'Ik ben niet graag verliefd'

Over zijn vriendin Suzy is hij zo lyrisch dat Peter Buwalda zijn columnbundel naar haar vernoemde. Maar een echte family man zal hij nooit worden.

Peter Buwalda Beeld Petrovsky & Ramone

Suzy vindt van niet heet zijn bundel columns en hoewel hij het zelf heeft bedacht, schaamt Peter Buwalda (42) zich toch een beetje voor die titel. Nogal klef, om je vriendin zo nadrukkelijk te noemen. Aan de andere kant: vanaf zijn eerste column voor de Volkskrant, augustus 2013, speelt Suzanne er in een rol in. 'We zijn vorige week verhuisd naar Amsterdam-Noord', schrijft hij daarin en nu, ruim een jaar later, weet de beste abonnee ook hoe hij haar perendrupje en sugar snapje noemt, hoe hij met Suzy en haar dochtertje Keet naar de Sinterklaasintocht ging ('Ik heb vijf jaar op water en brood in een grot gewoond en nu moest ik me zingend tussen de jonge gezinnen begeven'), hoe hij op de hartbewaking van het BovenIJ-ziekenhuis belandde en hoe verslaafd hij is aan tandenstokers. Dat alles in vrolijk stemmend, sprankelend proza, lichter van toon dan zijn bestseller Bonita Avenue, maar even knap van taal.

Blij? Nee, blij is-ie niet met de bundel, of nou ja, het is 'geruststellend dat er een kaftje omheen kan', maar toen hij de columns teruglas, vond het hij het 'gewoon niks'. 'Ik heb momenten gehad dat ik er helemaal mee wilde ophouden, met die column. Gelukkig heb ik van Bonita Avenue geleerd dat die zelfwalging niet terecht hoeft te zijn. Toen dat boek uitkwam, had ik de neiging de hele oplage te laten vernietigen, hup, verbranden, zo slecht vond ik het.'

Van zijn debuut uit 2010 zijn 350 duizend exemplaren verkocht en inmiddels ligt de vertaling in vijftien landen. In januari 2015 verschijnt het boek in de VS bij uitgeverij Hogarth, die ook Het diner van Herman Koch uitbracht. Vier jaar werkte Buwalda als een kluizenaar onafgebroken aan zijn boek en al die tijd, zegt hij, dacht hij er geen moment aan dat het een succes zou kunnen worden. 'Ik had me afgesloten voor dat soort dagdromerij. Ik stond eens te douchen, ongeveer na tweeënhalf jaar werken aan het boek, toen mijn gedachten onverhoeds afdwaalden naar de Libris-prijs. Het woord longlist kwam in me op en even later het woord shortlist. Toen heb ik de kraan dichtgedraaid. Echt, serieus, daar moet je niet aan denken als je nog niet klaar bent. Zo'n roman is een klomp hopeloos verdriet. Het enige wat ik wilde, was het tot een goed einde brengen, verder verwachtte ik er niets van. De Bezige Bij had om te beginnen achtduizend exemplaren laten drukken. Ik dacht: als ik geluk heb, verkopen we er drieduizend. Dan wordt er een grote, diepe kuil gegraven waarin de overige vijfduizend verdwijnen. Dat wist ik zeker. Ik had als redacteur van andere schrijvers niet anders meegemaakt.' Lacht, bijna verontschuldigend: 'Ja, alle boeken waaraan ik heb meegewerkt, is het zo vergaan.'

Heb jij dan meer geluk gehad dan die andere schrijvers? Of een beter boek geschreven?

Goedgeluimd, met zachte g: 'Nee, ik heb wel een beter boek geschreven. Jaaa, wel een beter boek.'

Peter Buwalda zet twee bekers thee op tafel in het voormalige café in Tuindorp-Oostzaan waar hij met journaliste en columniste Suzanne Rethans (41) woont. Een groot huis hebben ze bewust gekocht, zodat hij ongestoord kan schrijven als haar kinderen - twee jongens van 14 en 11, een meisje van 6 - er zijn. Donderdag is zijn columndag; deadline 14.00 uur, maar sinds hij heeft ontdekt dat de werkelijke deadline bij de krant later ligt, loopt het steeds vaker tegen vieren. 'Die column speelt een heel grote rol in mijn week. Woensdagavond is het ergst. Dan loop ik hier rond als een roofdier, nog zonder onderwerp, volgens mij ben ik dan heel vervelend voor Suzanne. De volgende dag moet ik heel hard werken. Echt heel hard. Ik zit om half negen achter mijn computer, vroeg voor mijn doen, en dan gaat de tijd lopen. Of eigenlijk: die stopt, voor mijn gevoel. Ik word pas weer tijd gewaar als ik uren later klaar ben. Dan doet het overal zeer, ik ben niet naar de wc geweest, ik ben mijn hele lichaam vergeten. Het is verslavend om zo onder tijdsdruk te werken. Tijdens het schrijven zit ik te vloeken en te tieren en vraag ik me af: waarom doe ik dit? Maar als ik op send heb gedrukt, wordt de hel de hemel, in één seconde. Alles is weer leuk. Het leven is weer leuk.'

Hoe staat het ondertussen met je tweede roman? Vier jaar na de eerste?

'Ik zit ongeveer op tweederde. Aan Bonita Avenue heb ik vier jaar gewerkt, dus als ik in dezelfde omstandigheden had gezeten, had ik nu klaar moeten zijn. Maar mijn leven is sindsdien volledig binnenstebuiten gekeerd: optredens, interviews. Het gaat nog steeds door, tot vandaag. Ik weet niet eens meer of het waar is, zo vaak heb ik het verteld, maar ik geloof dat ik toen ik Bonita Avenue schreef overdag vijf keer naar buiten ben geweest, om naar de tandarts te gaan. In die tijd was dit een uitspatting geweest, dat ik nu met jou zit te praten. Je gaat toch niet om drie uur 's middags met iemand zitten praten? Over jezélf nota bene? Ben je helemaal gek geworden? Nu is het schering en inslag. Aan de andere kant: toen moest ik het wiel nog helemaal uitvinden, nu niet meer. Wat ik hoop - dat is een theorietje - is dat ik daardoor nu dezelfde kwaliteit haal op een andere manier. Of eigenlijk: bétere kwaliteit. Hoeveel mensen schrijven er niet een tweede roman die slechter is of wordt weggehoond? Neem Jonathan Franzen, die The Corrections schrijft, een onvergankelijk meesterwerk, en daarna tien jaar lang in een verduisterde kamer met oordoppen in keihard zit te werken aan zijn volgende boek, Freedom, dat nét iets minder blijkt. Dat heeft iets tragisch. Dat zou mij ook kunnen overkomen, natuurlijk. Dan zit ik nu te werken aan mijn eigen ondergang.'

CV Peter Buwalda

Geboren op 30 december 1971 in Brussel.

Opleiding
1990
Eindexamen vwo, in Venlo.
1991-1997 Studie Nederlands in Utrecht.
1997 Postdoctorale opleiding journalistiek in Rotterdam.
1998-2002 Redacteur UT-Nieuws, Universiteit Twente.
2003-2004 Redacteur bij uitgeverij L.J. Veen.
2005-2006 Redacteur bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.
2010 Debuutroman Bonita Avenue.
2014 Suzy vindt van niet, gebundelde columns uit de Volkskrant.

Bonita Avenue werd genomineerd voor twaalf literaire prijzen en won er vijf. Van de roman werden 350 duizend exemplaren verkocht; hij wordt verfilmd en is in vijftien talen vertaald.

Peter Buwalda woont samen in Amsterdam met journaliste en columniste Suzanne Rethans (41).

Suzanne zegt: 'Peter is bang dat hij zijn beste boek al heeft geschreven.'

'Nee hoor, zo is het niet, ik wil nog zeker tien romans schrijven, het liefst betere. Maar soms ben ik bang dat ik er niet genoeg energie in steek. Of dat het gevolgen heeft voor het eindresultaat dat ik niet meer zo monomaan kan zijn als in de tijd van Bonita Avenue. Het zou kunnen, als je ziet hoe ik toen leefde.'

Peter Buwalda groeide op in Blerick, bij Venlo, studeerde Nederlands in Utrecht, werkte voor een universiteitskrant in Enschede en daarna als redacteur bij literaire uitgeverijen in Amsterdam. Zijn laatste baan - 'Ik werkte toen bij een heel aardige, matige middenklasse-uitgeverij, zeg maar PEC Zwolle' - zegde hij op voor het schrijven van Bonita Avenue; een voorschot van 35 duizend euro hielp hem door die jaren. Hij had een vriendin destijds, en daarna weer een andere ('Peter heeft sinds ik hem ken nooit 48 uur zonder vriendin gezeten', zegt een oude vriend), maar kinderen wilde hij niet en een sociaal leven had hij nauwelijks.

'De daklozenkrantenverkoper, ja, die zei ik gedag als ik boodschappen ging doen. Dat was het wel op een dag.'

Nu is zijn leven behalve door het succes van zijn boek ook een stuk drukker door de kinderen van Suzanne, die haar man na veertien jaar voor hem verliet. JAN-lezeressen kennen het verhaal uit haar columns: de verliefdheid die insloeg als een bom, de ellende van de scheiding, de woede van de ex-man en zonen (een sms met 'KUTMOEDER'), het verdriet en het schuldgevoel, maar ook de stomende seks, de grote liefde en de behoorlijk goede afloop nu de gemoederen zijn bedaard en de kinderen deels bij haar ex en bij haar wonen.

Beeld Petrovsky & Ramone

Suzanne zegt: 'Peter is bezeten van drie dingen: van literatuur, van muziek en van mij.'

'O. Zei ze dat zo? Ja, dat is wel waar, ja. Ik ben gewoon dolenthousiast over haar.'

Een dubbelinterview met Suzy uit de columns heeft Peter Buwalda afgehouden - ook weer: te klef - maar vraag je hem hoe ze elkaar hebben leren kennen, dan volgt een levendig verslag. Eerst via Facebook, waarop zij hem om boekentips vroeg, daarna op een lezing, waarvoor hij haar uitnodigde. 'En jawel hoor, daar stond ze. Er was toen nog niet per se iets tussen ons, maar ik vóelde gewoon hoe zij met zo'n warm hoofd in de zaal zat te glunderen. We hebben die nacht daarna allebei nauwelijks geslapen. Ik dacht de hele tijd aan haar. Al heel snel wist ik dat ze getrouwd was en kinderen had, maar het ging van kwaad tot erger. Ik ging een maand als gastschrijver naar Wenen en in die tijd, gek genoeg op afstand, zijn we heel erg verliefd geworden. Toen ik terugkwam hadden we nog nooit gezoend, maar het pleit was al beslecht.'

Terwijl zij nog getrouwd was. Dat is een heftige tijd geweest.

'Ja. Alles wees erop dat we er niet mee moesten doorgaan, natuurlijk, want er moesten allerlei nare dingen gebeuren om samen te kunnen zijn. Maar het was onafwendbaar. Het was niet te stoppen.'

Hebben jullie dat wel geprobeerd? Je moest nogal wat brokken maken.

'Daar konden we niet echt over nadenken. Je denkt zo simplistisch in zo'n situatie. Als ik verliefd ben, ben ik sowieso rijp voor het gekkenhuis, en toen helemaal. Ik geloof dat haar ex-man destijds zei dat we aan de heroïne zaten, zo ontoerekeningsvatbaar waren we. Wij wimpelden dat weg, maar hij had natuurlijk wel gelijk. Misschien ís verliefdheid daarom ook wel zo: dat de versmelting zo ver gaat, opdat je beslissingen kunt nemen die buiten je ratio omgaan. Zo heeft de natuur dat blijkbaar geregeld. Het was een rare tijd. Suzanne kijkt er met plezier op terug, maar ik minder. Ik hou er niet van om stapelgek te zijn, namelijk, ik ben niet graag verliefd.'

Suzanne verliet huis en haard zonder dat jullie ooit een hele dag samen waren geweest.

'Ja. Suzanne moest grote beslissingen nemen, maar voor mij waren ze ook best groot. Ik kon het niet maken om af te haken terwijl zij het huis achter zich in de fik had gestoken, dus ik moest zeker weten wat ik ging doen. Terwijl ik dat eigenlijk niet kon weten. Ik wilde nooit kinderen en nu opeens zou ik toch mijn leven een beetje moeten inrichten op drie kinderen die niet eens van mezelf zijn. En die mij wel konden schieten. Maar als je het met iemand zo leuk hebt als wij, kun je die kinderen er ook wel bij hebben, zo blijkt.'

Je wilt geen kinderen, heb je altijd gezegd - eerdere relaties liepen er op stuk. Waarom niet?

'O, daar kan ik een boom over opzetten. Over de band tussen ouders en kinderen ben ik nogal cynisch. Het is maar zelden wat je ervan hoopt of verwacht. Daar heb ik schrijnende voorbeelden van gezien. Sterker: ik kende mijn eigen vader niet. Inmiddels is er contact, maar ik heb hem 35 jaar niet gezien en in die tijd heb ik ontdekt dat ik net zo'n goede band kan hebben met iemand van wie ik helemaal geen genen heb, namelijk mijn stiefvader. Die heeft mij samen met mijn moeder geweldig opgevoed. Daar heb ik de conclusie uit getrokken dat je in je leven mensen om je heen moet vergaren die je zelf uitkiest op grond van argumenten, niet op grond van dat kwakje dat iemand bij je moeder heeft achtergelaten. Want dat kan heel teleurstellend zijn. Ernstig teleurstellend.'

Dat weerhoudt de meeste mensen er niet van om het erop te gokken.

'Ja, door een romantisch misverstand. Maar als iedereen daar achter zou komen, houdt de mensheid op te bestaan. Ik kan ook heus vertederd zijn als ik in een of ander blad een moeder en een dochter samen stralend zie shoppen. Maar ik hou toch meer van de verhalen van Klaus Mann, de zoon van Thomas Mann, die zelfmoord pleegde omdat zijn vader beter was, en niet naar hem omkeek. Of dat gedicht van Szymborska met die lui die om het wiegje van Hitler staan. En zich afvragen: wat zal er van de kleine Adolf worden?'

Begrijp hem niet verkeerd, zegt Buwalda: zijn 'allergie voor de naïeve vrolijkheid rond het ouderschap' heeft hij ontwikkeld op grond van feiten, niet omdat hij een trauma heeft opgedaan. Want nee, hij heeft zijn biologische vader, die longarts is en het gezin al vroeg verliet, nooit gemist. 'Ik weet nog dat hij wegging, er reed zo'n grote verhuiswagen de straat uit. Ik was een jaar of 6. Ik vroeg: wat gaat papa doen? Papa ging op vakantie. Ha, met een flinke caravan, zou je kunnen zeggen. De eerst drie weken dacht ik nog wel: wanneer zou hij terugkomen? Maar na een half jaar is dat de nieuwe werkelijkheid en was ik eraan gewend geraakt dat hij er niet meer was. Ik stelde daar verder geen vragen meer over.' Dat hoefde ook niet, zegt hij: hij heeft een 'heel leuke jeugd' gehad met zijn moeder, zijn broer, stiefbroer en stiefvader Jaap Buwalda die al snel in het gezin kwam. Een 'goeie kerel die met ons voetbalde en stoeide', in een staalfabriek werkte en ook al twee zoontjes had uit een eerder huwelijk. De oudste, Menno, groeide bij hen op. 'Menno en ik schelen zeven maanden. Wij zaten samen op judo, en ik weet nog dat Anita, een heel sterk meisje van wie ik altijd verloor, op de ledenlijst onze geboortedata zag. En haar conclusies trok. Ze riep dat we geen broers konden zijn. Ik heb haar totaal in elkaar geslagen. De idylle van dat herstelde gezin was heilig voor mij, daar mocht niemand aan tornen. Ik heb ook al snel de achternaam van mijn stiefvader aangenomen. Dat was misschien een soort zelfbehoud, zo van: dit is het nou en hier ga ik voor door het vuur. Het staaft wel de theorie die ik heb dat nurture boven nature gaat. Iemand staat je aan om hoe hij zich gedraagt en dan maakt het niet uit of het je echte vader is of niet.'

'De idylle van dat herstelde gezin was heilig voor mij' Beeld Petrovsky & Ramone

Voelde je je afgewezen door je biologische vader? Vroeg je je af: waarom kijkt hij niet naar me om?

'Nee, totaal niet. Dat is me helemaal vreemd. Misschien ook door de substituut-vader die wel aandacht voor me had.'

Desondanks: verlangde je niet naar de liefde of de acceptatie van je echte vader?

'Dat heb ik niet nodig. Ook van mijn moeder en mijn stiefvader niet. Ik geloof erin dat een mens de optelsom is van zijn daden. Wat ik doe en nalaat, dát ben ik, en dat hangt niet af van wat mijn ouders daarvan vinden.
'Ik heb een keer een discussie gehad met mijn schoonzus die zei dat ze trots was op haar zoontje van 3. Ik zei: hoezo trots? Ik zou pas trots zijn als hij de Negende van Beethoven had gecomponeerd. Daar ligt voor mij de trotsgrens. Ik hoop niet dat mijn ouders trots op me zijn, zeg, daar is geen reden voor. Andersom vind ik nog erger: kinderen die tot in het oneindige loyaal zijn aan hun ouders. Dat gezemel over Máxima en haar vader op die bruiloft - als er maar 10 procent waar is van wat die Zorreguieta wordt aangewreven: weg met die man, ook al is hij je vader.'

Hoe zit dat bij jou? Voel je je loyaal aan je vader.

'Ja, maar dat is omdat mijn vader deugt.'

En aan je biologische vader?

'Nou, dat is een heel kort contact pas. Maar het is een sympathieke man en als dat contact bestendig blijft, zou die loyaliteit zomaar kunnen ontstaan.'

Hij nam pas weer contact met je op toen je bekend was geworden met Bonita Avenue. Vind je dat wrang?

'Nee, ik kon het me best voorstellen. Ik stond in de krant, ik was op tv, ik was twee jaar lang gespreksonderwerp bij hem en zijn vrouw aan tafel. Dan verandert er iets. Je kunt niet iedere dag op de bank naar mijn kop zitten kijken zonder daar iets mee te willen. Ik vond het nog netjes dat hij twee jaar heeft gewacht.'

Is dit niet die vorm van oneindige loyaliteit waarvan je bij anderen zegt: daar begrijp ik niks van? Na 35 jaar afwezigheid ontvang je hem met open armen?

'O, maar ik heb hem met lichte reserve ontvangen. Het moet nu ook weer niet zo zijn dat ik hem vaker ga zien dan mijn ouders. En als het een kwal was gebleken, was het een korte reünie geworden. Het is misschien omdat ik gecertificeerd doctorandus ben, maar ik ben blij dat ik mijn wetenschappelijke theorie tot nog toe niet heb hoeven aanpassen.' Grijns: 'Die geldt nog steeds.'

Lijk je op hem?

'Het studieuze, daarin lijken we op elkaar, dat was meteen duidelijk. We lezen dezelfde boeken, als we in een onderwerp geïnteresseerd zijn, weten we er meteen ook álles van. Hij spreekt tien talen: Hongaars, Spaans, Italiaans, Chinees, het is bijna niet te geloven. Hij is heel erudiet.'

Verschilt hij daarin van je stiefvader, die in een staalfabriek werkte?

'Ja, dat waren wel heel verschillende mannen, zeker in die tijd. Mijn vader heeft gewoon zijn hele leven keihard gewerkt om aan de kost te komen, met oordoppen in en een overall aan met niks eronder, vanwege de hitte van de ovens in de fabriek. Maar hij is absoluut geen onontwikkelde man. Naar het slotkoor van de Negende luisterde hij met tranen in zijn ogen.'

Is dat iets wat je bezighield als jongen? Of je meer op je biologische vader zou lijken?

'Nee, want ik ben dus niet zo van de nature, gek genoeg. Ik geloof erin dat ik mezelf heb gemaakt.'

Jij, die nooit kinderen wilde, bent nu min of meer stiefvader van drie kinderen. Hoe is dat?

'Ik zou er wel columns over willen schrijven, maar dat doe ik niet uit piëteit voor hun vader. Wat ik zou willen schrijven is dit: ik wilde nooit een afwasmachine, maar nu ik er eenmaal een heb, vind ik het toch wel fijn. Ik hoefde nooit een huisdier tot ik een cavia kreeg - je hebt nog nooit iemand zo blij zien klooien met zo'n beest als ik. Dat heb ik nu ook een beetje met de kinderen, voor zover ze er voor open staan natuurlijk. Kijk, het moet wel van twee kanten komen, en op de momenten dat dat zo is, vind ik het toch leuk. Hoewel ik ook blij ben dat ze hier niet altijd zijn.'

Beeld Petrovsky & Ramone

Een vriend van je zei: tot zijn verrassing is het leuker dan hij dacht.

'Wie zei dat? Baars, zeker? Ja, maar hij is een family man. Hij wil dat hartstochtelijk graag in mij ontdekken. En misschien heb ik dat ook wel tegen hem gezegd, gewoon om hem een plezier te doen. Maar ja: het valt minder tegen dan ik had verwacht.'

Toch zelf ook een kind?

'Nee, nee. Ook omdat mijn leven al vrij vol is met duidelijke bestemmingen: boeken en muziek. Ik kan ook wel kwaad worden op mensen die hun leven doorbrengen achter kinderwagens en langs sportvelden zonder dat ze iets belangrijks voor zichzelf hebben ontdekt.'

Hoe ver gaat jouw bezetenheid voor literatuur?

'Als ik moest kiezen tussen bepaalde vrienden nooit meer zien of bepaalde schrijvers nooit meer lezen, gaat er een streep door die vrienden. Ja, het is een boude uitspraak, maar ik meen het wel.'

Stel je fictie boven het echte leven?

'Een goed boek is duizend maal interessanter dan de werkelijkheid. Ik weet nog dat ik in Egypte op vakantie was toen ik Sabbath's Theater las van Philip Roth. Echt, die hele Nijl, daar kon je zo de stop uittrekken, die interesseerde me geen reet. Dat boek resoneert twintig jaar later nog na in mijn hoofd, er is niets dat ik in het echt heb meegemaakt dat daarmee is te vergelijken. Níets. Geen gesprek, geen ontmoeting kan daar tegenop. In het echt zijn mensen een stuk saaier. Ooit benaderde ik voor een studentenkrantje Herman Finkers. Hij schreef terug: ik ben helemaal niet leuk, alles wat ik aan leukheid in me heb, spaar ik een jaar lang op en dat komt er in een uur uit. Zo is het ook met fictie. Als Jonathan Franzen tien jaar doet over een roman die ik in twee weken tot me kan nemen, dat concentraat van verbeeldingskracht, die bom van menselijkheid, dan... dan is het echte leven daarbij vergeleken lauwe thee.' Buwalda wrijft zich in de handen. Niet dat hij over zijn privéleven zichtbaar terughoudend was, maar: 'Kijk, dít vind ik een leuk onderwerp.'

Je eerste roman ging over familiebanden, je tweede zal daar ook weer over gaan. Waarom steeds dat onderwerp?

'Ik heb daar kennelijk iets over te beweren. Zo heb ik dat ooit voor mezelf verklaard. Dat vond ik wel raar, omdat ik daar ten eerste dus nooit problemen mee heb gehad en ten tweede omdat ik er een beetje een kille opvatting over heb. Maar juist die kille opvatting is misschien interessant. Ik kan niet ontkennen dat mijn vader mijn vader is, dus iets als nature bestaat, maar hoe werkt dat dan? De meeste grote romans gaan over de mythe van familiebanden. De avonden, Portnoy's complaint, The corrections, De boeken der kleine zielen - ze laten allemaal zien dat het tegenvalt. In die zin ben ik totaal niet origineel.'

Peter Buwalda en Suzanne Rethans Beeld Petrovsky & Ramone
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden