INTERVIEW

'Ik ben trots op mijn soundtrack voor The Da Vinci Code'

Filmmuziekgigant Hans Zimmer speelt zijn muziek volgende week live in Rotterdam. Hij vertelde de Volkskrant over zijn speelse aard, die volgens hem ten grondslag ligt aan zijn succes.

Hans Zimmer. Beeld anp

Hans Zimmer had pas een ontmoeting met componist Ennio Morricone, in Bonn. Filmmuziekgiganten onder elkaar. Zimmer: 'We wilden samen naar het Beethoven-museum, eens kijken hoe dat was.' Nogal confronterend, zo bleek. 'We liepen naar binnen en voelden onszelf steeds kleiner worden.' Zimmer houdt duim en wijsvinger 2 centimeter van elkaar en geeft zo het formaat aan waarop we ons de minipoppetjes Zimmer en Morricone moeten voorstellen, daar in Bonn. 'Zo klein. We waren nu in het huis van een meester.'

Duidelijk: Hans Zimmer, de Duitse filmcomponist die tot de muzikale genieën van onze tijd wordt gerekend, is niet van de grootspraak. Hij kleineert zichzelf liever, houdt ons voor dat het allemaal bar weinig voorstelt wat hij zoal aan epische filmstukken heeft geschreven. 'Spielerei', zegt hij, als je hem vraagt naar zijn filmmuziek voor The Lion King, Gladiator, Pirates of the Caribbean, de Dark Knight-trilogie of Inception. Is het valse bescheidenheid, van een man die zijn Oscars, Golden Globes en Grammy Awards allang niet meer in één vitrinekast kan stapelen?

Toch maar even vragen, nu de kans zich voordoet: Hans Zimmer, waarom zo bescheiden? Zimmer: 'Geloof me, ik heb heel veel om bescheiden over te zijn.' We komen er nog op terug.

Hij haat pretenties

Hans Zimmer (Frankfurt, 1957) is een dagje in de heimat. De Hollywoodcomponist bezoekt Berlijn om daar iets uit te leggen over zijn grote Europese concertreeks Hans Zimmer Live, een filmmuziekcircus dat dinsdag de tenten opzet rond het Rotterdamse Ahoy. Als hij bij de antieke bioscoop Zoo Palast met flitsende camera's en applaus wordt ontvangen door pers, fans en Duitse filmofficials, trekt Zimmer zijn meest ongemakkelijke gezicht: 'Jongens, moet dit nou? Ik ben het maar. Please.'

Hij haat pretenties, zegt hij later bij een persconferentie in een volle bioscoopzaal. 'Het mooiste wat ik ooit geschreven heb? Dat heb ik nog niet geschreven. Ik zou heel graag iets willen schrijven waar ik zelf echt heel gelukkig van word, maar dat is gewoon nog niet gebeurd.'

In de Zoo Palast beginnen we zelfs wat ongemakkelijk op de rode bioscoopstoeltjes te schuiven wanneer Zimmer vertelt over de samenstelling van zijn liveshow, die je toch echt zijn 'greatest hits parade' zou mogen noemen. 'Ik kon zelf absoluut geen keuze maken uit mijn werk. Toen ik aan het idee gewend was dat ik dit echt ging doen, dat ik live mijn filmmuziek zou gaan uitvoeren, in een echt bandje mét orkest, moest ik natuurlijk in mijn oude werk duiken. Vreselijk. Ik haatte alles. Ik had na uren luisteren genoeg materiaal voor een show van ongeveer 90 seconden. Ik gaf het op en vroeg de musici met wie ik deze shows wilde doen om een keuze te maken, om me te helpen bij de selectie. Dat deden ze: ze gingen stukken neuriën enzo, dingen voorspelen. Maar ik kon me de meeste melodieën niet eens herinneren. Ik had ze weggestopt. Speelden ze een thema uit Gladiator, een stuk waar ik nooit tevreden over ben geweest. Ik: moet dit er ook in, echt? Maar Hans, zeiden ze dan, dit wordt gespeeld in ijshockeystadions! Ja, dit moet er ook in.'

Hans Zimmer speelt 24/5 in Ahoy, Rotterdam, met het soundtrack-concert Hans Zimmer Live

Christian Bale in Christopher Nolans The Dark Knight.

Aardig

Hans Zimmer schrijft vrij veel, hij heeft een soundtrackje of tweehonderd op zijn naam staan. En dat wreekt zich dan weleens, zegt Zimmer. 'Ik zat gisterennacht in mijn hotel een HBO-serie te kijken. Leuke serie. Best een aardige soundtrack ook. De volgende dag keek ik weer een aflevering en toen drong het ineens tot me door dat ík die muziek had geschreven. Totaal vergeten. En dat gebeurt steeds vaker.' Gemurmel in de zaal. Moeten we dit nu allemaal maar geloven? Of probeert Zimmer hier het wereldrecord jezelf-de-grond-in-praten te verbeteren?

Ook dat is te onderzoeken, als Zimmer tegen het einde van de middag tijd vrijmaakt voor wat persoonlijker gesprekken, waarin hij toch echt niet meer weg kan komen met eventueel gespeelde nederigheid. Zijn Duitse agent begeleidt zijn bezoekers een voor een door de catacomben van het Zoo Palast, een prachtig bioscoopcomplex trouwens, dat precies de goede filmnostalgie ademt: 'Clark Gable was here.'

In een zacht-rood verlicht privéfilmzaaltje annex filmboekenbibliotheek zit Zimmer, op een klapstoel van rij 1. 'Niet zo comfortabel', vindt hij. 'Zullen we op de grond gaan zitten? En mag ik mijn schoenen uittrekken?' O nee toch, hij is ook nog vreselijk aardig.

Blockbusters vs Netflix

De tournee is een mooie gelegenheid voor heroriëntatie.

Hans Zimmer zit al bijna drie decennia op een troon in de Amerikaanse filmindustrie. Hij is een zeer geliefd filmcomponist en tekende voor een reeks blockbusters. Dat heeft hem aan het denken gezegd, zegt hij in Berlijn. 'Ik merk dat het in Hollywood steeds moeilijker wordt om andersoortige films te maken. We zitten in een tijdperk waarin de sequels en de superheldenfilms domineren en daarvan dreigt de kleine en meer avontuurlijke film het slachtoffer te worden. Geen goede zaak. En dan merk je dat de aandacht van het filmpubliek zich verlegt naar tv-series op kanalen als Netflix. Ik ben ook verslaafd aan die Zweedse series als Borgen. En ik ben ook geneigd mijn werk te verplaatsen naar die series, je volgt toch wat je leuk en interessant vindt. De live-tournee gebruik ik ook om mij te heroriënteren: een mooie gelegenheid om terug- en vooruit te blikken. Wat ga ik doen? Ik weet in ieder geval dat het na tien jaar Batman heel moeilijk wordt nóg een Batman-soundtrack te schrijven.'

Speelzucht

Hoe uiteenlopend ook de stijlen van Zimmers filmcomposities, in zijn scores van Rain Man tot Interstellar en Twelve Years a Slave zit toch altijd een zeker Zimmer-kenmerk. Het geluid lijkt soms belangrijker dan de melodie. Zimmer vindt zichzelf meer een geluidsontwerper dan een componist, en dat is volgens hem historisch te verklaren. 'Ik groeide op in een vrij muzikaal gezin en werd dus al snel achter de piano gezet. Maar het eerste wat ik wilde, was het geluid van die piano veranderen. Het was misschien iets heel kinderlijks: ik haalde graag dingen uit elkaar, om ze daarna weer in elkaar te zetten. En dan hield ik natuurlijk altijd losse onderdeeltjes over, die nergens meer in pasten. Ja, uit elkaar halen was altijd makkelijker. En leuker. Maar ik wilde dus het geluid veranderen, de piano modificeren. Ik heb, tot groot verdriet van mijn moeder, een perfecte piano vernietigd.'

Maar dat geknutsel met toetsen en snaren legde wel de basis voor het latere kunstenaarschap van Zimmer. 'Eigenlijk ben ik nog altijd zo met muziek bezig, in mijn studio. Ik werk met synthesizers en haal ook die dingen uit elkaar. Stoei met losse onderdelen, met computers, altijd op zoek naar bijzondere geluiden. Ik begon met een heel oude synth, de EMS VCS3. Een verschrikkelijk moeilijk apparaat. Het kostte me jaren om dat ding onder de knie te krijgen en al mijn geld ging eraan op. Ook daar leerde ik veel van: ik moest per se muziek maken met dat apparaat, juist omdat het me zo veel moeite en geld had gekost. En uiteindelijk lukte het dan ook en maakte ik precies de muziek die ik zocht met de middelen die ik had. Toen ik drie jaar geleden de muziek maakte voor de film Twelve Years a Slave van Steve McQueen, moest ik aan die periode terugdenken. Er was geen budget. Ik had geen orkest tot mijn beschikking,maar moest het doen met maximaal vier muzikanten. So what, dacht ik. Ook dit gaat lukken. Als ik maar blijf spelen, zoals ik als kind met muziek en geluiden speelde.'

Speelzucht is de verborgen kracht onder zijn filmmuziekkunst, zegt Zimmer. En dat is niet alleen bij hem zo, zweert hij. 'Ik spreek dus weleens af met Ennio Morricone, zoals ik eerder al vertelde. Nu lijkt dat misschien een heel academische man, een berekenend musicus. Maar toen ik hem voor het eerst ontmoette, zag ik het gelijk: dit is een man die weet hoe hij moet spelen. Dat herken je in elkaar. En het klopt natuurlijk ook, als je zijn revolutionaire filmscores, bijvoorbeeld voor Italiaanse westerns, even voor de geest haalt.'

Hans Zimmer Live

Voor zijn live-show, waarmee Hans Zimmer door Europa toert, herschreef hij een aantal van zijn meest geliefde filmscores, uit The Lion King, Pirates of the Caribbean, Inception en de Dark Knight-trilogie. Zimmer: 'Best moeilijk. Met de Batman-films ben ik tien jaar bezig geweest: hoe krijg je dat in éen goed stuk? Ik heb een aantal delen opnieuw gearrangeerd, en herschreven voor de gitaar van Johnny Marr (de gitarist van The Smiths, die in Ahoy meespeelt met Zimmer, red.). De muziek die ik schreef voor Angels and Demons vond ik altijd al rock-'n-roll. Dat is het nu, in de live-versie met elektrische gitaren, ook echt.'

Weer even een jongen in een bandje

Dat doen we: die rare roerdomp-fluit naast de snijdende surfgitaar in The Good, The Bad and the Ugly, zoiets? 'Precies. Morricone is een meester in het misbruiken van instrumenten. En dat komt dus voort uit speelzucht.'

De filmmuziek van Zimmer springt misschien minder bruut in de oren dan die van Morricone, maar is minstens zo revolutionair. Zimmer schept filmscorekunst door emotionele en soms lekker bombastische orkestklanken te combineren met duistere en apocalyptische elektronica. 'Dat heeft met mijn Duitse achtergrond te maken. Toen ik als puber de piano helemaal zat was, ging ik voor de popmuziek en de rock. En dan kom je in Duitsland eind jaren zeventig natuurlijk op de elektronica uit.'

Zimmer voegde zich in 1977 bij de Britse new wave-band The Buggles van toetsenist Trevor Horn. De componist is zelfs te zien in de baanbrekende clip bij het nummer Video Killed the Radio Star. 'Het was leuk, spelen in een bandje. Ik heb dat best gemist toen ik later alleen aan de slag ging met soundtracks. Misschien zit dat achter dat hele liveproject: ik hang een gitaar om mijn nek en ben weer even een jongen in een bandje.'

Kameleon

Maar die jongen moet dan wel diep in het eigen verleden duiken en muziek uit bijvoorbeeld de historische tekenfilm The Lion King spelen. 'Dat is op veel manieren moeilijk, maar vooral omdat die soundtrack bepalend is geweest voor mijn leven.'

Met zijn score voor de Disney-film uit 1994, bij liedjes van Elton John en Tim Rice, brak Zimmer door in Hollywood en werd hij de grote nieuwe blockbuster-filmscorecomponist. 'Ik maakte natuurlijk al soundtracks, voor gewichtige films voor volwassenen. Mijn dochter was nog klein en als ik naar weer eens een première moest, vroeg zij: wat ga je doen, pap? Dan vertelde ik dat ik naar een film ging waarvoor ik de muziek had geschreven, True Romance of zo. Dan keek ze altijd heel teleurgesteld. Toen ik het aanbod kreeg muziek te maken voor The Lion King dacht ik gelijk: dat is leuk! Dan kan mijn dochter van 5 ook eens mee naar een première, naar een leuke kinderfilm met lieve knuffelbeesten. Wist ik veel dat het een heel zware film was, over de dood en het verlies van familieleden. Ik ben zelf mijn vader verloren op jonge leeftijd en heb hem altijd enorm gemist. Het schrijven van de muziek voor The Lion King hakte er heel erg in bij me, die film dwong me om voor het eerst heel serieus met het verlies van mijn vader om te gaan. Ik had soms echt het idee dat ik een requiem aan het schrijven was, de leuke liedjes liet ik wel over aan Elton en Tim.'

Bij het schrijfproces voor The Lion King ontdekte Zimmer nog iets bij zichzelf: hij kon zich muzikaal nogal kameleontisch opstellen, zich muziekstijlen aanmeten die toch best ver van zijn eigen tradities verwijderd waren. 'Die Afrikaanse ritmes in die film, waar later iedereen het over had? Ik deed maar wat. Ik had een leuke jongen ontmoet in een autowasserij in Los Angeles, een Zuid-Afrikaan, en in zijn vrije tijd een groot musicus. Op hem ging ik mijn zogenaamd Afrikaanse muziek uitproberen. 'Is dit Afrikaans?', vroeg ik dan. Hij: 'Ja, het kan.' Op een geven moment had ik het volgens hem door: hij vond alles wat ik schreef perfect Afrikaans. Zelfs als ik een stuk pure Beethoven zat te spelen op de piano. 'Precies goed voor Afrika', zei hij dan. Het gaf me vertrouwen. En zo ben ik ook de muziek voor The Last Samurai gaan schrijven. Ik ging me eerst heel erg verdiepen in Japanse muziek - ik wilde de Japanse muziekcultuur natuurlijk niet beledigen. Maar hoe meer ik er over leerde, hoe zekerder ik wist dat ik het nooit zo zou kunnen schrijven. Ik ben gewoon maar weer gaan spelen, zoals altijd. En wat denk je, ik ga met die muziek naar Japan en daar zeggen ze: hoe kun jij in godsnaam zulke Japanse muziek maken? Het is allemaal niet zo moeilijk. Als je je werk maar niet als hoge kunst gaat zien, maar lekker blijft spelen.'

Disney's The Lion King.

Hans Zimmer

1957 Geboren in Frankfurt

1977 Lid van Britse new wave-band The Buggles

1980 Lid van de Italiaanse new wave-band Krisma

1980 Productiewerk voor oa punkband The Damned

1982 Eerste Britse arthouse-soundtracks, voor studio Lillie Yard

1987 Eerste solo-score voor Terminal Exposure (Nico Mastorakis)

1991 Thelma & Louise (Ridley Scott)

1994 Oscar en Grammy voor The Lion King (Roger Allers, Rob Minkoff)

2000 Golden Globe voor Gladiator (Ridley Scott)

2009 Grammy voor The Dark Knight (Christopher Nolan)

2010 Inception (Christopher Nolan)

2010 Ster op de Hollywood Walk of Fame

2016 Batman v. Superman met Junkie XL (Zack Snyder)

Hans Zimmer woont in Los Angeles met zijn vrouw. Met haar heeft hij vier kinderen.

Perfecte 'tourguide'

Nog een rode draad in het werk van Zimmer: de componist laat zich gidsen, gaat altijd op zoek naar de perfecte 'tourguide'. Soms is dat een jongen uit de carwash, soms de regisseur. 'Scripts lezen doe ik niet. Dat gaat mis. Als je een boek leest, maak je toch altijd zelf de film in je hoofd? Dat doe ik dus ook bij een script, en ik verzeker je dat die film er heel anders uitziet dan wat de regisseur in zijn hoofd heeft. Ik moet dus praten, en niet eens over de film maar over de ideeën, de achtergronden, de psychologie.'

Zo ging Zimmer in gesprek met Christopher Nolan, voordat hij zich zette aan de monumentale Dark Knight-trilogie, misschien wel Zimmers geliefdste soundtrackserie. En zo sprak hij met Ridley Scott gedurende het schrijfproces voor Gladiator. 'Een heel bijzondere man, die Ridley Scott. Hij kan verhálen vertellen. En terwijl hij praat, maakt hij tekeningetjes. Aan het einde van een gesprek heb je een soort stripboek in je handen. Ik zweer je: die plaatjes blijken later precies zo in de film te zitten.'

Met regisseur Terrence Malick praatte Zimmer een jaar lang over diens oorlogsdrama The Thin Red Line uit 1998. 'Hij trok bij me in, in mijn studio. We bleken allebei serieuze heavymetalfans, dus dat schiep al een band. En we zijn gaan praten, niet over de film maar over de ideeën die in zijn hoofd zaten. En over muziek van anderen, van Arvo Pärt tot Charles Ives. Hij wilde in zijn film ook bestaande muziek gebruiken, een stuk uit Das Rheingold van Wagner bijvoorbeeld. Dat werd echt een ding tussen ons, waarover we ook flink ruzie konden maken. Ik ging hem stangen: laat mij voor die scène nou een stuk schrijven, ik kan dat veel beter. Dat heb ik uiteindelijk gedaan, en ik moest heel erg lachen toen ik Wagners Rheingold later hoorde in zijn nieuwe film The New World. Ik denk niet dat ik nog eens met hem ga samenwerken.'

Zelfbeeld

Toch nog even over dat zelfbeeld van Zimmer. De filmwereld ziet hem als een soundtrackmonument; zelf omschrijft Zimmer zich als een kind in een muzikale speeltuin, een minimannetje van 2 centimeter hoog. Hoe zit dat? Zimmer: 'Ik heb echt een vreselijke hekel aan pretenties, mensen die verheven praten over hun kunst. Maar als je aandringt: ik wil best wat toegeven. Ik ben trots op mijn soundtrack voor The Da Vinci Code. Dat ontdekte ik een paar jaar geleden, toen die compositie werd gespeeld door het Israëlisch Philharmonisch Orkest onder leiding van Zubin Mehta. Ik zat in het publiek en ik dacht: het is écht niet slecht.'

'Ik had met die soundtrack willen bewijzen dat ik het kon: een muziekstuk schrijven dat op zichzelf zou kunnen staan, dat ook waardevol zou zijn zonder film. En het leek daar in die concertzaal ineens alsof het gelukt was. Weet je, het is gewoon een ding voor me. Ik heb geen klassieke muzikale scholing gehad en ben dus altijd in bepaalde mate onzeker; altijd is er het idee dat ik het niet kan, dat het onzin is wat ik doe. Deze soundtrack heeft me wat rust gegeven. En - ik weet niet of ik het mag zeggen - ik ben nu bezig met de muziek voor het derde Da Vinci Code-deel Inferno, en daar gooi ik echt alles in. Het wordt compleet anders dan alles wat ik ooit gemaakt heb. Ik maak de score volledig op oude analoge synthesizers. Een compleet synthesizermuseum, je wilt niet weten. En ik geniet van elke seconde.'

Audrey Tatou en Tom Hanks in Ron Howards The Da Vinci Code.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden