Iedereen spreekt Duits

Als er een Duits verschijnsel is dat in Nederland afkeer oproept, dan is het de nasynchronisatie van films en tv-series....

Door Sander van Walsum

Dt stuk gaat over een Duits verschijnsel – zij het geen Dexclusief Duits verschijnsel – dat in Nederland unaniem onbegrip wekt. Het houdt mogelijk taaie vooroordelen over 'de Duitsers' in stand. Dat zij geen humor hebben bijvoorbeeld. En dat zij zich niet openstellen voor andere culturen. Sommige Nederlanders ontlenen aan dit verschijnsel misschien het doorslaggevende argument om níet in Duitsland te gaan wonen. Of om pas in Duitsland te gaan wonen na de installatie van een schotelantenne waarmee andere taalgebieden kunnen worden bereikt.

Want Nederlanders zullen nooit wennen aan nagesynchroniseerde films – het Duitse verschijnsel dat hun collectieve afkeer oproept. De nagesynchroniseerde film wekt associaties op met ongenietbare wasmiddelenreclames. En met de verminking van buitenlandse films.

Masculiene acteurs krijgen een falsetstem. De beweging van hun lippen correspondeert niet met hun teksten. Het stemgeluid lijkt niet aan hun mond maar aan hun buik te ontsnappen, en wordt – zelfs in een decor van een ziedende branding of een levendig spitsuur – gedempt door gewatteerde studiomuren. Tom Cruise zegt geen 'Son of a bitch!', maar 'S o ein Mistkerl!' In The Saint wordt dezelfde krachtterm vertaald als 'Du kleiner Bastard!' Samuel L. Jackson krijgt in Pulp Fiction 'Grosser schwarzer Mann!' in de mond gelegd, terwijl hij zich in het origineel toch echt tot een big bad m o t h e r f u ck e r richtte (met alle nare gevolgen voor de betrokkene van dien).

Soms nemen de vertalers het eigen land nadrukkelijk in bescherming. De Duitse terroristen in Die Ha r d veranderen in gemotiveerde paramilitairen zonder vaste woonen verblijfplaats. De ontvangsthal van het Berlijnse vliegveld Tempelhof, dat in The Saint het decor vormt van een vervelend incident, wordt in Kopenhagen gesitueerd. En de nazi's in Casablanca werden – in het holst van de Koude Oorlog, dat wel – getransformeerd in Russische smokkelaars. Sommige scènes werden straffeloos verwijderd. De eerste Duitse versie van Casablanca (in de jaren zeventig volgde een poging die het origineel meer recht deed) duurde dan ook niet langer dan een minuut of tachtig .

Toch is het fenomeen nasynchronisering in Duitsland niet omstreden, meent Wulf Sörgel, vennoot van de Berlijnse filmverhuurder Neue Visionen. Enerzijds heeft dat, denkt hij, te maken met gewenning. Hij en zijn landgenoten weten niet beter. Er zijn in Duitsland wel ondertitelde films in omloop, maar deze zijn uitsluitend te zien in arthouses, zoals het Berlijnse filmhuis Krokodil, specialist in de Russische avantgarde.

Of in bioscopen die hun bestaansrecht ontlenen aan buitenlandse bezoekers, zoals het Sony Center aan de Potsdamer Platz. Wie hier in het Duits een kaartje bestelt, wordt er nadrukkelijk voor gewaarschuwd dat hij niet in de eigen taal maar in de Orig inalsprache wordt bediend. Die belofte wordt overigens maar ten dele nagekomen. De voorfilms, toch een onontbeerlijk onderdeel van een genoeglijke avond, zijn nagesynchroniseerd. Dus je ontkomt nooit helemaal aan de Mistkerls en de kleine B astards.

De ellende – of wat de liefhebber van de ondertiteling daaronder verstaat – begon kort na de introductie van de sprekende film, eind jaren twintig. Aanvankelijk werden op basis van hetzelfde script nog films in verschillende voertalen gedraaid. Van de Dreig roschenoper bijvoorbeeld werden een Duitse en een Franse versie gemaakt. De productiemaatschappijen kwamen echter al snel tot het inzicht dat dit procédé nogal omslachtig en – bovenal – kostbaar was. Sommige namen hun toevlucht tot de ondertiteling, een voortzetting van de praktijk uit de tijd van de stomme film. Andere gingen over op nasynchronisering. Dat werd vooral de norm in Spanje, Italië en Duitsland. Relatief grote landen dus, met een navenante afzetmarkt. Want de synchronisatietechniek is duurder dan de ondertiteling .

Voor de oorlog werden buitenlandse films vooral door derderangs hoorspelacteurs en gevallen diva's ingesproken. Na 1945 groeide het aanzien van het métier. De Duitse filmindustrie, ooit de grootste concurrent van Hollywood, was immers nagenoeg verdwenen. Slechts bij hoge uitzondering werd een bezienswaardigheid geproduceerd, zoals Es geschah am hellichten Tag, over de mysterieuze verdwijning van kinderen in een lieftallig dorpje. Verder kwam alleen de liefhebber van de He i m a t -film – inmiddels een veelvuldig geparodieerd cultverschijnsel – aan z'n trekken.

Maar de liefhebber van de mainstream-cinema was, zowel in de Bondsrepubliek als in de DDR, aangewezen op buitenlandse producties. Het escapisme was onverzadigbaar in die jaren. En alle geïmporteerde films moesten worden ingesproken. Op de golven van de 'S y n ch r o n b o o m ' ontstonden in de DDR speciale opleidingsinstituten voor stemacteurs. En in het Westen werd de roem van de acteur soms geëvenaard door die van zijn Duitse alter ego.

Zo bleek in de onlangs overleden acteur Harald Juhnke een overtuigende Marlon Brando te schuilen. Zijn stem was, aldus de Amerikaanse filmproducent Sam Spiegel (zijn ontdekker), even 'lomp, rauw, weerbarstig en gezwollen' als die van Brando. En dat moet als een groot compliment zijn bedoeld .

Gert Günther Hoffmann (1929-1997) schaduwde ongelijksoortige acteurs als John Steed (De Wrekers), Sean Connery (in diens James Bond-films), Rock Hudson, Paul Newman, Omar Sharif, Richard Harris, Tony Curtis, Clint Eastwood, Michel Piccoli, en Dennis Hopper. Hij deed dat kennelijk zo goed, dat hij tot op de dag van vandaag als de 'koning van de synchronisatieacteurs' te boek staat. Hij beijverde zich voor de statusverhoging van zijn vak. Want met de beperkte middelen die hem ter beschikking staan, moet de stemacteur recht doen aan het complete arsenaal van technieken waarover de acteur in de originele versie kan beschikken. En dat valt echt niet mee.

Hieraan heeft men in Duitsland echter niet de gevolgtrekking verbonden dat men buitenlandse films beter kan ondertitelen. Er zijn, zegt Wulf Sörgel, namelijk ook artistieke argumenten voor de Duitse praktijk. Ondertitels leiden meer af van de inhoud van de film en van de acteerprestaties dan een voice-over. Dat is zeker het geval in het Duitse taalgebied. Want met een adequate vertaling van een Engelse tekst zijn relatief veel letters gemoeid. Duits is, zegt Sörgel, een 'lange taal'.

De techniek van de nasynchronisering heeft bovendien een grote ontwikkeling doorgemaakt. De ingesproken teksten zullen weliswaar nooit helemaal met de lipbewegingen corresponderen, maar de frictie tussen het origineel en de Duitse bewerking is, aldus Sörgel, doorgaans tot een aanvaardbaar minimum teruggebracht. De 'Ve r -fremdungseffekten' van weleer zijn door de voortgeschreden techniek en de toegenomen deskundigheid van de stemacteur beteugeld.

En nasynchronisering is niet langer identiek aan 'verduitsing'. Bij de Duitse versie van À bout de souffle (Ausser Atem) werden Franstalige kranten nog door Duitse vervangen. Zoiets is nu ondenkbaar, zegt Sörgel. De hedendaagse vertalingen zijn meer g e s e l l s ch a f t s -orientiert. Ze sporen, met andere woorden, meer met de bedoelingen van de filmmaker. Soms is de bewerking zelfs beter dan het origineel, al schieten hem niet meteen concrete voorbeelden te binnen.

De beheerder van de website SynchroThema is wat dat betreft minder terughoudend. Hij durft de stelling aan dat cultklassiekers als Bud Spencer en Terence Hill hun populariteit in Duitsland vooral te danken hebben aan de 'witzigen aufgepeppten' dialogen die hun in de mond werden gelegd. Dankzij de vertalers kunnen de Duitse kijkers zich in een global village wanen waar iedereen Duits spreekt.

Gideon Bachmann, verbonden aan het Europees Instituut van de Bioscoopfilm in Karlsruhe, wordt moedeloos van dergelijke bijvalsbetuigingen. Wat hem betreft schiet elke vertaling tekort, en zou het verschijnsel nasynchronisering door producenten en acteurs als een miskenning van de eigen prestaties moeten worden opgevat. De gedubde film berooft het origineel van zijn authenticiteit. Maar in die opvatting lijkt hij helemaal alleen te staan. Soms komt hij per ongeluk terecht in een zaal waar een door Duitsers gemaltraiteerde film wordt getoond. Maar hij is doorgaans de enige die de zaal vervolgens verlaat.

Van de filmmakers, de enigen die de Duitsers, Italianen en Spanjaarden tegen zichzelf in bescherming zouden kunnen nemen, verwacht hij vooralsnog geen bijval. Zij zouden ingrijpende wijzigingen van hun product in beginsel kunnen verhinderen. Maar als hun artistieke eergevoel dit al zou dicteren, wat Bachmann betwijfelt, verzetten banale commerciële belangen zich er wel tegen. Zo kan het gebeuren dat films die hun plot ontlenen aan een botsing tussen verschillende culturen, zoals Spanglish en The Syrian Bride, van dialogen in het Duits worden voorzien. Bachmann snapt er niets van, maar zijn landgenoten vinden het prachtig .

Sterker: eens per jaar huldigen zij hun synchroniseringshelden tijdens het Gala der Grossen Stimmen. En enkele stemacteurs, zoals Alexander Schottky en Thomas Petruo (wiens vader al furore maakte als Darth Vader), hebben het tot bekende Duitser geschopt. Zij vormen de exponenten van een gevestigde bedrijfstak, en zijn alleen daarom al onomstreden. SynchroThema schetst wat de gevolgen zouden zijn van een plotselinge introductie van ondertitels: economische chaos op de filmmarkt. Daarmee is de discussie geëindigd voor ze is begonnen. Volgens Bachmann mogen de Nederlanders zich gelukkig prijzen zij in dit opzicht buiten de Duitse invloedssfeer zijn gebleven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden