Iedereen was dood - en toen was daar Abie Nathan om de kinderen van Biafra te redden

Journalist Marie Louise Schipper schreef een boek over de Biafra-kinderen die in 1968 naar Nederland kwamen

In 1968 werden tien kinderen uit de oorlog in Biafra naar Nederland gehaald om aan te sterken. Journalist Marie Louise Schipper schreef een boek over wat er van hen is geworden.

Stewardess-verpleegkundige Marlies van Schie met Asuquo, op weg naar Nederland. Beeld Privéarchief van Van Schie

Meestal zwegen ze en staarden ze wezenloos voor zich uit. Soms huilden ze zachtjes. Eind jaren zestig was de wereld in de ban van een gruwelijke oorlog waarvan vooral kinderen het slachtoffer waren. Ik zag ze op tv, met benen als stokjes en buiken als ballonnen: leeftijdgenoten. Dit waren de kinderen van Biafra uit Nigeria.

In 1967 was de onafhankelijkheid in het zuid-oosten uitgeroepen door de jonge kolonel Emeka Ojukwu. Het federale leger had het gebied omsingeld, de bevolking raakte verstoken van voedsel en zo stierven voor het oog van de camera's de allerzwaksten. Dat was nog nooit eerder vertoond: honger als wapen, kinderen als inzet.

Marie Louise Schipper: Goede bedoelingen, de onvoorziene gevolgen van internationale noodhulp.
Uitgeverij Balans
€19,99

Toen ik vijftien jaar geleden een foto vond met daarop vijf Biafrakinderen, intrigeerde die onmiddellijk. Op 7 mei 1969 poseerden ze vrolijk op Schiphol, met cadeautjes in hun handen: twee jongens en drie meisjes, onder het wakend oog van een begeleider.

Volgens het bijschrift waren ze hier een half jaar geweest om aan te sterken. Hun namen en leeftijden stonden er ook bij. Hulporganisatie Terre des Hommes (TdH) was voor hen verantwoordelijk. Hoewel de oorlog in eigen land nog niet voorbij was, kregen ze opvang in Gabon, een van de landen die Biafra hadden erkend. Die foto haalde de volgende dag de voorpagina van alle kranten en de kinderen kwamen ook nog op tv.

Toch kon de voorlichter van TdH mij niet vertellen wie deze kinderen waren, noch wie het brein achter deze actie was. Door langdurig speuren in archieven vond ik enkele betrokkenen, maar zij zeiden zich niets te kunnen herinneren. Tot ik Adrie Voorhoeve tegenkwam. Zij werkte destijds als arts in een ziekenhuis in het oorlogsgebied. Ze had deze kinderen zelf gekeurd, ze moesten wel de reis naar Nederland kunnen doorstaan. In haar appartement in Zutphen schetste ze een beeld van initiatiefnemer Abie Nathan (1927-2008), een Israëlische piloot en vredesactivist: 'Die kinderen waren Abies showmodellen', zei ze. 'Niet iedereen was ervoor om kinderen naar Europa te brengen, hij heeft dat erdoor gedrukt.'

De eerste groep neemt afscheid op Schiphol, vanaf links: Emmanuel, Margaret, Fidella, Victoria en UdoUdo. Achter hen: verzorger Evelien de Jong Winkler

Nathan bezocht in 1967 meermaals Nigeria, hij regelde een vliegtuig en nam kisten sinaasappels en salamiworsten mee. Niet het meest geschikte eten voor ten dode opgeschreven kinderen, maar niemand nam hem dat kwalijk. Als vredesactivist maakte hij naam door in 1966 vanuit Israël naar Egypte te vliegen - in z'n eentje. Hij vond dat het tijd was voor vredesbesprekingen en wilde alvast een voorzet geven. Dat lukte niet, maar hij was wel wereldberoemd.

De Biafra-oorlog deed hem denken aan de Tweede Wereldoorlog, een vergelijking met de Jodenvervolging was snel gemaakt. In de tuin van het ziekenhuis waar Adrie Voorhoeve werkte stond Nathan de wereldpers te woord. Een gedistingeerde man die pap uitdeelde aan hongerige kinderen. 'Ik sta hier vandaag als Jood, als Israëliet en als levend wezen. Ik vind dat ik iets moet doen. Het is de plicht van alle mensen hiernaartoe te komen en een handje te helpen', zei hij tegen een Nederlands camerateam. 'We kunnen tegenwoordig wel naar de maan, maar we kunnen niet de honger de wereld uit helpen.'

Daarmee legde hij de vinger op de zere plek: zo kort na de Tweede Wereldoorlog wilden mensen niet werkloos toezien. Kinderen zamelden melkdoppen in (die leverden geld op), ouderen demonstreerden en doneerden. Nathans opvattingen sloten aan bij een groep Nederlandse zakenmannen die ook iets wilden doen: oorlogskinderen overvliegen, een medische behandeling geven en weer terug laten keren. Ze doken continu op in de media - met effect.

'Kunnen wij kinderen uit Biafra opnemen?', was de vraag in een Tweede Kamerdebat in september 1968. Minister Polak van Justitie gaf toestemming voor de komst van twee groepjes van vijf kinderen. Hij mocht niet de relatie met de Nigeriaanse overheid op het spel zetten, want Koninklijke Shell boorde sinds enige tijd in het oorlogsgebied naar olie.

Onafhankelijkheidsstrijd

In mei 1967 riep Emeka Ojukwu de onafhankelijke republiek Biafra uit, genoemd naar de baai voor de kust van Nigeria. Zijn stam, de christelijke Igbo's, eisten onafhankelijkheid van de federatie die op dat moment werd geleid door de islamitische Hausa's. Een blokkade volgde, waardoor miljoenen mensen stierven. De schattingen lopen uiteen van één tot drie miljoen slachtoffers. 10 januari 1970 werd Biafra weer Nigeria.

De tweede groep, met vanaf links: Asuquo, Chukwudi, Onuekwuzunma en Joy Beeld Daniel Koning

Abie Nathans doel was Europese kinderen kennis te laten maken met Biafraanse leeftijdgenootjes. Dat leek hem leerzaam. Hij was een initiator, geen uitvoerder. Met zijn charme wist hij niet alleen verpleegkundigen voor zich te winnen, maar ook de paus, Indira Gandhi, John Lennon en de Biafraanse krijgsheer Emeka Ojukwu. Bij hem dwong Nathan toestemming af kinderen naar Nederland te laten gaan. Samen bespeelden ze het sentiment: dit was geen oorlog die zomaar aan het oog van de wereld voorbij zou gaan, Ojukwu (1933-2011) had er zelfs een Geneefs reclamebureau voor ingehuurd en gaf persconferenties in de tuin van zijn huis in Enugu, vlak bij het front.

De Larense verpleegkundige Henriëtte Liscaljet (1934-2001) was diep onder de indruk van de exotische Nathan. Zij selecteerde kinderen, regelde visa en bracht samen met hem de eerste groep naar Nederland. Liscaljet strandde met de tweede groep kinderen op het eiland Sao Tomé. Nathan was toen al met een andere actie bezig: Kerstschip Biafra. Na weken van oponthoud wist Liscaljet met deze doodzieke patiëntjes toch Nederland te bereiken; een wonder.

Na aankomst, op 13 december 1968, vond het groepje onderdak in het Prinses Irene Kinderziekenhuis in Arnhem. Twee kinderen stierven. Zij kregen een graf op Begraafplaats Moscowa. Het meisje Joy (2) kreeg na drie maanden opvang bij een familie in Uithoorn. De twee jongetjes Chukwudi (1,5) en Asuquo (5) bleven bij elkaar, ze gingen naar Bio Revalidatiecentrum in Arnhem. Die twee waren onafscheidelijk, ondanks het feit dat ze beiden in de weekeinden naar hun pleegfamilies gingen. De jongste logeerde bij fysiotherapeut Cock van den Berg en zijn vrouw Clara. De oudste verbleef bij de latere schaatscoach Henk Gemser en zijn vrouw Annie. De jongen leed aan ernstige epilepsie, maar Henk kon met hem lezen en schrijven.

Toen de oorlog in 1970 voorbij was, ontstond een felle strijd om het drietal. 'Deze kinderen horen Nigeria toe', zei de Nigeriaanse ambassadeur meermaals tegen de voorzitter van Terre des Hommes. Geen van de pleegouders wilde de kinderen laten gaan: Chukwudi kon niet vertrekken, want hij moest nog operaties ondergaan, Joys verzorgers schermden met een psychologisch rapport: in wiens belang was het als zij zou teruggaan?

Op Henk en Annie Gemser werd druk uitgeoefend. 'Je kunt toch niet van een Nederlands echtpaar verwachten een dergelijk kind op te nemen', schreef de verantwoordelijk arts in een rapport.

Het echtpaar kon niet anders en droeg de jongen over aan een verzorger van TdH. Zij bracht hem naar Gabon, van daaruit zou hij naar Nigeria reizen. Eind oktober 1971 kwam het bericht van Asuquo's overlijden, de toedracht was onbekend. 'Dit trauma heb ik niet kunnen verwerken', zegt Gemser.

De overgebleven twee zijn nu rond de 50, hun exacte leeftijd weten ze niet. Ze wonen in Amersfoort en Amsterdam. Wat er aan hun komst ten grondslag lag en hoe het leven van de anderen verliep, hebben ze tot voor kort nooit geweten. Behalve het verhaal van die ene man, Abie Nathan, aan wie ze hun leven hadden te danken. Informatie over hun verleden kon TdH niet verstrekken. Dus bleef het hierbij: jullie ouders waren gestorven, iedereen was dood en toen was daar Abie Nathan met zijn vliegtuig. Hij heeft jullie gered.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.