Iedereen kampioen

Zo uniform als de McDonald’s restaurants zijn, zo bijzonder zijn de Ronald McDonald huizen voor ouders van zieke kinderen of voor gehandicapte kinderen zelf, waarvan de eerste 25 jaar geleden werd gebouwd....

Bij hamburgerketen McDonald’s denk je niet direct aan architectuur met een grote A. Hoewel het bedrijf de afgelopen jaren een grootscheepse restyling van haar interieurs heeft ingezet, zijn de eerste associaties toch nog steeds die met plastic kuipstoeltjes, de overdadig aanwezige kleur rood en natuurlijk de onvermijdelijke gele M.

Hoe anders is dat bij het Ronald McDonald Kinderfonds, dat in Nederland nu al 25 jaar de zogenoemde Ronald McDonald Huizen realiseert (logeerhuizen waar ouders dicht bij hun zieke kind in het ziekenhuis kunnen verblijven) en zich sinds een aantal jaren ook richt op gehandicapte kinderen, met speciale vakantieaccomodaties en sportfaciliteiten.

Terwijl de vestigingen van McDonald’s worden gekenmerkt door uniformiteit, kiest het Kinderfonds nadrukkelijk voor onderscheid in architectuur. Bijzondere projecten, ontworpen door architecten van naam, staan inmiddels verspreid door het hele land.

Een van de nieuwste is het Ronald McDonald Centre in Amsterdam-Noord. Dit futuristische sport- en spelcentrum voor jongeren met een beperking, ontworpen door Fact Architects, is het resultaat van de Jonge Architectenprijsvraag die het Kinderfonds in 2005 in samenwerking met de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) uitschreef.

Al bij de entree valt op dat het niet alleen om een gebouw gaat, maar om een heel sportlandschap. Voor en achter het clubhuis liggen de sportvelden, ‘arena’s’ die omzoomd worden door verhoogde tribunes en (nog aan te planten) bomen. De ovaalvormige grasvelden lopen door in de daken van de portiersloge en kleedkamers en ‘doorsnijden’ het gebouw in het midden. Van daaruit voeren een knalrode trap en een enorme glazen (rolstoel)lift bezoekers omhoog, naar het hart van het clubhuis, met uitzicht over de sporthal, het zwembad en de grasvelden.

Peer Glandorff van Fact Architects erkent dat dit bepaald geen standaard sportclub is. Die bijzondere kwaliteit heeft volgens hem niet alleen te maken met een goed ontwerp, maar ook met de samenwerking met sponsoren – een voorwaarde voor elk Ronald McDonald project. ‘Aan de ene kant kan dat beperkend werken. Je bent in de uitwerking van je ontwerp soms afhankelijk van de medewerking van externe partijen. En samen met de opdrachtgever hebben we veel tijd gestoken in het vinden van de juiste sponsors. Tegelijkertijd biedt het ook kansen.’ Als voorbeeld noemt Glandorff de vloer van de sporthal. Omdat de gehandicapte kinderen die de hal straks gaan gebruiken soms moeite hebben om de ‘gewone’ gekleurde belijning op de vloer te lezen, kreeg de architect het idee om lichtlijnen in de vloer op te nemen. ‘Dat bestond nog niet, maar ik ben gaan bellen met de vloerleverancier. Wat bleek? Hij had hetzelfde idee, en wilde dat graag op de markt gaan brengen. Dit project was voor hem een mooie showcase. En nu hebben we met deze vloer een wereldprimeur.’

Een andere ‘beperking’ die Glandorff heeft gestimuleerd bij het ontwerpen is de doelgroep. In het Ronald McDonald Centre moeten alle ruimten rolstoeltoegankelijk zijn. ‘Ik wilde van die nood een deugd maken. Dus geen rolstoellift of hellingbaan ergens in een hoekje, maar een groots hefplateau.’ In de enorme glazen lift die in het midden van het gebouw is geplaatst, kunnen wel twaalf rolstoelen tegelijk. ‘Iedereen moet zich hier voor een dag kampioen kunnen voelen’, zegt Glandorff.

Naast het sportcentrum van Glandorff werden recent nog twee projecten van het Kinderfonds opgeleverd. Het logeerhuis in Arnhem ligt op de bovenste verdieping van de nieuwbouw van revalidatiecentrum Groot Klimmendaal, een gebouw van Koen van Velsen. De strak vormgegeven houten vakantiehoeve van Team 4 Architecten ligt in het Friese Beetsterzwaag.

Ook deze gebouwen onderscheiden zich door hun onconventionele verschijningsvorm, grote ruimtelijkheid en een hoog afwerkingniveau. En evenals de sportclub zijn ze voor verschillende architectuurprijzen genomineerd.

Wat bepaalt het succes van de Nederlandse Ronald McDonald-architectuur? We hebben het immers over de zorgbouw, een sector die bepaald niet bekend staat om de architectonische uitspattingen. En we hebben het over gebouwen die vrijwel volledig door middel van sponsoring tot stand moeten komen, van het gereduceerde architecten- en aannemerstarief tot en met de raamkozijnen en de wastafels.

Remke Brand, adjunct-directeur van het Ronald McDonald Kinderfonds, heeft niet direct een antwoord op de vraag naar de ‘succesformule’. ‘Of iets bijzonder is, is voor ons geen criterium’, zegt ze. ‘Het beeld is nooit het uitgangspunt, het belangrijkste is voor ons het interieur – de plattegrond, de logistiek en de huiselijke sfeer die wij willen bieden. Wel zijn we dikwijls in de gelegenheid om op een bijzondere plek te bouwen. De Uithof bijvoorbeeld, waar het logeerhuis in Utrecht staat, was al een architectonische toonzaal. Daar ga je dan geen blokkendoos naast zetten, het moet wel in de omgeving passen.’

Met een blokkendoos trek je bovendien geen sponsoren over de streep, merkt Brand op. Een sprekend gebouw, dat goed verankerd op zijn plek staat, maakt lokale ondernemers en omwonenden – potentiële vrijwilligers en donateurs – enthousiast voor een project. Neem het nieuwe Ronald McDonald Huis naast het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam. EGM architecten gaf het gebouw de uitstraling van een stoer schip, geinspireerd door het beeld van de Rotterdamse haven. Brand: ‘Dan merk je dat er een wisselwerking bestaat tussen het architectonisch ontwerp en de sponsoring; we zagen na de presentatie van het ontwerp een boost in de sponsoring vanuit de havenbedrijven.’

Terwijl Peer Glandorff erkent dat zonder sponsoren het gebouw er niet was geweest, zijn de kinderen die het sportcentrum straks gebruiken voor hem toch de belangrijkste stimulans geweest. ‘Daar doe je het voor, om hen draait het in dit gebouw.’ De architect wilde expliciet geen gebouw voor gehandicapte kinderen te maken, maar een ‘topsportcentrum’. De ruimten moesten op vanzelfsprekende wijze aansluiten bij de doelgroep. Er is dus geen bewegwijzering in woorden; de kleuren rood, groen en blauw geven aan waar je je in het gebouw bevindt – clubhuis, sporthal of zwembad. De vele zicht-assen, de omloop op de eerste verdieping en de supertransparante gevels zorgen zowel voor onderling contact, als voldoende toezicht. En de omwallingen rond de sportvelden vormen niet alleen tribunes, maar bieden ook een beschutte omgeving.

Deze ruimtelijke thema’s spelen ook een rol in het ontwerp voor de Ronald McDonald vakantiehoeve in Beetsterzwaag. Nico Visser van Team 4 Architecten wilde vooral een ‘gewoon’ vakantiehuisje maken, net zoals het houten huisje op de Waddeneilanden waar hij zelf vroeger met zijn ouders vakantie vierde. ‘Dat beeld, het geluid van het hout dat kraakt in de wind, en die geur – die ervaring neem je de rest van je leven mee. Zoiets wilde ik maken, juist voor deze gezinnen, die maar moeilijk geschikte accommodaties kunnen vinden.’

De vakantiehoeve is zodoende vormgegeven als een groot puntdak, waaronder vier appartementen in een carrévorm rond een binnenplaats zijn georganiseerd. ‘Gezinnen moeten zich kunnen terugtrekken én elkaar kunnen opzoeken om ervaringen uit te wisselen, elkaar te steunen. Die dualiteit speelt een belangrijke rol in veel van deze projecten.’ Daarnaast wilde Visser de verblijfswaarde van aangepaste ruimten, zoals de badkamer verhogen. ‘Meestal onderscheidt zo’n kamer zich alleen door de speciale maatvoering en de extra stangen. Het blijft altijd erg klinisch, met witte tegeltjes en TL-verlichting.’ Vissers alternatief is een wellnessruimte voor het hele gezin, met een regendouche, verwarmde zitelementen en een door kunstenaars vormgegeven‘droomplafond’ waar kinderen die liggend gewassen moeten worden ‘in kunnen verdwalen’.

Dat dergelijke bijzonderheden daadwerkelijk gerealiseerd worden, is grotendeels te danken aan de opdrachtgever, meent de Groningse architect. ‘Terwijl normaal gesproken je creativiteit meestal getemperd wordt en alles uiteindelijk wordt gedicteerd door tijdsplanningen en budgetten, werd hier de lat juist nog iets hoger gelegd, om sponsoren enthousiast te krijgen.’

Een andere sleutel tot succes is volgens Visser de professionaliteit van de Ronald McDonaldstichting. Visser noemt hen ‘vrije denkers’ en prijst de zorgvuldigheid waarmee processen als de architectenselectie en sponsoring werden georganiseerd.

Ook Peer Glandorff is te spreken over zijn opdrachtgever; hij nomineerde hem zelfs voor de Gouden Piramide, de jaarlijkse Nederlandse Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap in de architectuur. ‘Ik vind het bijzonder dat het Kinderfonds een prijsvraag uitschrijft met de intentie het winnende ontwerp echt te bouwen. Vaak zie je bij prijsvragen dat het bij ideeën blijft, omdat politieke of financiele belangen het proces dwarsbomen.’

Volgens Remke Brand biedt de BNA Jonge Architectenprijsvraag (waar het Kinderfonds nu twee keer aan meewerkte) niet alleen de kans om ‘out of the box’ te denken, maar past deze ook bij het streven van het Kinderfonds om ‘jonge mensen mee te laten doen’. De zieke of gehandicapte kinderen zelf, hun ouders, broertjes en zusjes in de eerste plaats. Maar in de Kindervallei in Valkenburg en het nieuwe sportcentrum wordt ook samenwerking gezocht met de nabij gelegen Regionale Opleidingscentra. Leerlingen werken hier in de kantine, terwijl Wajongers een baan kunnen krijgen als schoonmaker.

Toch blijft het een beetje vreemd: aan de ene kant heb je McDonald’s, de hamburgerketen waar omzet centraal staat in de architectonische vormgeving. Gebouwen die over het algemeen worden beschouwd als ontsierend voor het (stads)landschap. Aan de andere kant is er het Ronald McDonald Kinderfonds, dat met haar veelgeprezen gebouwen nadrukkelijk een maatschappelijke bijdrage wil leveren. Een succesformule voor winst en een ‘succesformule’ voor architectuur. Zou een kruisbestuiving niet mogelijk zijn?

Remke Brand denkt van niet. ‘De overwegingen wat locatie en sfeer betreft zijn totaal verschillend. McDonald’s gaat over restaurants in steden en langs de weg, wat wij doen gaat over het scheppen van een huiselijke sfeer in een hotel-achtige omgeving – altijd dicht bij een zorginstelling. De link is dat McDonald’s met mankracht en geld meehelpt aan de realisatie van de Ronald McDonald Huizen. Zoals de Amerikanen het zeggen, het gaat om giving back to community.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden