Met het Rotterdams Philharmonisch kan dat ook wel na 21 jaar. Het heeft zijn risico's, maar ik herinner me hoe Rafael Kubelik een orkest toesprak en zei: ''Waarom denkt u dat perfectie hetzelfde is als precisie?'''

Met andere worden: nu Rattle zijn chefdirigentschap in Birmingham eindelijk vaarwel gaat zeggen, zonder het voor een andere post te verruilen, staat niets een hernieuwde verbintenis met het RPhO meer in de weg - zou men redeneren als men het RPhO was. Eindelijk weer vast gastdirigent in Rotterdam?

'Het kan niet. Echt niet. Nu niet. Ik blijf wel terugkomen, net als in de afgelopen twintig jaar, maar ik moet voorzichtiger kiezen. Dat krijg je, als je de veertig gepasseerd bent. Dan wordt alles anders. Dan komt er een moment dat het vak moeilijker wordt. Ik heb meer tijd nodig. Tijd om te leven.'

Of dat niet de woorden zijn van elke dirigent op elke leeftijd? 'In Birmingham blijf ik sowieso twee maanden per jaar werken als gast', zegt Rattle. 'Dat is niet veel minder dan Valeri Gergjev als chef doet in Rotterdam. En ik heb nog steeds mijn positie, samen met Frans Brüggen, bij The Orchestra of the Age of Enlightenment. Die hebben geen chefdirigent, wij zijn de stiefvaders.'

Met de Age of Enlightment, zoals dit orkest met zijn oude instrumenten in de Britse conversatie heet, vormt Rattle bijna jaarlijks het oudemuziekgeweten van het operafestival van Glyndebourne. Een volgende etappe is het festival van Salzburg, waar ze een opera van Rameau gaan uitvoeren. 'En ik ga meer tijd besteden aan de Wiener Philharmoniker', zegt Rattle. 'Met hen ben ik erg close op het moment.'

Van de illusie van de herontdekte traditie (The Age) naar de illusie van de ongebroken traditie (de Wiener Philharmoniker). Is dat geen gekmakende spagaat?

'Als je maar in beide geïnteresseerd bent. Bernard Haitink kwam een keer luisteren naar de early stuff die we deden. Voor hem was het onbegrijpelijk. ''Hoe kun je dat geluid verdragen'', zei hij. ''Ze spelen goed. Maar dat verschrikkelijke geluid. Hoe kun je die hobo uitstaan.'' Ik ben er dol op.

'Haitink deed Figaro in Covent Garden. Ik deed Figaro in Glyndebourne. We gingen naar elkaars uitvoeringen zonder dat we dat afspraken. Mozart is Mozart. Dat kon niet veel verschillen. Oh Jesus Christ. Vanaf de eerste vier maten zat ik naar een totaal ander stuk te kijken. En het meest verbazingwekkende is: het stuk overleeft. Dat is belangrijker dan wat we zelf allemaal zo belangrijk vinden.'

We spreken elkaar in de werkkamer van Hartmut Haenchen, met wiens uitzicht de architect Cees Dam weinig rekening heeft gehouden toen hij de Stopera ontwierp. Rattle, met een blik op de steenklomp van het stadhuis: 'Herbert von Karajan had het slechter in Berlijn. Die keek pal op de Muur uit.'

Al bijna achttien jaar is Birmingham Rattles standplaats, vijf maanden per jaar. Met het orkest verkent hij bijna al zijn repertoire voor hij er de wijde wereld mee intrekt. Hij maakte er zijn meeste opnamen mee, waaronder een serie Mahlersymfonieën, en verwees tot voor kort elke suggestie om het hogerop te zoeken naar de prullenmand.

Verzekerd van de intense aandacht van de Britse tabloids scheidde Rattle inmiddels van zijn vrouw Elise Ross, de Amerikaanse sopraan. Het Britse magazine Harpers & Queen speculeerde dat Rattles tweede echtgenote, de psycholoog Candice Allen, hem geadviseerd zou hebben ook die andere verbintenis maar eens op de helling te zetten.

'Goeie god, wat ze er allemaal niet van kunnen maken. Na tien jaar vroeg iedereen waarom ik zo lang bleef. Nu, na achttien jaar, vraagt iedereen waarom ik al wegga. Het is zo'n symbiose geworden. Daar zit een rare kant aan. Een orkest gaat je zwakheden op de lange duur normaal vinden. Er zijn dingen waar we het nooit meer over hebben omdat ze te vanzelfsprekend zijn.'

Nee, de tijd van verkennen is niet voorbij. 'Als je de ene week Rameau kunt doen met The Age of Enlightenment en de andere week Kurtág met de Wiener Philharmoniker, dan zegt dat genoeg. Met Birmingham heb ik vorig jaar drie maanden louter aan Beethoven besteed. The most incredible exploration.

Beethoven?

'Ik denk dat het gezond respect was, dat ik er zo lang niet aanwilde. Of toch misschien de gewone vertolkersangst. We hebben ons als een kamermuziekgroep gedragen. De tweede violen en de alten een hele dag samen, dat soort dingen. Over verkennen gesproken. Met de Wiener Philharmoniker ga ik op dezelfde manier alle Beethovensymfonieën doen. Dat is een specifieke keus van hen. Die willen ook verkennen. En het is nog riskant ook voor ze, want ik wil dat ze een hoop dingen anders doen dan ze altijd gedaan hebben.

'Hun Beethoven, de mainstream Beethoven, wordt de ''natuurlijke'' Beethoven genoemd, afgezet tegen die van de oudemuziekspecialisten. Maar de mainstream, waar ik ook mee word geassocieerd, is veranderd. Het gekke is, de ''natuurlijke'' dirigentengeneratie is zo goed als uitgestorven. Die is weg. Wat ik met de Weners doe, is teruggaan naar een vroegere traditie, die ze eigenlijk al vergeten waren. Ze dachten dat ik van een andere planeet kwam, toen ik ze vroeg ''vrijer'' te spelen. Ze zijn gewend geraakt aan een ongelooflijk strikt tempo.

'Ik zei: ''Waar hebben we het in hemelsnaam over. Als jullie een kwintet van Mozart spelen, neem je ook de tijd om muziek te maken van een passage. Een Beethovensymfonie is voor mij ook kamermuziek.'' Maar het is zo heerlijk om met ze te werken. Het is net of je een hele hoop Heinz Holligers om je heen hebt, bereid om uit te proberen. Toen we de Negende van Mahler repeteerden was het van ''repeteer maar door, we hoeven de eerste twee uur toch niet naar de opera, geef ons alleen even tijd voor een broodje''. Dat gebeurt zelden, kan ik je verzekeren.'

Mochten de Weners eerst nog aan een 'tikfout' denken, toen ze Rattles verlangens ten aanzien van de Beethovenbezetting vernamen ('Veertig strijkers, houtblazers niet verdubbeld, ze vonden het bizar'), voor de vijf pianoconcerten met Alfred Brendel ('Zijn laatste cyclus, hij wilde het zo graag') zal Rattle toch weer een groter blik Philharmoniker opentrekken. 'Dat wil zeggen, voor het vierde en vijfde concert. Omdat Brendel daar zo dol op is. Ik vind, hij hoort tot die solisten die je moet geven wat ze nodig hebben.'

En dat dus - toch weer - allemaal op de plaat. Dat is weer eens iets anders dan de lessen in twintigste-eeuwers die hij met Birmingham demonstreerde op Channel Four en op EMI-cd zette. Waren de Beethovensymfonieën en pianoconcerten niet in zo'n 97 uitvoeringen in de handel, tot verdriet van de inzakkende industrie die zelfs Haitink zijn Berlijnse Mahlercyclus niet laat afmaken?

Rattle: 'Dat ze Haitink hebben afgestopt is niet alleen schandalig. Het is gewoon kortzichtig. Ik kan daar met mijn pet niet bij. Luister naar wat hij met Bruckner doet met de Weners. Dat heeft historisch belang. Maar die Beethovens van mij - mij kan het niet schelen of ze op de plaat komen. Ze gaan hun gang maar. Het is de keus van EMI, echt waar. Nu ja, ze komen pas uit in 2001 of 2002 of zo.'

De eeuw van Stanley Kubrick.

'We zitten al niet meer in een tijd dat we complete cycli als zwemdiploma's aan de muur hangen. Misschien zijn de tijden van de cd straks wel helemaal voorbij, en kunnen we thuis aanklikken bij elk concert dat zich ergens afspeelt', speculeert Sir Simon, Commander of the British Empire en Knight Bachelor in the Queen's Birthday's Honours List.

'Het is enigszins hysterisch. Beeld je mij even in als ridder. Maar ik ben zo blij dat mijn vader het heeft mogen meemaken, en eigenlijk gold het toch voor het hele orkest. Het zou alleen wat potsierlijk zijn geweest als we met z'n allen naar Buckingham waren gekomen, en met honderd man hadden gebogen om door de koningin met haar zwaard tot ridder te worden geslagen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden