INTERVIEW

'Ik ben een serieuze auteur in een wereld van gemakkelijke ironie'

Waarom zou je navelstaren als er buiten zoveel interessanters te onderzoeken is? De schrijfopvatting van A.S. Byatt, donderdag de ontvangster van de Erasmusprijs, schaamteloos intellectueel en harstochtelijk Europeaan.

Dame Antonia Byatt in het Museo Fortuny, Venetië. Mariano Fortuny is een van de twee kunstenaars aan wie ze Pauw & Wijnrank wijdde. Beeld Fabrizio Giraldi / Luz

Uitgesloten. Ik zal nooit mijn autobiografie schrijven. Schrijven over het leven is interessant, maar niet over mijn eigen leven. Ik moet er niet aan denken.'

Komende donderdag ontvangt A.S. Byatt in het Paleis op de Dam uit handen van koning Willem-Alexander de Erasmusprijs. Het is een bekroning voor haar bevlogen bijdragen op het gebied van Life Writing, waartoe onder meer de historische roman, de biografie en de autobiografie worden gerekend. Ironisch genoeg heeft de schrijfster dus juist tegen dat laatste genre ernstige bedenkingen.

'Veel autobiografieën zijn zowel exhibitionistisch als kleingeestig', meent Byatt. 'Ik ben opgeleid tot literatuurwetenschapper en kom uit een milieu van academici. Zowel mijn ouders als mijn docenten hebben me opgevoed met de gedachte dat je naar buiten moet kijken. Ik vind al dat navelstaren en zelfonderzoek in veel hedendaagse autobiografieën nogal beschamend. Dat is iets wat je op je 15de doet, wanneer de wereld niet groter is dan je eigen zieleroerselen.'

Afkeer van autobiografische geschriften

Byatt vermoedt dat het autobiografische schrijven, inclusief de 'eindeloze stroom persoonlijk gebabbel in de sociale media', te maken heeft met het verdwijnen van religie in de westerse wereld. 'Vroeger had je de biecht of het gebed waarin je je persoonlijke strubbelingen kwijt kon. Nu dat niet meer voldoet, gooien de mensen hun hele hebben en houden op internet. Stiekem zou ik daar best over willen schrijven, maar helaas, met mijn 80 jaar voel ik mij daar te oud voor.'

Haar afkeer van autobiografische geschriften ten spijt, heeft Byatt wel degelijk een grote rijkdom aan levensverhalen geproduceerd, in haar romans. Het beroemdste voorbeeld is Possession (1990), waarin de lezer onder meer uitvoerig de correspondentie en dagboeken van twee fictieve dichters krijgt gepresenteerd. Ze betoont zich een virtuoos literair jongleur, net als in andere fictiewerken, zoals Babel Tower (1997), The Biographer's Tale (2000) en The Children's Book (2009). Ze laat een veelheid aan genres en stijlen over elkaar heen buitelen om zo een levendige, veelstemmige, verbluffend goed gedocumenteerde en buitengewoon overtuigende werkelijkheid te creëren.

A.S. Byatt. Pauw & Wijnrank - Over William Morris en Mariano Fortuny. Fictie. Uit het Engels vertaald door Huub Stegeman. De Bezige Bij; 198 pagina's; euro 29,99.

Zo overtuigend dat de lezer soms geneigd is internet te raadplegen om zich ervan te vergewissen dat het niet toch stiekem om authentieke documenten van historische figuren gaat.

Antonia Drabble, zoals haar meisjesnaam luidt, groeide op tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen haar vader bij de RAF in Afrika en later in Italië diende. Ze had geen gelukkige jeugd, iets dat ze vooral wijt aan haar dominante moeder.

'Zij was literatuurwetenschapper, maar werd na mijn geboorte gedwongen het huishouden te runnen. Zo ging dat in die dagen. Ze was zwaar gefrustreerd, voelde zich opgesloten in haar keuken. Achteraf heb ik met haar te doen, maar tijdens mijn jeugd had ik grote problemen met haar.'

Omslag A.S. Byatt, Pauw & Wijnrank - Over William Morris en Mariano Fortuny.

Ontdekking van buitenlandse talen

Byatts vroegste herinneringen gaan terug tot de oorlog, die haar jonge jaren sterk heeft gekleurd. 'Ik herinner me mijn jeugd vooral als een tijd van bekrompenheid. Alle havens waren afgesloten, alle kustplaatsen dicht, leeg, verboden terrein. Het was de wereld van Dad's Army (Daar komen de schutters). Iedereen was zó Engels, het was onverdraaglijk!

'Ik had nauwelijks een idee dat er een wereld buiten Groot-Brittannië bestond. Toen ik na de oorlog naar de middelbare school ging, ontdekte ik dat ik goed was in talen. Op dat moment werd ik mij bewust van het bestaan van Europa. Ik kan niet uitleggen hoe geweldig dat was! De ruimte, de verscheidenheid, de rijkdom die Europa bood, nadat ik al die jaren niet beter wist dan dat de benepen wereld van Groot-Brittannië het universum moest zijn.'

De ontdekking van buitenlandse talen betekende voor Byatt tevens de herontdekking van haar eigen taal. 'Volgens mij ken je de Engelse taal - of welke taal ook - niet echt als je niet ten minste één andere taal spreekt. De meeste Engelsen en Amerikanen doen dat niet. Ik ben ervan overtuigd dat het Engels dat ik schrijf is beïnvloed door het feit dat ik een goede kennis heb van het Duits en het Frans en trouwens ook van het Latijn. Wat dat betreft sta ik in de traditie van George Eliot, die ik zeer bewonder. Als zij, om zich nader in een onderwerp te kunnen verdiepen, de kennis van een bepaalde taal nodig had, dan leerde ze die.'

A.S. Byatt, Klein zwart verhalenboek. Fictie. Uit het Engels vertaald door Saskia van der Lingen.De Bezige Bij; 254 pagina’s; €19,99.

Het hoeft geen betoog dat Byatt de recente politieke ontwikkelingen in Groot-Brittannië met lede ogen aanziet. 'Veel van mijn vrienden hebben gehuild toen de uitslag van het EU-referendum bekend werd. Ik niet, maar ik had graag wíllen huilen. Toen Groot-Brittannië in 1973 toetrad tot de voorloper van de EU, de EEG, had ik het gevoel dat er iets reusachtigs in mijn leven veranderde. Ik voelde dat ik nu hoorde bij iets waar ik altijd bij had willen horen: die rijke Europese culturele traditie. Het was de definitieve afrekening met het Britse isolationisme, dacht ik.'

Intussen is de schrijfster er nog niet van overtuigd dat het werkelijk tot een Brexit zal komen. Ze hoopt van harte dat het Britse parlement er een stokje voor zal steken, mede onder invloed van een langzaam maar zeker veranderende publieke opinie. 'Het verontrustende is dat ik geen idee heb hoe Theresa May zelf in deze zaak staat. Wat ze écht vindt. Het zou me niet verbazen als ze veel minder goed weet wat ze met de situatie aan moet, dan ze naar buiten toe suggereert.'

Omslag A.S. Byatt, Klein zwart verhalenboek.

Vader en moeder

Na letteren te hebben gestudeerd aan zowel Cambridge als Oxford, ging Byatt doceren aan de Universiteit van Londen. Eigenlijk wilde ze fulltime schrijver worden, maar zij en haar eerste echtgenoot Charles Byatt hadden haar salaris nodig om hun kinderen naar een goede kostschool te kunnen sturen. Toch slaagde ze erin met zekere regelmaat te publiceren. Na haar debuutroman The Shadow of the Sun (1964) schreef ze een boek over haar grote voorbeeld Iris Murdoch. In 1967 volgde The Game, over twee rivaliserende zusters.

Hoewel dit boek niet echt autobiografisch was, zag menigeen hierin toch de echo van Byatts moeizame relatie met haar jongere zuster en collega-auteur Margaret Drabble (1939). Drabble verklaarde de zusterlijke onmin een paar jaar geleden uit beider concurrentie om de liefde en aandacht van hun uit de oorlog teruggekeerde vader. Daarnaast zou hun moeder, die haar eigen gefnuikte ambities op haar dochters projecteerde, een sterk competitieve sfeer in het gezin hebben gecreëerd. Feit is dat de beide zusters tot de dag van vandaag niet met - en bij voorkeur ook zo weinig mogelijk over - elkaar wensen te spreken.

In 1972 sloeg het noodlot toe, toen Byatts zoon Charles op 11-jarige leeftijd overleed, na te zijn aangereden door een automobilist onder invloed. Om redenen die ze niet goed kan verklaren bleef Byatt nog elf jaar doceren, precies zo lang als haar zoon had geleefd, waarna ze van 'een soort betovering' leek te zijn bevrijd. Vanaf 1983 ging ze fulltime schrijven.

CV

1936 Geboren in Sheffield, als Antonia Susan Drabble

1959 Eerste huwelijk, met Charles Rayner Byatt

1964 Publicatie eerste roman: Shadow of the Sun

1969 Tweede huwelijk, met Peter John Duffy

1978 The Virgin in the Garden

1990 Possession: A Romance (Obsessie, bekroond met Booker Prize)

Benoeming Dame Commander of the British Empire

2003 Little Black Book of Stories (Klein zwart verhalenboek)

2009 The Children's Book (Het boek van de kinderen)

2010 Eredoctoraat Universiteit van Leiden

2011 Ragnarök

2016 Peacock & Vine (Pauw & Wijnrank)

Erasmusprijs

Honger naar sprookjes

Hoewel haar romans, net als die van George Eliot, in de realistische traditie zijn geschreven, maakt Byatt graag en veelvuldig gebruik van sprookjesmotieven en van tropen uit vooral de Noorse mythologie.

'Ik heb een echte honger naar sprookjes en mythen ontwikkeld tijdens de dagen van de blackout in de Tweede Wereldoorlog. Sprookjes vond ik veel spannender en overtuigender dan mijn kinderboeken. Die gingen over koken, boottochtjes, kamperen en af en toe een kinderlijke ruzie. De sprookjes en mythen gingen over veel belangrijker dingen. Over helden en schurken, over goed en kwaad. Er werden misdaden en moorden gepleegd. Het sprookje is weliswaar een niet-realistisch genre, maar het leerde me toen meer over de realiteit dan mijn jeugdboeken. Sprookjeselementen kunnen een verhaal of roman een extra dimensie geven.'

Een mooi voorbeeld daarvan is te vinden in de uit 2003 stammende verhalenbundel Little Black Book of Stories, die onlangs door Byatts Nederlandse uitgever in vertaling werd uitgebracht als Klein zwart verhalenboek. Het openingsverhaal 'Het Ding in het bos', speelt in de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog, als veel Britse stadskinderen naar het platteland worden geëvacueerd.

Hybride van twee literaire genres

Twee jonge meisjes, Penny en Primrose, zijn ingekwartierd in een landhuis dat vlak bij een bos is gelegen. Ze gaan het bos in en zien daar een gigantische, slijmerige, made-achtige worm tussen de bomen kruipen. Het is een ervaring die beiden op een mysterieuze manier de rest van hun leven zal tekenen. Op latere leeftijd zullen de twee elkaar opnieuw ontmoeten en proberen de gebeurtenis te definiëren.

'Het Ding in het bos' is een prachtige hybride van twee literaire genres, die beter voelbaar maakt hoe 7-jarige kinderen de oorlog ervaren dan een realistisch verhaal ooit zou kunnen doen. Het verhaal is tevens een illustratie van hoe Byatt soms toch bescheiden doses autobiografisch materiaal in haar boeken verwerkt.

'Aan het begin van de oorlog woonde ons gezin in Sheffield. Omdat daar de Britse staalindustrie was gevestigd, was de stad vaak het doelwit van bombardementen. Daarop zijn wij naar York vertrokken. Het waren momenten dat mijn eigen ervaringen en de gruwelsprookjes die ik las, deel uitmaakten van dezelfde werkelijkheid.'

Romans die rijk zijn aan personages

Na deze autobiografische 'bekentenis' acht Byatt het opnieuw noodzakelijk te wijzen op het belang van naar buiten kijken. 'Het is misschien een beetje ironisch dat ik een prijs krijg die is vernoemd naar de archetypische Europeaan, ja wereldburger, Erasmus, op een moment dat je overal de blikken zich inwaarts ziet richten. Als schrijver verzet elke vezel in mijn lijf zich daartegen. Weg met het zwelgen in je eigen gevoelens! Een roman moet vertellen wat er omgaat in een breed scala van personages. Ik wil niet alleen weten wat ze voelen, maar ook wat ze denken. Ik wil weten hoe die mensen en hun ideeën zich tot elkaar verhouden, hoe ze met elkaar in conflict raken, tot overeenstemming komen, elkaar beïnvloeden. Daarom houd ik van romans die rijk zijn aan personages, niet van boeken met slechts één perspectief.'

Net als haar meest recente roman, The Children's Book, die in de Edwardian Era (grofweg 1890-1914) is gesitueerd en een reeks schrijvers als personages heeft, is ook Byatts volgende boek, waaraan ze al jaren werkt, daarvan een voorbeeld. De roman begint tegen het eind van de Eerste Wereldoorlog, eindigt rond het begin van de Tweede Wereldoorlog, wordt bevolkt door een veelkleurig gezelschap surrealistische kunstenaars en is gesitueerd in Oostenrijk, Duitsland en Groot-Brittannië.

Erasmusprijs

De in 1958 opgerichte Stichting Praemium Erasmianum is een culturele
instelling die actief is op het gebied van de geesteswetenschappen, de sociale wetenschappen en de kunsten. De Stichting kent jaarlijks de Erasmusprijs toe aan personen of instellingen die een uitzonderlijk belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de cultuur of wetenschap. De prijs bedraagt 150.000 euro. Koning Willem-Alexander is regent van de stichting. Hij reikt de prijs op 8 december uit aan A.S. Byatt.

Een soort korte vakantie

'Het werk vordert langzaam. Ik zit pas in de jaren twintig, in Wenen. Ik heb veel achtergrondinformatie verzameld en notitieboeken vol aantekeningen gemaakt, maar tob de laatste tijd met mijn gezondheid. Ik heb in het ziekenhuis gelegen, mijn geheugen gaat achteruit, dus ik zal veel aantekeningen moeten herlezen.'

Als een soort korte vakantie van haar ambitieuze romanproject schreef Byatt recentelijk het fraai geïllustreerde kleinood Peacock & Vine (Pauw & Wijnrank), over twee van haar favoriete kunstenaars: William Morris en Mariano Fortuny. Helemaal achter in het boek zien we haar tot tweemaal toe afgebeeld met de dikke rol plakband, waarmee ze sinds jaar en dag en tijdens elk interview en elke lezing zit te spelen. Het lijkt bijna een statement: ik schaam me niet voor mijn eigenaardigheden.

'Haha, dat klopt. Ik schaam me niet dat ik een serieuze, intellectueel gedreven auteur ben in een wereld van gemakkelijke ironie en exhibitionistische kletspraat. En ik schaam me ook niet voor die rol plakband. Ik zal je iets bekennen: ik kan niet schrijven en denken zonder dat ik mijn hele lichaam gebruik. Kennelijk denk ik niet alleen met mijn brein. Dat heb ik ontdekt toen ik aan de universiteit doceerde: ik kon me alleen concentreren als mijn handen bezig waren. In het begin gebruikte ik plakgom, Blu-tack, maar daar kreeg ik blauwe handen van. Plakband bleek een betere oplossing. Nou ja, niet altijd. Er is na een lezing eens iemand op me afgekomen die zei dat ze maar weinig van mijn verhaal had meegekregen, omdat ik de hele tijd vlak bij de microfoon luidruchtig met mijn rol plakband had zitten klungelen. Gelukkig roept Peter, mijn man, me tegenwoordig meestal tot de orde als ik het te bont maak.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.