'Ik ben niet zo'n apostel van de liefde'

Interview..

‘He was a dreamer, she was a realist.’ Zo opent een wervende stem de trailer van het noodlottige liefdesdrama Bright Star. Om vervolgens, wanneer de verwachting voldoende is opgewekt met warm getinte bloemenvelden, sprookjesachtige kostuums en innemende hoofdrolspelers, te besluiten met: ‘This fall, from the Academy-winner Jane Campion, comes a romance that would live forever.’

Ja, die romantiek. Ze is ontegenzeglijk onderdeel van haar nieuwe film, die verslag doet van de onmogelijke relatie tussen de dichter John Keats (1795-1821) en diens buurmeisje Fanny Brawne (1800-1865). Maar wie de Nieuw-Zeelandse regisseur er vervolgens naar vraagt, krijgt een ontnuchterend antwoord. ‘Ik ben niet zo’n apostel van de liefde’, antwoordt Campion doodleuk. ‘Niet meer.’

En dat haar nieuwe film, die tijdens de festivals van Cannes en Toronto als ‘mogelijk Oscar-materiaal’ werd geclassificeerd, in de markt wordt gezet als ultiem romantisch epos, och: ‘In tegenstelling tot wat mensen vermoedelijk denken, ben ik er zelf niet zo in geïnteresseerd, die romantische liefde. Ik ben er wel overheen, denk ik. Oude schoenen zijn romantisch.’

Ze hoopt dat het publiek in Bright Star meer ontdekt dan een liefdesverhaal. ‘Keats leert je iets over de zin van het leven. Mij tenminste wel: dat een mensenleven een unieke gift is. Keats stierf toen hij 25 was, en was de laatste jaren van zijn leven zeer ziek. Toch heeft hij het leven in die korte tijdspanne wel geëerd.’

Campion (1954) draagt haar lange, grijs-blonde haar in een strakke staart en zit met kaarsrechte rug. Een makkelijk prater was ze nooit, maar vandaag in Cannes, oogt ze voor haar doen ontspannen. Gebleven is die giechel waarmee ze haar zinnen soms halverwege afbreekt. Of de gewoonte om, in een groepsinterview, toch ook even de mening te peilen van de verschillende damesjournalisten aan tafel; hoe ervaren die dat eigenlijk allemaal, als vrouw?

Campions positie binnen de filmwereld is een aparte. Ze voelt zich niet prettig bij de meer competitieve kanten; de festivalselecties, de nominaties en de onderlinge strijd om de prijzen. Tegelijk is ze een van ’s werelds meest bekroonde vrouwelijke cineasten. Ze is nog steeds de enige vrouw die in Cannes een Gouden Palm won voor beste speelfilm, met The Piano (1993), waarin een zwijgende pianiste valt voor een tussen de Maori levende Harvey Keitel. Voor The Piano kreeg ze ook nog drie Oscars, en werd ze als tweede vrouw in de geschiedenis genomineerd in de categorie ‘beste regisseur’. Sinds Campion viel enkel Sofia Coppola die eer ten deel, met Lost in Translation (2003).

Nooit won een vrouw de Oscar voor beste regie. Dit jaar telde de hoofdcompetitie in Cannes drie vrouwen, op ruim twintig regisseurs. ‘En volgens de statistiek is het daarmee een goed jaar’, zegt Campion. Ze wijt de schaarste aan de ‘old boys club’. ‘Ik stel me zo voor dat er inmiddels net zoveel vrouwen als mannen naar de filmscholen gaan, misschien wel meer. Ze maken wat korte films, tonen talent en vervolgens verdwijnen ze – dat is waar de jongensclub begint. Bij de filmfinanciering heerst een soort macho hang naar uiterlijk vertoon, men raakt opgewonden over iets als Spiderman. Dat lukt mij niet. En ik begrijp het ook echt niet.’

Niet dat ze iets tegen haar mannelijke collega’s heeft. ‘Integendeel, ik kan vaak zeer goed met ze opschieten. Ik geloof wel dat mannen onderling heel gemeen kunnen zijn, ze houden niet zo van delen. Maar Quentin Tarantino is ongelooflijk genereus. Ik ontmoette hem laatst en hij sprak zo aardig over Bright Star. Als hij je werk beschouwt, ziet hij ook echt elk detail. Wat hij maakt, staat zeer ver af van wat ik doe. Hij is een genie in het citeren, terwijl ik eerder bang zou zijn dat ik dan iemand kopieer. Soms begrijp ik hem niet eens helemaal, omdat hij zo’n meester is in ironie.’

Campions films zijn veelal karakterstudies van sterke, tegendraadse vrouwen, die om moeilijk te doorgronden redenen een ongemakkelijke weg kiezen in de liefde. De prijzenregen voor het ruim vijftig keer bekroonde The Piano maakte Campion midden jaren negentig een fenomeen; een uitgesproken vrouwelijke stem binnen een door mannen gedomineerde wereld. Die status creëerde een verwachting waaraan ze niet kon voldoen: haar Henry James-verfilming A Portait of a Lady (1996) was veelbesproken, maar vond niet de waardering van haar eerdere werk. Ook Holy Smoke (1999), waarin Harvey Keitel Kate Winslet uit religieuze verdwazing dient te redden, was te rommelig geregisseerd om meer dan een vluchtige indruk na te laten.

De wereldpremière van Bright Star kwam zes jaar na haar laatste speelfilm, de erotische thriller In the Cut met Meg Ryan. Ze koos er zelf voor, die pauze. ‘Ik had me voorgenomen om ongeacht de ontvangst van die film vier jaar vrij te nemen. Dat was nodig ook, want ik was bang dat ik een cliché van mezelf zou worden. Ik heb veel geborduurd, en de pony van mijn dochter verzorgd.’

De dichter Keats kwam min of meer toevallig op haar pad. ‘Ik had poëzie op zichzelf altijd een erg moeilijke kunstvorm gevonden, maar ik wilde er wel graag meer van begrijpen. Ik las een biografie van Keats en het verhaal van hem en Fanny overrompelde me. De brieven, die uitzonderlijke liefdesbrieven, zo schokkend passievol en pijnlijk. Die troffen me aanvankelijk meer dan Keats' poëzie. Het is de belevenis van een eerste liefde, die totaal is, zonder de beperking van eerdere ervaringen.’

Het duurde even voor ze er ook een film in zag. Campion heeft weinig op met wat ze de ‘geboorte-dood biopic’ noemt, de voorspelbare vertelvorm waarin cinema op z’n best een adequate, geïllustreerde samenvatting van een levensloop biedt. ‘Tot ik me realiseerde dat ik hun verhaal zou kunnen vertellen vanuit Fanny. Zij ontmoette hem toen ze 18 was, en hij 23, en hun relatie duurt twee jaar. Dat is compact genoeg om mee te kunnen werken.’

Fanny’s brieven aan Keats zijn niet overgebleven, die werden op diens verzoek na zijn dood verbrand. Zijn brieven aan haar wel. ‘Ze tonen een heel andere Keats dan de gedichten, laten meerdere kanten van hem zien. Hij is soms ook zeer anti-romantisch. Hij lacht om vrienden die verliefd worden, denk dat ze idioot zijn. Uit de brieven valt een betere voorstelling te halen van de Keats die Fanny zou hebben ontmoet: een grappige, brutale, uitdagende jongeman.’

Daarbij schuift het perspectief van Fanny ook enigszins over dat van de filmmaakster. ‘Ook Fanny houdt in eerste instantie niet van poëzie, maar ze wil wel weten wat hij doet. Ze raakt geïntrigeerd, zoals de bioscoopkijker dat dan ook zou raken, stelde ik me voor.’

Voor de rol castte ze de jonge Australische actrice Abbie Cornish. ‘Je kunt haar niet doorzien’, zegt Campion. ‘Ik weet niet eens of ze dat zelf weet, dat mysterieuze effect dat ze heeft. Veel jonge meisjes voelen zich geïntimideerd om te zijn wie ze zijn en zoeken continu goedkeuring. Ben ik oké? Mag ik ademen in deze kamer? Ik wist dat Fanny Brawne sterker moest zijn dan dat.’

Haar tegenspeler, de Britse acteur Ben Whishaw, speelde eerder een hoofdrol in Perfume: The Story of a Murderer. Net als Cornish las Whishaw zich vooraf uitputtend in, en hij liet zich bijscholen door wat Keats-experts. Toch, zegt hij, was die voorbereiding niet cruciaal. ‘Jane moedigde me aan om vooraf zoveel mogelijk te leren, maar hamerde er nog meer op dat ik het daarna los zou laten, om mijn eigen waarheid aan te spreken. Uiteindelijk kwam er niet veel intellect bij kijken, het was heel instinctief en intuïtief op de set.’

Wanneer Campion over haar vak spreekt is dat zonder bravoure. ‘Een nederig makende service-industrie’, noemt ze het regisseren. ‘Tijdens de opnames van Bright Star nam ik de positie in van een regisseur die wil verdwijnen, die slechts de film dient en niet nadrukkelijk aanwezig is.’

Ook in de repetities regisseert ze niet met strakke hand. ‘Soms voel je je vermorzeld, omdat iedereen er net naast zit, zoals een orkest dat voor het eerst repeteert. Maar dat kun je nog niet zeggen: je moet kalm blijven in die fase. Filmen eist een enorm vertrouwen in het groeiproces.’

Ze gaat er niet vanuit dat ze weer een jarenlange pauze zal inlassen, na Bright Star. ‘Ik heb de industrie bestudeerd en voor mezelf uitgevonden waar ik er in pas. Het is mogelijk om het soort films te maken waarvan ik houd, zolang ik werk binnen een bescheiden budget en goede acteurs aan me verbind.’

En ze heeft de hoop niet opgegeven dat het old boys network in de filmindustrie ooit verdrongen zal worden door een feminiene variant. Met een zucht: ‘Er komt een dag dat men doorkrijgt dat vrouwen een groot bioscooppubliek vormen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden