IFFR zoekt rauwe, rafelige kwaliteit

Onder nieuwe directeur Wolfson richt IFFR zich nog meer op minder betreden paden...

‘Precies een jaar geleden was ik hier ook, ergens op het balkon. Dat was een stuk comfortabeler dan hier op het podium. Dat neemt niet weg dat ik blij ben dat ik hier sta.’ Met deze woorden begon interim-directeur Rutger Wolfson zijn openingsspeech van het 37ste International Film Festival Rotterdam, woensdagavond in de Rotterdamse Doelen. ‘Ik heb vijfentwintig jaar in Rotterdam gewoond, dus ik ben min of meer opgegroeid met dit festival. Het heeft me veel geleerd over film, maar ook over de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van beeld en geluid, en over de grenzen tussen film en andere visuele kunsten.’

Wolfsons voorganger Sandra den Hamer, die eind vorig jaar na drie jaar solo-directeurschap afscheid nam van het IFFR om leiding te gaan geven aan het Amsterdamse Filmmuseum, kreeg na Wolfsons openingswoorden uit handen van Ivo Opstelten de Wolfert van Borselen-penning van de Gemeente Rotterdam. De Rotterdamse burgemeester werd vervolgens zelf ook in de bloemetjes gezet. Preluderend op zijn aangekondigde vertrek uit Rotterdam kreeg hij van Wolfson een speciale Tiger Award voor zijn voortdurende steun aan het IFFR.

Ondanks zijn late benoeming heeft Wolfson niet nagelaten een eigen stempel op het festival te drukken. Als het centrale thema van de 37ste editie koos hij Free Radicals, een term ontleend aan de chemie, die wordt gebruikt voor bijzondere moleculen of atomen die soms hevige reacties uitlokken. Volgens Wolfson is het opvallend dat veel audiovisuele makers geen technische perfectie meer nastreven, maar bewust een rauwe, rafelige kwaliteit opzoeken.

Als openingsfilm selecteerde Wolfson cum suis Cordero de dios, de fraaie, ingetogen debuutfilm van de jonge Argentijnse Lucía Cedrón. In dit familiedrama, tot stand gekomen met een bijdrage van het Rotterdamse Hubert Bals Fonds en een van de vijftien Tiger Awards-kandidaten, verbindt Cedrón twee turbulente periodes uit de recente Argentijnse geschiedenis: 1978, het jaar dat de junta het WK-voetbal gebruikte voor propagandadoelen, en 2002, toen het land werd beheerst door een enorme financiële crisis.

Minister van OCW Ronald Plasterk, staatssecretaris Sharon Dijksma, festivalvriend Ruud Lubbers en vele gasten uit de Nederlandse film- en amusementswereld – van Monique van de Ven, Victoria Koblenko en Paul de Leeuw tot Jules Deelder, Rutger Hauer en Anton Corbijn – woonden de opening bij in de Grote Zaal van De Doelen. Het ‘gewone’ publiek kon zich tegelijkertijd te goed doen aan lichtere kost: Juno van Jason Reitman, een komedie over een zwanger en ad rem tienermeisje.

De komende tien dagen worden om en nabij de 700 films vertoond op het IFFR. Daaronder zijn 50 wereldpremières, 30 internationale premières en 25 Europese premières. Het festival verwacht ongeveer 2600 internationale festivalgasten, onder wie 350 filmmakers. Daaronder zijn Aleksandr Sokoerov, Hou Hsiao-hsien, Béla Tarr, Carlos Reygadas, Ulrich Seidl en de drie Filmmakers in Focus: Masahiro Kobayashi, Svetlana Proskoerina en Robert Breer.

Het zijn geen namen die bij iedereen een belletje doen rinkelen; onder Rutger Wolfson lijkt Rotterdam zich alleen maar meer te focussen op de minder betreden paden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden