IJdeltuit tot het bittere einde

Tientallen jaren later – de vlag van De Maas wapperde allang op de achtersteven van zijn jacht – kon de toen 80-jarige scheepsbouwer zich nog steeds opwinden over deze vernederende ervaring, die hij overigens deelde met aannemer Jaap van Eesteren, de bouwer van het Feyenoord-stadion en de Euromast.

‘Het zou niet lang duren of men kende mijn naam over heel de wereld waar de grote schepen voeren, de namen van de ‘‘dwergen’’ waren alleen in Rotterdam bekend. En dat zou zo blijven’, schreef Verolme in zijn memoires. Het is een onthullende passage in de biografie van Ariëtte Dekker over Cornelis Verolme.

Het tekent de onmetelijke ijdelheid van de hoofdpersoon en de verbeten strijd die hij gedurende zijn hele verbazingwekkende loopbaan uitvocht met de deftige, oude concurrenten in Rotterdam, de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) en Wilton-Fijenoord vooral. Beide elementen lopen als een rode draad door het boek en speelden een belangrijke rol bij de uiteindelijke ondergang van de beroemde scheepsbouwer in het begin van de jaren zeventig.

De naam Cornelis Verolme wekt tot op de dag van vandaag weerzin in kringen van de Rotterdamse upper class. ‘Nog altijd spreken zij met dédain over hem en bagatelliseren zij zijn verdiensten voor de Nederlandse economie en scheepsbouw’, schrijft Dekker. Het mooie is dat zij ook glashelder maakt waarom Verolme nog altijd omstreden is in Rotterdam. De hoofdpersoon wordt bepaald niet gespaard. De gereformeerde boerenzoon uit Nieuwe-Tonge op Goeree-Overflakkee was geen aangenaam mens, maar een alleenheerser met een onmetelijke eigendunk; niet in staat tot het onderhouden van echte vriendschapsbanden. ‘Bij Cornelis Verolme ging niets voor niets. Alles – ook zijn vriendschappen – stond in het teken van de opbouw en groei van zijn bedrijven.’

De kritische houding ten opzichte van de hoofdpersoon maakt van de vuistdikke biografie een spannend, soms hilarisch, maar vooral leerzaam boek. De econoom Dekker – zij was enkele jaren redacteur bij het zakenblad Quote en werkt nu als bankier bij de Rabo – heeft veel ontrafeld.

De lezer komt daardoor niet alleen heel veel te weten over Verolme, maar ook over de bloei en de teloorgang van de Nederlandse scheepsbouw, de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog en de pogingen tot het voeren van een industriepolitiek in de jaren zestig en zeventig onder leiding van de machtige topambtenaar en ‘industriepaus’ Josef Molkenboer én het abrupte einde daarvan met de roemruchte RSV-enquête in 1984.

Het verbijsterende aan de carrière van Cornelis Verolme is de korte duur. De later zo beroemde scheepsbouwer begint pas in 1946 voor zichzelf. Hij was toen al meer dan twintig jaar getrouwd en vader van vier dochters. Bovendien had hij al een succesvolle carrière achter zich. Door avondstudie had hij zich een technische opleiding verschaft. In de jaren dertig leidde Verolme een kalm burgermansbestaan als commerciële man bij machinefabriek Stork, fabrikant van onder meer scheepsmotoren.

Wat hem precies bezielde om op 46-jarige leeftijd zelfstandig ondernemer te worden blijft wat mistig. Zeker is dat geldingsdrang een rol speelde. Bij Stork was de weg naar de top afgesloten; die was vanouds alleen begaanbaar voor familieleden van de oprichter. Maar Dekker houdt ook de mogelijkheid open van een heuse midlife crisis rond 1936, het jaar waarin Verolme voor Stork een zeer succesvolle zakenreis ondernam naar Brazilië. De gereformeerde burgerman Verolme zouden daar de ogen geopend zijn voor het echte leven. Hij kwam er als een ander mens vandaan en hield er een levenslange fascinatie voor het land aan over.

De snelheid waarmee Verolme zich na de oorlog een positie veroverde in de scheepsbouw, was fenomenaal. De aankoop van zijn eerste werf in Alblasserdam deed hij in het geheim via stromannen. De gevestigde werven hadden zich vanaf de crisis in de jaren dertig verenigd in een comfortabel kartel waarin onder meer was afgesproken dat vrijkomende scheepsbouwcapaciteit buiten bedrijf zou worden gesteld om nieuwkomers te weren. Vanaf het begin tartte Verolme de deftige concurrenten.

Maar de strijd werd pas serieus toen hij in de tweede helft van de jaren vijftig een plek veroverde op het nieuwe industrieterrein de Botlek op de Zuidoever van de Nieuwe Waterweg. De brutale, agressieve nieuwkomer met zijn ‘boerenwerfjes’ kreeg een plek op de eerste rang, tot afgrijzen van zijn aartsrivalen RDM en Wilton-Fijenoord.

Hij had het te danken aan Pieter Sjoerds Gerbrandy, de oorlogspremier in Londen, die Verolme wist te strikken voor zijn uitdijende zakenimperium. Uit dankbaarheid vernoemde Verolme een van zijn schepen naar hem. Typerend genoeg verkocht hij de P.S. Gerbrandy na diens dood in 1961 zonder scrupules aan Argentinië, tot groot ongenoegen van Gerbrandy’s weduwe.

Rond 1960 was Verolme op zijn hoogtepunt. Door gewaagd en onorthodox ondernemen had hij een scheepsbouwconcern uit de grond gestampt. Verolme had daarbij dankbaar en tot het uiterste gebruikgemaakt van de overheidskredieten in het kader van de wederopbouw, hij financierde zijn nieuwe hellingen met de aanbetalingen op bestelde schepen en zette met uitgekiende constructies eigen rederijen op om er zijn schepen aan te slijten.

Maar wat zijn grote kracht was in tijden van voorspoed, werd hem fataal toen de krappe arbeidsmarkt en de stijgende lonen in de Rotterdamse metaalindustrie en de opkomst van de Japanse scheepsbouw het tij deden keren. Hij kende maar één antwoord op elke crisis: meer investeren.

Hij was geen kapitalistische ondernemer die louter en alleen gedreven werd door winstbejag, merkt Dekker op. ‘Sterker nog, in de loop der jaren kwam bij Cornelis Verolme de nadruk steeds meer te liggen op de scheppende grootheid van zijn ijdele persoon.’

‘Expansiviteit is hem aangeboren’, zei een van zijn bankiers over hem. De banken zagen het steeds meer tot hun hoofdtaak Verolme te beteugelen. Van de commissarissen bij Verolme konden zij weinig steun verwachten. De scheepsbouwer liet zich niets aan zijn toezichthouders gelegen liggen. ‘Je geeft ze een sigaar, je geeft ze te eten en dan moeten ze hun handtekening zetten bij het kruisje.’

Zijn laatste grote project, de bouw van het reuzendok op de werf in de Botlek, werd Verolme fataal. De financiering ervan dreef hem in de armen van de overheid, en de ondernemer, die al veel van zijn populariteit had verloren door zijn rol bij het avontuur met de commerciële televisie en het REM-eiland en zijn flirt met het Zuid-Afrikaanse apartheidsbewind, was bij voorbaat kansloos. Verolme was een lone wolf zonder voelhoorns in de Haagse politiek, connecties die zijn aartsrivalen juist al vele jaren koesterden.

Dekker wijst oud-minister en Amro-bankier Jan van den Brink aan als de architect van de kongsi van KVP-politici, concurrenten en ambtenaren die Verolme in 1971 vakkundig in het pak naaiden. De Verolme-bedrijven fuseerden uiteindelijk met Rijn-Schelde tot RSV en de 71-jarige Verolme werd naar de zijlijn gedirigeerd.

Het einde van het RSV-concern in 1983 hoefde Verolme niet meer mee te maken. Hij stierf twee jaar eerder, 81 jaar oud. Dekker lijkt de conclusie van veel van zijn oud-medewerkers te onderschrijven dat Verolmes ijdelheid en grootheidswaanzin de oorzaken waren van zijn ondergang.

Maar hebben zijn aartsvijanden en zijn opvolgers het dan zoveel beter gedaan? RDM en Wilton-Fijenoord belandden in het financiële spookhuis van Joep van den Nieuwenhuyzen, een ondernemer van een nieuwe generatie voor wie het lezen van de biografie van Verolme een bloedstollende ervaring moet zijn.

En RSV verspeelde in zijn nadagen honderden miljoenen aan een kolengraversproject door in zee te gaan met een Amerikaanse partner die zich verschool achter een bedrijf met de onwaarschijnlijke naam MMWOPS (Making Money While Other People Sleep). Ondanks zijn monumentale tekortkomingen zou dat de ‘Reus van de Botlek’ niet zijn overkomen.

Ariëtte Dekker: Cornelis Verolme – Opkomst en ondergang van een scheepsbouwer. Bert Bakker; 538 pagina’s; ¿ 39,95. ISBN 90 351 2865 6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden