'Ik dacht: nu gaat Rotterdam echt een betere stad worden' Verhalen die terugkijken op 2000, het laatste jubeljaar Volgend week: Sadik Harchaoui Dansen op de vulkaan

Terug naar het jubeljaar 2000. Het geld kan niet op, de beursindex AEX breekt alle records. Maar de ontnuchtering volgt met ‘11 september’ en de moord op Fortuyn....

Pas nog kwam Ted Langenbach een vaste bezoeker tegen van zijn extravagante, surrealistische feesten uit de jaren negentig en van zijn dancetempel Now & Wow die hij in 1999 opende. De oude bekende vroeg: ‘Ik heb bij jou weleens een kameel gezien. Was dat nou echt of had ik drugs gebruikt?’ Langenbach kon de man geruststellen. ‘Het was echt een kameel. Kamelen, lama’s, konijnen, het liep allemaal rond op onze feesten. We hebben zelfs een keer haaien gehad. En botsauto’s. Alles kon. The sky was the limit.’

Vooral als het ging om ‘seksualiteit’, of, in de terminologie van Langenbach: ‘multi-seksualiteit’. Zijn feesten hadden thema’s als ‘Lolita Klup’, ‘Flirt’, ‘Kissy Kissy Bang Bang’ en ‘Super Bimbo’, Marlies Dekkers organiseerde peepshows, ‘tandarts, advocaat en supermarktmeisje’ bekeken het ‘anaalrestaurant’, Langenbach creëerde een op Shakespeare geënte ‘school for scandals’ in de kelder van Nighttown en tijdens de thema-avond ‘Lolita Klup’ dansten modellen op verschillende podia, geflankeerd door reuzentampons in zeeën van tomatensaus. Altijd met een ironische ondertoon, met een knipoog naar Andy Warhol en zijn Factory en op de beats van up-to-date dancemuziek, het liefst ‘genre-overstijgend’.

In Now & Wow, een miljoenenproject in een oud pakhuis, kon Ted Langenbach zijn fantasieën volop uitleven, PvdA-wethouder Hans Kombrink leverde het pand op een presenteerblaadje aan. Langenbach was al beroemd vanwege zijn MTC (Music Takes Control)-feesten, maar met Now & Wow kreeg hij een vaste plek om wekelijks zijn ‘Fellini-achtige werkelijkheid’ te creëren. Underground en elitair tegelijkertijd en ja: ‘decadent’. En vooral niet ‘mainstream’.

‘Ik maakte altijd de verbinding met de beeldende kunst. Het moest theater zijn, en oorspronkelijk, met steeds wisselende decors en thema’s. Inez van Lamsweerde leverde beelden voor de flyers, we deden modeshows met de Antwerpse modeacademie, eigenlijk kwam iedereen die iets deed wel van de kunstacademie. Zelf was ik een soort curator. Ik bezocht exposities, nodigde kunstenaars uit.’

Zo maakte Langenbach iedere zaterdag ‘een statement’. De dance-cultuur was in de ogen van Langenbach een logisch vervolg op de peace and hapiness-sfeer uit de jaren zestig. ‘Alleen wat technologischer en voor een groter publiek. Maar met nog meer vrijheid.’

Al gauw stonden er iedere zaterdag zes- of zevenduizend mensen voor de deur van Now & Wow, terwijl er maar drie- of vierduizend binnen konden. Er was een doorbitch, met een paar stevige assistenten. Lang niet iedereen kwam binnen. ‘We hadden dresscodes. Niet vanuit moralisme of als een fashionding, maar wel om elkaar uit te dagen en om een soort gelijkgestemdheid te creëren.’ Het codewoord was: tolerantie. Now & Wow was er voor de trendsetters en, in de woorden van Langenbach, voor de ‘vrijdenkers’. ‘Mensen die homofoob waren, of vrouwonvriendelijk of misbruik maakten van vrijheden, waren niet welkom.’

De formule werkte. Langenbach spreekt van een ‘creatief assimilatieproces’, waarbij wel 172 culturen door elkaar liepen. ‘Alles kwam samen. Hetero, homo, blank, zwart, iedereen liep door elkaar. Er waren meer vrouwen dan mannen. Muziekstijlen mengden met andere muziekstijlen. Jules Deelder draaide Charlie Parker met vette beats eronder, zwarte meisjes headbangden op AC/DC, blanke meisjes dansten op hiphop.’

Cultuurprijs
Dat was 2000, Rotterdam was even de hipste stad van Nederland, de Now & Wow de hipste uitgaansgelegenheid en Ted Langenbach de beroemdste partygoeroe. In de media verschenen jubelende verhalen over het Rotterdamse uitgaansleven. In oktober kreeg Langenbach de Rotterdamse cultuurprijs, de Laurenspenning. In de Laurenskerk klonken zware beats, androgyne figuranten uit de Now & Wow flaneerden, Langenbach zelf droeg een roze bril, een zwart kostuum met glittershirt en draaide ‘God is een dj’ en ‘Fight for your right to party’ van de Beasty Boys. Schrijver Marcel Möring prees in zijn rede de ‘sprookjesachtige danceparty’s’ van Langenbach de hemel in. ‘Wie nadenkt over de multiculturele samenleving, wie denkt dat de seksuele revolutie voorbij is, moet daar eens gaan kijken.’ En volgens wethouder Els Kuiper – zij en haar PvdA zaten nog stevig in het zadel – organiseerde Langenbach feesten ‘met grote sociologische implicaties’.

Langenbach: ‘Ik dacht: dit is het begin, nu gaat Rotterdam echt een betere stad worden. Een gemengde stad, een androgyne stad, een vrouwelijker stad. Achteraf gezien denk ik dat het vanaf toen juist bergafwaarts is gegaan.’

De eerste verontrustende signalen kwamen al een paar maanden later. In de Volkskrant verscheen onder de kop ‘Geen homo durft nog in latexpakje Rotterdam in’ een verhaal over homo’s, travestieten en ander hip uitgaanspubliek die almaar meer werden lastiggevallen door Marokkaanse en Antilliaanse jongeren. Ted Langenbach zelf meldde dat hij – hetero overigens – op de Lijnbaan werd uitgescholden voor ‘vuile kankerhomo’ en Marlies Dekkers durfde in Rotterdam niet de sexy creaties te dragen waarin zij in Breda wel rondliep.

Woordvoerders en deskundigen spraken de toen nog gebruikelijke zalvende woorden. Yvon Luijk van de Stichting Rotterdam Verkeert vond het gevaarlijk om meteen beschuldigend naar allochtonen te wijzen. En Han Entzinger, hoogleraar sociale wetenschappen, meende dat Nederland misschien een stapje terug moest doen in het ongegeneerde vertoon van seksualiteit. ‘Een meisje dat in zomerkleren en kort rokje door een allochtonenwijk fietst, zal dingen te horen krijgen. Moet ze dan boos worden, of is het haar eigen schuld?’

Nu, tien jaar later, moet Ted Langenbach constateren dat de ‘macho-cultuur’ allesoverheersend is geworden in het Rotterdamse uitgaansleven. Vooral vanwege de in hoog tempo veranderde bevolkingssamenstelling. ‘Op de Lijnbaan zie je nu op vrijdagavond 80 procent mannen. Boos kijkende mannen. Overdag zie ik heel veel meisjes met hoofddoekjes, maar ’s avonds zie ik alleen hun neefjes en broertjes. De vrijdenkers, de wereldburgers, die komen er niet meer.

‘Ik kwam laatst met mijn vriendin uit het station en prompt werden we uitgescholden, helaas door Marokkaanse jongens. Vanwege ons uiterlijk. Ze vinden het nodig om je uit te lokken, omdat je een wereldburger bent en zij in een monocultuur leven, waarin de norm is: patserigheid, geld, namaak-Gucci.’

Het is een lastig onderwerp, ook voor Langenbach, die toch niet bang is zich uit te spreken. ‘De voorlopers onder de Marokkanen vinden dit ook heel vervelend. Zij kwamen ook in Now & Wow en trouwens ook Antillianen, Turken, Kaapverdianen en Molukkers. Zij zeggen ook: wij weten ook niet meer waar we moeten uitgaan, wij willen ook niet voortdurend aankijken tegen opgevoerde, rondjes rijdende BMW’s. Als je niet oppast, is Marrakech straks een hippere stad dan Rotterdam. Istanboel is nu al hipper.’

Waar het omslagpunt precies lag, valt moeilijk te zeggen. In Now & Wow was volgens Langenbach tot 2004 ‘de beat nog gemeenschappelijk’. ‘Maar de machostroming in de dance-scene werd almaar dominanter, ook bij ons.’

Er was inmiddels ook het een en ander gebeurd. De aanslagen in New York natuurlijk, 11 september 2001. En in Rotterdam won Pim Fortuyn in maart 2002 de verkiezingen. Twee maanden later werd hij vermoord. Fortuyn was een regelmatige bezoeker van de MTC-parties (Langenbach: ‘Hij zei altijd: laat mij nou de volgende keer eens Bach draaien.’) en had, mede op basis van zijn eigen ervaringen in Rotterdam, de multiculturele verhoudingen op scherp gezet.

In Now & Wow werd samen met huilende New Yorkse dj’s twee minuten stilte gehouden na de aanslagen op de Twin Towers. Langenbach bleef proberen op zijn eigen manier commentaar te geven op de veranderde verhoudingen; in Now & Wow troffen de bezoekers op een avond trampolinespringende Osama’s, rabbies en boeddha’s aan.

‘Maar’, zegt Langenbach, ‘op een gegeven moment was iedereen weer terug in zijn hok.’ In zijn terminologie: ‘Het was een polarisatie van beats.’

Commercialisering
En niet alleen vanwege de veranderde bevolkingssamenstelling. ‘De commercialisering sloeg toe. Iedereen dacht op een gegeven moment: ik kan feestjes organiseren. Partykannibalisme, zo noem ik dat. Het werd platter en platter. En dj’s dachten: ik ben nu 24, op mijn 30ste moet mijn bankrekening vol zijn. Ze gingen vier keer per avond in allerlei clubs optreden en agency’s gingen steeds meer geld vragen. Dj’s gingen zelfs weer cd’s draaien. Laatst zag ik bij BNN allerlei dj’s met Rolexen die usb-sticks met hun muziek in een computer stopten. Het is plastic. Daar moet je in Berlijn niet mee aankomen.’

Intussen bleef Rotterdam ‘investeren in steen’ en niet in creatief talent. ‘Bouwen, bouwen, compenseren, compenseren. Terwijl jonge creatievelingen niet meer nodig hebben dan een niet al te duur oud gebouwtje aan een rafelrand.’ Volgens Langenbach is het bijna onmogelijk geworden om in Rotterdam en Amsterdam nog iets van de grond te krijgen. ‘De veiligheidseisen zijn enorm en projectontwikkelaars hebben de macht. Het is onbetaalbaar geworden.’

Behalve dan ‘turbo-evenementen’ waar het juist vaak misgaat. De grootste fout is volgens Langenbach geweest dat Rotterdam wel geld investeerde in ‘mainstream, in middelmatigheid’. Langenbach: ‘Je moet juist de onderkant steunen. Als je de onderkant niet de mainstream laat voeden, dan brokkelt de mainstream ook af.

Jongerenjaar 2009 mislukte mede daarom dramatisch. Langenbach: ‘Mede door dat verkeerd bestede subsidiegeld is er een oneerlijke concurrentie ontstaan. En gratis feesten, of feesten met een teveel aan vrijkaarten. Het feest in Hoek van Holland (waar vorig jaar een dode viel tijdens hevige rellen, red.) was ook gratis en deels gesubsidieerd.’

De ‘wereldburgers’ en de ‘vrijdenkers’ zoeken hun heil tegenwoordig in andere steden. In Brussel, in Gent, in Berlijn, in Barcelona, in Shanghai, in het voormalige Oostblok. Langenbach gaat ook regelmatig de stad uit. In Rotterdam vermaakt hij zich tegenwoordig vooral met de expats, zegt hij. Spanjaarden, Portugezen vooral. Designers en architecten. Die geven illegale feestjes, in kelders, in oude schooltjes. ‘Ze zeggen: wij willen feesten op vrijdag en zaterdag, maar we vinden in Rotterdam niet wat we zoeken. Ze vragen mij om te draaien, zij zorgen voor een pick-up, ik neem mijn platen mee, ik krijg een colaatje van de C1000 en dan hebben we een feestje met een paar honderd mensen.’

Zo zal Rotterdam er weer bovenop komen, vermoedt Langenbach, door nieuwe groepjes creatieve jongeren die weer feestjes gaan organiseren. En plekken gaan zoeken. ‘De gemeentepolitiek is nu nog vooral bang, zeker na Hoek van Holland, maar ik merk ook dat ze weer inzien dat de stad creatieve mensen nodig heeft, dat de culturen weer gaan mixen. Volgens mij is de toekomst weer aan de authenticiteit. Ik geloof heilig in de generatie die nu 15 of 16 is, die nu al moe is van het getwitter en facebook waarmee hun oudere broertjes en zusjes, en hun ouders, zo druk zijn.’

Terug naar de beginjaren van Now & Wow. Ted Langenbach staat op een zaterdagavond in de coulissen en eet een bruine boterham. Samen met Joost van Bellen, zijn geestverwant van de Amsterdamse Roxy, heeft hij zich eerder die avond al afgevraagd of ze nu blij of juist bezorgd moesten zijn met de lange rijen bezoekers die ze door het raam zagen. ‘Ik vond de massaliteit ook beangstigend. Er waren toen al wel signalen dat het mis kon gaan. Wat er in Duisburg is gebeurd, kon je toen al voorspellen. Die dance parade had niets meer met de oorspronkelijke boodschap te maken. De sportschooljongens, de reclameclubs, de pornoïsering, dat heeft de dance-scene ook kapot gemaakt.’

Maar deze avond kan Langenbach alleen maar enthousiast worden. Vanuit de coulissen ziet hij hoe duizenden mensen zich uitleven op de dansvloer. Zelf heeft hij als bijgeloof om nooit voor 1 uur ’s nachts de club binnen te gaan. Een gelukzalig gevoel is het. En een ‘natural high’, want Langenbach gebruikt geen drugs en drinkt geen alcohol. Vrucht van zijn jeugd; zijn vader was alcoholist en overleed vroeg.

Over het drugsgebruik in de jaren negentig, en in de Now & Wow, was hij ‘wat naïef’. ‘Maar ik wist ook: dit is de elite, het modewereldje, er zijn bepaalde codes voor drugsgebruik. En de drugs waren toen nog nog goed van kwaliteit. Later niet meer. En ik zag ook wel vervuiling ontstaan onder bezoekers. Van wannabees, die drugsgebruik als een soort maniertje zagen. Dat zag ik ook op Ibiza. Dat scenetje was een farce. Televisiesterren en kunstenaars zaten daar op een roze wolk. Niemand was zichzelf. Ik zag daar wel het pathetische van in. Sommigen zijn er ook veel te lang mee doorgegaan.’

Dan is het 1 uur geweest. De Now & Wow is vol, het is tijd om naar binnen te gaan. Ted Langenbach komt uit de coulissen, met zijn onafscheidelijke camera waarmee hij ‘als een voyeur’ zijn eigen feesten filmt. De dj ziet hem komen en zet een vette plaat op. Het is feest.

kraker, bassist, dj, creatief directeur
De ouders van ‘multi-artist’ Ted Langenbach (Rotterdam, 1959) deden de catering bij voetbalclub Sparta. Op zijn 17de, na het overlijden van zijn vader, trok zijn moeder bij haar nieuwe vriend in, Langenbach bleef alleen in het ouderlijk huis wonen.

Hij stortte zich in de opkomende krakers- en punkwereld. Hij werd bassist van de punkband Dojoji, die twee platen maakte, waarvan één samen met Lesley Woods, ex-zangeres van de Au Pairs. De kunstacademie maakte hij niet af.

Halverwege de jaren tachtig begon hij samen met een vriendin feesten te organiseren. Zijn zogeheten MTC-parties, waaraan veel later bekend geworden kunstenaars meewerkten, werden een begrip in Rotterdam en ver daarbuiten. Langenbach was dj en maakte verschillende cd’s met dancemuziek.

Van 2000 tot 2007 was hij creatief directeur van Now & Wow. In 2008 investeerde hij eigen geld in poppodium WATT, waarvan hij medeoprichter was. Maar WATT ging failliet, onder meer vanwege problemen met geluidsoverlast.

Langenbach werkt nu als ‘creative consultant’ voor de gemeente Eindhoven. In Rotterdam lanceert hij binnenkort een nieuw plan om de dance-scene te revitaliseren.

Op 4 september gaat de documentaire TED, de levenskunstenaar van Jan Louter in premiere op de Nederlandse filmdagen in Utrecht. Dit najaar verschijnt een biografie over Langenbach.

Volgend week: Sadik Harchaoui

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden