Ierse revolutie gesmoord in naïef idealisme; INTELLECTUELEN DEDEN VERGEEFSE POGING FRANS VOORBEELD TE VOLGEN

EERST WIERPEN de Amerikaanse kolonisten in 1783 het gehate Britse juk af. Toen onttroonde de Franse Revolutie in 1789 eigen koning en adel....

JAN JOOST LINDNER

Als die droom van eensgezindheid geen illusie was gebleven, was de Ierse revolutie in de jaren voor 1800 ongetwijfeld geslaagd, concludeert Oliver Knox in zijn studie Rebels & Informers - Stirrings of Irish Independence over de tragisch mislukte poging. Maar de stedelijke intellectuelen van de United Irishmen, bijna allen protestant, wisten veel van Amerikaanse en Franse revoluties en democratische idealen, maar zo goed als niets van de analfabete, katholieke Ieren van het platteland, 'van hun geschiedenis, mythen en macht'. En van hun 'dagelijks lijden en dromen'.

In september 1795 vermoordden Defenders (katholieke knokploegen op het platteland) twintig à dertig Noord-Ierse protestanten in de 'Battle of the Diamond'. In reactie daarop richtten de Ulster protestanten de - nu nog beruchte - Orange Society op. Nogal wat Noord-Ieren die eerst nog republikeinser waren dan de katholieken, liepen nu over. Liever het Engelse bewind dan een door katholieken gedomineerde republiek.

Andere protestanten werden als leden van de United Irishmen spionnen voor de koloniale regering in Dublin Castle. Weer anderen wendden zich af van de politiek. De eensgezindheid bleef een droom.

In 1798 kwam de Ierse revolutie - waarvan de beoogde leiders bijna allemaal in de gevangenis zaten - niet verder dan wilde uitbarstingen op lokale schaal, maar zij kostte wel dertigduizend levens. In een dorp ten westen van Dublin werden alle protestanten vermoord, ook al waren ze bevriend met katholieken. Elders namen protestanten even gruwelijk wraak.

Het Britse leger had weinig moeite met dát type opstand. Het verdeel-en-heers, dat altijd zo goed had gewerkt in de Ierse kolonie, kon met kracht doorgaan. Zeker nu de Britse premier William Pitt de jongere het - overigens al zwakke - Ierse parlement afschafte.

Knox, die zelf Ierse voorouders heeft, schreef eerder vier romans en twee reisboeken. Bovendien gaf hij boeken uit van de wetenschappelijke club van de Tories in de periode van Thatcher. Deze politieke voorkeur klinkt vagelijk door in dit overigens zeer leesbare boek. De Britse gruwelen (vooral van generaal Lake in het Noorden) worden alleen in het voorbijgaan aangestipt. En het zorgeloze, vaak naïeve idealisme van de protestantse leiders van de United Irishmen wekt de duidelijke minachting van de auteur op. Zijn (lichte) mededogen gaat eerder uit naar het agrarische proletariaat.

De opbouw van het boek is origineel. Knox volgt vier leiders van de United Irishmen vrij precies, vooral via de brieven die zij schreven en ontvingen. Ieder hoofdstuk beslaat een halfjaar tussen medio 1791 en de anticlimax van 1798. Telkens komen ook spionnen in Britse dienst aan bod, soms bestuursleden van de United Irishmen zelf, die niet weten welk ander bestuurslid ook een verrader is. Bijna al deze spionnen sterven op hoge leeftijd en in goeden doen in bed, dit in tegenstelling tot de meeste revolutionairen.

Een van die hoofdfiguren is Lord Edward Fitzgerald, die eerst in Parijs zijn titel en Britse militaire rang opgeeft en militair leider van de revolutie wordt. Enkele weken voor de afgesproken opstand wordt hij door een medebestuurslid van de United Irishmen verraden. Hij overlijdt in een Britse gevangenis aan infectie, doordat zijn schotwonden niet zijn behandeld. Knox vindt hem een naïef warhoofd ('een kind dat soldaatje speelde') en schrijft over hem met veel minder aandacht en sympathie dan Stella Tillyard deed in haar boeken Citizen Lord en Aristocrats.

Meer reliëf krijgt Wolfe Tone, die andere held en martelaar die in de immer hevige Ierse historische trots ook een grotere plaats verwierf. Tone is een centrale man in de United Irishmen in Dublin en speelt als protestant zelfs secretaris voor een organisatie van katholieke emancipeerders, die in Londen bij koning George III feestelijk opgedoft (poeder op de pruiken) een smeekbede voor meer rechten aanbiedt.

De smekelingen krijgen deels hun zin, wat bij Tone en anderen de vrees doet postvatten dat de katholieken blij zullen zijn met wat emancipatorische kruimels in plaats van met een verenigde revolutie. Het wantrouwen van protestantse United Irishmen jegens alle katholieken ligt steeds vlak onder de oppervlakte. Overigens worden alle Londense concessies aan de katholieken snel weer van tafel gehaald als de Defenders Engelse landheren en hun rentmeesters vermoorden.

Tone coördineert (tegelijk met anderen, het is een rommeltje bij de United Irishmen) in Frankrijk de militaire steun aan een Ierse revolutie. Maar de eerste expeditie, eind 1796, gaat ten onder in een storm en de tweede blijkt te klein en komt te laat. In augustus 1798 is al het oproer al onderdrukt en de Britten, met honderdduizend soldaten aanwezig op het eiland, hebben weinig moeite met de bescheiden Franse macht.

Tone wordt gevangen genomen en doet een zelfmoordpoging, omdat de Engelsen hem niet willen executeren als Frans generaal (wat hij de laatste jaren was). Zelfs die poging mislukt en de revolutionair sterft pas na negen dagen vreselijke pijn.

Een destijds magische held was Archibald Hamilton Rowan, een rijke, romantische reus, die wegens opruiing werd veroordeeld, maar spectaculair ontsnapte en in Amerika een nieuw bestaan opbouwde. Knox schildert hem met verve. Hij gold als een nieuwe koning van Ierland, die met een machtig leger (van Ierse emigranten) het eiland zou komen bevrijden. In werkelijkheid kreeg Rowan, een nog zorgelozer held dan Lord Edward Fitzgerald, in Parijs zijn buik al vol van alle revolutietaal, nadat hij Robespierre's guillotine overuren had zien maken. Hij deed niet meer mee en op zijn oude dag mocht hij zelfs weer op zijn Ierse bezittingen komen wonen.

De opstandelingen zijn - Tone ietwat uitgezonderd - dromers en klungels en ze zijn gemakkelijk te volgen door de vele spionnen en verklikkers en al even gemakkelijk van 'hoogverraad' te beschuldigen door Dublin Castle. Maar de Ierse revolutie ging toch vooral niet door doordat deze 'leiders' de woede van de analfabete katholieke massa niet wisten te exploiteren.

De Ierse ellende zou na de tragische mislukking van 1798 nog meer dan een eeuw duren, ook ten nadele van de Britse politiek. De bloedige vijandschap tussen katholiek en protestant in Noord-Ierland zou nog minstens twee eeuwen aanhouden. Knox' boek is ook in dát opzicht verhelderend.

Jan Joost Lindner

Oliver Knox: Rebels & Informers - Stirrings of Irish Independence.

John Murray, import Nilsson & Lamm; 304 pagina's; ¿ 75,-.

ISBN 0 7195 5573 6.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden