Ik dacht: als ze mij aannemen, zijn ze gek

Repetitie van het Rotterdams Philharmonische Orkest en het Groot Omroepkoor van Hilversum, ter voorbereiding van de uitvoering in De Doelen van de Achtste symfonie van Gustav Mahler. Beeld Simon Lenskens / de Volkskrant

Het begon als grap, toen Volkskrant-recensent Merlijn Kerkhof aan het Rotterdams Philharmonisch Orkest vroeg of hij bij de uitvoering van Mahlers Achtste Symfonie kon zijn. ‘Ga maar in het koor zitten.’ Daar staat hij dan, tussen de tenoren, in een uitverkochte zaal. En niemand lacht. 

Het is augustus als de programmeur van het Rotterdams Philharmonisch trots op Facebook meldt dat ‘Mahler 8’ is uitverkocht. De Achtste symfonie van Gustav Mahler wordt zelden uitgevoerd. De partituur vraagt om twee groot bezette koren, plus een kinderkoor, een gigantisch orkest (inclusief orgel, klokken, piano, mandoline en harmonium) en acht solisten met stevige stemmen – de kosten voor zo’n productie lopen al gauw in de tonnen.

In maart zal Yannick Nézet-Séguin het stuk dirigeren, de Canadees die tien jaar geleden in Rotterdam als chef begon en nu een wereldster is. Volgend seizoen treedt hij in dienst van de Metropolitan Opera in New York, dit is een van zijn laatste concerten als chef in Rotterdam. Hier moet ik bij zijn.

Ik typ een reactie op de Facebook-post. Er is toch wel een plaatsje over voor een recensent?

‘Wat is je stemtype?’, vraagt de programmeur. Ga maar in het koor zitten.

Een grap natuurlijk, maar wat zou het gaaf zijn. Het idee rijpt. Een paar maanden later benader ik de organisatie om te vragen of ik als ‘embedded’ journalist mag meerepeteren om verslag te doen van het repetitieproces.

Hoe is het om te zingen onder een topdirigent als Nézet-Séguin? Hoe groot is zijn invloed en wat gebeurt er achter de schermen? Het zijn vragen die ik voor een deel wel kan beantwoorden, maar de antwoorden heb ik altijd uit de tweede hand. Dit zou mijn kans zijn om het zelf te ervaren.

Kan ik zingen? Het orkest werkt voor dit project samen met het Groot Omroepkoor, het enige volledig professionele symfonische koor van Nederland. Ik schopte het als tenor niet verder dan de Utrechtse Studenten Cantorij – een goed amateurkoor, maar ik was er wel zo’n beetje de ondergrens. Als het koor mij toelaat voor dit project, is het alsof de rechtsback van het tweede van Harkemase Boys mag meespelen bij een club uit de top-3 van de Eredivisie.

Als ze me aannemen, zijn ze gek.

Veen, zondag 4 maart

Het Groot Omroepkoor is enthousiast over het idee, maar wil wel het zekere voor het onzekere nemen. Afgesproken is dat ik kom voorzingen bij een van de tenoren, Uros Petrac. Een week eerder heb ik de bladmuziek gekocht. 211 pagina’s. Ik word duizelig van de hoeveelheid noten. Om me zekerder te voelen, benader ik een zangdocent.

Uros is maar een paar jaar ouder dan ik (hij 34, ik 31). Hij stelt me op mijn gemak. ‘Jullie zullen geen last van me hebben’, verzeker ik hem. De zangers van het GOK zingen allemaal harder dan ik; ze zullen me alleen horen als ik te vroeg inzet en dat ben ik niet van plan. Uros vraagt me een stuk te zingen, maar stopt om de twee maten om uit te leggen hoe het wel moet. ‘Open je stem…’ Dit was het dan, jammer, denk ik. ‘Geen zorgen’, zegt hij. ‘Je mag meedoen.’

Hilversum, maandag 12 maart

In het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum druppelen de koorzangers binnen. Iedereen zit op tijd op zijn stoel, om precies op het afgesproken tijdstip van de pauze weer op te staan – er is een klok die aftelt als de pauze begint. Het Groot Omroepkoor (60 man) wordt versterkt door het Rotterdam Symphony Chorus (24 man). Samen zingen zij de partij van koor 2. Het eerste koor wordt vertolkt door het Spaanse Orféon Donostiarra (90 man). Die zangers zien we volgende week pas in de Rotterdamse Doelen.

Bij het begin van de repetitie stel ik me voor als ‘vermoedelijk de slechtste tenor die ooit door de auditie van het Groot Omroepkoor is gekomen’. Nu mogen zij de recensent recenseren. Het ijs is gebroken.

We repeteren dagelijks van 10.15 uur tot 14.15 uur. De repetities worden geleid door Martina Batic, die net als Uros uit Slovenië komt. Ze is energiek, duidelijk, precies en bovenal heel muzikaal. Een pianist, Ben Martin Weijand, hier al sinds mensenheugenis in vaste dienst, speelt een samenvatting van de orkestpartijen mee.

Het openingskoor gaat goed – ja, dát heb ik geoefend. Maar als we bij het Accende aankomen, val ik door de mand. Mahler behandelt de stem als instrument. Ik denk te veel aan de noten en te weinig aan een goede ademhaling – zingen moet je met je buik doen, niet met je keel. Na afloop ben ik bekaf. 

Hilversum, dinsdag 13 maart

Mahlers Achtste symfonie is eigenlijk geen symfonie, eerder een grote, tweedelige cantate. De tekst uit het eerste deel komt van een middeleeuwse pinksterhymne, Veni Creator Spiritus. Mahler koppelt die Latijnse tekst aan fragmenten uit Faust II van Goethe. De gemeenschappelijke thematiek: verlossing door de kracht van de liefde.

Een Duitstalige sopraan uit het koor zit bij de eerste repetities aan de kant om te checken of de uitspraak (ook die van het Latijn moet Duits klinken) correct is. Ik gedraag me ondertussen als het braafste jongetje van de klas. Als Martina zegt dat een passage marcato (nadrukkelijk gearticuleerd) moet zijn, ben ik de eerste die het in zijn bladmuziek schrijft.

Die compensatie is nodig, want het koor ontwaakt. Die bes van de bassen in O Creator, wow, wat een onderkant. Dit koor heeft een natuurlijke subwoofer. ‘Maar iedereen zingt nu nog op halve kracht’, zegt Uros. ‘Voor de tenoren is het vaak hard en hoog. We weten dat we onze stem moeten sparen.’

Hilversum, woensdag 14 maart

Afgesproken is dat ik dezelfde partij zing als Albert van Ommen, een tenor die feilloos van blad leest, een heldere, wendbare stem heeft en ook nog eens heel aardig is. Het helpt om naast hem te staan: ik pas mijn ademhaling aan die van hem aan.

Langzaamaan begint dit als ‘mijn’ koor te voelen, en vandaag is just another day at the office. Tot ik een sopraan in de pauze aan Albert hoor vragen ‘hoe die journalist het doet’. Ze zien mij niet, maar ik loop gauw op het tafeltje af voordat Albert kan antwoorden. Ik weet zelf heus wel dat ik er geen pepernoot van kan, maar om dat in dit stadium te horen van mijn mentor, zal de zaak geen goed doen.

Hilversum, donderdag 15 maart

Gisteren is Martina boos geworden. De tenoren ‘mengden’ niet, alsof iedereen leek te denken: mijn buurman past zich maar aan mij aan. Dat ze uit haar slof schoot, heeft een reden, gaat het gerucht. Martina’s vader ligt in coma. Er wordt gevreesd dat ze het project zal verlaten.

Het klopt van haar vader, vertelt ze bij de koffie. ‘Hij heeft een ongeluk gehad bij het werk in de bossen in Slovenië’, zegt ze. ‘Dit weekend vlieg ik op en neer om bij hem te kunnen zijn. Als er in de tekst weer zo’n verwijzing naar de hemel voorbijkomt, houd ik het bijna niet meer.’

Sinds zes jaar werkt ze hier geregeld als assistent. Dat Yannick Nézet-Séguin straks alle lof ontvangt, vindt ze niet erg. ‘Het geeft ook voldoening als je weet dat jij de heipalen onder het huis hebt geslagen. Als die er niet zijn, stort de boel in.’

Wat haar wel zorgen baart: ze heeft Nézet-Séguin al een paar keer per mail benaderd over wat zijn wensen zijn, maar hij antwoordt maar niet. Dinsdag begint hij met de repetities van het orkest. Woensdag, twee dagen voor de première, kijkt hij pas de koorzangers in de ogen.

Hilversum, maandag 17 maart

Het is de laatste repetitie in Hilversum. Het gaat boven verwachting. Ik heb afgesproken dat ik zou meedoen tot de generale repetitie. Mijn respect voor deze zangers is te groot om te vragen of ik ook met de concerten mag meedoen, maar stiekem hoop ik er wel op. ‘Waarom doe je niet mee vrijdag?’, vraagt Albert. ‘Het gaat toch goed?’ De koorcommissie gaat akkoord. Ik bel mijn moeder op en zeg dat ze eindelijk een goede reden heeft om trots op me te zijn.

Rotterdam, dinsdag 19 maart

Daar zijn de Spanjaarden. We zitten in een soort U-vorm op de galerij rond het podium. Vanuit de zaal gezien zit het Spaanse koor links van het orgel, de Nederlanders zitten rechts. De Omroepkoorleden fluisteren naar elkaar wat ze van hun collega’s uit San Sebastián vinden – de vrouwen hebben een frisse, bijna kinderkoorachtige klank. In de pauzes blijft iedereen bij zijn eigen clubje staan.

Martina werkt hard om de koren op één lijn te krijgen. Ze heeft zich gebogen over dynamiek, articulatie: plaatsen we de medeklinkers op of na de tel? In de recensies gaat het straks ongetwijfeld over ‘de interpretatie van Nézet-Séguin’, terwijl we straks zeven repetitiedagen hebben gehad met Martina tegen twee met de beroemde maestro. Het voelt onrechtvaardig.

Rotterdam, woensdag 20 maart

Eindelijk, daar is hij. Yannick Nézet-Séguin loopt het podium op en heft zijn afgetrainde armen in de lucht. Deze symfonie, vertelt hij, vereist dan wel een monsterbezetting, maar het was Mahler niet om die grootheid te doen. ‘Dit stuk gaat over schoonheid, liefde en vreugde.’ Ik realiseer me ineens wat ik de afgelopen dagen heb gemist: we hebben wel gestudeerd op de noten, op de juiste uitspraak, maar er is amper een woord gerept over de betekenis.

Na afloop ontvangt de maestro me in zijn kamer. Hij studeert al zes weken op deze symfonie, zegt hij, terwijl hij tussendoor ook loodzware opera’s als Wagners Parsifal en Strauss’ Elektra leidde. Zondag dirigeerde hij nog in Philadelphia. Even een tussenstop ‘thuis’ in Montréal om zijn koffers te verwisselen en door naar Schiphol. Dinsdagochtend kwam hij hier aan en begon meteen met een repetitie van het orkest, dat anders dan het koor deze keer geen ‘inzeper’ had.

Waarom hij geen contact had met Martina Batic? ‘Mijn ervaring is dat wanneer ik zeg dat ik iets op een bepaalde manier wil, assistent-dirigenten daar veel aandacht aan besteden. Maar misschien interpreteren ze het nèt anders dan ik in mijn hoofd heb. Ik wil musici die flexibel zijn. Te veel repeteren kan ook gevaarlijk zijn: als je geen risico neemt, wordt het nooit spannend.’

Rotterdam, donderdag 21 maart

Stress in de Doelen. Een van de alt-solisten is ziek geworden en het orkest heeft als een haas een vervanger gezocht en gevonden: de Amerikaanse Michelle DeYoung, een grote naam. Ze zou er vanochtend zijn, maar Yannick vertelt dat ze nog ‘in de lucht zit’. Ze moest overkomen vanuit Denver, maar daar was een sneeuwstorm of zo.

Martina heeft veel met ons gewerkt aan de ritmische precisie en nu merk ik waarom. Je kunt in deze akoestiek (alles komt met wat vertraging tot je) én door deze gigantische groep niet ‘op je oren zingen’: je moet wel naar de dirigent kijken, anders loop je voor je het weet achter. Yannick moet op zijn beurt zijn aandacht verdelen over 318 man. Zelfredzaamheid is geboden.

De allerlaatste doorloop begint. Iedereen is alert. Met zijn handen maakt Yannick alles vloeibaar.

Rotterdam, vrijdag 22 maart

We moeten op. Iedereen wenst me succes. Een medewerker van het koor heeft een verhoging neergezet zodat ik (1.72 meter) toch nog over de tenor voor me heen kan kijken. De zenuwen zijn de hele dag weggebleven, maar nu krijg ik het benauwd. Ik kan niet weg, ik moet het waarmaken. Camera’s in de uitverkochte zaal leggen alles vast – het concert wordt live uitgezonden. Shit. Is dit nou dat brandend maagzuur waar ze het in al die reclames over hebben?

Ik herpak me. Ik merk nu pas hoeveel Yannick met zijn ogen dirigeert – uit iedere blik blijkt hoe goed hij de partituur kent. Ik kan niet zeggen hoe goed ik ‘onze’ uitvoering vind, daarvoor ben ik te veel gefocust op mijn eigen partij, maar wat is dit tof. De bijna anderhalf uur lijkt een minuut of tien te duren. Het publiek ziet Yannicks tranen niet als het slotakkoord klinkt. Staande ovatie.

Na drie minuten krijgt de leider van het Spaanse koor zijn applausmoment. Maar waar is Martina? De toestand van haar vader is verslechterd; ze is terug naar Slovenië. Ze ziet niet wat voor kasteel er op haar fundamenten is gebouwd.

Het concert is tegen betaling terug te zien op medici.tv. Lees hier onze recensie.

Symphonie der Tausend

Gustav Mahler (1860-1911) schreef zijn Achtste symfonie in 1907. Het is de laatste die tijdens zijn leven in première ging en was zijn grootste succes. De bijnaam is de ‘Symphonie der Tausend’, vanwege het grote aantal musici bij de première in München in 1910. Het Rotterdams Philharmonisch maakte een beroemde opname in het oude Ahoy (1954) onder leiding van dirigent Eduard Flipse. Sinds 2005 (met Valery Gergiev) had het RPhO het stuk niet meer gespeeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden