'Ik ben eerst voor Japan gevallen, daarna voor de kunst'

Elise Wessels' collectie geldt als een van de beste van Japanse prenten wereldwijd. Toch doet ze er afstand van en het Rijks is de gelukkige. Aan de Volkskrant vertelt ze waarom.

Kobayakawa Kiyoshi (1899-1948): Lichte staat van dronkenschap. Kleurenhoutsnede op papier, 1930. Beeld Collectie Elise Wessels/Nihon no hanga
Kobayakawa Kiyoshi (1899-1948): Lichte staat van dronkenschap. Kleurenhoutsnede op papier, 1930.Beeld Collectie Elise Wessels/Nihon no hanga

Op de Amsterdamse Keizersgracht ligt een klein privaat museum. Nihon no hanga heet het, 'Japanse prenten'. Elise Wessels doet open. Bij de entree liggen de catalogi van tentoonstellingen die sinds de opening in 2009 te zien zijn geweest. Aan de wanden hangen vrouwenportretten en landschappen.

Wat doen we, vraagt ze, eerst praten of eerst kijken?

Eerst kijken.

Souterrain door, trap op, een Japanse stijlkamer met rieten matten op de eerste verdieping. Gangetje door naar de grote expositieruimte met prenten van Tokio na de aardbeving van 1923 - je ziet de razendsnelle opbouw van een moderne stad voor je. Nog een trap op, naar een zaal met een serie naakten. Kijk eens, zegt ze, zie je de invloed van de Europese kunst, die lijnen van deze rug, het is net Matisse.

Haar grootste aankoop van de afgelopen dertig jaar is de dag ervoor in het Rijksmuseum opgehangen: de jaargangen 1924 en 1925 van de The Ladies Graphic, een Japans vrouwenblad. Yumeji, haar lievelingskunstenaar, maakte die jaren de covers van veel edities en daar bladert ze soms heel voorzichtig doorheen, fantaserend over hoe het leven geweest moet zijn in Japan, in de jaren twintig.

Had ze er, als ze toen had geleefd, bij willen zijn?

'O nee', zegt ze onmiddellijk. 'Dan had ik met de boot moeten gaan en dat had me veel te lang geduurd.'

Kawanishi Hide (1894-1965): Augustus - Baden in de zee bij het strand van Tenjin. Beeld Collectie Elise Wessels/Nihon no hanga
Kawanishi Hide (1894-1965): Augustus - Baden in de zee bij het strand van Tenjin.Beeld Collectie Elise Wessels/Nihon no hanga

Houtblokken

Een naakte vrouw, op de rug gezien, op een rood vloerkleed. Ze speelt met een hondje. Het is een van de prenten uit een serie naakten van Ishikawa Toraji. Opvallend: het postuur van de vrouw is eerder Europees dan Japans - kunstenaars moesten in de jaren dertig nog rekening houden met censuur. Het hielp niet: de autoriteiten namen een aantal prenten in beslag. Waarschijnlijk zijn twee van de houtblokken vernietigd, wat uitgave van de complete serie lang onmogelijk maakte.

Elise Wessels is 73. Kort grijs haar, een parelketting. Volgens kenners is haar collectie prentkunst, ongeveer tweeduizend houtsneden uit de eerste helft van de 20ste eeuw, een van de mooiste van deze periode buiten Japan.

In haar eigen museum houdt ze twee maanden per jaar elk weekend open huis voor een nieuwe tentoonstelling en hoe trots ze daar ook op is, hoe graag ze haar bezoekers ook zelf rondleidt, het is tijd voor een nieuwe stap. De tentoonstelling Japan Modern, nu te zien in het Amsterdamse Rijksmuseum, is nog maar het begin. De inkt onder het contract dat een schenking van haar collectie regelt, is net droog.

'Een droom', vindt ze het: dat de kern van de collectie intact blijft en voor een groot publiek toegankelijk. Niet dat alle honderdzestig prenten na de tentoonstelling bij het Rijksmuseum blijven. 'We hebben afgesproken: voor mijn 80ste moet het gebeuren. Het is niet makkelijk, hoor. Het is toch een beetje alsof je je kind weggeeft.'

Koizumi Kishio (1893-1945): Zicht op de stoomboot, haven en de brug. Kleurenhoutsnede op papier, 1934. Beeld Collectie Elise Wessels/Nihon no hanga
Koizumi Kishio (1893-1945): Zicht op de stoomboot, haven en de brug. Kleurenhoutsnede op papier, 1934.Beeld Collectie Elise Wessels/Nihon no hanga

Ze wist niks van Japanse prentkunst toen ze begin jaren tachtig met twee houtsneden van een vrouwenfiguur terugkwam uit Tokio. Ze was op zakenreis geweest met haar man Cees Wessels, die in Japan een vestiging had geopend van zijn platenmaatschappij, het hardrocklabel Roadrunner Records. 'Souvenirs', noemt ze die eerste aankopen - ze hangen in de logeervertrekken van haar grachtenpand en horen, omdat ze in een latere periode zijn gemaakt, niet tot de collectie.

'Twee jaar na die eerste aankoop zaten we ons op een regenachtige zaterdag in ons hotel in Tokio af te vragen wat we zouden gaan doen, en zei ik: laten we Japanse prenten gaan kopen. Prima, maar waar? Je had niet, net zoals in de Spiegelstraat hier, de ene galerie naast de andere antiekzaak, dus we zijn eens bij de hotelbalie gaan vragen of ze ons konden helpen. In het telefoonboek vonden we een winkel in de Ginza area, waar nu alle grote modemerken zitten. Een winkel van de zoon van een van de belangrijkste prentenuitgevers nota bene, Watanabe Shozaburo - maar dat wisten we toen nog niet. Daar kochten we de eerste vroeg-20ste-eeuwse prent, voor een paar honderd gulden. Duur, vond ik het. Ik vond alles duur in die tijd. Een kopje koffie kostte 8 gulden. Als we een prent kochten, die eerste jaren, schoot het kantoor in Tokio het voor en betaalden we het later van onze privérekening terug.'

Dat was allemaal voor Cees Wessels goed ging boeren met wereldberoemde metalbands als Sepultura en Slipknot. Voor hij een miljoenendeal sloot met Warner Music Group en in de Quote 500 belandde.

Toen kochten ze ineens ook wel eens een prent van 40.000 euro.

Koizumi Kishio (1893-1945): Het beursgebouw in Kabutocho. Kleurenhoutsnede op papier, 1937. Beeld Collectie Elise Wessels/Nihon no hanga
Koizumi Kishio (1893-1945): Het beursgebouw in Kabutocho. Kleurenhoutsnede op papier, 1937.Beeld Collectie Elise Wessels/Nihon no hanga
Ishikawa Toraji (1875-1964): Vervelen. Kleurenhoutsnede op papier, 1935. Beeld Collectie Elise Wessels/Nihon no hanga
Ishikawa Toraji (1875-1964): Vervelen. Kleurenhoutsnede op papier, 1935.Beeld Collectie Elise Wessels/Nihon no hanga

De Wessels kozen altijd met het hart. Later kwam er ook kennis bij. En een adviseur, Chris Uhlenbeck, die tevens parttime conservator is van Nihon no hanga. En waarom alleen prenten uit de eerste helft van de 20ste eeuw? 'Die kruisbestuiving tussen Japan en het westen boeit me. Hoe Japan na eeuwen isolationisme in de tweede helft van de 19de eeuw de grenzen steeds meer opende en kunstenaars uit Europa naar Japan gingen kijken: Van Gogh, Gauguin, Matisse. En andersom, een aantal decennia later, Japanners ook naar Europese kunstenaars.'

Ze pakt er een boek bij van Yumeji en slaat het open bij twee afbeeldingen: een van hem en een van Kees van Dongen. Op beide zit een vrouw met een zwarte kat op schoot, in identieke houding. Yumeji maakte zijn prent in 1920. Van Dongen schilderde het portret in 1908.

Er komen meer boeken op tafel. Prenten uit de 'Troubled Times' ('ik hou niet van het woord oorlog'): grimmige taferelen met tanks en soldaten. Een boekje met nostalgische prenten uit het oude Japan. Ze wijst op een prent van een oud badhuis. 'Hier ben ik zelf ook geweest. Toen ik nog niet actief verzamelde. Die sfeer, met die damp van dat hete water en buiten de bomen en de bergen. Je kunt zeggen: ik ben eerst voor Japan gevallen, en daarna voor de kunst.'

Shin hanga, sosaku hanga

Open grenzen, opkomende industrie, nieuwe vormen van vrijetijdsbesteding, de emancipatie van de vrouw: Japan veranderde na 1900 in rap tempo. De prentkunst uit de eerste helft van de 20ste eeuw brengt deze periode in beeld. Er ontstaan twee nieuwe kunststromingen: de Shin hanga (nieuwe prentkunst) en Sosaku hanga (creatieve prentkunst). Shin hangakunstenaars werkten volgens de traditionele houtsnedetechniek en sloten ook inhoudelijk aan op de prentkunst van vroeger eeuwen. Sosuka hangakunstenaars waren avantgardisten. Ze hadden geen jarenlange ervaring met de houtsnijtechnieken, vandaar dat hun lijnen vaak minder fijn zijn. Hun werk zou je ook als schilderachtig kunnen omschrijven. Ze werkten in kleinere oplagen en verbeeldden vaker het moderne leven. In de collectie van Elise Wessels zijn beide stromingen vertegenwoordigd.

Een keer per jaar gaat ze nog naar Japan. Het wordt steeds moeilijker om werk aan te kopen. 'Het meeste dat op de markt is, heb ik al. Nieuw werk duikt amper op. Er is tijdens de aardbeving van 1923, en later, in de Tweede Wereldoorlog, zoveel verloren gegaan.'

In een museum zag ze eind april een tentoonstelling van Onchi Koshiro, de grondlegger van de sosaku hanga stroming. Mocht ze nog een werk kiezen, dan zou het de prent zijn van de vrouw, aan het einde van een gang, je ziet haar gezicht niet, alleen haar houding. 'Zo ontzettend mooi. Ik ben vergeten een foto te maken. Hij staat ook niet in de catalogus van de tentoonstelling. Ik denk niet dat hij ooit te koop zal komen.'

Ishikawa Toraji (1875-1964): Lezen. Kleurenhoutsnede op papier, 1935. Beeld Collectie Elise Wessels/Nihon no hanga
Ishikawa Toraji (1875-1964): Lezen. Kleurenhoutsnede op papier, 1935.Beeld Collectie Elise Wessels/Nihon no hanga

Geeft u uw dealers dan niet de opdracht: ga voor me op zoek?

Een klein, sluw lachje: 'Nee hoor, dan gaat de prijs meteen omhoog. Ze zijn daar ook niet achterlijk.'

Japan Modern, Collectie Elise Wessels, t/m 11/9 in het Rijksmuseum. Museum Nihon no hanga is op afspraak te bezoeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden