'Ik construeer een eigen wereld'

Wie of wat zette je leven op het juiste spoor? In een serie interviews vraagt Sacha Bronwasser mensen naar hun inspiratiebron. Modelmaker Remie Bakker werd als lastige tiener gegrepen door de ambachten.

Remie Bakker Beeld Marijn Scheeres

'Wat nu in mijn werkplaats staat, is iets heel bijzonders: een skelet van een reuzenhert van zo'n 15.000 jaar oud. Het heeft in het veen gelegen en is helemaal zwart. Ik ben het skelet, dat in de 19e eeuw heel goed in elkaar gezet is, nu aan het restaureren. Het gewei moet ik straks apart gaan doen, dat is gigantisch, 3 meter breed.

'Soms heeft mijn vak zo weinig met de 'echte' wereld te maken. Ik construeer een eigen wereld, zo zie ik het. Het staat hier helemaal vol: de sabeltandtijger, de holenbeer, een baby-mammoet, een alk...daar liggen allemaal menselijke koppen, schedels in allerlei soorten. Dit zijn geen opgezette dieren of afgietsels, maar wetenschappelijke reconstructies: gebaseerd op wat in de wetenschap bekend is.

Gezichtshuid

'Via George Maat - emeritus hoog-leraar in de fysische antropologie en destijds verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut, waar ik alle cursussen over gezichtsreconstructies inmiddels gedaan had - help ik sinds 2008 onder begeleiding van medische preparateurs mee met het maken van preparaten voor medische studenten In Leiden. Dat was al twintig jaar niet meer gedaan in Nederland. Ik werk met aan de wetenschap gedoneerde lichamen. Zo help ik bijvoorbeeld mee met het afhalen van de gezichtshuid tot op een bepaalde spierlaag en die prepareer ik dan helemaal schoon uit, zodat er aders en bloedvaten maar ook zenuwen te zien zijn - de ene helft van het gezicht een laag dieper dan de andere. Dan kun je aan één gezicht heel mooi de opbouw zien. Terwijl ik die preparaten maak, leer ik zelf weer ontiegelijk veel bij over de daadwerkelijke anatomie van een gezicht.

'Dit vak is eigenlijk een samenvoeging van zoveel vakken. Welke? Nou: met mensen omgaan, psychisch en lichamelijk. Anatomie, biologie, natuurkunde. Bronsgieten, houtsnijden, lassen, metaalbewerken. Boetseren, mallen maken, schilderen, haarwerk, illustratie. Make-up, beetje taxidermie ook. Eh... geologie - dat is vreselijk, trouwens. Antropologie, forensisch werk... en veel eigenwijsheid. Ik heb het in de loop van de tijd verzameld - ja, da's een mooi bruggetje hè.

Remie Bakker

De kans dat u het werk van Remie Bakker (1967, Utrecht) weleens gezien hebt, is groot: in Diergaarde Blijdorp of het Tropenmuseum, in de televisieserie Baantjer of in het musea als werk van bijvoorbeeld kunstenaar Roy Villevoye. Bakker maak reconstructies en modellen van mensen en dieren, van prehistorisch tot hedendaags. Een levensgrote mammoet met jong; een reconstructie van de sabeltandtijger; Napoleon Bonaparte of een veenlijk. Adembenemend levensecht of een op onderzoek gebaseerde interpretatie. Na het doorlopen van de Land- en Tuinbouwschool studeerde Bakker begin jaren negentig af aan de Willem de Kooning kunstacademie in Rotterdam. Naast zijn bedrijf Manimalworks geeft hij les aan de academie in Maastricht. Ik spreek Remie Bakker in zijn het atelier en werkplaats in Rotterdam.

'Ik psychologiseer het misschien, maar die behoefte aan het maken van een eigen wereld leg ik in mijn jeugd. Ik ben als kind geadopteerd. Er was geen gewenster kind dan ik, maar ik wist ook: ik ben een keer weggedaan. Dat is een raar, dualistisch gevoel waar je wat mee moet - ook al had ik fantastische lieve ouders. Ik miste ook nog eens veel op school, door astma en eczeem. Daardoor kwam ik moeilijk mee en kreeg ik gedragsproblemen. Stoer gedrag, agressief, overcompenserend, kortaangebonden, boos.

'In die periode kwam ik op een markt in Bergen iemand tegen die een keer bij ons op school was geweest: pottenbakster Jean Rommens uit Bergen, waar wij ook woonden. Zij reisde met een draaischijf achter in de auto scholen en markten af om demonstraties te geven als ambachtsvrouw. Ik ben op haar afgestapt, van het een kwam het ander. Heel geleidelijk ging dat zo, dan hielp ik weleens mee om de kraam op te ruimen en op een gegeven moment zag ik haar elke week.

'Mijn vader liet me met zijn gereedschap al van alles doen en proberen, een deel van het gereedschap dat hier hangt is nog van hem. En dat gevoel - van: ga maar doen, ga maar uitproberen - dat gaf die pottenbakster mij ook. Ik mocht meehelpen bij de bouw van een nieuw atelier, ik mocht mee naar markten waar zij demonstraties gaf. Ze had zelf geen kinderen, ze woonde samen met een vrouw, dat was ook nieuw voor mij. Mijn wereldbeeld werd breder.'

Ambacht

'Ik moest veel leren en ik was heel druk. Zo druk dat ik weleens in de hamersteel beet, dat vertelde ze vaak. Nou ja, dat was beter dan ermee slaan. Er was geduld en ruimte en zij vond het fijn om dingen over te dragen. Het was een soort tweede adoptie. Toen ik naar het lom-onderwijs (scholen voor leerlingen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden, in 1998 opgeheven, red.) ging, was zij, samen met mijn ouders, de enige die tegen me zei: joh, dat komt goed. Kleinere groepen, je krijgt meer aandacht, dat is beter. En dat heeft voor mij geweldig gewerkt, anders was ik ondergesneeuwd geraakt. Dat dat onderwijs afgeschaft is, is om te janken, echt waar.

'Jean gaf me geen les, maar liet me vooral gaan. Als ik wilde leren draaien op de schijf moest ik dat van haar meteen op de markt doen, ze zei: 'Of je wil het, of je wil het niet.' Daar heb ik alle gêne laten varen; ik kan er nog steeds heel goed tegen als mensen tijdens het werk op mijn vingers kijken. Maar ik heb daar ook heel veel andere ambachten gezien en er een enorme liefde voor opgedaan: houtsnijden, tingieten, klompen-maken, pottenbakken, leerbewerking. Ambacht is een beetje een vies woord geworden, maar het is nog steeds nodig.

'Uiteindelijk kwam ik op de kunstacademie terecht en daar was ik een beetje een vreemde eend in de bijt. Dat conceptuele was niets voor mij, ik wilde leren hoe ik een boor moest gebruiken of welke lijm. Maar ik heb er wel kunnen woekeren met de ruimte die ik had en heb mij als beeldhouwer ontwikkeld. Op een gegeven moment heb ik besloten: oké, geen hoogdravende kunst voor mij. Maar ik wil iets. Dingen zélf zien, zélf bekijken, ik wil alles weten en die kennis in een beeld stoppen. Hoe. Zit. Dit.

De bron: Jean Rommens

Jean Rommens (1938, Hilversum) is sinds eind jaren zestig pottenbakker in Bergen en geeft nog steeds workshops in haar atelier 't Hemeltje. 'Ja, Remie, die had het heilig vuur. Hij kwam al vroeg op m'n pad, hij was een jaar of 8, en ik zag al snel: die heeft het in zich. Het was geen makkelijke jongen. Super-eigenwijs en erg leergierig, maar vaak ook haastig en slordig. Dan zei ik: doe het maar opnieuw. Soms ging hij dan scheldend naar huis, maar de volgende dag was-ie er weer.'

'In mijn pottenbakkerij is hij op zaterdag heel lang mijn rechterhand geweest. Wat hij nu doet is fantastisch, ik heb daar grote bewondering voor. We zien elkaar niet veel meer, maar het houden van is altijd gebleven. Ik ben heel erg trots op hem.'

Olifantenhoofd

'Dit vakgebied is klein, vijf, zes mensen in Nederland misschien, en die hebben allemaal weer hun eigen specialismen. Ik heb een voorkeur voor hele spannende dingen. Een paar jaar geleden mocht ik aanwezig zijn bij de dissectie van een olifantenhoofd. Een olifantenhoofd is ontzettend onhandig, alleen die slurf al weegt 80 kilo en is helemaal slap. Zo'n kop wordt niet gebalsemd, dus het moet ook allemaal heel snel. Dat vind ik razend interessant.

'Maar soms is het ook een zen-oefening hoor. Een week lang haar prikken. Kop koffie erbij, radio aan, prikken. Kijken, vergelijken, verder prikken. Dan zit ik hier, compleet in mijn eigen wereld. Ik zeg weleens: dit atelier, this is my church.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden