vijf albumslewsberg

Iets over de band vertellen aan de hand van vijf platen? Dat wil Lewsberg wel

Inspiratie haalt de band overal vandaan, óók van deze vijf platen.

Lewsberg, met vanaf links: Dico Kruijsse, Shalita Dietrich, Arie van Vliet en Michiel Klein. Beeld Adriaan van der Ploeg

Toepasselijk: nu iedereen thuiszit een album uitbrengen dat In This House heet, al is het nog even de vraag hoe het met de fysieke exemplaren zal lopen, want veel landen waar de Rotterdamse indierockband Lewsberg met zijn titelloze debuutalbum (2018) wortel schoot, zijn in full lockdown. De digitale release gaat in elk geval door.

We interviewen Lewsberg via Skype. Hallo, zwaaien de gitaristen en songschrijvers Arie van Vliet en Michiel Klein vanuit Rotterdam. Ze vertellen over afgelaste optredens in Frankrijk en Spanje, over inhaaldata in Duitsland en Groot-Brittannië in het najaar en over een zomer die Lewsberg níét, zoals die van 2019, naar allerlei mooie festivals in binnen- en buitenland zal brengen.

Ze trokken nogal wat aandacht met hun onderkoelde indierock, misschien juist omdat die zo verrukkelijk wars is van aandachttrekkerij, onverstoorbaar en monolithisch als The Velvet Underground (en later The Feelies en Galaxie 500).

Ook op In This House dansen veel songs op stoïcijns repeterende gitaarloopjes, onnadrukkelijk pakkend als in Cold Light of Day of From Never to Once. Arie van Vliet praatzingt in de geest van Lou Reed, maar ook die van Robert Loesberg (1944-1990), de schamperende Rotterdamse cultschrijver naar wie de groep zich vernoemde. Geen Nederlandse band klinkt als Lewsberg.

Ze schreven de liedjes voor In This House tussen de bedrijven door door: hier een liedje, daar een liedje, op tournee of tussen plukjes optredens. Een rode draad? Neuh. Hooguit zijn ze beter geworden in wat ze doen, ‘maar ik weet niet zeker of dat iets goeds is’, zegt Van Vliet, die ooit uitlegde dat Lewsberg de intentie had om goede songs te schrijven en die dan heel slecht te spelen.

Iets over de band en zijn muzikale universum vertellen aan de hand van vijf albums? Is goed, dat willen ze wel, al benadrukt Van Vliet dat ze net zo goed iets over hun band zouden kunnen vertellen aan de hand van vijf romans of fotoalbums.

En natuurlijk noemen ze géén plaat van The Velvet Underground.

1. Cody Chesnutt: The Headphone Masterpiece (2002)

In zijn slaapkamer nam Cody Chesnutt uit Atlanta zijn lange, 36 songs tellende debuutalbum op. Neo-soul, lofi geproduceerd: ongebruikelijk, maar het pakt betoverend uit.

Van Vliet: ‘The Headphone Masterpiece is een gezamenlijke favoriet omdat het een album is dat zich nergens iets van aantrekt. Het is soul, het is rock, het is funk en het is allemaal schetsmatig.’

Klein: ‘Eigenlijk is het een verzameling demo’s, die hij vooral gemaakt lijkt te hebben voor zichzelf.’

Van Vliet: ‘Veel van de teksten gaan expliciet over seks, maar niet vanuit een ‘sex sells’-gedachte. Zie ook de albumtitel en de hoes: allebei totaal seksloos. Dat maakt ze goed, vind ik: er zit geen effectbejag bij.’

2. Mad Nanna: I Made Blood Better (2012)

Mad Nanna uit Melbourne omschrijft de eigen muziek als ‘no-technique idiot-avant’: ze lijken domweg niet te kunnen spelen. Ontregelende pop voor wie al het andere te muzikaal vindt.

Klein: ‘Vóór Lewsberg organiseerde ik een tijdje concerten in Rotterdam, voor experimentele bands. In 2013 haalde ik de Australische band Mad Nanna naar Roodkapje. Ze speelden op expres ontstemde gitaren, schijnbaar totaal langs elkaar heen, met een drummer die er achteraan kwam struikelen. Arie was er ook.’

Van Vliet: ‘Een groot deel van het publiek vond het vreselijk, er liepen mensen weg, maar voor mij was het een openbaring dat je ook zó muziek kon maken.’

Klein: ‘We ontdekten een paar belangrijke raakvlakken, die avond: onze gedeelde voorliefde voor naïviteit, de bewuste mislukking. I Made Blood Better is altijd een favoriet album gebleven.’

3. Frank Ocean: Blonde (2016)

Vier jaar na zijn doorbraak verraste Frank Ocean iedereen met het grillige Blonde: ‘avant-garde R&B’ die je voortdurend op het verkeerde been zet.

Van Vliet: ‘Blonde verscheen in de tijd dat Lewsberg net begon met schrijven en repeteren. Frank Ocean was in 2012 doorgebroken met Channel Orange. Die vond ik ook al heel goed, maar ik vond het vooral inspirerend dat een kersverse mainstreamartiest met zo’n experimentele opvolger kwam.’

Klein: ‘Het zijn dagboekachtige liedjes, schetsjes die nu eens hifi en dan weer heel erg lofi klinken. Het lijkt vaak alsof ze nog niet af zijn. Daarin herkenden we ons, denk ik. Het gaat niet om perfectie, het gaat om de zoektocht.’

4. Tariverdiev: Film Music (2015)

Vrijwel geen westerling kende de Russisch-Armeense filmcomponist Mikael Tariverdiev (1931-1996) toen in 2015 een compilatie van diens beste filmscores verscheen.

Van Vliet: ‘De filmmuziek van Tariverdiev zet ik graag aan wanneer ik zit te schrijven. Veel Lewsberg-teksten zijn op deze muziek geschreven. Dat werkt goed, omdat deze muziek je aandacht niet opeist, maar toch is het geen ambient of muzak. Daar is het toch te interessant voor.

‘De films waarvoor hij deze muziek schreef, ken ik niet. Ik vind het juist fijn om niet te weten waar hij op reageert of wat hij wil verklanken. Het is vervreemdende, melancholieke muziek. Er gebeuren dingen, maar subtiel. Of misschien gebeurt er wel niks. Zo is het bij Lewsberg ook een beetje.’

5. Nina Simone: The Greatest Hits (2003)

De eerste postume compilatie, kort na haar dood in april 2003 verschenen. De echt grote hits openen de rij; wat daarna volgt, is voor veel luisteraars eerder een kennismaking.

Van Vliet: ‘Zijn het echt allemaal hits? Ik weet het niet eens. Voor mijn gevoel zijn de hits na een tijdje op en moest de cd vanaf dat punt worden gevuld. Maar juist daar wordt het interessant. Ik vind het mooi hoe Simone met weinig woorden en heel minimale muzikale middelen iets zegt of suggereert.

‘Mensen hebben het vaak over het maatschappelijke engagement in haar teksten. Wat ik juist zo mooi vind, is dat dat er nergens dik bovenop ligt. Ik heb bij Nina Simone nooit het gevoel dat ze statements loopt te maken.’

Credit: Lewsberg: In This House. Eigen beheer.

Loesberg

‘Mensenhater’ Robert Antonius Loesberg (1944-1990) schreef één roman: Enige defecten (1974). Arie van Vliet kocht een heruitgave van het boek om tijdens een verblijf in het ziekenhuis iets te lezen te hebben. Loesberg wilde zich bij een internationale doorbraak Lewsberg noemen. Uiteindelijk bracht niet de auteur, maar de naar hem vernoemde gitaarband die naam naar het buitenland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden