'Ik ben er nog'

Blijven componeren, zeiden de dokters, al gaven ze hem nog maar enkele maanden. Oudopera-intendant Jan van Vlijmen weet niet of hij zijn eigen premières nog zal beleven, maar hij heeft geen keus....

'Een dag of wat geleden kreeg ik een telefoontje van Stockhausen. Hij had er pas net van gehoord, van mijn situatie, en belde onmiddellijk op. Een gevoelige man. Hij heeft zo zijn eigen preoccupaties met het hiernamaals, en daar probeert hij mij dan van te overtuigen. De bedoeling is goed, maar hij heeft me niet veel wijzer gemaakt, vrees ik.'

De componist Karlheinz Stockhausen, die de overtuiging is toegedaan dat alle musici – mits van toereikend kaliber – na hun verscheiden een nieuw leven beginnen op Sirius, heeft dat geloof tot handleiding gemaakt van een compleet muziektheatraal oeuvre. Het zou een bemoedigende gedachte kunnen zijn.

Jan van Vlijmen (68): 'Ik heb er helemaal niets mee. Dat zei ik hem ook. De dood is voor mij het absolute niets. En het niets, daar valt niet over te praten. Nou ja, iedereen zoekt zijn troost, een soort zekerheid over wat er ”daarna” gebeurt. Angst, het bekende verhaal.

'Schönberg heeft eens een bijna-doodervaring gehad. Wat hij hoorde, schijnt hij verwerkt te hebben in zijn Fantasy voor viool en piano. Als er goeie muziek uit komt, kan het nooit kwaad. Maar volgens mij is het allemaal onzin. Je hoeft voor de dood ook niet bang te zijn, vind ik. Hoogstens voor de lijdensweg. Ik weet trouwens helemaal niet wat er gaat gebeuren. Met mijn ziekte is dat erg onduidelijk.'

Het uitzicht van Van Vlijmen over de grazige heuvelen bij het Franse Mortagne is fabelachtig. Blikvangers zijn twee stokoude linden. Die twee, wijst de voormalige opera-intendant Van Vlijmen, gaven de doorslag, toen hij vijftien jaar geleden de heksenketel ontvluchtte van een verscheurde, met miljoenentekorten kampende Nederlandse Opera, en op zoek ging naar een componeervertrek in Normandië.

Nu ja, het Holland Festival kwam er nog zeven jaar tussendoor: 'Arie van der Zwan, die daar voorzitter was, was natuurlijk een ongelooflijk slimme rakker. Het Holland Festival had een directeur nodig, maar het had óók een miljoenentekort. Van der Zwan doorzag dat dat mij de mogelijkheid bood me te revancheren. Verdomd goed gezien. Want er waren er heel wat die zeiden: ”Gaan ze nou wéér met die vent in zee? Dat wordt niks.” Alle problemen heb ik opgelost, maar het was me wel een gewroet om er nog iets van te maken.'

Sinds zijn afscheid van het festival in 1997 produceerde Jan van Vlijmen, eindelijk der Welt abhanden gekommen, drie orkestpartituren, een opera, kamermuziek en ensemblestukken. Naast het bewerken van Bachs complete Kunst der Fuge voor veertien instrumenten, bestond de discipline uit wandelen naar het dorp. 'Iedere ochtend. Om brood te kopen, koffie te drinken, de krant te lezen, en met oude mannen aan de tap te praten over helemaal niks. En dan weer terug.'

Acht kilometer lopen is er niet meer bij. In december werd bij Van Vlijmen leukemie geconstateerd. Artsen gaven hem nog enkele maanden. 'Maar ik ben er nog, gek genoeg.'

Tijdgenoten, heet de concertserie van het Asko-Schönberg Ensemble en het Amsterdamse Concertgebouw, waarin volgende week de componisten Van Vlijmen en György Ligeti centraal staan. Van de hoogbejaarde Ligeti klinken scènes uit de opera Le grand macabre. Ook bij Van Vlijmen is het of de duvel ermee speelt. Hij is vertegenwoordigd met een cantate, gecomponeerd in 1993 en getiteld Inferno.

'Dat stuk gaat over de hel op aarde', wuift hij sereen. 'Het is geen schildering van helse toestanden na de dood, maar een klaagzang. Ik sta bekend als iemand die graag met lamento-achtige zaken in de weer is.'

Door mij gaat ge in de droeve stad der smarten./Door mij gaat ge in de wereld der verdoemden, dichtte Dante in de derde hellezang van zijn Divina Commedia. Primo Levi citeert eruit in het boek waarin hij verslag doet van zijn ervaringen in Auschwitz, Is dit een mens. Het bracht Van Vlijmen – 'de Tweede Wereldoorlog is mij altijd blijven bezighouden' – tot een partituur voor zeven vocale en instrumentale groepen. Lyrische zanglijnen, omspeeld door een filigrain van verspreid opgestelde strijkers en blazers, vergezellen een spreekkoor dat de smarten van de citta dolente fel uit de doeken doet – tot de berusting intreedt, en een merkwaardig hemelse klank krijgt van celesta, strijkers en getokkelde harp-en mandolinesnaren.

Gij die hier binnentreedt, laat varen alle hoop: 'Voor mij ligt de parallel van Auschwitz en die versregel van Dante in de gruwelijke kreet boven de poort van het vernietigingskamp, Arbeit macht frei.' Verder houdt Van Vlijmen zich liever aan het motto van Harry Mulisch in zijn partituur ('De hemel was onmogelijk, alleen de hel bestond eventueel'), dan dat hij zelf herinneringen ophaalt aan zijn oorlogsjeugd. 'Als men mijn jonge jaren een ”witte vlek” noemt, zoiets waar niemand wat van weet, dan is dat precies zoals ik het hebben wil.'

Naast de tuba en de contrafagot lispelt de basklarinet, zoals wel vaker bij Van Vlijmen. 'Vrolijke muziek bestaat niet. Ken jij lichtvoetige muziek? Ik zou niet weten hoe het zou moeten. Ik hoor dat Louis Andriessen ook bezig is met een Inferno.'

De Franse idylle, ze schijnt voor Nederlandse componisten op maat gesneden. Matthijs Vermeulen vluchtte naar de banlieue na zijn ontgoochelingen in Amsterdam. Ton de Leeuw zocht de silence op na een afmattend directeurschap van het Amsterdams Conservatorium. Rudolf Escher kwam er weliswaar niet toe zich in Frankrijk te vestigen, maar ging erheen, desnoods op de fiets. 'Ik voel me ook beter in mijn vel zitten in Romaans georiënteerde landen dan in Duitstalige', zegt Van Vlijmen.

'Eigenlijk nogal paradoxaal, want ik ben verknocht aan de midden-Europese cultuur. Ik heb ook iets met de dichter Paul Celan, die in het Duits bleef schrijven, ook toen hij naar Frankrijk ging. En met Canetti, die in het Duits schreef maar dan heel helder. Ik heb een Latijnse behoefte aan helderheid. Ik heb ook meer met Gesualdo dan met Richard Strauss. En ik voel me thuis in Parijs. Ik voel me als componist verwant aan Boulez. Ik geloof dat ik de enige Nederlander ben die dat nog hardop zegt.'

Ooit beleefde de eerste pianosonate van Pierre Boulez, een sleutelwerk van de avantgarde, haar Nederlandse première in Amersfoort. De executant was Van Vlijmen, pas afgestudeerd aan het Utrechts conservatorium in de vakken piano, orgel en compositie, en op z'n vijfentwintigste beroepen tot het directeurschap van de Amersfoortse muziekschool. Een paar jaar later ('Nee, we kenden elkaar nog niet') brachten Boulez en Bruno Maderna muziek van de Kees van Baaren-leerling Van Vlijmen over de grenzen tot klinken.

In de Parijse Cité de la Musique, thuisbasis van het Ensemble InterContemporain, hoort Van Vlijmen thans tot de regelmatige bezoekers van Boulez' concerten. 'Af en toe maken we een praatje, we zijn nog wel bevriend.' Een reservering voor het nieuwe seizoen heeft hij niet meer genomen. 'Ik doe dat alleen als ik er ook nog gebruik van kan maken.'

De Cité de la Musique heeft overigens wel laten weten dat een van haar programmeurs naar Amsterdam komt om te luisteren naar Inferno. Opmerkelijk, omdat het onder Nederlanders in Frankrijk niet de gewoonte is dat ze de aandacht trekken van het Franse muziekleven. 'Ikzelf pieker er niet over te gaan leuren met mijn werk', zegt Van Vlijmen. 'Ik blijf een product van Kees van Baaren, die altijd zei dat hij zijn stukken te vondeling legde.

'Nog iets merkwaardigs: voor de buitenwereld [Vervolg op pagina 13] [Vervolg van pagina 10] was ik toch altijd in de eerste plaats zo iemand die banen heeft. Functies. Directeurschappen. György Kurtág, een componist met wie ik goed bevriend ben, die zegt: ”Jij hebt één handicap, en dat is dat iedereen jou kent als organisator.”

'Ik straal dat kennelijk uit. Ik ben iemand tegen wie ze altijd zeiden: ”Is dat niks voor jou?” Van Baaren zag het al zo. Toen die de wethouder uit Amersfoort op bezoek kreeg – men was nogal benauwd omdat ze een 25-jarige kregen aanbevolen als directeur – moet hij de onsterfelijke woorden hebben gezegd: ”Mijne heren, dit is een probleem dat elke dag kleiner wordt.” Ik had er na een jaar of vijf alweer genoeg van, maar even later vroeg Van Baaren of ik zijn adjunct wilde worden aan het conservatorium in Den Haag, waar hij net was benoemd. Ja, toen zat ik dáár weer.

'Van het clubje Van Baaren-leerlingen was ik de nette man, die bij Haitink aanbelde om ervoor te pleiten dat Bruno Maderna dirigent voor de hedendaagse muziek zou worden bij het Concertgebouworkest. Zaten Peter Schat, Andriessen, Reinbert de Leeuw en Misha Mengelberg in het café te wachten met welke boodschap ik terug zou komen.'

In 1968, het jaar waarin Van Vlijmen zich met het collectief Schat, De Leeuw, Andriessen, Mengelberg en de schrijvers Claus en Mulisch toelegde op de linksradicaal geïnspireerde opera Reconstructie, werd Van Baaren ziek. Van Vlijmen kreeg het voor het zeggen bij het 'Konink-lijk-Con-servatorium' (hij spreekt het woord op troonrede-snelheid uit). Volgens de hoge ambtenaar Wagemans, verlicht muziekchef van het departement voor cultuur, was Van Vlijmen daarmee tevens 'directeur van muzikaal Nederland'.

Van Vlijmen: 'Een krankzinnige situatie. Er was een commissie van toezicht die mij in de gaten hield, en mij sommeerde maatregelen te nemen tegen opstandige linkse elementen binnen het conservatorium. Terwijl ik het gevoel had dat ik die een beetje hun gang moest laten gaan, om de jaren zestig-sentimenten wat te kanaliseren.'

'Krankzinnige alternatieve manifestaties' – niet zelden rond de dadaïstisch aangelegde, toen tevens maoïstisch georiënteerde kunstenaar Dick Raaijmakers ('waterkanaaltjes door de concertzaal') – vonden eenzelfde onderdak als de hogere toonladder-, drieklanken-disciplines. Van Vlijmen: 'Er kwam een klimaat uit voort waarin excellente groepen konden ontstaan als het Schönberg Ensemble en het Schönberg Kwartet. Ik ben daar nog altijd trots op.

'En nu wordt dat allemaal onderuit gehaald. Maar je vraagt je af wat er eigenlijk niet onderuit wordt gehaald op het ogenblik. Bestaan er eigenlijk nog muziekscholen? Bestaan die nog?'

Gelukkig zijn er hier en daar docenten die raad weten met jong talent. 'Je kent het verhaal van de vioolpedagoog Oskar Back, een jongen van zes speelde het vioolconcert van Mendelssohn aan hem voor, en Back zegt: Viel zu alt'. Ook de attitude van de conservatoriumstudentis verbeterd. 'Ik zie me nog met de conciërge door Den Haag rijden om ze uit bed te halen voor de orkestklas.'

Op de werktafel ligt een Pianotrio in wording. Voor het Osiris Trio. Hulpcijfertjes in potlood geven de proporties aan van de zeven combinaties waarin de piano, de viool en de cello beurtelings optreden: solo, twee aan twee of met z'n drieën ('Ik heb me onttrokken aan de geijkte triobezetting').

Hij is niet 'anders' gaan componeren, sinds de jongste diagnose. Van Vlijmen, na 46 bloedtransfusies: 'Het is wel zo, dat ik zo'n stuk nu bewust in verschillende delen plan. Dit trio bestaat uit vier delen. De eerste twee heb ik af. Als ik niet meer verder kom, kunnen ze tot daar spelen.'

Steeds weer een nieuw stuk maken en de uitvoering willen horen; ook de dokters vinden dat Van Vlijmen moet componeren. 'Vooral blijven werken, die muziek is het belangrijkste.'

De bladmuziekklep op de vleugel is maagdelijk. 'Voor de Hammerklaviersonate van Beethoven ben ik te zwak geworden. Ik speel geen piano meer. Toccata's van Bach deed ik graag, En Haydnsonates. Heel weinig moderne muziek, trouwens. Het enige moderne stuk dat ik hier nog wel eens gespeeld heb, was de eerste sonate van Boulez.'

In Van Vlijmens opera Thyeste, gecomponeerd op een libretto van Hugo Claus (vrij naar Sofokles), verorbert koning Thyestes onwetend zijn kinderen, die door zijn broer Atreus in een stoofpot zijn toebereid. 'En als alles achter de rug is, omhelzen de broers elkaar alsof het geliefden zijn. Ik heb het er nog niet met Claus over durven hebben, maar voor mij is het een soort Liebestod. Ik heb hun stemmen stilistisch helemaal naar elkaar toe laten groeien.'

De Opera van Brussel zou vorig seizoen de première brengen in een co-productie met de Nationale Reisopera, geregisseerd door Gerardjan Rijnders. 'Ik heb het stuk in ijltempo afgemaakt, omdat ze het snel wilden brengen.' Van Vlijmen liet er een operatie voor uitstellen, omdat die hem volgens de chirurg het leven kon kosten. Kort voor de operatie ontving de patiënt de boodschap dat de première wegens geldproblemen was verschoven naar 2005.

Over twaalf weken – 'Ik weet niet of ik dat haal' – brengt het cello-octet Conjunto Iberico de première van Van Vlijmens ensemblewerk Octopus. In de blauw gekafte partituur valt een passage op waarin zes celli een doorschijnend koraal spelen, met flageolettonen, en gestreken op de kam. De andere twee spelen er een melodie bij. Van Vlijmen heeft er een dichtregel van Paul Celan bij gezet. Der Tod ist ein Meister aus Deutschland – Meister aus Deutschland – der Tod ist Meister.

'Ze mogen het hardop zeggen. Ze mogen het ook alleen maar denken. Maar ze mogen het niet zingen. Ik kon het niet laten, ik verkeerde in een slechte staat.' Opklarend: 'Ik wil een groot koorwerk schrijven op teksten van Celan. De Matinee heeft me erom gevraagd. Volgend seizoen première.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden