‘Ik begrijp het opwindende van wangedrag’

Helen FitzGerald vermengt rauwe misdaadverhalen met even rauwe humor. ‘Ik vrees dat chicklit-lezers het weerzinwekkend vinden.’..

Hoe fucked up zijn kleine meisjes voor de rest van hun leven als ze door grote mannen misbruikt worden? Daar ging ze vanuit bij het schrijven van haar debuut. Het was eerst een filmscript, een van de vele, dat maar niet echt wilde lukken. Het zouden romantische komedies moeten zijn, haar sterke kant, dacht ze, maar er sloop altijd wel een nare moord in. Week te veel af van de synopsis. Zo kreeg ze geen film voor elkaar.

Ze schreef de eerste alinea, die veel lezers zou bijblijven. Hoe een jonge vrouw zichzelf ontdekte toen ze tijdens een kampeeruitstapje het zaad van de man van haar beste vriendin doorslikte en kort daarna met het lijk van de vriendin onder aan een rotswand over de grond bonkte. Direct, rauw, humoristisch opgeschreven.

Helen FitzGerald: ‘Dat was het eerste stukje proza dat ik schreef. Ik liet het mijn man lezen – die wél geslaagd is als scenarioschrijver – en hij zei: o, mijn god, blijf schrijven, blijf schrijven. Dat werd Little Girls, later Dead Lovely, omdat mijn uitgever het een betere titel vond. Dead voor het misdaadgedeelte, Lovely voor het chicklit-imago.

In het begin dacht ik: chicklit? Ik was zó beledigd. Maar dat was misschien wat snobistisch. Uitgevers weten dat het goed verkoopt, hoewel ik vrees dat veel chicklit-lezers het weerzinwekkend en duister zullen vinden. Maar als je een jonge, vrouwelijke protagonist hebt, die ook grappig is, dan val je al gauw in die categorie. Toch ben ik blij dat het uiteindelijk méér bij misdaadfictie is ondergebracht.’

‘Het lag voor de hand dat ik over misdaad zou schrijven. Ik heb vijftien jaar met misdadigers te maken gehad, als maatschappelijk werkster en reclasseringsambtenaar. Ik was altijd al geïnteresseerd in de vraag waarom mensen moorden plegen of zedenmisdrijven. Wat voor gevolgen het heeft voor de slachtoffers. Als kind was ik heel rebels, ik begrijp in milde vorm het opwindende van wangedrag.

‘Mijn eerste baantje in Londen was administratief medewerkster in een tehuis voor ex-gedetineerden. Mannen die in de gevangenis hadden gezeten en nu met elkaar woonden. Ze hadden verbazingwekkende, boeiende verhalen. Na mijn opleiding heb ik in verdomd duistere plaatsen gewerkt, als de Barlinnie-gevangenis in Glasgow, mijn tegenwoordige woonplaats. De zes, zeven gevangenen die ik daar bezocht hadden ernstige misdaden begaan, maar toch hadden de meesten ook een bijna hilarische, humoristische kant. Ik zal nooit de misdaad lichter of luchtiger maken, dat zou volledig misplaatst zijn, maar er zijn mensen – zowel daders als slachtoffers – die van nature een zekere zwarte humor hebben en die kan ik wél gebruiken in een misdaadverhaal.

‘Zoals je ook de angst kan gebruiken die je hebt meegemaakt. Bij huisbezoek opgesloten worden, losgelaten angstaanjagende honden, scènes uit een horrorfilm, zedendelinquenten die je bedreigen, bedriegen, en heel listig voorliegen. Er waren momenten dat ik dacht: ik heb kinderen, ik wil niet gevolgd of vermoord worden. Het is wel opmerkelijk: regelmatig bang geweest en nu is het een deel van de opwinding die ik mis in mijn leven. Ik moet wel zeggen dat ik wantrouwiger ben geworden ten opzichte van mannen.’

Na Dead Lovely (in de Nederlandse vertaling Kleine meisjes) kwam er een vervolg, met protagoniste Krissie Donald. Was ze aanvankelijk net als haar schepper maatschappelijk werkster, in My Last Confession (Mijn laatste bekentenis) wordt ze ongelukkigerwijs ook nog reclasseringsambtenaar. Eerste zinnen, specialiteit van het huis: ‘Tips voor reclasseringsambtenaren. Smokkel geen heroïne de gevangenis in. Drink geen wodka om je stress te verlichten. Zorg dat je niet vaker met moordenaars praat dan met je zoontje.’

FitzGerald: ‘Krissie is grappig, gek, onbezonnen, maar voelt zich ook voortdurend schuldig en onderdrukt. Ik hou van de conflicten die dat schept. Ze laat zich ook inpakken door een cliënt, een moordenaar die beweert geen moordenaar te zijn. Het dilemma in het verhaal is: hoe vind je de balans tussen de zorg voor iemand en de controle die je over hem moet houden. Stel je niet te kwetsbaar en open op. Ik ben er zelf ook een paar keer ingetrapt, maar niet zo dramatisch als Krissie.

Na het tweede boek wilde ik iets anders, geen serie. Er is wél een tv-verfilming van de boeken in voorbereiding. Maar ik schreef The Devil’s Staircase (De duivelskamer), op een idee gebracht door die zaak in Oostenrijk, van een vader die zijn dochter en haar, of beter hún, kinderen vierentwintig jaar gevangen had gehouden in een kelder. Een afgeleide uitwerking daarvan heb ik gecombineerd met mijn persoonlijke ervaringen toen ik als jong meisje het stadje in Australië waar ik opgroeide – a shithole – ontvluchtte en met 50 pond naar Londen vertrok, waar ik in een kraakpand ‘mijn echte familie’ gevonden meende te hebben. Dan is er een derde verhaallijn: iets niet willen weten wat verschrikkelijk zou kunnen zijn of er bewust achter komen en ermee leven. In dit geval gaat het om een erfelijke ziekte, Huntington, met uiteindelijk fatale lichamelijke en psychische ziekteverschijnselen.

Het boek heeft goede recensies gekregen, maar vanmorgen las ik op internet een vijandige reactie. ‘Ach, zo’n saai jong meisje en dan voert het verhaal naar martelporno.’ Waarom schrijft iemand dat? Alsof het om sensatie gaat. Er zijn mannen die vrouwen dat aandoen en ik wil, net als in mijn baan, weten wat er precies gebeurde. En dat ook opschrijven. Je moet oppassen dat je jezelf niet gaat inperken door dat soort reacties.’

Bij het schrijven van de laatste zin van The Devil’s Staircase kreeg ze tranen in haar ogen. Hoewel ze het einde, net als het begin, al wist vóór ze ging schrijven. Ze leest haar dertienjarige dochter The Catcher in the Rye voor, van Salinger. En ze schreef een boek voor teenagers. Amelia O’Donohue is SO not a virgin. Op dit moment werkt ze aan The Donor, einde bekend, maar aan de personages, wendingen en subplots wordt gewerkt. Het grootste compliment dat ze kan krijgen: ‘Zoiets heb ik nog nooit gelezen.’

Lachend haalt ze een boek tevoorschijn dat ze onlangs kreeg, de Engelse vertaling van Feuchtgebiete van Charlotte Roche, dat in 2008 ook in Nederland enige opschudding veroorzaakte. Het begin: een jonge vrouw vertelt over haar aambeien die zich buiten de anus als een bloemkool gevormd hebben. Wat vanaf haar vijftiende tot haar achttiende zeer succesvol anaal verkeer niet heeft tegengehouden. FitzGerald: ‘Zo snel, intens, afwijkend van wat een norm zou zijn. Dit had ik nog nooit gelezen. So rude, I love it.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden