InterviewJan Brokken

‘Ik dacht altijd: ik schrijf over mijn moeder en dan ga ik dood’

‘Het was alsof dit boek dertig jaar had liggen rijpen. Het schrijven werd een ontdekkingsreis. Van al mijn boeken heb ik van dit boek zelf het meest geleerd.’ Beeld Valentina Vos
‘Het was alsof dit boek dertig jaar had liggen rijpen. Het schrijven werd een ontdekkingsreis. Van al mijn boeken heb ik van dit boek zelf het meest geleerd.’Beeld Valentina Vos

Zijn laatste boek zou over zijn moeder gaan, had Jan Brokken in zijn hoofd. Dus schoof hij het voor zich uit, dertig jaar lang. Nu verschijnt De tuinen van Buitenzorg, over haar leven in Nederlands-Indië.

Na de dood van zijn ouders krijgt schrijver Jan Brokken 39 brieven die zijn moeder vanuit Nederlands-Indië naar zijn tante stuurde. Hij verwacht geen geheimen, maar dat blijkt een misvatting. Dertig jaar lang neemt hij de brieven overal mee naartoe. Steeds wil hij een verhaal over zijn moeder maken, maar steeds schuift hij het voor zich uit en schrijft hij over anderen. Nu, 32 boeken verder, heeft Brokken (1949) dan toch over zijn moeder geschreven in De tuinen van Buitenzorg, dat deze week is verschenen, zijn persoonlijkste boek tot nu toe. Het gaat over de vrouw die zijn moeder was voordat hij werd geboren. Over haar leven op Celebes, het huidige Sulawesi, tussen 1935 en 1947. Een leven dat begon als een paradijselijk avontuur en eindigde in een nachtmerrie.

Brokkens ouders waren 23 en 25 jaar toen ze naar Nederlands-Indië vertrokken. Zijn vader werd als theoloog uitgezonden door de Indische Kerk om onderzoek te doen naar een islamitische bekeringsbeweging. De leidsman, La Galiti, opgevoed als moslim, bekeerde na een desastreus verlopen pelgrimstocht naar Mekka honderden mensen tot het christendom. Brokkens vader moest uitzoeken of het ging om oprecht geloof, of dat het een verkapte opstandige politieke beweging was waarbij het draaide om macht, invloed en geld. Maar wat zijn moeder precies op Celebes deed, daarvan had Brokken geen idee.

Jan Brokken: ‘Mijn moeder schrijft over geuren, kleuren, gevoelens. Door haar heb ik schwung in het boek kunnen brengen. Beeld Valentina Vos
Jan Brokken: ‘Mijn moeder schrijft over geuren, kleuren, gevoelens. Door haar heb ik schwung in het boek kunnen brengen.Beeld Valentina Vos

Waarom heeft u al die tijd niets met uw moeders brieven gedaan?

‘Lang wilde ik niets met Indië te maken hebben. Ik ben na de oorlog geboren, in 1949. Mijn ouders waren toen net terug in Nederland. Ik was de enige van het gezin die Indië niet kende. Ik had het gevoel er thuis niet bij te horen. De brieven zijn zeer persoonlijk. Mijn tante en moeder waren elkaars lievelingszussen. Ze was verloofd met een studievriend van mijn vader. En zij zouden ook naar Indië komen. Mijn moeder is haar zus in de brieven dus aan het voorbereiden: kijk, dit staat je te wachten. Toen ik de brieven in 1991 kreeg, heb ik de passages die ik de moeite waard vond gekopieerd. Woord voor woord, met vulpen. Maar het lukte me niet over mijn moeder te schrijven. Ergens had ik in mijn hoofd: mijn laatste boek zal over haar gaan.’

O, is dit uw laatste boek?

‘Dat heb ik altijd tegen mezelf gezegd: ik schrijf over mijn moeder en dan ga ik dood. Daarom begon ik er niet aan. Totdat ik in 2018 een muziekstuk hoorde op de radio: De tuinen van Buitenzorg van Leopold Godowsky, dat is geïnspireerd door de traditionele muziek van Java. Toen moest ik direct denken aan mijn moeder en aan wat ze schreef in haar brieven over Buitenzorg. Ik begon aan een kort verhaal, dat ik wilde opnemen in mijn verhalenbundel Stedevaart, verschenen in 2020. Toen ik het manuscript inleverde, zei Emile Brugman, sinds mijn debuut mijn redacteur: ‘Dat verhaal over je moeder is veel te mooi voor een bundel. Je moet er een apart boek van maken.’ Dat heb ik nu dus gedaan.

Maar is dit uw laatste boek?

‘Nee, ik ben als een razende aan een volgend boek begonnen. Het is bijna klaar.’

Is dit boek over uw moeder het moeilijkste boek dat u heeft geschreven?

‘Nee, op het moment dat ik begon, was het alsof het dertig jaar had liggen rijpen. Het werd een ontdekkingsreis. Het is daarom niet alleen een verhaal over mijn moeder maar ook over mensen die gefascineerd raken door de rijke beschaving die op de Indische eilanden aanwezig is. Het gaat over botanici, muziekvormen, religies, volken met een cultuur waar we nauwelijks bij kunnen en buitengewone taalgeleerden. Van al mijn boeken heb ik van dit boek zelf het meest geleerd.’

Ook over uw moeder?

‘Ik heb een totale vertrouwdheid met haar gekregen. Ik wist niet wat zij in Indië deed. Was ze een huisvrouw die op de galerij zat te wachten op mijn vader? Zij bleek zich enorm te hebben verdiept in de talen van Zuid-Celebes: het Makassaars en Boeginees. De meeste Europeanen die naar Celebes kwamen, leerden die talen niet. Zij kon ze niet alleen spreken, maar ook lezen en schrijven. Dat is waanzinnig moeilijk. De tekens lijken op spijkerschrift.

‘Ook gaf ze naaicursussen om in contact te komen met Makassaarse vrouwen. Ze had al gauw vier groepen. Die vrouwen nodigden haar uit om te komen eten, en zo kreeg ze een band met Makassaren, die bekendstonden als zeer afwijzend en zelfs haatdragend tegenover Europeanen.

‘Ze heeft een sterke band met professor Cense, die haar lesgaf. Hij was bezig met het aanleggen van een woordenboek, maar kwam niet in contact met vrouwen. Mijn moeder kon hem dus de vrouwelijke taal aandragen over kwaaltjes, het huishouden, het gezin en kinderen.’

Uw moeder had een grotere talenknobbel dan uw vader. Kon hij daartegen?

‘Ja, een van de verrassende dingen die ik vond in de brieven was dat ze ontzettend veel van elkaar hielden en veel respect voor elkaar hadden. Dat was mooi om te ontdekken.’

Uit de brieven blijkt dat het ze moeite kostte om kinderen te krijgen.

‘Het begint met twee verliefden. Mijn moeder schrijft dat wanneer ze vrijen, het zo warm is en ze zo veel transpireren dat ze alleen maar zout proeven als ze elkaar zoenen. Ze gaan het dan onder de douche doen. Door deze beschrijvingen worden het echt jonge mensen die zich aan elkaar overgeven en zijn het niet meer je vader en je moeder. Als blijkt dat het moeilijk is om kinderen te krijgen, ondergaat ze een operatie aan haar baarmoeder. Uiteindelijk raakt ze in verwachting, maar de bevalling verloopt desastreus. Ze krijgt een tangverlossing die totaal verkeerd wordt uitgevoerd en de hersenen van het baby’tje beschadigt. Het eerste kind, een meisje, vernoemd naar mijn tante, overlijdt na drie dagen.’

null Beeld Valentina Vos
Beeld Valentina Vos

Wist u dit?

‘Mijn moeder heeft er nooit een woord over gezegd. Mijn vader heeft het verteld toen ik 15 was. In de brieven zie je dat ze de eerste jaren op Celebes een levenslustige vrouw is die alles wil zien en meemaken. Na de dood van haar eerste kind wordt ze bedachtzaam. Ik wil niet zeggen banger, want als er in 1939 uiteindelijk een gezond jongetje wordt geboren, mijn oudste broer, trekt ze er meteen te paard op uit en komt ze in gebieden waar geen arts te bekennen is. Als in 1940 mijn tweede broer wordt geboren, is ze helemaal in de wolken.’

Maar dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit.

‘Ze hebben zeven gelukkige, avontuurlijke jaren samen, waarin ze van reis naar reis leven. Het werkgebied van mijn vader breidt zich sterk uit, omdat de bekeringsbeweging die hij volgt steeds groter wordt. Hij verdiept zich daarnaast in de Toraja’s, een bijzonder volk met een animistische religie waarbij de dodencultus aan die van de Egyptenaren doet denken.

‘Maar in 1942 wordt mijn vader opgeroepen door het KNIL om als geestelijk verzorger mee te gaan met de troepen, de bergen in. Daar vindt een veldslag plaats waarbij 32 doden vallen. Die kunnen ze niet zo snel begraven en ze worden in een schuur gelegd. Toen hebben de Japanners mijn vader daarbij gezet. Hij heeft twee dagen en twee nachten opgesloten gezeten met 32 lijken waar de maden uitkropen. Zoals ik in mijn boek schrijf: toen had mijn vader zijn eerste oorlogstrauma te pakken.’

Uw moeder krijgt 10 minuten de tijd om spullen te pakken en wordt samen met uw broers van 1,5 en 3 jaar in een vrachtwagen geduwd om naar de kampen te rijden.

‘Ja, en als ze Makassar uitrijden, wordt de vrachtwagen door een groep Makassaarse vrouwen en meisjes bekogeld met stenen. Voor mijn moeder was dit het verschrikkelijkste moment van de hele oorlog. Want dat waren dezelfde vrouwen die bij haar op naailes zaten en bij wie ze vaak te gast was geweest. Zij zag de Makassaren als broedervolk.

‘In het kamp heeft zij mijn beide broers tot viermaal toe gered van de dood. Twee keer is ze tijdens bombardementen boven op ze gaan liggen. En twee keer heeft ze ze weggegrist voor dolle honden.’

Wat merkte u van het oorlogsverleden van uw familie?

‘Tot mijn 10de nagenoeg niets, het werd weggestopt. Maar op een gegeven moment zag ik mijn moeder fysiek achteruitgaan, al zei ze daar niets over. Mijn broers hebben mij verteld dat haar benen aan het einde van de oorlog helemaal openlagen. Ze had trombose, opgelopen tijdens de eerste bevalling, en in het kamp, waar ze ook dwangarbeid moest verrichten, kwam dat terug. Haar kleine ventjes moesten bij de gaarkeuken eten gaan halen omdat zij niet op haar benen kon blijven staan. Maar ik kreeg pas echt veel mee van de trauma’s toen het misging met mijn vader.’

Wat gebeurde er?

‘Toen mijn ouders in 1947 terugkwamen in Nederland, kon mijn vader niets met zijn grote kennis van de islam. Hij is toen beroepen als predikant in Rhoon. Dat ging in het begin goed, maar het agrarische dorp werd uit verzet tegen de industrialisatie steeds conservatiever in het geloof. Mijn vader, die zo veel had gezien van de wereld, begon elke preek met: ‘De Bijbel is een oosters boek.’ Daar moesten die uit de klei getrokken boeren niets van hebben. Dus kreeg hij meer en meer tegenstand. Ze maakten hem het leven zuur, probeerden hem af te zetten. Toen kwamen zijn angsten uit het kamp naar boven. Drinken, ontzettend veel pillen slikken. Ik vond mijn vader geregeld onder de eetkamertafel. Hij is uiteindelijk behandeld door professor Jan Bastiaans voor het KZ-syndroom.’

Hoe was het voor uw vrijzinnige moeder om in het calvinistische Rhoon terecht te komen?

‘Ze werd iemand anders. Dat wij het goed op school deden, vond ze het belangrijkste. Door de oorlog en daarna de onafhankelijkheidsstrijd, die buitengewoon gewelddadig was op Celebes, zijn mijn broers tot hun 8ste nauwelijks naar school geweest. Hun Nederlands was slecht, ze konden nog niet rekenen. Ze kwamen in 1947 totaal berooid in Nederland aan. Ze hadden zelfs geen kleding. Mijn broers droegen onderbroeken van het Rode Kruis. Mijn moeder was dus blij dat we een huis hadden en zag het bekrompen dorp als het offer dat ze moest brengen.’

Wat voor moeder was ze voor u?

‘Ze was kritisch en stelde hoge eisen. Ik hield haar lang op afstand. Maar toen het zo slecht met mijn vader ging, begon ik er zelf onder te lijden. Ik kreeg een allergische ziekte van alle spanningen die ik voelde, maar niet kon verklaren. Rond mijn 15de werd de ziekte zo erg dat ik me soms twee weken niet kon bewegen. Mijn armen, handen, knieën en voeten zwollen op, zodat ik ze niet meer kon buigen. Mijn ogen zaten dicht, ik zag alleen verschil tussen licht en donker. Mijn moeder kwam naast mijn bed zitten en begon voor te lezen. Niet een uurtje, maar uren. Taal zou me redden, verhalen zouden me afleiden. Ze heeft heel Oorlog en vrede en Dokter Zjivago doorgewerkt.

‘Vanaf dat moment kreeg ik een innige band met haar. Ik vertelde haar alles. Dat kwam ook doordat mijn vader zo’n wrak was. We moesten hem soms samen de trap op slepen en naar bed brengen. Het mocht in het dorp niet bekend worden dat de dominee er zo aan toe was. Dat zorgde voor een enorme vertrouwdheid tussen ons. Maar zelfs toen heeft ze niet veel over Indië verteld. Ze zei, zoals ik ook schrijf: ‘Verlies je niet in ons verleden.’ Ze was bang dat ik de weg zou kwijtraken.’

U schrijft dat u door de brieven begon te begrijpen dat vrouwen het leven anders ondergaan dan mannen.

‘Mijn vader schrijft over de ideeën en mystieke invloeden van La Galiti, de leidsman die hij onderzoekt. Mijn moeder stelt de vraag: is die man te vertrouwen? Daarnaast schrijft ze over geuren, kleuren, gevoelens. Als schrijver heb je aan dat soort dingen meer dan aan hoe iemand denkt over kolonisatie, bekering en religie. Door mijn moeder heb ik schwung in het boek kunnen brengen. Overigens is al haar werk over het Makassaars en Boeginees verloren gegaan, de bibliotheek van professor Cense is verbrand door de Japanners. Hetzelfde geldt voor het gehele onderzoekswerk van mijn vader. Het is allemaal in brand gestoken.’

Bleef zij bij het schrijven uw moeder of zag u haar als personage?

‘Bij het schrijven wordt een persoon altijd een personage. Je moet afstand nemen van de personen en de personages steentje voor steentje opbouwen. Anders gaan ze niet leven voor de lezer. Mijn moeder werd Olga, mijn vader Han. Dat zijn niet hun werkelijke namen.’

Uw moeder overleed in 1983.

‘Ja, totaal onverwacht. Zaterdagavond had ik nog met haar getelefoneerd en zondagmorgen kreeg ik het bericht dat ze was overleden. Toen pas hoorden we dat ze al langer leed aan een hartziekte die ze in het kamp had opgelopen. Niemand wist daarvan, alleen de huisarts. Ze kreeg een hartaanval en is van de trap gevallen.

‘Ik heb er lang aan moeten wennen dat ze er niet meer was. De eerste die alles las wat ik publiceerde, was zij. Mijn boeken heeft ze nooit kunnen lezen. Ze is in 1983 vlak voor Kerst overleden. In maart 1984 kwam mijn eerste roman uit.’

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact

Jan Brokken: De tuinen van Buitenzorg. Atlas Contact; 224 pagina’s; € 22,99.

CV Jan Brokken

1949 Geboren in Leiden

1952 Verhuisd naar Rhoon, decor van meerdere boeken

1967-1970 School voor de Journalistiek in Utrecht

1970-1972 Institut d’études politiques aan de universiteit van Bordeaux

1973-1976 Redacteur-verslaggever bij Trouw

1976-1986 Redacteur bij Haagse Post

1984 Romandebuut De provincie

1984-heden Schrijft 33 boeken waaronder Mijn kleine waanzin (2004), Baltische zielen (2010), De vergelding (2013), De Kozakkentuin (2015), De gloed van Sint-Petersburg (2016), De rechtvaardigen (2018), Stedevaart (2020).

2013 Met De vergelding genomineerd voor onder meer de AKO Literatuurprijs, de Libris Geschiedenisprijs en de NS Publieksprijs.

2020 Premio Tribùk van Italiaanse boekverkopers voor I giusti (De rechtvaardigen).

Jan Brokken is getrouwd en woont afwisselend in Amsterdam en het Franse Lacanau-Océan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden