boekenZomerbibliotheek

‘Ik ben zwaar beïnvloed door Saskia Noort’: Herman Brusselmans over zijn literaire invloeden

Zeven Nederlandse auteurs beschrijven deze zomer welke boeken hen hebben gevormd. Vandaag Herman Brusselmans. ‘Ik zei: ‘Goeiemiddag, mevrouw Haasse, ik ben Herman Brusselmans en ik ben een groot fan van uw werk’, waarop ze antwoordde: ‘Dat kan me geen fuck schelen.’

Herman Brusselmans
Herman Brusselmans Beeld Erik Smits
Herman BrusselmansBeeld Erik Smits

Niets of niemand komt uit de lucht vallen. Altijd was er iets vóór wat er is. De kapstok kwam er omdat er eerst kleren waren. The Rolling Stones scoorden hits omdat Chuck Berry hen dat voordeed. De woke-beweging maakte opgang dankzij voorafgaande fenomenen als de dolle mina’s, het antiracisme en de veranderde kijk op sekse en gender. Wie denkt dat hij in wat dan ook de allereerste is, is de strapatsen van Adam en Eva vergeten. Originaliteit hield op te bestaan bij de oerknal. Die was effectief origineel, al wat erna evolueerde was door de oerknal beïnvloed. Wie verstandig, bescheiden en waarachtig is, zal toegeven dat wat hij doet, hoe hij in elkaar zit, en wat z’n plannen zijn, in wezen oude koek is, iets waar niemand zich voor hoeft te schamen.

Als je over het water loopt, deed Jezus dat al. Als je een gerecht uitvindt, werd dat al gegeten door de Oude Grieken. Als je vrouwen onthoofdt, ben je een imitator van Hendrik de Achtste. Kleine denkers zitten te broeden op nieuwigheden. Ze zullen die niet vinden. Middelmatig intelligente personen roepen ‘Eureka!’, terwijl dat woord in hun context totaal misplaatst blijkt. Individuen met een grote mond ratelen dat ze het vuur hebben uitgevonden, en achter hun rug brandt hun huis af. Wijs mij een modernist aan en ik wijs je iemand aan die de antieken negeert. Wijs mij een speerpunt aan en ik wijs je iets aan dat achterop hobbelt. Wijs mij barricaden aan en ik wijs je dor hout aan.

Nieuwlichterij hangt samen met oplichterij in vele disciplines: de wetenschap, de kunst, de muziek, de literatuur, de psychologie, de sport, noem maar op. Johan Cruijff kon dingen die geen enkele andere voetballer kon. Nou, dan had je Pele niet bezig gezien. Pele kon dingen die geen enkele andere voetballer kon. Nou, dan had je Di Stéfano niet bezig gezien. Di Stéfano kon een bal anderhalf uur op z’n hoofd laten liggen. Nou, dan weet je niet hoe lang de potsenmaker op de kermis van Spijkenisse, Cees van Witteprins, in 1674 de bal op z’n hoofd liet liggen. Dat was vier dagen en drie nachten. Ik bedoel maar: geef toe dat waar je mee bezig bent, anders of beter of uitgekiender of leuker of verbazingwekkender of opvallender of genialer of slimmer of uitgebreider of grappiger of interessanter of langduriger of geestiger werd uitgevoerd door talloze van je voorgangers.

Ik ben zelf een goed voorbeeld. Toen ik debuteerde in 1982 met de verhalenbundel Het Zinneloze Zeilen buitelden de recensenten over elkaar om te roepen dat zo’n bundel nooit eerder was verschenen. Dat ik de originaliteit in persoon was. Dat de Nieuwe Schrijver was opgestaan. Hun geroep was lulkoek. Ik was helemaal geen nieuwe schrijver, ik was een schrijver die oud was vergeleken met zij die vóór mij hadden geschreven en die het geluk hadden – meestal postuum – dat ze van een grote invloed waren geweest op mij en op wat ik schreef. Van die schrijvers waren er vele. Ik schud ze zo uit m’n mouw: Gerard Reve, J.D. Salinger, Erich Kästner, Jan Cremer, Fjodor Dostojevski, Henrik Ibsen, Gerard Walschap, Boris Vian, Bret Easton Ellis, Lord Byron, W.B. Yeats, Molière, Remco Campert, Gust Gils, de lijst is eindeloos. De meesten zijn inderdaad dood, maar sommigen leven nog en gaan door met me te beïnvloeden. Sommigen hebben zelfs later gedebuteerd dan ik, maar terwijl ik onderweg was met m’n carrière kwamen zij ineens opduiken om mij ideeën te geven, mij verder te helpen, of van mij een betere schrijver te maken dan ik al was.

Heden wil ik een aantal klassieke werken uit de literatuur belichten, die mij – samen met hun auteurs – de literaire stijl, techniek, plotontwikkeling, vorm en inhoud hebben aangereikt die ik nog steeds ten dele hanteer in m’n oeuvre.

1. Verzen van J.H. Leopold

Ten eerste is er Verzen van J.H. Leopold. Ik was namelijk, voor ik een prozaschrijver werd, een heuse dichter. Praktisch iedere dag zat ik in een grijs opschrijfboekje met m’n Parker-vulpen gedichtjes te noteren, en aanzetten tot gedichtjes, en stukken van kwatrijnen, en halve sonnetten, en ollekebollekes, en jamben, en woorden die later tot meer woorden zouden kunnen leiden om op den duur alweer voor een gedicht te zorgen. Ik las het werk van vele andere dichters, van Romeinen die voor Christus leefden, van Fransen, van Duitsers, van Engelsen, van Afrikanen, van Scandinaviërs, van Brazilianen, van Belgen (zowel Vlamingen als Walen) en van Nederlanders. En het was een Nederlander die met kop en schouders boven alle andere dichters uitstak. Dat was J.H. Leopold.

null Beeld Sarah-Yu Zeebroek
Beeld Sarah-Yu Zeebroek

Ik werd een ware J.H. Leopold-fanaat en ik kleedde me zelfs als J.H. Leopold, waarbij het me meeviel dat hij, naar het schijnt, altijd doorsneekleren droeg, niks bijzonders, gewoon een broek en een hemd en sokken en schoenen en als het wat frisser werd een gevoerd jasje. Maar mocht J.H. Leopold een roze zuidwester, een clownskostuum en oranje bordeelsluipers gedragen hebben, dan zou ik ze net zo goed hebben aangetrokken. Ik kon derhalve een groot bewonderaar van J.H. Leopold genoemd worden, en ik citeerde z’n verzen bij om het even welke gelegenheid. Zo zei ik ’ns tegen m’n grootmoeder Maria: ‘O grootmoeder, om mijn oud woonhuis peppels staan!’ ‘Wat is dat nu weer voor onzin’, zei ze, ‘wat is er eigenlijk met jou aan de hand? Altijd maar boeken zitten lezen en om de haverklap rare dingen tegen me schreeuwen! Peppels? Wat zijn dat? Wie heeft in godsnaam ooit van peppels gehoord?’ ‘Het zijn populieren, grootmoeder’, zei ik. ‘Noem ze dan ook populieren’, zei ze, ‘en kom me niet aan m’n kop zeiken met peppels.’

En dan was er dat meisje dat ik dolgraag wilde versieren. We zaten in café De Rompslomp in m’n geboortedorp Hamme, en we dronken wat, en eerlijk gezegd verliep het gesprek nogal stroef, zodat ik besloot om J.H. Leopold van stal te halen, en ik zei, volgens mij op een redelijk poëtische wijze: ‘O nachten van gedragene extase’, waarop het meisje mij bevreemd aankeek, een kwart seconde op haar horloge staarde en riep: ‘Hemeltje! Al zo laat! Ik moet nog de doorligwonden van m’n tante Sonja gaan deppen!’, waarna ze als de bliksem uit het café rende. Hoe dan ook was en is J.H. Leopold een grote held van mij, die mij heeft leren dichten. Dat ik op den duur aan het dichten de brui gaf, daar draagt hij geen enkele schuld voor.

Herman Brusselmans  Beeld Erik Smits
Herman BrusselmansBeeld Erik Smits

2. De wereld gaat aan vlijt ten onder van Max Dendermonde

Ten tweede is er Max Dendermonde, pseudoniem van Hendrik Hazelhoff, die mijn kijk op de roman vormgaf dankzij zijn meesterwerk De wereld gaat aan vlijt ten onder. Ik las niet alleen die roman, maar ook veel van het andere werk van Dendermonde, alsmede informatie over hem, en ik had een grote klik met hem en z’n oeuvre. Zo is er zijn pseudoniem, dat hij ontleende aan een stad in Oost-Vlaanderen, België, en niet alleen is Dendermonde een prachtige stad, tevens paalt het aan m’n geboortedorp Hamme, en heb ik Dendermonde in m’n jeugd veel bezocht, om er naar de jeugdclubs te gaan, er nieuwe kleren te kopen, er te gaan zwemmen in de Dender, en er achter de meisjes aan te zitten.

null Beeld Sarah-Yu Zeebroek
Beeld Sarah-Yu Zeebroek

Er is ook de bevinding dat Max Dendermonde een tijdlang straatmuzikant is geweest, net als ik. Mezelf begeleidend op de mandoline stond ik op de Hamse straten (ook op die van, ja hoor, Dendermonde) en zong ik liederen van pijn en gemis. De meeste mensen hielden mij een briefje van twintig frank voor en zeiden: ‘Dit krijg je als je ophoudt met je gejammer’, en zo verdiende ik behoorlijk wat geld door níét te zingen en te spelen. Op de koop toe is Max Dendermonde radiopresentator geweest, ook net als ik. In de jaren 1994-95 was ik co-presentator van het programma De laatste mannen, waarover ik trouwens een roman ga schrijven, getiteld De onnozelste mannen. Maar goed, Max Dendermonde en het boek met de schitterende titel De wereld gaat aan vlijt ten onder hebben mij de hand gereikt bij het schrijven van vele van mijn eigen romans.

3. Heren van de thee van Hella S. Haasse

Ten derde is er Hella S. Haasse. Ik ondervond al snel dat je je, als auteur, niet alleen moet laten beïnvloeden door mannen maar ook door vrouwen. Niet alleen door navelstaarders maar ook door rondreizigers. Niet alleen door mompelaars, maar ook door verstandig en begrijpelijk schrijvende dames van de wereld. En hoe kon je Hella S. Haasse omschrijven? Als een vrouw; als een reiziger; als een dame van de wereld die in haar boeken het intellect en de begrijpelijkheid een belangrijke plaats gaf. Vooral Heren van de thee deed mij op m’n letterkundige fundamenten daveren. Dit verhaal over een theehandelaar in Nederlands-Indië greep me bij m’n kladden, liet me achterover vallen van bewondering, en zorgde ervoor dat ik de horizonten in m’n eigen boeken een heel stuk verruimde. Ik heb Hella S. Haasse één keer ontmoet, tijdens een letterenfestival in Apeldoorn. Schuchter stelde ik me aan haar voor, en zei ik: ‘Goeiemiddag, mevrouw Haasse, ik ben Herman Brusselmans en ik ben een groot fan van uw werk’, waarop ze grimmig zei: ‘Dat kan me geen fuck schelen.’ Dus je zou kunnen zeggen dat onze ontmoeting een beetje de mist inging, maar dat heeft geen enkele invloed gehad op m’n idolatrie voor mevrouw Haasse.

null Beeld Sarah-Yu Zeebroek
Beeld Sarah-Yu Zeebroek

4. Lang weekend van Walter van den Broeck

Ten vierde is er de Vlaamse schrijver Walter van den Broeck, wiens tweede boek Lang weekend uit 1968 me vanaf pagina één tot en met de laatste pagina heeft laten bulderen van het lachen. Ik vind immers dat ook humor een vooraanstaande positie verdient in literaire werken. En Walter van den Broeck weet haarfijn hoe hij een lezer moet laten schuddebuiken. Je moet ’ns de scène lezen waarin het hoofdpersonage de vrouw van zijn dromen helpt bij het installeren van een vleugelpiano. Je komt niet meer bij. Ik heb in de loop der tijden in verschillende interviews gezegd dat Lang weekend een van m’n lievelingsboeken is, en van lieverlede heeft Walter van den Broeck met me contact gezocht om me te bedanken, en sindsdien ontmoeten we elkaar geregeld. Bij de eerste ontmoeting zei ik beleefd: ‘Goeiemiddag, meneer Van den Broeck, ik ben dus die Herman Brusselmans met wie u gebeld hebt, en ik ben een groot fan van uw werk’. Even was ik bang dat ook Walter van den Broeck zou zeggen: ‘Dat kan me geen fuck schelen’, maar integendeel, hij zei: ‘Ik ben ook een groot fan van uw werk.’ Het ijs was gebroken, en we babbelden honderduit met elkaar. Walter is een magnifieke gozer, die nog steeds, op zijn hoge leeftijd, zeer leesbare boeken schrijft, al zal vooral Lang weekend een speciale plek op m’n boekenplank blijven behouden.

null Beeld Sarah-Yu Zeebroek
Beeld Sarah-Yu Zeebroek

5. Terug naar de kust van Saskia Noort

Ten vijfde is er Saskia Noort. Uiteraard is ze een stuk jonger dan ik (geboren in 1967 tegenover 1957), heeft ze later gedebuteerd dan ik (2003 tegenover 1982), en heeft ze een veel vrouwelijker kijk op de dingen dan ik (superfeminist tegenover ouwe macho). En toch noem ik haar als een van de vijf schrijvers die zeker van tel zijn geweest voor mij. Ik moet het daaromtrent thans kortstondig hebben over de periode 2000-2003. Ik voelde me allesbehalve goed in m’n vel. Ik had nochtans niks te klagen. Ik zat in een standvastige relatie, ik was een soort van bestsellerauteur, ik had een eigen huis, ik had een aantal prima vrienden, ik was dol op m’n woonplaats Gent, en ik was van de drank af.

Maar niet van de coke. Ik snoof tot vier gram per dag. Ik werd er helemaal lijp van. Ik verwaarloosde m’n relatie, m’n werk, m’n vrienden. Let op, ik bleef wel doorgaan met schrijven, maar ik vond er niks meer aan, wat ik produceerde beoordeelde ik zelf als bagger, en het enige waar ik echt mee inzat was of m’n dealer me binnen het half uur een nieuwe lading coke kon brengen. Deze dealer was geen doetje. Z’n bijnaam was Franky De Neusbreker, en inderdaad, als je niet contant of binnen de drie dagen z’n geleverde coke betaalde, dan brak hij simpelweg je neus. En als je de volgende keer weer niet bijtijds betaalde, brak hij nóg een keer je neus. Gelukkig had ik geld genoeg om geen schulden te hebben bij De Neusbreker, maar als je verslaafd bent is geld genoeg hebben in wezen een pest: zonder geld immers geen drugs, tenzij je er een meermaals gebroken neus voor overhebt. Dat gesnuif van mij moest stoppen. Dus stopte ik ermee. Cold turkey. Afzien, kotsen, m’n overleden moeder aanroepen, God vervloeken, zweten, twee pakjes sigaretten per dag paffen, last en lijden. Maar ik was van de coke af. Ik herstelde m’n relatie en zocht m’n vrienden weer op. Het enige wat ik ook nog nodig had was opnieuw zin krijgen in schrijven.

En toen las ik Terug naar de kust van Saskia Noort. Ik dacht: dit is het! Een niet al te moeilijke, zeer prettig leesbare, ultraspannende, komische en ernstige, over vele lagen beschikkende roman! En zwaar beïnvloed door Terug naar de kust schreef ik mijn eigen nieuwe roman Muggepuut. Het werd een enorme bestseller en ik had weer het juiste pad gevonden, dankzij de grootste vrouwelijke schrijver uit Nederland, Saskia Noort.

null Beeld Sarah-Yu Zeebroek
Beeld Sarah-Yu Zeebroek

Ik hoop dat ik met dit betoog mensen heb kunnen aanraden om de werken te lezen van J.H. Leopold, Max Dendermonde, Hella S. Haasse, Walter van den Broeck, en Saskia Noort, want ieder op hun eigen manier zijn ze literaire influencers, en dat zullen ze hopelijk nog heel lang blijven.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden