Iets meer carnaval in de sport

Topsport is vaak een zaak geworden van strakke gezichten, geld en belangen. De spelende mens dreigt het af te leggen tegen de economische mens....

Door Willem Vissers

Televisie-analist René van der Gijp stond na Feyenoord - Ajax achterin de perszaal en dacht even dat Ajax-trainer Martin Jol was veroordeeld ‘tot twaalf jaar gevangenisstraf en tbs’. Onderuitgezakt, zachtjes pratend en een beetje zuur voorzag Jol het duel van commentaar.

De hedendaagse topsport is een bloedserieuze aangelegenheid en is een zaak van grote belangen. Van der Gijp, beschouwer van het voetbal, hoorde de Italiaanse bondscoach Lippi onlangs, na Juventus - Inter, verwoorden wat hijzelf al jaren denkt: dat het de verkeerde kant opgaat met de topsport.

Overspannenheid en vreugdeloosheid borrelen aan de oppervlakte. ‘Ik zie geen plezier, geen ontspanning. Het is één grote opgeklopte bende. Het leek alsof die Italiaanse spelers met een granaat in de hand voetbalden die alleen nog tot ontploffing hoefde te komen. Het heeft niets met voetbal te maken. Alle spelers vallen maar en proberen elkaar een kaart aan te naaien.

‘De druk is ook bijna onmenselijk. Het is niet meer de hobby waarvan je je beroep hebt gemaakt. In Nederland is het nog niet zo ver, maar wij gaan ook die kant op. Het slaat een beetje door.’

Van der Gijp ziet spelers van het Nederlands elftal in hun geblindeerde auto’s de kelder inschieten, voor een trainingskamp in Noordwijk. Alleen om die ene vraag van de NOS-verslaggever te ontwijken. Bij Huub Stevens in diens tijd als PSV-trainer vroeg hij zich soms af of hij de goede medicijnen had ingenomen.

Sport is stress. Verliezen is verboden. Wie afwijkt van het pad, is een buitenbeentje. Zie trainers op de bank de kansen voor hun elftal noteren, zodat ze die na afloop door hun betoog kunnen vlechten. En och, als die kansen eens tot doelpunten hadden geleid, hadden ze misschien gewonnen. Ze slaan standaardtaal uit en praten elkaar na.

Scheidsrechters zijn bang het opgelegd pandoer uit Zeist te bruuskeren. Ze zitten gevangen tussen hun eigen waarneming en het heilige oog van de camera. Van der Gijp: ‘Het is straks voor niemand meer een feest, terwijl sport een spelletje is. Het moet ook voor de toeschouwers in De Kuip schitterend zijn als El Hamdaoui drie Feyenoorders zijn hielen laat zien. Daar gaat het om in sport, maar dat gevoel raken we helemaal kwijt.’

Perschefs gaan met een rode pen langs ter autorisatie aangeboden gesprekken. Iemand zou eens boos worden om een zinnetje. Sommigen eisen zelfs de vragen vooraf ter inzage. Sporters zijn al dan niet zelfbenoemde halfgoden. Verwachtingen zijn tot maximale proporties opgepompt. Wat als Sven Kramer níet wint in Vancouver? Wat als Oranje de groepsfase in Zuid-Afrika níet doorkomt omdat Robben toevallig buikpijn heeft? We doen alsof sport tot in de finesses maakbaar is, terwijl aan de finish vaak het toeval beslist. John Terry gleed uit voor de beslissende penalty tijdens de finale van de Champions League tegen Manchester United, in 2008. Weg beker.

Van der Gijp was een voetballer die de lach aan zijn kont had hangen. Tegenwoordig is hij analist bij Voetbal International, de tv-versie van het weekblad. Misschien had hij als voetballer een beetje te veel van wat hij tegenwoordig mist. Terwijl compaan Johan Derksen de nuance vaak vermijdt, houdt Van der Gijp het voetbal een spiegel voor. Kijk eens hoe belachelijk we met zijn allen doen. Alles is belangrijk gemaakt. Zelfspot ontbreekt volledig. Ja, de sport kan warempel een scheutje carnaval gebruiken. Waar is de nar? De clown? Wie zijn de cowboys? Waar is de relativering?

Presentator Tom Egbers van Studio Sport: ‘Het oude Engelse adagium it doesn’t matter if you win or lose, it’s how you play the game, is allang uit de sport verdwenen. We zijn verleerd te lachen om onszelf, om onszelf op de hak te nemen.’

Juist dat is één van de principes van het carnaval, dat de komende dagen vooral het zuiden des lands in de greep houdt. De directeur is verkleed als bouwvakker, de onderwijzer als directeur, de groenteman als dirigent. Ze houden zichzelf en elkaar een spiegel voor. Ze lachen om de ander én om zichzelf. Ze monsteren elkaars uitdossing en beschouwen elkaars levens bij een glas bier.

Een paar dagen lang zijn ze allemaal gelijk en vragen ze zich af: ben jij werkelijk zo goed, succesvol en belangrijk als je denkt? En de ander geeft antwoord, eerlijker dan hij in de rest van het jaar zou durven.

Frits Jongen, voorlichter van de grootste carnavalsvereniging in Maastricht, de Tempeleers, vertelt over de stoet Haagse politici die elk jaar afzakt naar Maastricht: ‘Ze staan aan de toog te praten met mevrouw Krepkes.’ Mevrouw Krepkes staat model voor de lagere sociale klasse. ‘De basis van carnaval is dat rangen en standen wegvallen, dat niet elk woord wordt gewogen.’

Tom Egbers: ‘In de sport willen mensen voor God spelen, door het toeval uit te sluiten. Van Gaal wil strakke shirtjes voor voetballers. Dat is eerlijker. Hij wil kunstgras, want dan kan de bal nooit meer via een polletje in het doel stuiteren. En als je jaar in, jaar uit te horen krijgt dat je een geweldige voetballer bent, ga je het nog geloven ook.’

Maar waar is soms de lol gebleven, het lef? Waar is de rebel in de sport? Connors, McEnroe, Cantona, Best, scheidsrechter Derks. Shani Davis meed deze week de persconferentie van de Amerikaanse schaatsers in Vancouver, omdat hij ‘geen zin had in dit soort bijeenkomsten’. Hij gaat zijn eigen weg. Dat kost hem sponsorgeld en misschien respect van zijn teamgenoten. Het zij zo. En als hij straks verliest? ‘Dat kan, maar ik ben nog nooit zo ontspannen geweest. Ik ben in het paradijs nu’, zei hij tegen de NOS.

Trainer Barry Hughes blies tijdens Haarlem - AZ eens op een rolfluitje, als dé carnavaleske actie in het voetbal. Hij tartte collega Kessler, de Duitser, het toonbeeld van serieusheid. Egbers: ‘Als je zoiets tegenwoordig doet, krijg je ruzie met de belangenvereniging CBV.’

Wim Kieft vertelde onlangs een anekdote over een teamgenoot uit de jaren tachtig, Jan Mølby. De Deen sliep na een avondje stappen in zijn auto op de Berlagebrug in Amsterdam, nadat hij nog even bij de patatkraam was geweest.

De volgende ochtend moest hij zich op Schiphol melden voor een Europese uitwedstrijd van Ajax. Iemand vroeg zijn paspoort. Vergeten. Mølby voelde in zijn jaszak en warempel, daar vond hij wél een kroket in een papiertje. Alsjeblieft.

Natuurlijk, de sport is geprofessionaliseerd. Willy Brokamp, voorheen van MVV en Ajax en een erkend feestnummer in het verleden: ‘Wij hadden allemaal een baan naast het voetbal. Voetbal was ook een uitlaatklep, het was lang leve de lol. Verder was er weinig afleiding. We konden voetballen op straat óf met ons dingetje spelen.

‘Tegenwoordig zijn sporters full-prof. Ze doen niets anders. Ze zijn veel bewuster met hun sport bezig dan wij vroeger. Op een andere manier zullen ze best veel plezier hebben.’ Hij wil maar zeggen: het is logisch dat ze zo serieus zijn. Ze moeten ervan leven, ze kunnen er rijk mee worden. Ze hebben meer te verliezen dan te winnen.

Cabaretier Theo Maassen prijst het serieuze gehalte van de sport. ‘Ik vind het juist leuk dat het allemaal zo belangrijk is gemaakt, dat PSV landskampioen móet worden, dat Ajax al jaren een tragedie is. Dat bloedserieuze, terwijl het eigenlijk volstrekt onbelangrijk is, vind ik juist zo gaaf aan sport. Relativering is de dood in de pot. Grappig zijn doen mensen maar in hun eigen tijd.’

Martien Schreurs, docent filosofie en educatie aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht, ziet een botsing tussen de homo ludens (de spelende mens) van de sport en de homo economicus (de economische of calculerende mens) daarbuiten. ‘Sport heeft iets canavalesks. Het heeft kenmerken van een feest. We worden even bevrijd van de dagelijkse sleur waarin de homo economicus het primaat heeft.

‘Een van de belangrijkste kenmerken van de mens is de speldrift, zoals ook schrijver en filosoof Friedrich Schiller zei. Net als een feest is de sport een spel waarin mensen helemaal opgaan zonder zich te bekommeren om de buitenwereld waarin allerlei plichten en verantwoordelijkheden gelden.’

Hoewel Schreurs nog steeds genoeg voorbeelden ziet van de spelende mens (Nadal, Messi, Van Persie), onderkent hij dat de ‘homo economicus op alle mogelijke manieren druk uitoefent op de beleving en uitoefening van het spel’.

Dat werkt bijvoorbeeld gemeen spel in de hand. De ene partij maakt grove overtredingen om het spel van de tegenpartij te ontregelen, de ene sporter neemt doping om de ander te overtreffen.

Van der Gijp wil terugkeren naar de basis. Normaal doen. Een beetje lucht uit de ballon. Hij vertelt over Dick Advocaat, als die geschorst is en bovenin het stadion zit. Dan zie je assistent Jan Nederburgh telkens naar boven bellen. Wat nu Dick? Van der Gijp: ‘Coach die wedstrijd lekker zelf. Laat Dickie met rust en laat hem lekker een kop koffie drinken. Stop met dat malle gebel.’

Van der Gijp sprak vorige week met Feyenoord-trainer Mario Been, een geestverwant, over de komende wedstrijd tegen FC Utrecht. ‘Met een beetje pech verliest Feyenoord die wedstrijd gewoon. En als het een beetje meezit, kunnen ze de drie punten stiekem wegkapen. Dat is het simpele gegeven waarmee je de bus instapt. Meer is er niet.

‘Hoezo: we moeten winnen? We moeten terug naar de basis. We moeten weer eens goed kijken naar de atleet Usain Bolt of basketballer LeBron James. Zij genieten gewoon van hun sport.

‘Dat is ook zo mooi aan Suarez. Het is een feest om voor hem naar de Arena te rijden. Hij valt, staat op, schiet, rent om een corner te nemen. Hij heeft zichtbaar plezier. Nee, dan Stekelenburg of Anita. Die lijken soms van steen, alsof ze hopen dat de scheidsrechter zo snel mogelijk affluit.’

Van der Gijp zou willen dat de sport zijn masker afwierp. Want dat is een mooie overeenkomst tussen de sport en carnaval: het masker. Alleen: bij het carnaval gaat dat na drie dagen weer af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden