AchtergrondZwangerschap in de kunst

Ieder mens wordt geboren uit een vrouwenlichaam, en toch zien we zwangerschap in de westerse kunst nauwelijks terug

Louise Bourgeois en Tracey Emin, When My Cunt Stopped Living, nr. 16 van 16, uit de serie Do Not Abandon Me 2009-2010.Beeld The Museum of Modern Art, New York/Scala, Florence

Maar het zwangere lijf maakt een opmars; met zowel de schoonheid áls de pijn. 

Wie een kunstwerk ziet van moeder en kind, verwacht een lieflijk plaatje. Dat is hoe de kunstgeschiedenis ons moederschap heeft voorgeschoteld; liefde, warmte, poezeligheid en een haast heilig aura om die eenheid van moeder en kleintje. Jenny Saville breekt met die traditie. Haar levensgrote moeder en kind getiteld Electra (2012-2019) is ook intiem en lieflijk, maar de houtskoollijnen zijn bijna gewelddadig. Vorm en inhoud lijken te botsen. De heftige lijnen vormen een wirwar die van het hele werk een werveling maakt, niet onvergelijkbaar met de kluwen die ik in mijn hoofd voelde toen ik zelf een peuter had en zwanger was. Niet onvergelijkbaar ook met de overweldigende, onbeteugelbare chaos die toen ineens het leven was. Tussen de zwarte lijnen zitten rode lijnen. Heftige, vlekkerige, die aanvoelen als de bloedstrepen in een moordserie, wanhopig langs de muur getrokken. 

Jenny Saville, Electra (2012-2019)Beeld Jenny Saville

Het lijkt in tegenspraak met het lieflijke verhaal dat we zo goed kennen van Rafaels Madonna’s met kind, van de Maria’s van Bellini en Duccio en Michelangelo en Botticelli, vredig en kalm. Maar Jenny Saville voegt er iets aan toe dat er ook bij hoort: haar eigen ervaring. En die zullen vrouwen herkennen. Naast het wonder en de overdonderende vreugde, ook de wanorde van zwangerschap, het lichamelijk lijden, het tijdelijk verlies van jezelf. Bij haar rode strepen denk ik daarom aan het bloed dat spoot uit de navelstreng, waardoor mijn man neerging in de operatiekamer. Aan alles wat openscheurt als het ene lichaam uit het andere moet. Aan de pijn die je toch vergeet. En de angst die je er gratis bij krijgt met de zwangerschap, op ondenkbare niveaus omdat zo’n grote liefde ook dood kan. En dat is een ondraaglijke gedachte. Zadie Smith noemde nieuw moederschap daarom ‘een gevaarlijke vreugde’ in haar essay Joy (2013).

Giovanni Bellini, Madonna met kind, (1480-90)Beeld Getty

Savilles Electra verwijst naar Leonardo da Vinci’s Madonna en kind met St Anna en Johannes de Doper, – groot, houtskool op papier – maar zij voegt een perspectief toe waar minder over wordt gesproken, zelfs door vrouwen, en dat in de kunst eeuwenlang afwezig was. Het jonge moederschap is in de kunstgeschiedenis zo gevijld tot perfectie, dat een vrouw zich bedonderd kan voelen als de werkelijkheid zich aandient.

Voor de meeste mensen zal het vanzelfsprekend zijn om foto’s van zwangerschap te zien; de beroemdheden buitelen over elkaar om zich met glimmende ronde buik te laten portretteren. Beyoncé, Britney Spears, Neneh Cherry, Shakira, Serena Williams – je zou denken dat dat altijd al normaal was. Maar er is een helder moment van waterscheiding, waarvóór dit ondenkbaar was:  Annie Leibovitz’ portret van actrice Demi Moore, 7 maanden zwanger, op de cover van Vanity Fair in augustus 1991. Alle beroemdheidsversies van nu voeren daarop terug. Daarvoor was alles anders.  

Demi Moore op de cover van Vanity Fair in 1991 ( Augustus)

In Londen was onlangs een tentoonstelling, Portraying Pregnancy  net als alle tentoonstellingen werd die gesloten vanwege het coronavirus. Helaas, want de expositie werpt voor het eerst licht op zwangerschap in de kunst, van de vroege Renaissance tot aan het fenomeen van ontblote zwangere buiken op sociale media. Conservator Karen Hearn onderzocht zwangerschap in Britse kunst. Anders dan in de meeste westerse landen bestond hier namelijk een kortstondige trend om hoogzwangere dames te portretteren, eind 16de eeuw. Maar dat was een korte oprisping in de kunstgeschiedenis. In de catalogus herinnert Hearn ons aan die vreemde paradox; terwijl vrouwen vaak zwanger waren, en meestal vlak na hun huwelijk werden geportretteerd, werden ze toch zelden zwanger afgebeeld, zelfs als ze wel een kind in hun buik droegen.

Dat is vreemd, aangezien bijna de helft van de mensheid met zwangerschap te maken krijgt. Zwangerschap is in de westerse kunst dé olifant in de kamer. De eerste kunstenaar die zichzelf in verwachting (met blote buik!) uitbeeldde was voor zover bekend Paula Modersohn-Becker, in 1906. Het bijzondere van dat werk is dat de zwangerschap een metafoor is voor haar kunstenaarschap; ze was op het moment dat ze het schilderde niet in verwachting. Het legt een bijzonder en begrijpelijk verband tussen de scheppingskracht van de kunstenaarschap en zwangerschap.

Maar we missen dus kennis over hoe vrouwen zichzelf zagen in al die eeuwen. Als seksueel wezen, als maatschappelijk wezen en als moeder. Het vrouwelijk lichaam is in de kunst vrijwel altijd een vreemde. Een ander, te observeren en beoordelen van buitenaf.

Zichtbaar maken is erkennen, en meedoen. Als beeldende kunst een uiting is van wat een cultuur belangrijk vindt, is zwangerschap blijkbaar waardeloos. In de westerse cultuur zijn een paar verhalen waarbij de kunstenaar zwangerschap kon uitbeelden. De leukste is de Visitatie, de ontmoeting van Maria en Elisabet, toekomstig moeders van Jezus en Johannes de Doper, op dat moment  allebei zwanger. In de meeste geschilderde versies van dit verhaal dragen de vrouwen wijde kleren, zoals bij Jacopo da Pontormo’s kleurrijke Visitatie uit 1528-29, waarin de wind in de gewaden lijkt te waaien. Sommige kunstenaars wilden toch iets minder aan de verbeelding overlaten en schilderden baby Jezus en baby Johannes gewoon óp de buiken van de vrouwen. Vrolijk staan de embryo’s naar elkaar te zwaaien, een onderonsje van baarmoeder tot baarmoeder. De Visitatie is op z’n best wanneer de warmte tussen de vrouwen en hun vriendschap door de kunstenaars wordt benadrukt. Zwangerschap is hoop, maar ook een lichaamsverandering, en gedeeltelijk een vervreemding, en in de beste kunstwerken zie je een lichamelijke bevestiging in de gebaren en blikken van vrouwen die deze ervaring delen.

Een ander zwangerschapsverhaal is de ontdekking van Callisto, de nimf die verkracht werd door Jupiter, waarna haar patrones, de jachtgodin Diana, haar zwangerschap ontdekte en natuurlijk háár de schuld gaf. Ze stuurde Callisto weg uit haar gevolg en Jupiters vrouw Juno bestrafte de nymf vervolgens door haar in een beer te veranderen. Zwangerschap als zonde.

Nog opmerkelijker is dat sinds de vroege Renaissance een andere trend de kop opsteekt: de zwanger lijkende vrouw, die niet zwanger is. Het beste voorbeeld hiervoor is Eva in Jan en Hubert van Eycks Lam Gods (1432). Naakt, rank, met een onderbuik als een langzaam zakkende druppel in een lavalamp, zacht en rond. Precies het buikje dat je bij een vrouw in verwachtingstijd voor je ziet. Maar nee. Een dik onderlijf was, gecombineerd met een zeer smal bovenlijf, gewoon mode. Zoals het vrouwenlijf altijd een mode-object is geweest; elke generatie stelt een andere vorm als ideaal, waarnaar we geacht worden ons lijf te kneden. 

Jan van Eycks portret van Giovanni Arnolfini en diens nieuwe echtgenote (1434) tart helemaal de oordeelsvorming; sommige kenners denken nog steeds dat ze zwanger is. Ze draagt haar onbetaalbare groene wollen mantel in plooien voor haar bolle buik. Toch is het mode, wat we zien. En bij Johannes Vermeer net zo. Meerdere van zijn vrouwen lijken zwanger, een toestand die alleen maar versterkt wordt door de intimiteit van het licht en de ruimte waarin ze zich begeven. Het zijn symbolen van zalige introspectie, precies zoals je je bij een gelukkige zwangere vrouw kunt voorstellen. Toch, ook hier is het niet gezegd dat ze zwanger waren. De mode in het midden van de 17de eeuw was een wijde rok en een strak lijfje. Een uitzondering lijkt Oopjen te zijn, de vrouw van Maarten Soolmans. Van haar is bekend dat ze zwanger was toen ze werd geportretteerd. Het kan dus goed dat Rembrandt met haar wijde rokken inderdaad ook haar zwangerschap wilde laten zien.

Zou te zien zijn in de tentoonstelling Portraying Pregnancy in het Foundling Museum: Ghislaine Howard Pregnant Self Portrait, 1984Beeld Ghislaine Howard

Sinds het zelfportret van Paula Modersohn-Becker, de getalenteerde schilder die enkele dagen na de geboorte van haar kind in 1907, ruim een jaar na het zelfportret, door complicaties van de bevalling stierf, zijn er meer vrouwen geweest die het onderwerp uit eigen perspectief verbeeldden. En dat leverde, anders dan de als ideaal verbeeldde celebrityportretten, werken op met de rauwe rand die bijna iedere zwangere herkent. De Amerikaanse Alice Neel verandert ons beeld van de ge-idealiseerde naakte, liggende vrouwen zoals ze ons door de Titiaans en Manets van deze wereld zijn aangereikt, als ze een vrouw onverbloemd naakt en zwanger liggend schildert  in een houding die doet denken aan Titiaans klassieke Venus van Urbino. Nan Goldin is een van de fotografen die de alledaagse werkelijkheid van zwangere vrouwen aan de randen van de samenleving zichtbaar maakt in haar series, zoals Rebecca at the Russian baths (1985). En Louise Bourgeois verwijst subtiel naar de Visitatieschilderijen  met haar aquarellen van zwangere vrouwen, waarin de baby op de buik is afgebeeld. Tracey Emin, bewust kinderloos (ze schreef in een recent artikel: ‘Nu ik ouder word, wordt het meer en meer duidelijk dat mijn kinderen aan de muren van Tate Britain hangen’), bewerkte vlak voor Louise Bourgeois stierf in samenwerking met haar enkele van deze kunstwerken, zoals When My Cunt Stopped Living (2009/2010), met teksten. Hiermee, en met andere werken van vrouwelijke kunstenaars, is een deur opengezet naar een ruimte waarin verdriet, verlies, verlangen, seksualiteit en de pijn van verandering van het vrouwenlijf mógen worden gezien.

Zou te zien zijn in de tentoonstelling Portraying Pregnancy in het Foundling Museum: Chantal Joffe, Self-Portrait Pregnant, 2004Beeld Chantal Joffe

Het is een herovering op het vrouwenlichaam. Een claim op een onderwerp dat ons allemaal aangaat, vrouwen én de mannen die ze zwanger maken. We komen allemaal uit een zwangere moeder voort, er is een weinig essentiëler onderwerp denkbaar, dus de geschiedenis dient te worden gecorrigeerd. Althans, de westerse geschiedenis. Want keer je kont in een museum van Oudheid of Volkenkunde en de eeuwenoude zwangere vrouwenbeelden komen je tegemoet. Vruchtbaarheid (kijk maar naar de Venus van Willendorf van 28 duizend jaar geleden) en ook zwangerschap zijn juist een groot thema in niet-westerse en pre-Europese kunst. Zoals het hoort, want het gaat over leven. 

De tentoonstelling Portraying Pregnancy in het Foundling Museum is niet meer te zien i.v.m. het coronavirus. De catalogus kan worden besteld via uitgeverij Holberton: paulholberton.com

Niet alleen in de westerse beeldende kunst, ook in de literatuur is de ervaring van zwangerschap spaarzaam beschreven. Afgelopen decennia is daar wat verandering in gekomen. Een paar romans op een rijtje:

Toni Morrison, Beloved, 1987

Eula Biss, On Immunity, 2014

Maggie Nelson,  The Argonauts, 2015

Elisa Albert, After Birth, 2015

Rivka Galchen, Little Labors, 2016

Marjolijn van Heemstra, En we noemen hem, 2017

Jessie Greengrass, Sight, 2018

Toni Morrison, Beloved
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden