AchtergrondDrie documentaires

IFFR-directeur Bero Beyer over de 49ste editie en de Portugese openingsfilm Mosquito

Volgens Beyer mogen ook Nederlandse filmmakers het koloniale verleden best eens ter sprake brengen.

Mosquito van João Nuno Pinto.

Noem het twee petten, of anderhalve pet. Zodra scheidend IFFR-directeur Bero Beyer (50) zijn keuze voor de openingsfilm van de aanstaande festivaleditie verklaart, zien we alvast een glimp van de directeur van het Nederlands Filmfonds –vanaf maart zijn nieuwe functie. Dat Nederlandse filmmakers best een ‘voorbeeld’ zouden kunnen nemen aan Mosquito, waarin regisseur João Nuno Pinto het koloniale verleden van Mozambique beschouwt door de ogen van een piepjonge verdwaalde militair. ‘Wij hebben óók nog wel een en ander te bespreken, zaken uit het Nederlandse verleden waar we aan voorbij zijn gegaan.’

In de openingscène van Mosquito wordt een peloton Portugese soldaten vanaf hun boot aan wal getild door zwarte dragers. Het is zo’n beeld dat je bijblijft: de kolonisator boven op de nek van de als lastdier ingezette gekoloniseerde, wadend door de branding. ‘Je denkt toch: hoe hebben we dit ooit normaal kunnen vinden?’

Mosquito is losjes gebaseerd op de indrukken van de grootvader van de regisseur, die in 1917 als militair werd uitgezonden naar Oost-Afrika om te vechten tegen de Duitsers. ‘Het is weggedrukt in de geschiedenis, dat Afrikaanse deel van de Eerste Wereldoorlog, het ontbreekt in de historische canon, óók in Portugal. Die knul in de film hoopt op een grootse strijd en chauvinistische glorie, maar die hele militaire operatie leverde niets op. Hij klampt zich vast aan een koloniale grootsheid die allang is verdwenen. Hij raakt zijn peloton kwijt, krijgt malaria, dwaalt door het land. Het is een soort Heart of Darkness.’

Anders dan in voorgaande jaren kent de 49ste editie van het IFFR nu eens geen overkoepelend thema. ‘Nee, al borduren we wel voort op wat we eerder hebben ingezet met ons thema ‘Planet IFFR’: dat wij mensen rare schepselen zijn, die op een of andere manier de noodzaak voelen om te creëren, om te scheppen. Misschien dat we dit jaar wat meer de collectiviteit benadrukken bij dat creëren. Dat zie je terug in het programma: de masterclass bijvoorbeeld van cameraman Diego García en van componist Howard Shore, die bijdroeg aan het oeuvre van David Cronenberg en Martin Scorsese.’

Een hoogtepunt van deze festivaleditie, op voorhand al, is de komst van de Zuid-Koreaanse filmmaker Bong Joon-ho. Ook hij geeft een masterclass in Rotterdam. En Bongs met de Gouden Palm bekroonde komedie Parasite wordt vertoond, in een zeldzame zwart-witversie. ‘Parasite, een van de meest meticuleuze films van het jaar, wordt hier teruggebracht tot de essentie: licht en donker.’

Dat Bong komt, is een mirakel: de Zuid-Koreaan regisseerde een van de grootste en onverwachtste hits van het filmjaar en is zesmaal genomineerd voor een Oscar. Er wordt van alle kanten aan hem getrokken, beaamt Beyer. ‘Zijn schema is moordend.’ Maar Rotterdam was er vroeg bij en had een streepje voor: met zijn debuutfilm Barking Dogs Never Bite (2000) was Bong al eens eerder te gast geweest op het Rotterdamse festival. ‘En dat was hem goed bevallen.’

Voor de IFFR-bezoekers voor wie films niet bizar of heftig genoeg kunnen zijn, tipt de directeur de YouTube-achtige beeldmarathon The Eyeslicer: Season Two. ‘Retroanimatie, cultuurparodie en internetgekte in een snoeiharde, vrolijke en krankzinnige beeldenstorm. Niet aan te bevelen voor mensen met gevoeligheid voor epilepsie. Wie de hele 368 minuten uitzit, krijgt van mij persoonlijk een biertje. Of een smoothie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden