Iets veranderen is een beetje sterven

IN HET romandebuut van Esther Gerritsen zet een jonge vrouw koffie. Ze vult het apparaat met water, het filter met koffie en wacht. Ze pakt een mok uit de kast en schenkt in. Dan beseft ze dat koffiezetten en koffiedrínken twee verschillende dingen zijn: 'Je kunt zin hebben koffie te maken en in te schenken, maar dat betekent niet als vanzelf dat je die koffie ook op hoeft te drinken. Er kan elk moment een andere beslissing worden genomen. Ik hoef mij niet aan het schijnbaar logisch vervolg te houden, wat hier onmiskenbaar ''het opdrinken van de koffie'' inhoudt.' Ze besluit triomfantelijk de koffie dit keer koud te laten worden en er geen slok van te nemen. Glimlachend begrijpt ze dat dit de manier is om je leven in eigen hand te houden en alles mogelijk te maken.

Maar dan komt haar vriend thuis. Hij blijkt nooit een kopje koffie koud te hebben laten worden, althans niet dat hij zich kan herinneren. Dat laatste is voor de ikpersoon onbegrijpelijk. Voor haar is elke handeling een beslissing die je bewust moet nemen. Dat alleen is de manier om aan de maalstroom van het leven te ontsnappen.

Tussen Een Persoon gaat van begin tot eind over het afwijzen van sociale conventies en veranderingen. De hoofdpersoon leidt een gelukkig leven. Dat zou je tenminste denken als je er van een afstandje naar kijkt. Ze studeert, heeft een vriend die van haar houdt en staat op het punt te verhuizen naar het nieuw gekochte huis in een weiland. Dan, op de dag van de verhuizing, besluit ze dat ze niet kan gaan. Alles moet blijven zoals het is, hypotheekaktes en verhuiswagens ten spijt. En ook haar vriend moet tegengehouden worden. Als ze ruzie krijgen, tapet ze zijn handen en voeten aan elkaar en plakt zijn mond dicht. Ze gaan niet.

In deze benarde positie luistert hij naar wat zij vindt en hoe zij denkt over alle veranderingen die hij wilde doorvoeren. 'Jouw nieuwste verhaal heet ''het platteland''. Je staat op de drempel van hoofdstuk 1: ''Het nieuwe huis'', je kunt niet wachten om er naar binnen te gaan maar je bevindt je nog in de proloog: ''De verhuizing''. (. . .) Maar ik doe niet mee in dat verhaal.' De vrouw is bang. Bang voor alles wat verandert en bang om in routines te vervallen. Voor haar is de kleinste verandering al te veel. Ze heeft niet het vermogen met de tijd om te gaan. Denkt niet verder dan een week vooruit en moet ze daadwerkelijk iets vastleggen in haar agenda, dan breekt het angstzweet haar uit. Veranderen is de persoon uitwissen die je op dat moment en op die plek bent. Iets veranderen is een beetje sterven. Dat kan door een vakantie naar Italië, maar ook door het eindigen van een zin. Door de kleinste handeling wordt alles onherroepelijk anders.

Wat de vrouw doet, is wegduiken in fantasieën. Daar is het prima om naar een ander huis te gaan en daar is het geen probleem om een kind te krijgen en samen oud te worden. Of met een camper vol kinderen naar Noorwegen te gaan. Ze vindt het heerlijk om gedachten te creëren die geen directe invloed op haar leven hebben. Die veilig in haar hersenen blijven en geen gevolgen kennen in de realiteit. Fantaseren is voor haar ook een soort bezwering. Tijdens het kopen van het nieuwe huis en het plannen van de verhuizing denkt ze er geen moment aan dat de voornemens ook daadwerkelijk zullen worden uitgevoerd. Ze doet mee, maar niet omdat ze zichzelf ziet wonen in een huis op het platteland, maar om hem gerust te stellen en niet wéér moeilijk te doen.

Esther Gerritsen is een meester van de vervreemding. In al haar werk - ze schrijft toneelstukken en in 2000 verscheen de verhalenbundel Bevoorrecht bewustzijn - speelt de afwijking van het sociaal wenselijke een grote rol. De gevoelige vrouw die ze in Tussen Een Persoon beschrijft, probeert wanhopig weg te sluipen uit de veranderingen die het leven met zich meebrengt. Voor de lezer zijn de dwangneuroses van de hoofdpersoon ver van huis en niet echt voorstelbaar. Maar Gerritsen weet de gevoelens van de vrouw wél duidelijk te maken. Normaal gesproken schrikt iemand niet van het plan vanavond 'een beetje door de stad te slenteren', maar het is wel beangstigend te ontdekken dat je zonder nadenken in een bepaald leven bent gerold, waaruit het moeilijk ontsnappen is. Wat Gerritsen op de millimeter laat zien, beleven de meeste mensen in het groot. Iedereen zou weleens even níet mee willen doen en alles willen stopzetten omdat het moment van nu het ideaal is.

Gerritsen schrijft haar verhaal met veel precisie en een minimale benadering van het alledaagse. Dat zie je aan het gebrek aan gebeurtenissen - de hoofdpersoon zit het hele boek tegenover haar beknevelde vriend - en ook in de weinige beelden die de auteur oproept. Woorden en gedachten zijn haar gereedschap, niet de geuren en kleuren die de omgeving van de personages vormen. Het kopje koffie dat de ikpersoon niet drinkt, is dan ook niet zwart en geurig, of, met melk, romig, maar een doodgewoon kopje koffie. En het huis dat ze heeft gekocht, is simpelweg een 'rechttoe rechtaan huis', met een 'schuin dak'.

Deze manier van schrijven, van het benadrukken van het verbale en de gedachtewerelden van de personages, is wat het verhaal zo klinisch maakt. Maar dan klinisch in de beste betekenis van het woord. Een goed doordachte selectie van woorden en zinnen, bedoeld om de lezer aan het denken te zetten over wat hem beweegt en waarom hij de conventies volgt zoals hij doet.
En dat is gelukt. Overweldigend.

Esther Gerritsen: Tussen Een Persoon.
De Geus; 141 pagina's; ¿ 17,50.
ISBN 90 445 0157 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden