'Ik ben nooit uitgeweest op wraak'

Weer schreef Ted van Lieshout een boek over de relatie die hij als jochie had met een volwassen man. 'Ik voel me de ene dag slachtoffer en de andere dag niet.'

Ted van Lieshout op de bank Beeld Jeroen Hoffman

Op een dag kreeg schrijver Ted van Lieshout een telefoontje. Het was de pedojager die eerder zijn lezingen was komen verstoren. Of ze een paar minuutjes met hem kon praten. By the way, ze stond al voor zijn deur. Van Lieshout keek uit het raam en zag haar bellen op de stoep onder aan zijn pakhuis in hartje Amsterdam. Even later zat ze bij hem op de bank: ze vond dat hij pedofilie goedpraatte met zijn boek Mijn meneer en eiste dat hij alsnog aangifte deed tegen de man die hem als kind had misbruikt.

Toen Van Lieshout haar na drie kwartier zijn huis had uitgewerkt, kreeg hij ineens een onbehaaglijk gevoel: ze had hem natuurlijk thuis overvallen om te controleren of hij niet zelf een pedofiel was! Wie zo genuanceerd over pedofielen schrijft, is er vast zelf een, hij had het eerder gehoord. Hij bekeek zijn woonkamer door haar ogen: pluchen knuffels aan de muren, stapels kinderboeken op tafel, tekeningen voor zijn kinderboeken op het prikbord. Ai.

Het is een van de bizarre voorvallen in het leven van de gelauwerde kinderboekenschrijver Ted van Lieshout nadat hij in 2012 Mijn meneer had gepubliceerd, zijn eerste roman voor volwassenen, een veelgeprezen bestseller over de pedofiele relatie die hij als 11-jarig jongetje had met 'meneer Timmermans' (een pseudoniem). Het begon met legokastelen bouwen en ontaardde in aanrakingen op de divan en onder de douche.

De schrijver oogstte lof omdat hij de gevoelens van genegenheid die het kind voor de man koestert en de steeds intiemere relatie zo onbevangen beschreef, maar kwam ook onder vuur te liggen: hij zou seks met kinderen niet genoeg afkeuren. In zijn nawoord schreef Van Lieshout: 'Ik zag het zelf - ook al was dat misschien een misvatting van mij - als liefde.'

Maar hoe ging het daarna met hem, wilden lezers weten. Hoe had die pedoseksuele relatie zijn leven nu beïnvloed? Zijn nieuwe roman Schuldig kind is het antwoord daarop. Van Lieshout beschrijft daarin zijn onstuimige jeugd nadat hij meneer Timmermans had verlaten en blikt terug.

Van Lieshout maakte eerder tientallen gedichten, verhalen, illustraties, romans en prentenboeken voor kinderen waarin 'anders zijn' een belangrijk thema is. Hij won daarmee alle prestigieuze prijzen die er te winnen zijn, onder meer acht Zilveren Griffels, één Gouden Griffel, de Theo Thijssenprijs voor zijn gehele oeuvre en de Woutertje Pieterseprijs voor jeugdliteratuur. Hij schreef ook voor Het Klokhuis en Sesamstraat. Maar bij het schrijven van zijn nieuwste boek Schuldig kind kreeg hij ineens koud-watervrees.

'Ik had dit boek bijna niet uitgegeven', zegt Van Lieshout (61). 'Het schrijven was vier jaar lang een worsteling. Ik dacht steeds: dit wordt veel te intiem. Straks denken mensen: god, wat laat die man zich in zijn onderbroek kijken. Ik was ook bang dat lezers zouden afhaken omdat het zo'n zwaar verhaal leek te gaan worden.'

Hij is net terug van een week in Zuid-Frankrijk, waar hij met zijn vriendengroep van 'zeven kalende mannen op leeftijd' verbleef in een tot B&B verbouwde eeuwenoude hoeve te midden van de lavendelvelden.

CV Ted van Lieshout

21 december 1955 Geboren in Eindhoven

1975 Gerrit Rietveldacademie in Amsterdam

1999 gedichtenbundel Zeer kleine liefde

2009 Hou van mij: bijna alle gedichten en veel beelden 1984-2009

2012-nu Boer Boris, prentenboekenreeks samen met Philip Hopman

2012 roman Mijn meneer

2017 roman Schuldig Kind

Prijzen
Ted van Lieshout won vele onderscheidingen, waaronder acht Zilveren Griffels, één Gouden Griffel, de Theo Thijssenprijs en de Woutertje Pieterseprijs voor jeugdliteratuur.

In augustus verschijnt Van Lieshouts nieuwe dichtbundel Onder mijn matras de erwt.

Ted van Lieshout is single en woont in Amsterdam.

Waarom wilde u het boek toch per se schrijven?

'De lezers hadden een punt. Ik wist nog steeds niet hoe ik mezelf en het gebeurde nou moest zien. Noemde iemand me een slachtoffer, dan zei ik: dat ben ik niet. Zei iemand dat het wel meeviel, dan dacht ik: dat bepaal ik zelf wel. Ik voelde me de ene dag slachtoffer en de andere dag niet. Ik wilde zelfonderzoek doen als kunstenaar, al wist ik dat ik geen zonneklaar antwoord zou krijgen. Je kunt niet een periode uit je leven knippen en bedenken hoe het dan zou zijn gelopen. Het deel van mij dat door meneer Timmermans misschien is beschadigd, kan ik niet loskoppelen van wie ik ben geworden.'

Wanneer begon het schrijven te vorderen?

'Toen ik na die vier jaar een ingeving kreeg: ik maak er een tweegesprek van tussen de 15-jarige Ted en de Ted die ik nu ben. Zo kon ik in het hoofd van de jonge Ted kruipen én reflecteren als volwassene. Dat gaf me ook de mogelijkheid er humor en lucht in te brengen. Toen was het in een jaar geschreven.'

In het eerste deel van Schuldig kind interviewt Van Lieshout zijn jonge ik. Die heeft net zijn 'meneer' verlaten. Onomwonden vertelt hij over zijn (verdere) seksuele ontsporing. Als een behoeftige, zwakbegaafde knaap zijn badhokje in het zwembad binnendringt, weet hij zich geen raad; hij stemt schoorvoetend in. Van Lieshout beschrijft treffend de tegenstrijdige gevoelens van het naar aandacht hunkerende, misbruikte kind: 'Hij begon mijn benen te strelen, heel teder en zacht, zo ontzettend lief, dat ik plotseling niet meer kon zeggen dat het niet mocht. Hoe kun je nou iemand verbieden om lief te doen?'

In een rap tempo verlegt Ted zijn grenzen en belandt op vieze matrassen in aftandse kamers waar hij behoeftige mannen bevredigt voor een zakcentje. Met dat geld kan hij zijn pestkoppen op de mavo in Eindhoven afkopen en sparen voor zijn vlucht uit de provincie naar Amsterdam. Want hij vreest dat zijn moeder hem het huis uitzet als ze erachter komt dat hij homo is. 'Ben je eigenlijk niet gewoon een hoerenjongen', vraagt de oudere Ted halverwege aan zijn jongere ik. 'Net als u dan', repliceert de jonge Ted gevat.

Waarom ging u achter die mannen aan?

'Ik zocht liefde. Maar ik kreeg alleen seks. Ik heb er lang spijt van gehad dat ik meneer Timmermans verlaten had. Ik treurde en dacht: zo'n grote liefde vind ik nooit meer. Hij gaf me warmte en aandacht, bij hem voelde ik me bijzonder. Ik zocht naar een substituut en dacht: als ik nou eerst seks geef, komt de liefde later wel.'

'Ik ben nooit uitgeweest op wraak' Beeld Jeroen Hofman

Waarom beëindigde u de relatie met hem?

'Hij ging te ver, de relatie werd me te seksueel. Ik dacht ook: dan komt hij erachter dat ik homo ben en dat mag niemand weten. Hij niet, mijn moeder niet, de politie niet. Straks word ik opgepakt en in een gesticht gestopt. Mijn schuld- en schaamtegevoelens werden te groot. Ik voelde me medeplichtig omdat ik hem zelf opzocht. Ik ben niet door hem van een fiets de bosjes in getrokken, hoor. Ik vond het verschrikkelijk spannend en genoot van zijn aandacht, maar wist ook: wat we doen, mag niet.'

Het is niet de eerste keer dat u erover schrijft. Was het confronterend om er weer over te schrijven?

'Ja, in het normale leven ben ik er niet zo mee bezig, maar toen ik het verhaal op papier zag staan, dacht ik: het is toch best treurig verlopen voor die jongen. Al betwijfel ik of ik dat allemaal kan afschuiven op die meneer. Ik neem ook mijn eigen karakter mee.'

Van Lieshout omschrijft zichzelf als een kwetsbaar, ziekelijk jongetje dat leed aan eczeem en astmatische bronchitis, 'een stumper'. Hij dacht dat het nooit iets met hem zou worden: dat hij geen geld zou verdienen, geen liefdespartner zou vinden, geen geluk. Dat dacht hij al voordat hij 'meneer Timmermans' ontmoette. Hij was gewend om in zijn eentje door het leven te gaan en ging op zoek naar aandacht. Die vond hij bij hem. Het was een ander soort aandacht dan die hij thuis kreeg. Niet gericht op hem als zoon en broer, maar aandacht speciaal voor Téd.

Ted was de tiende in een reeks van twaalf. Zijn vader, aannemer, had al acht kinderen toen hij weduwnaar werd en met zijn moeder trouwde. Met haar kreeg hij nog eens vier kinderen. Toen Ted bijna 8 was, overleed zijn vader aan een hartaanval, op zijn 23ste verloor hij zijn jongere broer aan een erfelijke ziekte. In zijn jeugdpoëzie bracht hij beiden weer tot leven. Toen hij met dichten begon, wilde hij geen pratende dieren of kabouters opvoeren maar zichzelf: in zijn verhalen zouden andere kinderen zich vast herkennen. Zijn familieleden passeren geregeld de revue, maar aan psychologiseren waagt hij zich niet.

In Schuldig kind speelt uw moeder slechts een bijrol. Ze lijkt meer met vriendjes bezig dan met u.

'Mijn moeder werd jong weduwe en had genoeg aan haar hoofd. Ze was een mooie vrouw en de mannen zwermden om haar heen. Echt een lief moedertje is ze niet, maar ze heeft een geweldig gevoel voor humor dus dat heb ik stevig aangezet in mijn boek. Dat is mijn cadeautje aan haar, haha. In het echt is ze minder perfect dan ze zelf denkt. Ik poets nare dingen van familieleden weg als ik over ze schrijf. En ik heb geen schuld bij haar willen neerleggen. Ik houd er niet van als inmiddels volwassen kinderen hun ouders van alles verwijten. Je ouders zijn net zomin perfect als jijzelf.'

Wat vindt uw moeder van Schuldig kind, een even schokkende als schrijnende getuigenis?

Grinnikend: 'Toen ze het boek uit had, zei ze: 'Ik heb er vreselijk om moeten lachen, maar dat was vast niet de bedoeling.''

Spaart u meneer Timmermans ook in uw boek? U brengt uw seksuele ontsporing in verband met uw relatie, maar legt de schuld niet expliciet bij hem neer.

'Dat is aan de lezer om te bepalen. Maar het is niet goed geweest. Het bleek geen liefde, dat heeft me een beetje schuw gemaakt. Ik ben niet zoals andere kinderen spontaan begonnen aan een fijn seksueel leven van verliefd worden, stapje voor stapje jezelf ontdekken en steeds iets meer van jezelf geven. Het ging bij mij met horten en stoten. Ik heb mijn grenzen veel verder verlegd dan waar ik aan toe was. Ik vermoed dat ik niet naar al die mannen op zoek was gegaan als ik meneer Timmermans niet had ontmoet.'

Wanneer kwam u tot dit inzicht?

'Tijdens het schrijven van Schuldig kind. Toen ben ik gaan inzien dat het vormender is geweest dan ik dacht. Ik las ergens dat er een patroon is: jongens van wie de vader vroeg is overleden, zoals de mijne, hebben een grotere kans zoiets mee te maken. Toen dacht ik even: hij hield dus niet van me om wie ik was, maar hij wilde gewoon seks met een jongetje. Teleurstellend was ook de brief die hij me heeft geschreven.'

In 1993 vindt Van Lieshout een envelop met zwierig handschrift op zijn deurmat, afzender onbekend. In een lange brief uit meneer Timmermans zijn berouw en vraagt hij hem om vergiffenis.

'Zonde', schrijft Van Lieshout terug, 'het is een ontkenning van het mooie dat er was.' Dus ja, hij vergeeft hem en ontvangt een tweede brief, dit keer warmer van toon. Hij nodigt de man uit voor een ontmoeting en die schrijft terug hem te zullen bellen als hij daaraan toe is. Van Lieshout hoort nooit meer iets van hem.

Vijf jaar later publiceert Van Lieshout zijn jeugddichtbundel Zeer kleine liefde, waarin hij zijn gevoelens over de relatie die hij als kind had uit en 'mijn meneer' vergeeft. 'Dit boek is een bevestiging van een relatie die geen naam mocht hebben', schrijft hij. Zijn geheim is na dertig jaar publiek. Maar hij belooft dat hij hem nooit zal verraden.

'Ik voelde me medeplichtig omdat ik die man zelf opzocht' Beeld Jeroen Hofman

In de dichtbundel en in Mijn meneer heeft u uw brief-wisseling opgenomen. In Schuldig kind doet u dat weer. Probeert u zo contact met de man te krijgen?

'Nee. Ik ga ervan uit dat hij nog leeft, maar ik ben niet uit op contact. Die brief is bepalend geweest in mijn beeld van de relatie en mezelf. Het was een smeekbede om zijn identiteit geheim te houden. Hij dacht: die schrijver schrijft altijd maar over zijn jeugd, straks ben ik aan de beurt. Ik begrijp zijn angst wel, zijn leven zou voorbij zijn als ik zijn identiteit onthulde, maar ik vond het vooral slap. Het maakte de herinnering aan onze relatie minder mooi. Aan de andere kant was het natuurlijk ook moedig van hem om tot een bekentenis te komen.'

Na een stilte: 'Ik ben ook niet helemaal integer geweest. Toen ik hem destijds voorstelde elkaar te ontmoeten, deed ik dat op advies van een bevriende schrijver, zodat ik er mogelijk een boek over kon schrijven.'

U heeft veel macht over Timmermans, kunt op elk moment besluiten zijn leven te ruïneren.

'Dat is waar, maar macht verplicht, dus ik moet hem beschermen. Ik vind het nergens voor nodig om zijn leven te verwoesten. Als ik zijn laatste levensjaren verpest, zit ík met een schuldgevoel. Om mijn geweten zo schoon mogelijk te houden, gun ik hem het leven dat hij nu in de luwte leidt.'

Maar u blijft hem achtervolgen met uw boeken. Schuldig kind zal hem niet in de koude kleren gaan zitten, mocht hij het lezen.

'Dat kan me niks schelen, ik kan niet de hele wereld redden. Boos ben ik niet, ik ben ook nooit uit geweest op wraak. Ik denk niet dat ik zou willen dat hij mijn boek las of erop reageerde. Ik ben eroverheen gekomen. Het is al vijftig jaar geleden, een gepasseerd station.'

U bent er nog mee bezig.

Stilte. 'Dat is waar. Ik heb er geen last meer van, maar ik vind het nog steeds lastig er een helder oordeel over te vormen.'

In het tweede deel van Schuldig kind interviewt de jonge Ted zijn huidige ik, ook over zijn tijd na het verschijnen van Mijn meneer, als hij zijn stem in het maatschappelijke debat over pedofilie laat horen. Hij vindt dat pedofielenvereniging Martijn niet strafbaar moet worden en ondertekent daarom een petitie in de Volkskrant aan de Hoge Raad. De lijst met namen van de ondertekenaars circuleert op het internet en belandt onder meer op de website van een neonazi die een pedofielensymbooltje achter zijn naam plaatst: ineens is Van Lieshout zélf tot pedofiel gebombardeerd. In Schuldig kind doet hij verslag van zijn wanhopige pogingen om het symbool verwijderd te krijgen. Stel dat kinderen straks op die website stuiten als ze informatie over hun favoriete kinderboekenschrijver zoeken...

Het voorval toont volgens Van Lieshout hoe hysterisch de maatschappij reageert op pedofilie. 'Het gif zit zo diep in de samenleving dat ik zelfs moet benadrukken dat ik geen pedo ben maar een slachtoffer, en dat ik niet opkom voor de belangen van pedoseksuelen maar voor die van kinderen die in de verdrukking dreigen te komen.'

Waarom tekende u destijds de pro-Martijnpetitie?

'Ik vind dat iedereen het recht heeft om zich te verenigen en dat pedofielen zich beter bovengronds kunnen organiseren dan ondergronds te gaan. Ik wil vooral de discussie over pedofilie nuanceren en heb dat ook veel gedaan in krantenstukken en op televisie. De maatschappij reageert hysterisch op kindermisbruik: opsporen die pedo en aan de schandpaal ermee! Het lukt me maar niet om mensen het verschil tussen een pedofiel en een pedoseksueel uit te leggen. Een pedofiel koestert seksuele gevoelens voor kinderen. Een pedoseksueel hándelt daar ook naar en dat keur ik natuurlijk af. Meneer had van me af moeten blijven. Een kind kan de implicaties niet overzien, daarom is pedoseksueel verkeer terecht verboden.'

U noemde pedofielenhaat in een opiniestuk gevaarlijk.

'Ja, een kind dat misbruikt is, kan extra beschadigd raken als er hysterisch op hem wordt gereageerd.'

Op uw website haalt u de zaak van Vincent L. aan, de officier van justitie die wordt verdacht van ontucht met een tiener.

'Ik las in de krant dat de ouders alarmerende sms'jes van de man op de telefoon van hun 16-jarige zoon hadden gezien en ermee naar de politie zijn gegaan. Ik hoop dat ze dat in overleg met hun kind hebben gedaan. Toen ik mijn moeder op mijn 15de vertelde wat er was gebeurd, wilde ze direct, op haar hoge hakken, naar de politie hollen. Ik heb haar gesmeekt om het niet te doen. Anders had ze me in haar paniek aan mijn haren uit de kast getrokken en gebombardeerd tot getraumatiseerde. Dat was mijn grootste angst. Die 16-jarige jongen komt nu in de pers als iemand die geld vraagt om mee naar bed te gaan en ik kan me niet voorstellen dat hij die outing heeft gewild. Iedereen in zijn familie en buurt weet nu wat er is gebeurd. Hij is zijn privacy kwijt.'

'Mijn moeder heeft vreselijk om het boek moeten lachen' Beeld Jeroen Hofman

Wat zou u ouders, vanuit uw ervaring, aanraden om te doen?

'Ik zou zeggen: blijf kalm en tel tot tien, probeer niet in paniek of razernij te reageren, maar met je kind te bespreken wat voor hem het beste is. Dat is lastig in de heersende hysterie. Een kind denkt wel drie keer na voor hij zijn ouders inlicht. Media zouden niet zo hysterisch moeten berichten over kindermisbruik. Het bestaat nu eenmaal en zoek dan in godsnaam naar een manier om kinderen voor verder trauma te behoeden.'

Het valt op dat u scherper lijkt te worden naarmate u ouder wordt. Tijd heelt niet alle wonden.

'Ik vind juist dat ik weifelachtiger word naarmate ik ouder word. Maar mijn verhaal bevestigt eerder bestaande vooroordelen over pedofilie en pedoseksualiteit dan dat die worden ontkracht. Dat vind ik moreel gezien lastig. Ik wilde de goodwill ten opzichte van pedo's die ik eerder had gezaaid niet kapotmaken met Schuldig kind. Maar dat is volgens mij toch een beetje gebeurd.'

Heeft de pedojagende vrouw die bij u op bezoek kwam nog gereageerd?

'Nee, hoewel ik zeker weet dat ze kennis heeft genomen van Schuldig kind. Ze volgt altijd alles. Misschien is ze tevreden met de uitkomst, want mijn boek laat zien dat pedoseksueel verkeer niet ongevaarlijk is. Ook verder is het stil gebleven. Mijn boek heeft prachtige recensies gekregen, maar tot een maatschappelijk debat heeft het niet geleid. Ik hoop dan maar omdat het genuanceerd genoeg is. Daar ben ik blij mee, want ik sla er de mensen in elk geval een wapen mee uit handen om mij mee aan te vallen.'

Heeft u ooit overwogen om aangifte te doen, zoals zij eiste?

'Nee, dat zou hebben gevoeld als een onhebbelijke manier van wraak nemen. Die mevrouw verwijt mij dat, omdat zij ervan uitgaat dat een pedo het nooit bij één kind houdt. Als ik een aanwijzing had gehad dat hij inderdaad meer kinderen had lastiggevallen, dan zou ik aangifte overwogen hebben.'

Bent u dat kwetsbare, zelfverachtende jongetje inmiddels ontgroeid?

'Deels. Schrijven is mijn redding. Sinds ik als schrijver maatschappelijke erkenning heb gekregen, ben ik veel minder schuchter. Zonder die erkenning zou ik heel eenzaam zijn, ik ontleen er eigenwaarde aan. Prijzen hebben daaraan bijgedragen, maar ik raak ook ontroerd door peuters die mijn prentenboeken over Boer Boris uit hun hoofd kennen en door hun moeders, die haakwerkjes maken van Boer Boris. Die schouderklopjes van de buitenwereld heb ik af en toe nodig. Ik heb een zekere mate van geluk gevonden dankzij mijn schrijven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.