'Ik ben de koningin van de bijrol, mensen!'

Het grote publiek kent Wimie Wilhelm (45) vooral als wachtcommandant uit Baantjer. Vanaf 14 november is ze de dragende kracht in de theatervoorstelling Het goede lichaam, opvolger van de Vagina monologen....

'Helemaal verbijsterend', die man die daar op het podium stond te zingen en te dansen en iedereen aan het lachen kreeg. 'Dit is het, dit is het', voelde Wimie Wilhelm op haar achtste, toen alle mensen begonnen te klappen voor Wim Sonneveld. 'Wát het was, geen idee, maar dat wás het.'

Wimie begon te huilen en zei tegen haar moeder: 'Ik wou dat Wim Sonneveld familie van me was.'

De actrice kan er nog steeds om lachen, om de kleine Wimie. Een bulderende lach vol zelfspot, in haar bovenhuis in Amsterdam.

En nu word jij in recensies een 'geboren comédienne van de noordelijke soort' genoemd.

'Vind ik meesterlijk hè, als er zoiets staat. 'Rascomédienne', las ik ook een keer. Jaha jongens, denk ik dan.'

Je wilt dat de mensen om je lachen.

'Ja. Maar de rollen die ik speel zijn tegelijkertijd ook altijd heel zuur. Het is nooit alleen maar om te lachen. Laatst had ik een rol in Slangenvel, van Bodil de la Parra, een theaterstuk over drie vrouwen van 75. Ik speel daarin een vrouw die enorm drinkt en rookt en allemaal jonge minnaars heeft, maar met wie het eigenlijk al klaar is. Elke keer als ze gaat zitten moet ze haar been optillen, ze hoest de longen uit haar lijf, ze heeft chronische bronchitis. Tegen beter weten in gaat ze toch door. Dat kan heel komisch zijn, maar in zo'n voorstelling zitten ook momenten dat het helemaal niet geestig is. En dan is de hele zaal stil - maar toch weer blij als ik daarna een leuke grap maak.'

Een beetje zoals je in het werkelijke leven staat.

'Ik kan heel hard lachen om heel erge dingen. Maar sommige zaken zijn helemaal niet grappig en die moet je ten volle tot je nemen. Dat ga ik dan ook niet uit de weg.'

Ze kijkt op. Haar rooie kat doet een onnavolgbare poging in een te krappe tas op tafel te kruipen. Wimie Wilhelm, met haar zware hese mannenstem, een stem die je nooit meer vergeet: 'Nou zeg, hou daar onmiddellijk mee op, gek!'

Die stem.

'Altijd al zo geweest. Aan de telefoon was het: 'Jongeman, mag ik je vader even?' In de winkel: 'Jongeman, waar kan ik je mee van dienst zijn?' Toen had ik ook nog eens kort haar en was ik heel gespierd en stevig. 'Ik ben een meisje!', riep ik dan. 'O, het is tegenwoordig toch zo moeilijk te zien', kreeg je te horen. Ik ben op mijn 6de nog wel eens naar mijn moeder gegaan: 'Mam, ben ik lesbisch?' Want ik had iets gehoord over mannelijke hormonen en dacht: de boot is aan hoor.'

Haar moeder antwoordde: 'Nou kind, neem van mij maar aan dat het niet zo is' en al stond dochter Wimie zeer argwanend tegenover die opmerking ('Hoe kun je dat nou weten?'), moeder had gelijk. Ze is nu eenmaal stoer, zowel uiterlijk ('Ja, ik loop soms als een bootwerker') als innerlijk. Kom bij Wilhelm niet aan met 'gemiep' over calorie zus en zo, of kwaaltje dit en dat. Uit de grond van haar hart: 'Ver-móéi-end' - een woord dat vaak zal terugkomen in het gesprek. Net als het bijwoord 'enorm'. Wilhelm zet de zaken graag krachtig aan.

Dus toen ze werd gevraagd om playing captain te worden in Het goede lichaam, opvolger van de Vagina monologen, riep ze meteen ongedurig: 'Hé-wat-nou-zeg-Jezus!' Vrouwengedoe, leek het haar, 'vrouwengeneuzel'. Niet dat ze de Vagina monologen ooit heeft gezien - misschien waren ze wel prachtig - maar zij dacht meteen: dat is weer zwelgen in je eigen ellende. Vermoeiend.

Aan de andere kant: het was natuurlijk een 'enorme' eer benaderd te worden voor de opvolger van zo'n succesvolle voorstelling. Tachtig afleveringen lang, zij als enige vaste actrice, telkens met twee anderen. En dan Peter Heerschop als regisseur, 'hartstikke leuk om mee te werken', plus alle ruimte voor eigen inbreng. Kortom: 14 november gaat Het goede lichaam in première, met Wimie Wilhelm als dragende kracht.

Terwijl jij helemaal niet worstelt met je lichaam.

'Sportschool niet, diëten niet, nee. Misschien hebben ze me ook daarom wel gevraagd, omdat ik er wat afstandelijker tegenover sta. Al dat light. Dat light-gedoe. En dat bier, bier zonder alcohol. Dan drink je géén bier!'

Kun je je voorstellen dat veel vrouwen er wel erg mee bezig zijn?

'Het zou gek zijn als ik dat níét kon, in deze samenleving, waarin het uiterlijk zo'n belangrijk iets is. Misschien denkt een ander over mij wel: 'Nou, als ik jou was, zou ik me er ook maar eens druk om maken; ik moet er niet aan denken, zulke grote borsten. En wat een neus, zeg. Goh!' Dat kan allemaal. Maar ik heb er geen last van.'

Genoeg zelfvertrouwen dus.

'Daar zal het wel mee te maken hebben, ha. Op dat gebied ben ik niet onzeker, nee. Maar misschien is het wel ontzettende hoogmoed, weet ik veel.

'Het hangt er ook van af hoe je bent opgevoed, natuurlijk. Ik kan me indenken dat je niet zoveel eigenwaarde hebt als je ouders nooit hebben gezegd: wat ben je toch een goed of mooi of prachtig mens.'

En jouw ouders brachten je die eigenwaarde wel bij.

'Dat hebben ze enorm gedaan, ja, enorm. Ze hebben mij heel veel liefde en vertrouwen gegeven, in mezelf en in de wereld, terwijl: zoveel aanleiding is daar eigenlijk ook niet toe, mensen. Ha!'

Het goede lichaam is net als de Vagina monologen gebaseerd op interviews met vrouwen uit het echte leven. Zoals dat pijnlijke relaas van de echtgenote van een plastisch chirurg, die haar ziet als zijn kunstwerk en maar door blijft gaan met opereren, om zo uiteindelijk de perfecte vrouw te boetseren. (Wat zal er gebeuren als mijn lichaam eenmaal volmaakt is?, vraagt de gekooide vrouw zich af. Gaat hij dan op zoek naar een nieuwe uitdaging, cq bruid?) Ja, een 'pittige monoloog', vindt Wilhelm. Maar in de voorstelling valt ook een hoop te lachen, als de gastactrices de ruimte krijgen zelf te improviseren, over hun geworstel met het uiterlijk en verantwoord eten.

Tijdens de repetities van Bos Theaterproducties in de Amsterdamse Engelenbak:

'Light-producten zijn heel slecht', vertelt gastactrice Trudy de Jong. 'Hééél slecht. Hoe het precies zit weet ik niet, maar dat heb ik wel eens gehoord.'

'Die voorverpakte sla moet je nooit nemen', zegt gastactrice Lotje van Lunteren. 'Hééél ongezond. Spuiten ze pesticiden over, zo in het zakje, om de sla goed te houden. Heb ik wel eens gehoord.'

'Bleekselderij, ook heel slecht', zegt Trudy de Jong. 'Heb ik gehoord.'

Peter Heerschop, vanachter zijn regietafeltje: 'îngeveer wetenschappelijk, dat is toch het leukste wat er is.'

Lotje, tegen de andere twee actrices: 'Hoe liggen jullie eigenlijk op het strand?'

Wimie Wilhelm: 'NouÉ ik lig het liefst helemaal niet op het strand. Ik sta het liefst in het water.'

Trudy de Jong: 'Heel veel vrouwen staan heel lang in zee.'

Natuurlijk is zo'n gesprek over het strand sterk gechargeerd, zegt Wilhelm, de dag na de repetitie in haar bovenwoning. 'Maar er zit een kern van waarheid in. Hé zeg, ook ik ga niet rondparaderen op het strand in een badpak, verschrikkelijk. En als een leuke man die ik net heb ontmoet mij vraagt mee te gaan naar zee denk ik ook: nouuu... Dan trek ik ook een shirt aan als ik naar de krokettentent loop, hoor. Geen sarong, hou nou toch op zeg, een sarong.'

Zelfspot is een kwaliteit apart.

Monter: 'Ja, hoort er allemaal bij.'

Je hebt eens gezegd: 'Ik ben de koningin...'

'Ik ben de koningin van de bijrol, mensen! Zet mij in lompen in een deuropening, laat me drie zinnen zeggen en het komt goed.'

Toch jammer, met alle lovende recensies die je krijgt.

'Dat is het ook. Kun je wel chic over doen, maar natuurlijk wil ik graag ook een hoofdrol in een film of op televisie - in het theater krijg ik die wel. Voor oudere vrouwen zijn alleen ongelooflijk weinig grote rollen. Je bent dan toch al snel de moeder van het kind over wie het gaat.

'Ik zou op televisie bijvoorbeeld heel graag een vrouwelijke inspector Frost zijn. Zo'n man met allerlei gerommel in zijn privéleven, die altijd zijn bonnetjes kwijt is en ranzig zit te kanen in restaurants - maar hij is wel goed in zijn werk. En hij maakt ook heel erge en serieuze dingen mee.

'Aan de andere kant: die bijrollen speel ik net zo lief. Ik ben zes jaar wachtcommandant in Baantjer geweest en wat voelde ik me op mijn plek. En straks wordt er een pilot gemaakt voor een nieuwe comedyserie waarin ik de eigenaar ben van een 24-uurs videotheek. Iedereen bevelen en tegen iedereen aankletsen en maar doorlullen. Nou, dat is voor mij gewoon kaassi, eigenlijk.'

Stel je voor: je had het uiterlijk van Carice van Houten gehad.

'Jaha. En het talent vooral ook. Noem je wel iemand, zeg. Er zijn enorm veel mooie vrouwen die diezelfde mysterieuze uitstraling kunnen hebben als Carice, maar van wie je nooit iets hoort omdat ze niet goed genoeg kunnen spelen.'

De meeste hoofdrolspeelsters in de filmwereld zijn knap dun. Nooit gedacht: het werkt tegen me, dat ik geen maat 36 heb?

'Als dat zo is ben ik blij dat ik het niet wist. Natuurlijk, ik ben heel groot, op beeld. Misschien, als ze moeten kiezen tussen mij en een slanke, dat ze denken: we nemen die dunne maar. Ja, weet ik veel, maar dat kan.'

Ongeduldige blik.

De belangrijkste reden dat ze nooit een grote rol heeft gekregen is volgens Wilhelm dat ze 'van niets' gekomen is en dus pas vrij laat begon te spelen. 'Als ze je niet goed kennen, geven ze je nooit, zomaar, hatseflats de hoofdrol.' Wimie, dochter van een accountant en een huisvrouw, durfde thuis niet toe te geven dat ze van kleins af aan al actrice wilde worden. Dus volgde ze eerst braaf de lerarenopleiding en studeerde daarna af in Nederlandse taal en letterkunde. Tijdens die studies oefende ze op de regieopleiding; de aankomende regisseurs hadden proefkonijnen nodig.

Voor haar - socialistische - vader kwam het als een tamelijke schok toen ze na haar doctoraal aankondigde in de bijstand te gaan, omdat een vaste baan zich niet liet verenigen met haar plan actrice te worden 'Zo ben je niet opgevoed', zei hij. 'Er zijn anderen die het harder nodig hebben dan jij.' Allemaal waar, vond ook zijn dochter, en gelukkig kreeg ze al vrij snel theaterrollen, voor iemand die het moest doen zonder toneelschool en stages. Vanaf haar 28ste begon het een beetje te lopen. 'Of we nou in een oud lulgebouw moesten spelen of in een mooie zaal optraden: ik vond het meteen

fantastisch.'

Je wilt dat mensen je zien.

'Ik ben zo ijdel als een ui. Ik geloof niet dat er een acteur is die dat niet is. Dat hoeft helemaal niet erg te zijn, je hoeft dat ook niet de hele tijd in je gewone leven uit te dragen, maar het is niet voor niks dat je graag wilt dat de mensen naar je kijken.'

Je houdt ervan om op te vallen.

'Absoluut. Maar op een partij kan ook ik als een wandcontactdoos tegen de muur geplakt staan hoor, als ik verder niemand ken. Sta ik daar met een biertje in mijn hand tegen mezelf te zeggen: 'Ga toch eens leuk met iemand praten, zeg! Als de mensen niet naar mij komen moet ik toch naar de mensen.''

Een uitgesproken persoonlijkheid.

'Ik ben een uitgesproken mens, met een uitgesproken uiterlijk en een uitgesproken stem. Mijn manier van acteren is ook heel duidelijk. Ik ben niet zo transformabel; ik kan niet heel erg iemand anders worden. Dat beperkt je ook in je rollen voor televisie en film.'

Ik hoorde van iemand die een beetje bang voor je was.

'Dat heb ik vaker gehoord. Toen ik jong was, vond ik dat zeer vermoeiend, want dan dacht ik: jij hebt nog nooit een normaal gesprek met mij gevoerd. Maar op een gegeven moment ging ik er wel naar leven. Ergens binnenkomen en een ander lekker niet aankijken - puberaal, slecht gedrag. Ik ben er ook wel achtergekomen dat dat vrij onzinnig is en nergens voor nodig en bovendien ook onaardig. Maar sommige mensen blijven bang van mij. Hoewel anderen zullen zeggen: 'Ach welnee joh, die Wilhelm is gewoon een watje.''

Ze is zachter geworden, sentimenteler, relativerender sinds de geboorte van dochter Lute, bijna tien jaar geleden. 'Ga je met me op wereldreis?', vroeg haar toenmalige vriend Justus van Oel. Ja. 'Ga je met mij trouwen?' Ja. 'Wil je een kind?' Ja. Drie keer ja in een tijdsbestek van drie seconden - ze is tien jaar bij hem gebleven. 'Misschien was het wel de biologische klok. Toen hij me vroeg over een kind dacht ik: ja, dat wil ik wel.'

Ze is even stil.

Plompverloren: 'Maar goed, toen kwam er eerst een dood kind. En toen wist ik nog veel meer dat ik heel graag een kind wilde.'

Wat was het?

'Een jongetje, Sammie, 24 weken. Van buiten helemaal af en helemaal prachtig. Maar van binnen nog niet klaar, dus gehandicapt. Het was een insufficiëntie van mijn eigen lichaam. 'Wat moet ik doen als het wordt geboren en het leeft nog?', vroeg ik. 'Dan nemen we hem mee naar een andere kamer', zei de arts. 'Ik dacht het niet', zei ik.

'Hij ging binnenin mij dood. Maar toen ik hem in mijn armen had, dacht ik: dit is het gewoon. Schat, ik weet niet wat het is, maar dat wil je dan. Je wilt het al in je hoofd en dan komt het eruit en dan denk je: ik kan nu niet dit weggeven en niks meer hebben. Op dat moment wist ik het zeker: ik wil een kind.'

Hoe is het verder gegaan met het jongetje?

'Dat heb ik aan het ziekenhuis gegeven. Ik heb van vrij weinig dingen spijt in mijn leven, maar daarvan wel. Ze vroegen of ik hem wilde begraven, maar mijn moeder was een maand eerder overleden en ik dacht: ik weet niet hoe ik dat moet doen.'

Dat was te veel.

'Ik weet niet waar ik het moet zoeken, dacht ik. Al diezelfde vrienden die allemaal weer naar de crematie komen, ik trek dat niet. Maar ik had graag gewild dat zijn as nu bij mijn moeder in de urn zat. Ze was 74 en binnen vijf maanden van een vlot kwiek iemand veranderd in een - om het oneerbiedig te zeggen - Bergen-Belsen. Helemaal afgetakeld en uitgeteerd. Dat was heel erg verdrietig, maar er zat toen nog leven in mij. Als je kind dan ook doodgaat, denk je: mensen, mensen, wat komt er op mijn pad?

De stoere Wimie was ineens weg?

'Ach, ik geloof dat ik nooit... zelfs in het ziekenhuis heb ik nog enorme grappen lopen maken. Maar dat is natuurlijk een houding omdat je het nog effe niet wilt weten. Je komt thuis, met niks, en heel dramatisch is het moment dat je borsten melk beginnen te geven en je dat niet kwijt kunt. Zelfs dat kon ik van buitenaf bekijken: ai, dit is toch wel een heel triest beeld. Vrouw met rode bloes en twee natte plekken.'

Denk je er nog vaak aan?

'Niet zo vaak. Kijk, ik heb Lute gekregen hè. Niet gewoon een kind, maar Lute. Dit kind!

'Ze zei een keer tegen mij: 'Mam: ik wil je iets heel ergs vertellen. Ik moet even tegen je zeggen dat ik blij ben - nou blij is niet het goede woord, maar toch: - dat Sammie dood is. Want anders was ik er niet geweest.' Ik heb haar in mijn armen genomen en gezegd: 'Kind, je hebt gelijk. Anders was jij er niet geweest.''

Ze denkt even na.

'Ach', zegt Wimie Wilhelm aarzelend, 'het is voor mij misschien wel een raar woord, maar ik voel me op dit moment eigenlijk wel ... vredig.

'Al hoop ik natuurlijk dat er nog eens een enorm leuke man komt, die mij heel graag wil hebben. Die mij op handen draagt, maar ook hard aanpakt. Om die twee dingen draait het namelijk.'

Een man moet je op handen dragen, maar ook hard aanpakken.

'Ja, ik ben een beetje een prinses. Maar als iemand mij alleen maar geweldig vindt, denk ik: sodemieter op.'

Da's toch lastig.

'Jaha, dat werkt helemaal niet!'

Ze trekt een blikje Heineken uit de koelkast.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden