'Iets is mooi... ...of lelijk. Velen vinden mij populistisch'

Hij is een van die Nederlandse architecten die meedraaien aan de internationale top, en dat betekent vliegtuigen nemen zoals een ander de taxi pakt....

De opdracht was: bouw woningen met een maximaal toegestane hoogte van zes verdiepingen plus dak. Aan boord van de KL 1125 naar Kopenhagen klapt architect Erick van Egeraat zijn laptop open, en laat zíjn ontwerp voor Krøyers Plads zien. Vijf woontorens, of eigenlijk vijf uitvergrote, felgekleurde woonhuizen met, inderdaad, zes verdiepingen en een dak. Maar wel: een puntdak zo hoog, dat er nog eens tien verdiepingen onder passen.

Van Egeraat lacht. 'Zo'n opdracht moet je niet te strikt nemen. Anders wordt het natuurlijk niet spannend. Dus heb ik, geïnspireerd op de huizen in de omgeving, dat puntdak bedacht. Maar dat moet je natuurlijk wel een beetje lollig presenteren. Dus heb ik - Denemarken, sprookjes van Andersen - de opdrachtgever dit schetsje laten zien: een dwerg met een veel te grote puntmuts op.' Van Egeraat won de prijsvraag (een Europese aanbesteding met meer dan tweehonderd ontwerpen). Triomfantelijk: 'Zo simpel is het nou!'

Zonder het zorgvuldig door zijn personal assistant in Rotterdam samengestelde A4-tje met het dagprogramma van minuut tot minuut, is architect Erick van Egeraat nergens. Dat hij deze vrijdag op en neer naar Kopenhagen moet, weet hij. En dat de eerste afspraak over twee uur is, om tien uur op het kantoor van de projectontwikkelaar Kuben, weet hij ook. Maar waar die 'lezing van 15.15 tot 15.45' door hem in het 'Dansk Arkitektur Center' over gaat, of voor welke zender dat televisie-interview van 16.00 tot 17.00 is? Hij heeft geen idee. Zijn assistent Jeanne in Rotterdam regelt alles: 'Is het wel een beetje een serieus programma? Zet ik mezelf niet voor gek?'

In het twintig minuten durende autoritje van vliegveld Kastrup naar het kantoor van Kuben telefoneert hij onophoudelijk, 'op drie lijnen tegelijk'. Ondertussen probeert hij zijn gast te enthousiasmeren met zijn visie op de architectuur. Met het hoofd in de nek kijkt hij vanaf de achterbank van de taxi door de achterruit omhoog - 'prachtig die bakstenen met die uitstekende voegen'. Voorin zit de Duitse Ulf Hack auf, projectarchitect van Krøyers Plads, werkzaam op het kantoor in Rotterdam. ' Ulf kijkt alleen maar naar die moderne zwarte dozen zoals de nieuwe bibliotheek daar. Ik kijk naar de oude gebouwen - dát is toch wat blijft hangen van een stad!'

Erick van Egeraat (47). Meteen al na zijn studie, in de jaren tachtig, maakte hij furore met strak en stijlvol uitziende sociale woningbouw. Het door hem, zijn ex-partner Francine Houben en een paar medestudenten opgerichte bureau Mecanoo werd het bekendste bureau van Nederland. Sinds 1995 heeft hij zijn eigen bureau, Erick van Egeraat associated Architects (EEA), en bouwde hij in Nederland gebouwen die in niets lijken op de gebouwen die verder in Nederland worden neergezet. Onder meer het stadhuis in Alphen aan den Rijn met een voorgevel van glazen panelen beprint met bomen en bladeren, die het gebouw eruit laat zien als een grote ijsklont inclusief 'ijsbloemen'. Of het raamloze 'blob'-vormige koperen popcentrum Mezz in Breda, dat als een aangespoelde walrus op het plein ligt, dwars door de muren van een mooi negentiende-eeuws pand.

Met een bureau dat vier vestigingen telt, in Rotterdam, Boedapest, Praag en Londen, en waar ruim honderd architecten uit alle windstreken werken, behoort Van Egeraat tot dat selecte gezelschap van Nederlandse architecten, met Rem Koolhaas, Ben van Berkel en MVRDV, die ook internationaal grote projecten op hun naam hebben staan. En wier bestaan grenst aan een sterrenstatus, met een gemiddeld aantal vlieguren vergelijkbaar met dat van Madonna op wereldtournee of van politici als Colin Powell in oorlogstijd.

Twee dagen geleden was Van Egeraat nog in Moskou voor een bespreking met de opdrachtgever over Moscow City, een van de belangrijkste projecten van het moment: een gezichtsbepalend complex langs de Moskva van 2,5 miljoen vierkante meter en een geschat budget van 250 miljoen dollar, bestaande uit twee slanke woontorens met complex gedetailleerde gevels van verspringende en licht gedraaide verdiepingen, en twee conische koepels met parkeergelegenheid, kantoren, winkels, bioscopen.

De volgende dag 's ochtends: een bespreking op zijn kantoor in Londen over problemen bij de bouw van een museum en aangrenzend plein in Middlesborough. 's Middags een seminar over De toekomst van de bouw in Nederland in Baarn. En deze vrijdag dus op en neer naar Kopenhagen. Eigenlijk zijn alleen zaterdag en zondag heilig: dan staan zijn drie kinderen ingeroosterd. De rest van de week brengen zij door met zijn ex-vrouw en met au pairs. Tiffany, zijn huidige vrouw, een Tsjechisch fotomodel, ziet hij vooral in het vliegtuig. 'Ze vliegt altijd mee, behalve als ik ergens voor één dag heen moet.'

Tussen het ordenen van de inhoud van zijn zilveren koffertje door ('Het zou natuurlijk interessant voor het verhaal zijn om te zeggen dat ik in het vliegtuig altijd alle kranten lees, maar dat is niet zo'), vertelt hij over het project in Kopenhagen. 'Projectontwikkelaar Kuben is geïnteresseerd om de grond van de Deense staat te kopen waar wij die vijf torens gaan bouwen. Ze hebben het voorlopig ontwerp gezien. We hebben wat dingen aangepast. Die gaan we nu bespreken.'

Dat je je als architect aanpast aan de wensen van de opdrachtgever vindt Van Egeraat niet meer dan normaal. 'Ze hadden een aantal opmerkingen, onder meer over de façade. Die bestaat uit horizontale lamellen. Het zou leuk zijn als we die lamellen er doorheen krijgen. Andere architecten gaan misschien met hun vuist op tafel slaan. Maar ik heb er geen problemen mee: als een opdrachtgever het niet wil, fine. Dan verzinnen we toch wat anders.'

Van Egeraat ís graag anders. Waar de Nederlandse architectuur onder aanvoering van Rem Koolhaas en MVRDV in de jaren negentig internationale faam verwierf, als Superdutch betiteld, met conceptuele, anti-esthetische bouwwerken, ontwikkelde Van Egeraat zijn eigen stijl: een architectuur die juist draait om vorm, uiterlijk, en dus om gevels, detaillering, kleur, materiaalwerking.

Voor door conceptualisme gedreven collega's heeft Van Egeraat weinig goede woorden over. En, geheel tegen alle Salonfähigkeit in, gaat architectuur voor hem over 'gevoel' en over 'mode'. Van Egeraat met provocerende eenvoud: 'Ik heb het altijd over schoonheid. Collega-architecten beschouwen dat als een vies woord. Ik wil gewoon mooie dingen maken. Voor mij is het heel simpel: iets is mooi of iets is lelijk. Veel mensen vinden mij populistisch.'

Een stuk of vier keer per week business class vliegen, dag in dag uit eten in dure restaurants, pendelen tussen zijn huis in Londen, zijn appartement in een van de hoge torens in Rotterdam en vijfsterrenhotel Kempinsky in Boedapest, waar hij al ruim tien jaar wekelijks komt en waar zijn spullen (kandelaars, bloemen) voor hem klaarstaan: voor Van Egeraat is het allemaal heel gewoon. Heus. En er hoeft dus niet 'dramatisch' over gedaan te worden: 'Andere mensen zitten twee uur per dag in de file. Daar zou ík doodmoe van worden.' Elke dag naar hetzelfde kantoor, thuis op de bank, niets doen - hij moet er niet aan denken. 'Zo lang ik werk gaat alles goed.'

Inmiddels is zijn bedrijf zo sterk gegroeid, dat Van Egeraat vorig jaar toe was aan de eerste 'reorganisatie'. EEA bouwt grofweg voor 'honderd miljoen per jaar'. 'Als je alle projecten in portefeuille die tussen nu en tien jaar zullen worden gerealiseerd bij elkaar optelt, komt je op een miljard.' Hoewel dus minstens zo groot als de 'grote commerciële bureaus' noemt Van Egeraat zijn bureau liever een 'atelier', waar hij dan met zijn gedrevenheid, zijn ongeremde ideeën en openheid 'dwars doorheen fietst'.

Wie Van Egeraat een week volgt, naar Kopenhagen en naar Boedapest, ziet hoe hij het allemaal in de praktijk doet. Stress? Geen last van. Haasten? Slechts af en toe. Werkbesprekingen en overleg gaan met alle kantoren onverminderd door over de mobiele telefoon ('Erick neemt altijd op'); al het belangrijke zit in zijn hoofd of anders in zijn laptop; communiceren doet hij, ook in Nederland, voornamelijk in het Engels; zich verplaatsen gaat per taxi; euro's, kronen of forinten worden voldaan met creditcard - en overal verschijnt hij weer even fris en charmant, in pak en lange zwarte bontjas.

Het is negen uur 's ochtends. Op het kantoor in Boedapest stromen de architecten via de keuken - kopje espresso, kopje capuccino, kopje thee - het kantoor binnen. Het is zo'n dag dat Van Egeraat er ook is - en dat merk je. Secretaresses duwen hem brieven en andere belangrijke documenten onder de neus om te tekenen. Projectarchitecten maken van de gelegenheid gebruik om hem problemen voor te leggen of om met hem een bouwput te inspecteren, zoals over een halfuur die van het ING-gebouw in aanbouw pal naast het EEA-kantoor.

Van Egeraats verschijning is even opvallend als zijn gebouwen. Alles aan zijn voorkomen is tot in de puntjes verzorgd - zijn handen, zijn egaal opgemaakte gezicht, strak achterovergekamd grijzend geverfd haar. Op professioneel en persoonlijk vlak heeft hij alles onder controle. Niets lijkt aan het toeval te worden overgelaten. Al naar gelang de situatie, de omgeving en zijn gezelschap, is hij open, vertrouwelijk of kwetsbaar (in het vliegtuig terug naar Amsterdam), of vrij, vol spontane ingevingen en wilde ideeën (tijdens het gesprek met de mogelijke opdrachtgever in Denemarken), zelfbewust en koket (tijdens zijn perfomance in Kopenhagen), of zakelijk en onaantastbaar (tijdens de projectbespreking met zijn medewerkers), en hip en glamorous (met zijn vrouw Tiffany, uitgedost volgens de laatste en duurste mode in het fusion food-restaurant Tom and George waar heel rijk en hip Boedapest zich laat zien).

János Tiba, de Hongaarse associate van EEA die het bureau in Boedapest leidt, verbaast zich er vaak over: 'Alle projecten die op de één of andere manier spelen heeft Erick, vaak tot in detail, in zijn hoofd.' En dat zijn er op dit moment zo'n veertig, waarvan vijf à tien heel intensief, zoals Moskou, het bankgebouw voor ING in Boedapest dat in januari klaar moet zijn en de Nederlandse ambassade in Warschau met fotoplafond door Erwin Olaf ('had een paar weken geleden al door premier Balkenende moeten worden geopend').

En de rest van de projecten? Van de herinrichting van het Oosterdokseiland in Amsterdam en de renovatie en uitbreiding van de Haarlemse stadsschouwburg tot en met de theaters voor The Royal Shakespeare Company in Engeland (waarover hij tot en met de Prince of Wales zelf contact onderhoudt) en een stedebouwkundig megaplan voor Bratislava: die 'spelen niet dagelijks'. Maar daar is dan ook alles mee gezegd.

In de praktijk komt het erop neer dat Van Egeraat overal bovenop zit: van het binnenhalen van opdrachten tot het geven van uitleg aan bouwbedrijven over de uitvoering. En met alles wat daartussenin zit: bouwvergunningen en contracten er doorheen slepen, verzoenende woorden spreken met opdrachtgevers en financiers, en het belangrijkste: het aansturen van de projectarchitecten, oftewel 'pushing quality' zoals Tiba het zegt.

Alleen zelf tekenen zie je hem al die tijd niet doen. Maar, zegt Van Egeraat, ook dat hoeft niet 'gedramatiseerd' te worden. Elk ontwerp begint met een paar grove schetsen van zijn hand: geen technische tekeningen of een vage uitwerking van een concept, maar vrij concreet, een tekening waarop de contouren van de uiteindelijke vorm van het gebouw al zichtbaar zijn. 'Zoiets als Moskou, dat beeld van zo'n draaiende gevel, dat bedenk je in een halfuur.'

Hoe druk hij het ook heeft: tijd om dingen te vertellen over zijn werk of over hemzelf heeft hij altijd, maakt hij gewoon. Of het nu in de auto onderweg is, tussen twee belangrijke besprekingen door, of als hij eigenlijk al weg had moeten zijn. 'De hedendaagse architectuur is te veel in zichzelf gekeerd, te zeer een architects architecture die alleen maar leesbaar is voor een selecte groep mensen. Alles terugbrengen tot de essentie, minimalisme - alles moet zogenaamd strak en modern. Maar wat is er leuk aan een witte muur met één zwarte streep erop?'

Voor een volle zaal in het Dansk Arkitektur Center in de haven van Kopenhagen, op steenworp afstand van waar de vijf woontorens zullen verrijzen, zet hij routineus, in flitsend tempo, zijn visie uiteen: 'Architecture is to differentiate, to make a difference. I don't want to make the most pure house, like the modernists, or the best house. I want to make a different house.' Ondertussen vliegen foto's voorbij van hemzelf als kind huilend voor een grote sneeuwbal ('Why build something cold and ugly?'), een mannequin ('Architecture changes like fashion') en van eerder werk, een in vergelijking met de kleurige Deense plannen rechttoe rechtaan flat in Stuttgart. 'Waarom zou je je beperken tot één stijl, zoals de meeste architecten doen? Als architect ben ik altijd op zoek naar nieuwe oplossingen, nieuwe vormen.'

'Weinig met veel bereiken' is een van zijn gevleugelde uitspraken, vertelt een medewerker van hem in Boedapest. Na het zien van een paar gebouwen is het meteen duidelijk: veelheid kenmerkt niet alleen Van Egeraats lifestyle maar ook zijn esthetiek. Sinds de oprichting van EEA in 1995 put Van Egeraat zijn inspiratie uit de dagelijkse centrifuge van verschillende culturen, nationaliteiten en mensen. Zijn werk heeft dan ook net zoveel verschijningsvormen als er opdrachtgevers, landen en culturen zijn. Vergelijk in Nederland alleen al het Ichthuscollege (nu Hogeschool Inholland Rotterdam geheten) van zijn hand of de aanbouw van het Natuurmuseum in Rotterdam (twee tamelijk strakke glazen dozen), het organische Mezz en het barokke stadhuis van Alphen aan den Rijn.

Ook de varatie binnen een ontwerp is enorm. Een façade is nooit in één kleur of in één materiaal. Een raam is nooit vierkant of rechthoekig, een muur staat het liefst uit het lood. Het stadhuis ziet er aan alle kanten totaal anders uit: rond en glad aan de voorzijde, hoekig aan de achterkant, met uit het lood staande buitenmuren van steen afgewisseld door diagonale en horizontale raampartijen.

Modern barok is de term die hij voor zijn stijl, die geen enkele stijl of techniek uitsluit, in omloop bracht. Hij ziet in zijn werk niet alleen een overeenkomst met de achttiende-eeuwse barok maar bijvoorbeeld ook met MTV. 'Snelle beelden van een videoclip op MTV zijn niet bedoeld om elk afzonderlijk bekeken te worden. Net zo min als de decoraties in een barokke kerk. Die gelaagdheid van een wand, een schildering, de versieringen eromheen, de geschilderde wereld die wordt opgeroepen, zijn niet bedoeld om te worden bekeken maar om te worden gevoeld. Als geheel, een warm en rijk gevoel.'

Alles draait om hoe een gebouw er eindelijk uitziet, de detaillering. Projectarchitect Ulf Hack auf: 'Je hoeft bij Erick niet aan te komen met een vraag over de grootte van een apartement. Dat maakt hem niet uit.' Van Egeraat: 'Het kan me niet schelen hoe een gebouw uiteindelijk gebouwd wordt, als het er maar uit komt te zien zoals ik het in mijn hoofd had. Ik denk in affe beelden.' Voor hem gaat architectuur over gevoel: 'Ik wil iemand geen huis geven, ik wil iemand een huis geven waarin hij zich prettig voelt.'

Bij het ontwerpen denkt hij niet zozeer in glas of staal, maar meer in een 'Deens', 'Hongaars' of 'typisch Duits' ontwerp, al naar gelang waar hij bouwt. 'Een Engelse architect als Norman Foster zet overal dezelfde, Engelse high-tech gebouwen neer, ook als hij in Indonesië bouwt. De torens die ik in Denemarken neerzet zijn strak, misschien nog wel iets té. Zoiets zou voor Boedapest veel te kil zijn. Maar bij die Denen, niet bepaald warmbloedige gevoelsmensen, past het wel.'

In Centraal Europa voelt Van Egeraat zich het meeste thuis. Begin jaren negentig beleefde hij er - toen nog bij Mecanoo - zijn internationale doorbraak met de renovatie en uitbreiding van het ING-gebouw. Een typisch negentiende-eeuws neoklassiek courthouse aan de statige avenue Andrássy út in Boedapest, dat hij voorzag van een glazen dak en een rondgewelfde houten bestuurskamer, die vergelijkbaar met het Mezz van binnen aandoet als een veilige warme buik, en die wezensvreemd hoog bovenin het gebouw zweeft en aan de bovenkant als een bult door het dak steekt.

Tegelijk met deze opdracht opende hij in 1992 zijn eerste buitenlandse vestiging, in Boedapest. De sfeer in het kantoor, een door Van Egeraat gerenoveerd modernistisch monument (weer heel anders dan de negentiende-eeuwse villa in Rotterdam) is jong, modern en open. De baas heeft niet eens een eigen bureau, laat staan een kantoor. In de smalle langwerpige ruimte uitkijkend over het in herfstkleuren gehulde stadspark Városliget, zitten alle ruim twintig architecten - veelal Hongaars en rond de dertig - te tekenen: grondplannen, winkelruimten, parkeergarages, VIP-garages, trappenhuizen, liften. Alles op de computer.

De meesten zijn bezig met Moscow City. 'Het klinkt misschien een beetje silly maar zulke hoge torens zijn ongekend in Rusland', zegt de Hongaarse partner Tiba. Met 67 verdiepingen en een hoogte van 250 meter worden het de hoogste torens van Rusland en behoren zij tot de hoogste torens ter wereld. 'Het is ook weer voor het eerst dat Rusland voor een prestigieus project een buitenlandse architect in de armen sluit. Voorheen deden ze alles het liefst zelf.' Huidige stand van zaken: het voorlopig ontwerp is onlangs in Moskou goedgekeurd, en de eerste palen gaan al in de grond.

Deze woensdagmiddag staat het wekelijkse werkoverleg met de projectarchitecten geheel in het teken van Moskou. Voordat de tekeningen van de verschillende etages van de toren in kleinere groepjes worden doorgesproken, houdt Van Egeraat een stevige peptalk: 'Dit is een heel belangrijk project: als dit goed loopt, vragen ze EEA in de toekomst ook weer voor andere projecten.' De meeste medewerkers luisteren licht gespannen en krijgen rode konen als ze hun tekeningen moeten verantwoorden. Hoe open en sympathiek Van Egeraat ook is, hij blijft toch de grote, charismatische baas.

Die middag vindt er een kleine architectuurinhoudelijke revolutie plaats. Een van de architecten, die de koepels voor zijn rekening neemt, heeft een computermodel gemaakt waarin hij precies het oppervlak en de verhoudingen per verdieping van de kegelvormige koepels kan berekenen en tekenen. Op zichzelf verdienstelijk, vindt Van Egeraat. Maar dan gaat de medewerker verder: het oppervlak dat aanvankelijk een slordig-ovale vorm had, heeft hij gereduceerd tot een echte ellips, perfect geometrisch. 'Het was toch al bijna een ellips', verklaart hij.

'A bit of the Fosterous approach', grapt Van Egeraat doelend op de Britse architect Norman Foster. 'Nee maar nu even serieus: je beseft toch wel dat ik nog nooit van mijn leven een geometrisch gebouw heb gemaakt, hè? Kan die computer niet hetzelfde uittekenen maar dan met een onregelmatige ovale vorm? Ik moet hier echt over nadenken.'

Het nieuwe ING-gebouw dat naast het kantoor van EEA wordt gebouwd, laat Van Egeraats stijl in volle glorie zien. De façade is een groot mozaïek van stroken groen glas, donkergroen en zwart aluminium en natuursteen. 'Als regel zijn wij heel erg vervelend voor aannemers.'

'Alles staat hier scheef', zegt hij tevreden. Samen met projectarchitecte Eszter Bódi bezoekt Van Egeraat de bouwput: vluchtig, drukdoend maar wel overal met zijn vingertoppen langsgaand. Ondertussen probeert Bódi hem een aantal dingen te laten zien, nu hij in Boedapest is, onder meer de 'eerste lichtstraal' die aan de voorgevel bevestigd is en 'bad news': de wc-units die er voor EEA maatstaven veel te goedkoop uitzien. 'Typisch Nederlands', vindt Van Egeraat. 'Wel een duur en chic gebouw willen maar dan bezuinigen op de toiletten.'

Met zijn gepoetste schoenen en in zijn chique jas staat hij in de toekomstige entree, een vide van hellende glazen wanden die de verbinding vormt tussen het publieke domein en het kantoorgedeelte. Tien meter hoger zijn mannen bezig het glas tussen de aluminium kozijnen te plaatsen. De wanden worden in bedwang gehouden door stalen kabels, die onafhankelijk van de glazen panelen ook weer een lijnenspel vormen. Tientallen bouwvakkers zijn aan het werk. 'Het fijne voor mij is dat ik het werk heel goed kan beoordelen, omdat ik weet wat ik in mijn hoofd heb en het eindproduct ken. Maar je ziet ze wel denken: ''Wie is die rare man toch die hier eens in de zoveel tijd komt kijken?''.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden