Interview

'Iedereen zit elkaar alleen maar na te apen'

Hoe word je gelukkig? Ondanks alle mogelijkheden van nu, zitten de meesten muurvast in hetzelfde script, schrijft Ilja Leonard Pfeijffer in zijn nieuwste toneelstuk.

Anniek Pheifer als de fotografe Hilde in Blauwdruk voor een nog beter leven.Beeld Kurt van der Elst

Ilja Leonard Pfeijffer (1968) loopt onwennig door de gangen van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. 'Is dit een plek waar je wel mag roken?' De perspresentatie zit er net op. Samen met de acteurs van het Nationale Toneel en regisseur Johan Doesburg vertelde de dichter/auteur over zijn nieuwe toneelstuk. Hij is overgevlogen uit zijn woonplaats Genua, Italië. Dat toneelstuk, Blauwdruk voor een nog beter leven, is vanaf deze week door het hele land te zien. Het is een bewerking van society-komedie Design for Living van de Brit Noël Coward. Maar wel een ingrijpende bewerking.

Coward schreef het in 1932. Zoals veel van zijn populaire komedies ageerde het stuk tegen de conventies en de goede manieren van de burgerlijke maatschappij. De personages, drie kunstenaars, waren buitengemeen slim en gevat en praatten in perfect geformuleerde volzinnetjes. Het was nog spannend als iemand een minnaar achter een deur verstopt hield, en een homoseksuele verhouding werd zo impliciet verwoord, dat het ook gewoon twee goede vrienden konden zijn.

Satire

Doesburg vroeg Pfeijffer om daar een moderne satire op de kunstwereld van te maken. Prima keuze. De tegendraadse auteur schreef eerder al een paar kluchtige en tegelijk nietsontziende stukken voor toneel. En ook nu keert hij in ronkende dialogen dat hele artistieke wereldje binnenstebuiten. Bovendien kan hij personages geïnspireerd laten schelden: 'Fuck that godverdomme big way up uw vette aars!' De schrijver veroorloofde zich kortom alle vrijheden. Op het voorblad van het script dat hij inleverde, staat nog wel 'geïnspireerd op Design for Living'. Maar op de flyers die het Nationale Toneel drukte, is de naam van helemaal Coward verdwenen.

'Dat het niet zomaar een vertaling of bewerking moest worden, maar eigenlijk een volledig nieuw stuk, daarover waren we het al gauw eens', zegt Pfeijffer, inmiddels rokend op het balkon. 'Ik wil wel gezegd hebben dat ik veel respect heb voor Coward en zijn vakmanschap. Maar ja, zijn stuk is natuurlijk hopeloos ouderwets. Johan Doesburg was het daarmee eens. Hij kwam langs in Genua en we spraken over de thema's die Coward aansnijdt. Die zijn namelijk van alle tijden. Het gaat over mensen die op zoek zijn naar een beter leven.'

Provocatief

Tekenend voor de gedateerdheid is dat Design for Living destijds een flinke controverse opleverde in Engeland. De driehoeksverhouding tussen de kunstenaars, en zeker ook de homoseksuele component daarvan, hoe verhuld ook, werden toen als zeer provocatief ervaren.

Pfeijffer vertelt dat Coward zich destijds heeft willen indekken door zijn toneelstuk bewust een komedie te noemen. De volledige titel was: Design for living, comedy in three acts. Op die manier kon hij achteraf makkelijk zeggen dat het allemaal slechts om te lachen was. Maar Pfeijffer laat Coward uit de kast komen. Hij heeft het stuk gepimpt met zijn bloemrijke taal en bovendien verdiept met een extra betekenislaag. Het woord 'komedie' dekt de lading niet meer.

Hoofdpersonages zijn Hilde, Otto en Leo, die hier worden gespeeld door Anniek Pheifer, Matteo van der Grijn en Jeroen Spitzenberger. Hun liefdesleven is een rommeltje. In hun werk zijn ze iets succesvoller, hoewel het nog geen vetpot is. Hilde maakt foto's, Otto is kunstschilder en Leo regisseert films en theater. Om te kunnen overleven moeten er concessies gedaan worden, keuzes gemaakt. Hilde voelt zich steeds ongemakkelijker met haar rol in dit ménage à trois. En dan is er ook nog Ernst (Vincent Linthorst), broer van Leo en tevens bankier en mecenas van het drietal. In hem ziet Hilde een oplossing, weg uit het wereldje van nep-authenticiteit, kutrecensies en wegwerpprincipes. Maar ze ontdekt dat het niet zo makkelijk is uit een rol te stappen.

'Coward wilde kunstenaars boven de rest verheffen', zegt Pfeijffer. 'Ze moesten zich onttrekken aan de conventies van de burgerij. Vandaar dat hij ze ook laat eindigen als gelukkig samenwonend trio. Dat is totaal niet relevant meer. Ik wil weten hoe kunstenaars zich nu verhouden tot de maatschappij. Wat zijn de keuzes die ze moeten maken? Leo, de regisseur, kiest voor de ultieme commercie van Hollywood, en verliest alles. Otto, de schilder, heeft uiteindelijk wel succes, maar met het verkopen van kunstzinnige troep. Die discussie, die wilde ik schrijven.'

Noël Coward

Noël Coward

Noël Peirce Coward (1899-1973), geboren in een arm gezin in Londen, was een alleskunner. Naast gevierd toneel- en musicalschrijver was hij ook componist, regisseur, acteur en zanger. Hij acteerde als kind op alle grote toneelpodia in Londen. Op zijn 12de stond hij in het West End Theatre. Daar raakte hij bekend met de glamourwereld, die hij in zijn werk vaak zou persifleren. Hij studeerde dans. Toen hij 19 was, verscheen hij in zijn eerste film. Zijn eerste grote succes, ook in Amerika, kwam in 1924 met het stuk The Vortex, over een losbandige dame uit de upper class en haar aan cocaïne verslaafde zoon. Pikante materie destijds, die volle zalen trok.

Coward zelf cultiveerde een imago als dandy. Daarover zei hij later: 'I acted up like crazy. I did everything that was expected of me. Part of the job.' Hij had relaties met mannen, maar hield zijn geaardheid verborgen. Echt bekend werd hij met zijn zogenaamde comedies of bad manners. Toneelstukken als Private Lives (1930), Design for Living (1932) en Present Laughter (1939) spelen zich af in de rijke, hogere kringen en zijn een pleidooi tegen de dodelijk beleefde Britse omgangsvormen.

Ook in Nederland werd hij veel gespeeld, vooral bij de Haagse en Nederlandse Comedie. Eind jaren negentig kwam zijn werk weer in de belangstelling te staan. In '96 regisseerde Ger Thijs nog een tamelijk getrouwe versie van Design for Living bij het Nationale Toneel, met hoofdrollen voor Gijs Scholten van Aschat, Peter Blok en Jacqueline Blom. In 2013 speelde Oostpool Cowards Post Mortem.

Ondernemerschap

De voorstelling haakt aan bij een actuele debat in Nederland over ondernemerschap in de kunst. Kun je als arme, autonome kunstenaar opdrachten weigeren? Hoe afhankelijk van subsidie moet je zijn? Het Nationale Toneel bouwde dit seizoen op rond deze discussie, met voorstellingen over de kunstenaar versus de maatschappij. Maar Blauwdruk moet volgens Pfeijffer verder kijken dan alleen dat wereldje en gaan over de vraag: hoe word ik gelukkig?

'Hilde is voor mij de meest tragische figuur', zegt hij. 'Ze houdt van elk van die drie mannen evenveel. Als je hen samenvoegt, heb je in feite de ideale man. Maar dat gaat niet en Hilde loopt helemaal vast in de kluwen van relaties. Ze kan uiteindelijk niet meer kiezen en wordt vermalen door krachten die de anderen in gang hebben gezet. Hilde hunkert naar een beter leven. Ze is het personage dat veruit het minst praat over haar kunst, haar foto's. Ze wil juist loskomen van die navelstaarderige praatjes. Kunstenaar zijn voelt voor haar als een beknellende rol. Daarom laat ik haar zeggen dat ze zich een personage in een toneelstuk voelt. Wat ze natuurlijk ook is, dat is het grappige.'

Pfeijffer legt uit dat hij een extra laag aan het stuk heeft toegevoegd. Een meta-theatrale laag. Personages becommentariëren de gebeurtenissen waarin ze verzeild raken, alsof het een toneelstuk is. Dat levert zinnetjes op als: 'Wie regisseert dit eigenlijk?' en 'Het laatste bedrijf zal nog een paar verrassingen brengen.' Maar kan ook schrijnend worden, als Hilde op het einde roept: 'Ik wil geen toneel meer spelen.' Dit spel met fictie en realiteit speelt Pfeijffer ook vaak in zijn romans.

'Ik denk dat ik daarmee een gevoel beschrijf dat herkenbaar is voor mensen van onze generatie. Dat ze het idee hebben dat hun leven een toneelstuk of een roman is. Ze trouwen, nemen een baan, dan kinderen, dan een huis in een buitenwijk vanwege die kinderen. En uiteindelijk komen ze erachter dat ze precies het script hebben gevolgd.

'Het is een vruchtbare metafoor voor de moderne existentiële twijfel. Aan de ene kant wordt iedereen aangemoedigd authentiek te zijn, zijn eigen ding te doen. Anderzijds zit iedereen elkaar alleen maar na te apen. Politici bijvoorbeeld zijn tot in hun vingertoppen getraind om authentiek over te komen. Kunstenaars willen leven volgens een bepaald geromantiseerd beeld van het kunstenaarschap.

'We hebben nooit eerder zo veel keuzemogelijkheden gehad als nu. Iedereen kan zijn leven precies zo inrichten als hij wil. Maar tegelijkertijd geeft die vrijheid ons een enorme angst. Door die angst voelen we ons opgesloten, als het ware in een slecht toneelstuk. Dat is de angst die Hilde voelt in mijn herschreven einde, als ze een inzinking krijgt. Geen happy end dus, zoals bij Coward, maar een vrouw die haar vrije wil heeft opgegeven. Nee, dit is eigenlijk geen komedie meer.'

Blauwdruk voor een nog beter leven, première 8 november in de Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Daarna tournee t/m 1/2/2015.

nationaletoneel.nl.

Fragment uit Blauwdruk

OTTO Een moderne kunstenaar is een ondernemer.

LEO Een ondernemer is geen kunstenaar.

OTTO Wat is er mis met artistiek ondernemerschap? Wat is er mis met het bereiken van een publiek? Wat kan daar cazzo belín mis mee zijn?

LEO Zoals Joop van den Ende?

OTTO Desnoods. Wat is daar mis mee?

LEO Dacht je dat we in een stuk van Joop van den Ende ooit de gelegenheid zouden hebben gehad om deze dialoog op te voeren?

OTTO Nee, maar dan had er wel publiek gezeten.

Ilja Leonard Pfeijffer

Ilja Leonard Pfeijffer, toneelschrijver

Ilja Leonard Pfeijffer debuteerde als toneelschrijver in 2007 met de politieke satire De eeuw van mijn dochter. Het was een bij vlagen hilarische klucht over acteur Jeroen Krabbé, die na de dood van Balkenende de macht probeert te grijpen in Nederland, geschreven in rijmende alexandrijnen en vol stilistische hoogstandjes. Het was een opdracht van toenmalig gezelschap Annette Speelt, van acteurs Thijs Römer en Michel Sluysmans. Voor hen schreef hij een jaar later ook Malpensa, over twee twijfelende zelfmoordterroristen op het vliegveld van Milaan. Zijn derde stuk schreef hij in het Italiaans, voor een groepje bevriende acteurs van Teatro Altrove in zijn woonplaats Genua. Aaamaaaaateeemiii! heette dat. Het kreeg goede recensies in de lokale pers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden