‘Iedere leider moet eerst leren dienen’

Kapitein Marco Kroon (38) krijgt de Militaire Willemsorde voor zijn optreden in Uruzgan. Nu runt hij samen met zijn vrouw zijn vroegere stamkroeg (met video).

U kreeg opdracht met dertig commando’s een aanval uit te voeren in de Baluchivallei, een berucht Talibanbolwerk. Wat dacht u toen?
‘We hadden al veel meegemaakt. Maar toen dacht ik voor het eerst: we komen waarschijnlijk niet meer allemaal terug. Ik heb toen een avondje georganiseerd om onze vriendschap te vieren. In een tent keken we naar een speciaal gemaakt videootje met beelden van eerdere acties, terwijl we luisterden naar Brothers in Arms van de Dire Straits. Toen was het opeens stil, dat afzeikcultuurtje onder commando’s verdween even, ik was niet de enige met vochtige ogen. Het was een raar moment. We zaten op een begrafenis, maar we wisten nog niet van wie.’

Operatie Perth duurde negen dagen. Wat is u bijgebleven?
‘Al de eerste nacht werden we omsingeld door Taliban. Ik zag ze komen door mijn nachtkijker. In het vuurgevecht dat daarop volgde, konden we geen kant op. Ik moest wat. Het initiatief overnemen, had ik ooit geleerd. De enige mogelijkheid was luchtsteun aanvragen. De Taliban zat op 50 meter afstand, dus ik moest vuur aanvragen op min of meer onze eigen positie.

‘Dat geweld was onbeschrijfelijk. Ik heb het nog vele malen herbeleefd. Als ik een knallende uitlaat hoorde, was ik alweer terug. Tijdens het bombardement stak ik samen met mijn luchtsteunspecialist boven de dekking uit om het vuur te leiden. Om ons heen braken grote granaatscherven dikke takken af, de lucht zoemde van langsvliegend metaal. We legden het vuur wat verder en toen ben ik alle mannen langsgelopen om te kijken of ze nog leefden. Daarna gingen we weer voorwaarts.’

Een dag later signaleerde u, bij het identificeren van dode en gewonde tegenstanders, een dreigende normvervaging. Wat is er gebeurd?
‘We waren vurend voorwaarts gegaan. Iedereen zat vol adrenaline. Dan kun je je voorstellen dat sommige mannen heel opgefokt waren. Ik zag het aan sommige gezichten, er werden verkeerde dingen geroepen. Dat is een normale reactie, maar ik wilde voorkomen dat we in een slechte film terecht kwamen. Schieten op gewonden, trappen tegen lijken. Ik heb toen voor de zekerheid een paar kerels heel stevig toegesproken.’

U ontvangt de Militaire Willemsorde vanwege uw leiderschapskwaliteiten in de strijd. Hoe zou u die willen omschrijven?
‘Ik geloof in leading by example en in het creëren van draagvlak. Ik ben voorgedragen door mijn meerderen én ondergeschikten. Vooral dat laatste geeft mij veel voldoening. Ik ben zelf begonnen als gewone marinier. Ik heb koper gepoetst met een tandenborstel en poep geschept met mijn vingers. Ik heb dus dezelfde kutklussen gedaan die ik nu van een ander vraag. Als er gemopperd wordt, vertel ik gewoon hoe ík daar vroeger mee omging.

‘Iedere leider, vind ik, moet eerst leren dienen. Dat gebeurt nu te weinig. Ook mijn eigen kinderen zijn heel anders dan ik op die leeftijd. Ze zijn van de Playstationgeneratie, die eerst zijn rechten kent en dan pas zijn plichten. Dat zie je ook onder jonge militairen. Er zijn medeofficieren die dingen maar zelf doen, omdat hun mannen er geen zin in hebben. Dat zal mij niet gebeuren.

‘Ik zeg niet dat je klakkeloos bevelen moet opvolgen. Juist niet. In deze tijd van complexe vredesmissies moet iedere militair zelf denken. De mannen met wie ik in Uruzgan diende, vertrouwden mij volledig. En ik hen. Als iemand zei: ‘Luit, ik zie daar een paar gewapende kerels’, twijfelde ik daar geen seconde aan. Dan ging ik dat niet eerst zelf controleren.’

U krijgt als drager van de Militaire Willemsorde ook een maatschappelijke taak. Wat stelt u zich daarbij voor?
‘Mijn harnas wordt nog gesmeed. Maar ik zal wel een boegbeeld worden van de Landmacht. Dat vind ik prima, als ik zo jonge mensen kan inspireren voor een baan bij ons. Of ik dingen met burgers ga doen, weet ik niet. Ik moet daar nog over nadenken. Ik hou me nu bezig met het bedenken van nieuwe tactieken en het testen van nieuwe spullen voor het Korps Commandotroepen. Dat vind ik interessant werk, er wordt vaak een beroep gedaan op mijn kennis en ervaring.

Hoe gaat het geestelijk met u en de leden van uw oude peloton?
‘Eerst had ik veel last van herbelevingen. Maar nu gaat het goed met mij. Met de mannen ook. Ik had ze beloofd jaarlijks een reünie te organiseren in mijn stamkroeg als we het overleefden. Die avonden waren heel nuttig. Ik geloof niet zo in maatschappelijk werkers en dominees die beweren dat ze mij begrijpen. We verwerken het samen en daar gaan we mee door. Alleen niet meer op mijn kosten.’

U runt met uw vrouw ook Café Vinny’s in Den Bosch. Waarom?
‘Toen ik kapitein werd, viel ik in een soort gat. Ik was mijn peloton kwijt. Ik kreeg er een ster bij, maar werd een stafneus. Ik wilde graag nog wat doen met mensen en de gelegenheid deed zich voor om mijn stamkroeg over te nemen. Ook daar vorm je kameraadschappen met mensen die geen familie van je zijn, die niet verplicht zijn om te komen. Als iemand problemen heeft, hoor ik die als barman graag aan.’

Marco Kroon (Marcel van den Bergh/ de Volkskrant) Beeld
Marco Kroon (Marcel van den Bergh/ de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden