Iggy Pop levert weergaloze avond rock 'n roll

Onvergetelijk mooi detail tijdens een onvergetelijke avond rock 'n roll in Amsterdam: Iggy Pop heeft een zithoekje. Een soort mini-huiskamer is het, waar hij af en toe een ultrakorte pauze neemt, gewoon op het podium van de uitverkochte Music Hall, vol in het zicht, achter de gitaarversterkers. Naast Iggy's stoel staat een schemerlampje.

Beeld epa

Je zou, als 69-jarige, ook kunnen denken: voor mij geen bokkensprongen meer, deze jongen zingt stationair. Zo niet Iggy. Een paar tellen zitten tijdens een solo; daarna stuift hij weer rond als een voetzoeker, springend en gesticulerend, alsof we hier niet met Iggy van 69 van doen hebben, maar met de Iggy van '69.

Na twee liedjes gaat het colbert uit en komt de tanige, pezige tors tevoorschijn. Na zes liedjes duikt hij languit het publiek in - en dat bij een concert met alleen zitplaatsen (welke sufferd had dat trouwens verzonnen? Gelukkig zat niemand op zijn stoel).

Hup, broek naar beneden. En toen moest Iggy's ronde door de zaal nog komen, al zingend, langs de bar, helemaal tot achterin.

Allemachtig, wat een avond met Iggy Pop en zijn Post Pop Depression-gelegenheidsband, met de uitstekende Arctic Monkeys-drummer Matt Helders en natuurlijk Iggy's boomlange partner-in-crime op het album: Josh Homme (Queens Of The Stone Age).

Prachtig hoe Homme zich over de bühne bewoog: charismatisch, toegewijd, maar vooral dienstbaar, alsof hij wilde onderstrepen dat hij hier geen 'co-headliner' is maar gewoon bandlid bij een oude held. Homme soleerde fabuleus in nieuwe stukken als Sunday en Gardenia. En wat stond hij te genieten toen hij de rauw-frivole openingsriff van The Passenger mocht afvuren, het startschot voor hét feestelijke hoogtepunt van een avond die toch al één groot feest was.

Eigenlijk was Homme de David Bowie van dienst, want op het programma stond (Repo Man uit 1984 daargelaten) werk van slechts drie platen. Op de twee 'Berlijnse' albums The Idiot en Lust For Life (beide uit 1977) drukte Bowie zijn stempel zoals Homme dat op Post Pop Depression deed. Het paste perfect, een enkel minder moment (American Valhalla) daargelaten.

Puike setlist, geweldige band, maar het mooist was toch het kijken naar Iggy zelf. Misschien was het de laatste keer. Hij zong prachtig vanuit de tenen en blééf maar gaan, al kon je aan zijn manke loopje zien dat vooral zijn rechterbeen hem in de steek begint te laten. Nog eens zo'n krachttoer, de hele wereld rond? De kans lijkt klein.

'You are nice people. Fuck!' zei Iggy. En aan het eind: 'Fucking thanks for being fucking nice', want aardig is niet iedereen op deze wereld. Zijn zithoek had hij toen al ruim een halfuur niet meer bezocht, want adrenaline en testosteron zijn de beste pijnstillers, zoals u weet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden