‘Ik doe mijn best compleet te zijn’

De componist-dirigent die vanavond het Nationaal Jeugdorkest leidt met werk van hemzelf: ‘Een sterke persoonlijkheid is nodig.’

‘Ik denk dat de tijd van de dirigerende componist terugkomt. De hele industrie van dirigenten die hun vak uitoefenen als een Ding an sich, dat is een 20ste-eeuws fenomeen. De dirigerende componist heeft na Mahler en Richard Strauss een stapje teruggezet, maar met Bruno Maderna en Pierre Boulez is hij aan zijn terugkeer begonnen, en ik denk dat we hem steeds vaker terug zullen zien.’

Oliver Knussen, de componist-dirigent die vanavond in het Amsterdamse Concertgebouw het Nationaal Jeugdorkest leidt met werk van onder anderen Richard Strauss, Debussy en hemzelf, kan er al een kleine halve eeuw over meepraten, wat hij als goedmoedig interview-hater overigens niet graag doet.

Knussen, zoon van een contrabassist, was 15 toen hij voor het London Symphony Orchestra kwam te staan als invaller voor de ziek geworden dirigent Istvan Kertész. Hij kreeg anderhalve repetitie om de première te redden van zijn eigen Eerste Symfonie in de Royal Festival Hall, en kon meteen de koffers pakken om het kunststukje te herhalen in de New Yorkse Carnegie Hall. ‘Een onwerkelijke situatie.’

Kleine Olly neemt het toporkest bij de hand: ‘De media waren er als de kippen bij, boulevardbladen als The Sun incluis. Ik weet niet meer wat ze schreven. Ik heb het buiten mijn systeem geplaatst. Vele jaren van psychotherapie hebben daarvoor gezorgd, haha.’

Knussen (57), nu een veteraan en eredoctor die hoe langer hoe meer is gaan lijken op een van de Wild Things of ‘Maximonsters’ uit zijn eigen opera Where the Wild Things are naar het gelijknamige prentenboek van Maurice Sendak, is erelid van de Royal Philharmonic Society en conductor laureate van London Sinfonietta. Dat is de Britse tegenhanger van de gecombineerde ensembles voor nieuwe muziek Asko/Schönberg. Knussen was er jarenlang eerste man en voerde er het artistiek beleid.

Niet geïnteresseerd in klassieke chef-dirigentschappen, is Knussen artist in association van het BBC Symphony Orchestra en van de Birmingham Contemporary Music Group, ‘een prima clubje’. In Nederland was hij onder meer vaste gastdirigent van het Residentie Orkest. Hij dirigeerde eigen werk bij het Concertgebouworkest en staat geregeld voor Asko/Schönberg. Zijn vriend en baken in Amsterdam is de dirigent-componist Reinbert de Leeuw. ‘Eigenlijk ben ik alleen maar close met dirigerende componisten en componerende dirigenten. Esa-Pekka Salonen, Michael Tilson-Thomas, George Benjamin.’

‘Het punt is: wie behalve zijn eigen muziek ook de rest van het repertoire wil dirigeren, heeft wel een sterke persoonlijkheid nodig. Een kwestie van training en temperament – nee niet van temperament, maar een kwestie van of je een compleet genie bent. Nou ja, we doen ons best.’

In het Amerikaanse Tanglewood, zomerresidentie van het Boston Symphony Orchestra waar Knussen twaalf jaar het nieuwemuziekprogramma leidde, ging hij als jonge componist-dirigent min of meer bij zijn geestelijk vader in de zaak: de componist en dirigent Gunther Schuller. Op het Amerikaanse landgoed annex muziekinstituut zag hij als piepjonge componerende zomergast Schuller, Pierre Boulez en Bruno Maderna eigen werk dirigeren, en zag hij de dirigent-componist Leonard Bernstein toverkunsten uithalen met ijzeren repertoire. ‘Ik wist binnen een week dat dat hele dirigentengebeuren niets voor mij was. Dat opleggen van je eigen persoonlijkheid, het stond me aan alle kanten tegen. Ik heb Schuller ontheffing gevraagd van het dirigeercurriculum, en tien jaar lang nooit meer gedirigeerd. Eigenlijk voelt het binnenin nog net zo.’

Knussen zegt zich met grote helderheid het moment te herinneren waarop hij besloot componist te willen worden. ‘Het was in 1961, ik was 9, en ik zat naast mijn vader op het podium tussen de contrabassen bij een generale repetitie in Edinburgh van Schönbergs Gurrelieder onder leiding van Leopold Stokowski.’

Arnold Schönbergs cyclus uit 1911 hoort tot de langste vocaal-symfonische partituren aller tijden. Knussen: ‘Het was een totaal overweldigende gebeurtenis. Wel iets anders in elk geval dan de stukken van 15 minuten of minder van tegenwoordig.’

Dat het dirigeren niet als een ‘wezensvreemde arbeid’ van Knussen af is blijven staan, schrijft hij onder meer toe aan zijn ervaringen als jongmaatje met Pierre Monteux en met Igor Stravinsky, dirigerend componist. ‘Ook bij hem mocht ik naast mijn vader zitten op het podium. Dat hij een matige dirigent zou zijn geweest, is volstrekt onwaar. Hij was een groot performer. Aan de manier waarop hij zijn oogleden bewoog, kon je al zien hoe hij een articulatie wilde hebben.

Knussens plezier in ‘Tanglewood- en NJO-achtige situaties’ ligt in ‘het tempo waarin vanuit helemaal niets in een paar dagen iets geweldigs kan worden opgebouwd’. ‘Ik heb Bernstein in Tanglewood met mensen die elkaar nog nooit hadden ontmoet de schitterendste Negende Symfonie van Bruckner in elkaar zien zetten die ik ooit heb gehoord, in drie dagen tijd. Zoiets vergeet je je verdere leven niet meer. Ze hebben me in Gelderland meegenomen naar uitvoeringen van mijn Vioolconcert met Frederike Saeijs en mijn Songs for Sue. Ik dacht, daar zal best iets aardigs uitkomen. Het was magnifiek, verbluffend.’

Het eigen Hoornconcert dat Knussen vanavond in het Concertgebouw dirigeert, twee dagen na afsluiting van de NJO Summer Academy in Apeldoorn, hoort met Knussens Vioolconcert en Derde Symfonie tot de meest gespeelde Britse composities van dit moment. ‘En nu maar afwachten wat die kids van mij vinden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden