IGGLE EEP IP BOLLY KI YOW!

In Engeland is opnieuw oproer ontstaan rond het vermeend politiek incorrecte stripalbum Kuifje in Afrika uit 1931. Pijnlijker nog wordt het als een hedendaagse strip zich schuldig maakt aan debilisering....

Joost Pollmann

Kent u die mop van Gummbah? Een zwarte en een blanke zitten aan de bar. Zegt de zwarte: ‘Ik haat mezelf.’ Zegt de blanke: ‘Racist!’ Van deze twee is de blanke het meest politiek correct, maar het is de vraag of de zwarte daar vrolijk van wordt. Die vraag is niet retorisch, want afgelopen week brak in Engeland voor de zoveelste keer rumoer uit over vermeend racisme in de stripalbums van Hergé. In Kuifje in Afrika (1931) worden zwarten – vindt de Commission for Racial Equality – afgebeeld als karikaturen met een debiel taalgebruik en daarom mag het album niet langer op de kinderafdeling worden verkocht.

Er zat in Engeland al een rood bandje omheen om lezers te waarschuwen voor de inhoud. Om critici de mond te snoeren heeft Hergé wel eens gezegd: ‘Al mijn personages zijn karikaturen. Allemaal, allemaal, allemaal!’ Hij bedoelde daarmee dat de ene figuur niet belachelijker is dan de andere, en dat je de reporter dus niet hoger zou moeten aanslaan dan de Congoleesjes die hem zogenaamd aanbidden.

Voordat men het mes op de nek van Hergé laat vallen, moet eerst worden vastgesteld dat zijn oeuvre naadloos paste in de conventies en normen van zijn tijd. Alle zwarten in strips, films en populaire literatuur hadden ooit een ‘spraakgebrek’. Neem Impie, het oerwoudvriendje van Winsor McCay’s Little Nemo, dat spreekt in zinnen als “Iggle Eep Ip Bolly Ki Yow!” Neem Sjimmie van Sjors: ‘Afrika zo lekker warm zijn! Thuis koud! BRRR!’ Neem de zwarte kok van Roodbaard: ‘Ik ga di’ect lekke’e vleesjes ‘ooste’en en een g’ote p’uimentaa’t bakken!’ En neem de Congoleesjes van Hergé: ‘Jij niet zoet, jij nooit als Kuifje wordt!’

In veel landen waren ‘zwartjes’ geliefd als stripfiguren, en dus ook in Nederland. Je had Pijpje Drop, Gitje en Roetkop, niemand die ervan opkeek. De katholiek Piet Broos schreef en illustreerde zijn Nikkertjes-Serie over Piempampoentje, Pompernikkel en Piepeling.

Het tweede deel van Henk Backers De wonderlijke geschiedenis van Tripje uit 1923 speelt zich af in Zwartjesland, waar Tripje is verheven tot koning Tripia. Ook de hardnekkige kannibalenmythe werd in Nederland straffeloos in ere gehouden. De strip Jim en Tim in Zonneland uit 1932 eindigt met de woorden: ‘Jim en Tim werden in den ketel gegooid en de nikkers stonden reikhalzend te wachten tot het soepje klaar was. Dit was het einde van twee vrienden die op avontuur uitgingen en waar nooit iemand meer van heeft gehoord.’ In Bulletje en Bonestaak op het onbewoonde eiland uit 1927 staat een fraaie tekening van de ‘menscheneter’ Dinsdag (een kruising tussen Defoe’s Vrijdag en Goya’s Saturnus), druk bezig twee blanke onderbenen te verorberen.

Dit zijn allemaal ‘historische’ voorbeelden en de lijst is moeiteloos uit te breiden met talloze andere politieke incorrectheden.

Veel pijnlijker wordt het als een hedendaagse strip zich schuldig maakt aan debilisering. In maart 1997 verscheen bij uitgeverij Le Lombard het zestigste deel uit de serie Chick Bill van tekenaar Tibet. Het boek heet L’ami noir en bevat een dubbelzinnige kijk op racisme. Golo, de zwarte vriend uit de titel, dreigt het slachtoffer te worden van de Klu Klux Klan, maar gelukkig wordt hij beschermd door (anti)held Kid Ordinn. So far so good. Niemand beschermt Golo echter tegen zijn schepper Tibet.

Dat wil zeggen dat de arme Golo geen paard berijdt maar liever urenlang holt, dat zijn lippen de helft van zijn gezichtsvolume uitmaken, dat hij altijd lacht, dat hij kinderlijk is en bovenmatig gespierd, dat hij vrijwillig kiest voor een bestaan als slaaf en dat hij, uiteraard, een volkomen bizar Frans spreekt. Voortdurend worden de merkwaardigste grappen ten koste van hem gemaakt. Als Golo een krachtig argument heeft geuit, merkt iemand op: ‘Tu ne raisonnes pas mal, pour un macaque.’ Je redeneert niet slecht, voor een makaak. En een makaak, dat is een aap.

Is een politiek correcte stripcultuur wenselijk? Uiteraard. Is hij denkbaar? Misschien, maar het is de vraag hoe je de grens trekt tussen anachronistisch moralisme en gerechtvaardigde afkeer.

Mickey Mouse is eigenlijk een black & white minstrel, een nepneger met witte handschoentjes: moet hij daarom verboden worden? En is het niet bijzonder kwalijk dat het uitgerekend de Zwarte Smurf is die altijd roet in het eten gooit? Moeten we dat niet censureren? Alle jongensboeken die avonturen bevatten van Indianen (en niet van Native Americans) kunnen op de brandstapel. Alle films waarin Russen worden gedemoniseerd als communisten moeten in de prullenbak. Mag Othello blijven?

In 2003 verscheen Black images in the comics – A visual history van Fredrik Strömberg, een bloemlezing met honderd voorbeelden van zwarten in de strip. Het boek bevat een voorwoord van de zwarte tekenaar Charles Johnson, die zich over al die karikaturen heel kwaad maakt. ‘Als we de bladzijden van Black Images in the Comics omslaan, moeten we beseffen dat de plaatjes die we hier zien, deze oerafbeeldingen van zwarten, het gevolg zijn van een gebrek aan verbeeldingskracht (en empathie), en dat ze ons niets vertellen over zwarte mensen maar alles over wat een blank publiek goedkeurde en waardeerde in de populaire cultuur.’

Intussen zijn er allang nieuwe karikaturen in de maak: die van de fundamentalistische moslims bijvoorbeeld, behangen met dynamietstaven. Het is aan een ieder van ons om dat cliché te versterken – of te ontwapenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden