'Ik ben niet gek en ik ben niet bescheiden'

DE LAATSTE grote omwenteling in de geschiedenis van de kunst voltrok zich in Europa in de jaren na de Eerste Wereldoorlog, maar het was in Amerika dat haar belangrijkste verworvenheid - de totale bevrijding van de traditie - tot bloei raakte....

Toen het ze in nazi-Duitsland te heet onder de voeten werd, trokken veel 'entartete' kunstenaars hun werk en roem achterna. Maar sommigen, zoals Kurt Schwitters, hadden pech. Deze veelzijdige kunstenaar - schilder, dichter, dadaïstische 'performer' en bezeten plakker van collages - ging in 1937, toen hij vanwege zijn openlijke bespotting van Hitler en Goebbels Duitsland inderhaast moest verlaten, de verkeerde kant op. Hij vluchtte naar Noorwegen, en toen ook dat land bezet werd naar Engeland, waar hij vervolgens als Duitser in een interneringskamp terechtkwam.

Het verhaal hoe Schwitters níet in Amerika terechtkwam - hij overleed in 1948 op 61-jarige leeftijd in Engeland, vlak voor zijn eerste solotentoonstelling in New York - is een van de informatiefste en ontroerendste hoofdstukken, van de hand van Gunda Luyken, uit de bundel Kurt Schwitters - Ik is stijl. De mooi verzorgde en rijk geïllustreerde uitgave met kunsthistorische beschouwingen, persoonlijke herinneringen aan Schwitters en gedichten (onder andere het beroemde gedicht 'An Anna Blume') en prozafragmenten van Schwitters zelf, begeleidt de gelijknamige tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam (tot 6 augustus).

Het boek staat niettemin op zichzelf en geeft een veel breder inzicht in de persoonlijkheid en het oeuvre van Schwitters dan de tentoonstelling, die een teleurstellend brave en eentonige, chronologische opstelling is van zijn schilderijen en collages. Schwitters beschouwde al zijn uiteenlopende activiteiten als de bouwstenen van een 'totaalkunstwerk', dat uiteindelijk gestalte zou krijgen in zijn levenswerk, de Merzbau. Tijdens de oorlog is zijn huis in Hannover, met daarin de Merzkamer, onder puin bedolven. Schwitters' droom het op te graven en te herstellen ging al evenmin in vervulling als zijn reis naar Amerika. Voor een reconstructie in Engeland, waarvoor in Amerika geld bijeen is gebracht, had Schwitters geen tijd van leven meer.

Langzamerhand zal er niemand meer in leven zijn die dit vreemde en onthutsende werk, dat permanent in wording was, aanschouwd heeft. Schwitters vriend en mededadaïst Hans Richter geeft er in zijn bijdrage 'Hannover-Dada' een indruk van, en concludeert tevens dat in werkelijkheid Schwitters zelf het 'gesamtkunstwerk' was. 'Schwitters', schrijft Richter 'was absoluut en onbeperkt en 24 uur per dag VÓÓR kunst.' Niet met grote woorden. 'Integendeel, elk tramkaartje, iedere envelop, elk kaaspapiertje, elk sigarenbandje, kapotte schoenzolen en veters, metalen draden, veren, poetslappen, al wat was weggegooid. . . dat alles sloot hij in zijn hart en kreeg weer een ereplaats in het leven, in zijn kunst inderdaad.' Hij verwerkte het allemaal in zijn collages, een kunstvorm die Schwitters van de Franse kubisten overnam, maar die hij een geheel eigen, kleurrijke en vrije vorm heeft gegeven.

Merz (afgeleid van het woord 'komMERZ' in een advertentie), de term die Schwitters voor al zijn collages gebruikte, 'staat', verklaarde hij in 1920, 'voor de bevrijding van alle ketenen'. Collages bleken de geschikte uitdrukkingsvorm voor de vrijheid en de sociale omwenteling die volgden op de Eerste Wereldoorlog. 'Alles was toch al kapot en uit de brokstukken moesten nieuwe dingen gemaakt worden: dat is Merz.' Na Schwitters kón alles in de kunst, en op hem grijpen alle naoorloogse anarchistische kunstbewegingen terug, zoals Fluxus, Nul of Pop-art, die de nederigste voorwerpen uit het alledaagse bestaan tot kunstwerken verhieven.

Naast de mysterieuze Merzbau, is het vooral de Ursonate, een gedicht in klanken, die Schwitters bij een groot publiek onsterfelijk heeft gemaakt. Wie ooit Schwitters' eigen voordracht in Hannovers dialect (opgenomen op een plaat in de jaren veertig) heeft bijgewoond, weet dat deze nooit door een ander geëvenaard kan worden. Richter vertelt hoe Schwitters eens een verbluft publiek van Pruisische notabelen tot huilens toe aan het lachen kreeg tijdens de ruim een half uur durende voordracht van de Ursonate. Ze vergaten hun stijve omgangsvormen en drukten Schwitters - een wat burgerlijk uitziende lange man met een buikje - aan de borst.

Afgesneden van zijn geestverwanten in de oorlogsjaren, berooid en ziek, behield Schwitters zijn legendarische energie. Over de erkenning die hem ooit toe zou vallen, was hij optimistisch. 'Ik ben niet gek en ik ben niet bescheiden', verklaarde hij in 1931. 'Ik weet heel goed dat voor mij en al de andere belangrijke persoonlijkheden van de abstracte beweging de tijd zal komen waarin wij een hele generatie zullen beïnvloeden.' Ik zal het wel niet meer meemaken, voegde hij er berustend aan toe.

Door zijn isolement, door zijn veelzijdigheid misschien, waardoor hij moeilijk valt 'te plaatsen', kwam voor Schwitters de erkenning later dan voor zijn geestverwanten, met wie hij Europa doorkruiste en hilarische dada-happenings hield, zoals met Hans en Sophie Arp, en Theo en Nelly van Doesburg. De kunsthistorische beschouwingen van Rudy Fuchs en Siegfried Gohr geven Schwitters in deze bundel, die de feestelijke glans van een waar liber amicorum heeft, een ereplaats als een van de bruggenbouwers naar de hedendaagse kunst.

Wie Kurt Schwitters was, illustreert het mooist een foto op de eerste bladzij van het boek. Het is een opname uit 1935 of 1936 van Schwitters alleen in een ouderwets houten roeibootje tussen twee ijsklompen op de Djupvand. Hij heeft één roeispaan die hij tegen de ijswand duwt, zijn blik is omhoog gericht. Hij is voor dit avontuur gekleed in een pak met vest en hij draagt een das. Niemand heeft Schwitters ooit anders gekleed waargenomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden