'Ik ben erg vóór het belasten van het publiek'

De jazzpianist-componist Michiel Braam neemt zondag de Boy Edgar Prijs in ontvangst. De winnaar van de belangrijkste Nederlandse jazzprijs houdt van spontaniteit....

Van onze medewerker

Frank van Herk

ARNHEM

'Een koebel vind ik aan een koe veel mooier klinken dan in een Latijns-Amerikaans orkest.' Michiel Braam, de 33-jarige jazzpianist-componist die zondag de Boy Edgar Prijs krijgt uitgereikt, hecht veel waarde aan spontaniteit, en beschouwt muziek als 'een manier om te proberen weer onschuldig te zijn'.

Niettemin beschikt hij over veel kennis op een breed muzikaal terrein, baseert hij stukken op twaalftoons-reeksen, en heeft hij de ijzeren wetmatigheden in de stijl van Lennie Tristano bestudeerd. Logica en intuïtie strijden dus bij hem om de voorrang, wat een aangename spanning oplevert. Soms zegt mijn zoontje van vier: ''Jeetje, dát was een raar stuk.'' Maar niemand hoeft er bang voor te zijn, hoor.'

Tijdens de tienerjaren, als je muzikale invloeden op de meest natuurlijke manier opneemt, luisterde Braam veel naar heavy metal. Hoewel er geen rechtstreekse verwijzingen zitten in wat hij nu maakt, vindt hij dat de zware rock een belangrijk effect heeft gehad: 'Wat ik daarvan heb meegekregen, is dat muziek altijd power moet hebben. Ik heb er sinds m'n twintigste niet meer naar geluisterd, maar Pat Travers bijvoorbeeld, dat was niet vrijblijvend. Ik heb nog gevraagd of ik bij de prijsuitreiking een duet mocht spelen met gitarist Eddie Van Halen, die bij mij in de buurt in Nijmegen is opgegroeid, voor hij naar Amerika emigreerde. Maar dat bleek niet haalbaar.'

Michiel Braam studeerde aan het Arnhems Conservatorium, waar hij nu docent is, maar deed veel van zijn vaardigheden op in de praktijk. 'Toen ik twintig was, had ik een dansorkest waar ik alles voor schreef. Ik raad het mijn compositie-studenten nu ook aan meteen een orkest te beginnen, want alle problemen van het schrijven voor blazers kom je dan tegen, en tijdens de repetitie kun je meteen horen of je ze goed hebt opgelost.

'Na verloop van tijd wordt schrijven een soort tweede natuur. Het heeft ook wel negatieve effecten. Zo heb ik jarenlang voor trompet nooit iets boven de hoge C geschreven, maar dat was eigenlijk alleen omdat de trompettist van dat dansorkest dat liever niet speelde.'

Weer andere ervaringen deed Braam op als basgitarist in een folkgroep, bij het spelen van funknummers van Dr. John, en in het European Danzón Orchestra, waarvoor hij Cubaanse dansmuziek schreef, met zijn eigen opvattingen over melodie en harmonie, maar waar in Cuba tot zijn grote tevredenheid toch op gedanst werd. 'Ik probeer in elke muzikale situatie iets van mezelf toe te voegen, zonder de stijl geweld aan te doen. Ik heb ook nooit de behoefte andere genres te ironiseren, of belachelijk te maken. Ooit heb ik op een feest in Groningen samen met (de moderne Frans klarinettist) Louis Sclavis The Girl From Ipanema gespeeld. Niet als grap: op dat moment klopte het. Wij waren de barden van de avond.'

De hoofdmoot van Braams werk is, ondanks die veelzijdigheid, toch het werk waarin hij zijn visie op de jazztraditie toonzet. Het duo Two Penguins In The Desert, met saxofonist Frank Nielander, waarmee hij standards ontleedt en toch in leven laat. Bentje Braam, dat inmiddels niet meer bestaat maar waarmee hij wat meer de vrije ruimte zocht, wat hij nu doet in een kwintet met rietblazer Frans Vermeerssen. En tegenwoordig vooral de Bik Bent Braam, die vorig jaar het veelgeprezen XIJZ der Bik Bent Braam uitbracht (BVHaast 9610-11), een geen moment vervelende dubbel-cd met zesentwintig gevarieerde stukken, van Aardedonker tot Zwoerdspek met humor en swing het alfabet door.

'Die heb ik in een paar weken geschreven, twee stukken per dag. Over muziek moet je niet te lang nadenken. Gewoon zitten en schrijven. Ik wil dat het klinkt alsof het spontaan ontstaan is. Natuurlijk heb ik vantevoren wel een schema, ja. Helemaal onvoorbereid ben ik niet. Maar wat daarmee gebeurt, gooi ik er het liefste in één keer uit. En ik hoop dat de muzikanten er daarna mee aan de haal gaan, want ik verveel me snel en iets moet niet steeds weer op dezelfde manier worden gespeeld.

'Ik probeer het ook wel eens met zo min mogelijk structuur. Het stuk X bijvoorbeeld heeft als uitgangspunt alleen de instructie dat iedereen drie noten krijgt en het niet langer dan drie minuten mag duren. Het bleek een vruchtbare manier om met dertien muzikanten vrij te improviseren zonder dat het een kakofonie werd.

'Maar meteen daarna wil ik dan weer een ander procédé, want ik ben erg vóór het belasten van het publiek, maar niet te lang. Zelf krijg ik dan ook weer behoefte aan herkenbare elementen. Zo gebruik ik nog heel vaak de 32-maten-vorm, AABA, waarin zoveel songs en composities geschreven zijn. Die vorm heeft zich bewezen, het is een mooie spanningsboog, je kent hem al van kinderliedjes, het is een traditie die er niet voor niets is.

'Je moet er ook weer niet te streng aan vasthouden, aan die vier maal acht maten, want de logica van het stuk zelf is belangrijker, en die wordt voor een groot deel bepaald door de melodie. Monks Criss Cross heeft bijvoorbeeld een B-gedeelte van zes maten, en dat klinkt fantastisch. Het A-tje van Yesterday heeft zeven maten, en dat hoor je er niet aan af want het klinkt volkomen natuurlijk. Zoals zoveel bij de Beatles niet klopt als je het gaat uitrekenen, maar wel werkt.

'Er is ooit een kunstconcours gewonnen door een kind van drie, zijn ouders hadden een tekening van hem opgestuurd om de jury te foppen. Ik vind dat volkomen logisch: zo'n kind denkt er niet te veel over na, er zit helemaal geen bedoeling achter. Ja, honderd kindertekeningen, daar zitten dan weer oninteressante tussen, en dan heb je het toch weer over talent, dus over structurerend vermogen. Maar het gaat mij erom dat iets niet doodgeconstrueerd is, wat ik in veel jazz wél hoor. Dat mensen bezig zijn met hun toonladders, over de akkoorden heen, en niet met de spanningsboog. Oervervelende solo's die zomaar ergens beginnen en zomaar ergens ophouden. Tussendoor heb je dan duizend noten gehoord, maar waarom? Het is vaak allemaal zo fragmentarisch, terwijl ik erg hou van functionele harmonie. Het doel is te vertrekken van een duidelijk punt, en na een spannende reis daar weer thuis te komen. Dat heb ik toch vooral overgehouden van de popmuziek, denk ik.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden