Identiteit gevangen in licht

Beeldende kunst..

ALMERE Over de Nederlandse identiteit is de laatste jaren zoveel gezegd en geschreven dat vermoeidheid op de loer ligt – niet alleen in de politiek, maar ook in de kunsten. Hoogtepunt was het tweejarige mammoetproject Be(com)ing Dutch, waarin het Van Abbemuseum in Eindhoven middels debatten en kritische kunst de vloer aanveegde met onze spreekwoordelijke openheid en tolerantie.

Museum De Paviljoens in Almere begeeft zich dus op gevaarlijk terrein door nu onder de titel De Nederlandse identiteit? een nieuw mammoetproject te lanceren. De Paviljoens gaat twee jaar lang groepstentoonstellingen houden, met diverse thema’s en generaties kunstenaars. In het najaar van 2012 is de slotmanifestatie.

Het project wordt in de markt gezet met een ongelooflijke woordenbrij. Het museum wil ‘parallelle geschiedenissen’ tonen in de Nederlandse kunst na 1960. Een alternatieve canon waarin ‘maatschappelijke ontwikkelingen als migratie, interculturaliteit, new towns en de (post)koloniale geschiedenis van Nederland in een internationaal perspectief’ een belangrijke rol spelen. Daarbij wil het museum ‘netwerken en verschillende verhaallijnen’ in kaart brengen, om aan te geven dat de getoonde, alternatieve kunstcanon ook maar een constructie is.

Bij zo veel grote woorden en zo veel relativering, raakt de bezoeker al snel het spoor kwijt. Wie zich niks aantrekt van het curatorische tromgeroffel, ziet echter een fraaie, om niet te zeggen ouderwetse tentoonstelling, die aansluiting zoekt bij bekende, Hollandse waarden en tradities.

De drie generaties kunstenaars die voor de aftrap bijeen zijn gebracht – Marien Schouten (1956), Job Koelewijn (1962) en David Jablonowski (1982, geboren in Duitsland, maar opgeleid in Nederland) – delen een belangstelling voor het landschap, het genre waarin Nederland van oudsher uitblinkt, en voor een open blik.

Dat laatste blijkt onder meer uit de onorthodoxe inspiratiebronnen – een rolletje Kingpepermunt bij Koelewijn, een 18de eeuws reisboek bij Jablonowski – en het Ongoing Reading Project van Koelewijn.

Dat werk haalt heel de wereld in luisterboeken naar Almere, van Nietzsche tot Boeddha. Het is misschien iets te veel statement, hoewel het geen kwaad kan te benadrukken dat openheid en tolerantie nog altijd deel zijn van ons erfgoed.

Maar het is vooral de experimentele en dynamische blik op het landschap die imponeert. Bij Schouten zet de materiaalkeuze – een glimmend keramische achtergrond of een voorzetwand van kathedraalglas – zijn abstracte kleurvelden in beweging. Eenzelfde spel met de toeschouwer speelt Jablonowski’s monumentale object, rondom beschilderd en geplamuurd met wolkerige vlekken, waaraan dankzij de cilindrische vorm geen einde komt.

Ook Koelewijn zoekt het in de ruimte, in zijn bekende portretfoto met spiegelkubus op het hoofd, waarin het omringende landschap weerspiegelt, en in zijn ‘sloot’. Deze nagebootste, oer-Hollandse werkelijkheid compleet met gras, modder, water en spiegelwanden, verborgen achter een museumdeur, biedt een even illusionistische als magische ervaring.

Zo laat deze tentoonstelling zien waar de Nederlandse kunst nog altijd goed in is: een speelse, conceptuele houding, een magische eenvoud, een spel met licht, ruimte en landschap. Daarmee brengt deze eersteling een optimistisch geluid, dat niet vaak meer klinkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden