IJverige maar zwakke Kremer in matinee vol contrasten

Wat er ook aan te merken valt op Gidon Kremer, hij loopt er de kantjes niet vanaf: tijdens de matinee zaterdag trad de Letse sterviolist in maar liefst drie stukken als solist op....

Behalve in het Tweede Concerto grosso van Schnittke, de Russische componist voor wie hij al jaren ambassadeurstaken verricht, was Kremer ook te beluisteren in een jeugdwerk van Benjamin Britten en het te elfder ure door hemzelf aan het programma toegevoegde Trysting Fields van Michael Nyman. Over twee weken, wanneer Kremer de Zaterdagmatinee aandoet met zijn eigen kamerorkest Kremerata Baltica, is hij solist in Schnittkes Eerste Concerto grosso.

Eens te meer bleek dat Kremer een beroemd violist is (het welkomstapplaus van de volle Grote Zaal zwol aan tot stormachtig), maar ook dat die reputatie gedeeltelijk moet berusten op andere verdiensten. Al bij zijn eerste inzet in Brittens Dubbelconcert, waarin hij een lastig loopje van de altviool diende te echoën, vloog Kremer opzichtig uit de bocht. In de loop van de middag wist hij die zwakke indruk niet ongedaan te maken en bleef hij achter bij het krachtig doorbloede spel van de onverstoorbare Kremerata-aanvoersters, altiste Ula Ulijona en celliste Marta Sudraba, waardoor zijn beweeglijke lichaamstaal eerder op moeite dan op expressie leek te duiden.

Het onbekende Dubbelconcert (1932), dat Britten schreef als negentienjarige, bleek een solide stuk dat na een behoudende opening uitmondde in een bijtende finale vol syncopen en slagwerkgeraas. Daarna klonk de slappe bewerking vol oeverloze herhalingen die Nyman maakte van zijn eigen filmmuziek bij Peter Greenaways Drowning by Numbers als een vooruitgeschoven pauzenummer.

Al tijdens het openingsstuk, Ravels Tombeau de Couperin, was opgevallen hoe gul en soepel het Radio Filharmonisch Orkest Holland klonk onder Claus Peter Flor. In deze 'polystilistische' pastiche, met razendsnelle schakelingen tussen eenzame pizzicato's van viool, cello en clavecimbel, banale fanfares van een popbandje en hysterische kermisklanken van het overvolle orkest, wordt het barok-idioom dat als uitgangspunt dient van alle kanten aan flarden geschoten.

Het valt te begrijpen dat de Sovjet-autoriteiten deze draaikolk van muzikale vervreemdingseffecten in 1982 bestempelden als Westers nihilisme, ook al eindigt het stuk met een tijdloos aandoende, ongrijpbaar naïeve melodie, die door Gidon Kremer hartstochtelijk werd vertolkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden