Icarus valt onopgemerkt dood

Er is in de vorige eeuw geen Engelse dichter geweest die de techniek van het verzen schrijven zo volmaakt beheerste als W.H....

Nog altijd als ik zijn in 1938 geschreven 'Song' lees, ervaarik de nieuwheid van een poëzie zo intens als ik het - in deNederlandse poëzie - alleen bij de Nieuwe gedichten van Nijhoffken: 'As I walked out one evening,/ Walking down Bristol Street,/The crowds upon the pavement/ were fields of harvest wheat.' Hetgeluk van die eerste strofe - een wereld die een nieuwe gestalteaanneemt - gaat het hele liefdesgedicht dat de 'Song' is, door.In de voortdurend optredende herhalingen wordt iets van destructuur van een psalm zichtbaar. Er hangt - moeilijkaanwijsbaar - over het gedicht een waas van religiositeit.

In zijn beste gedichten ondergaat de wereld bij Auden eenmetamorfose - krachten van elders zijn erin werkzaam. Hijpresteert die metamorfose al in een enkele regel, als in deeerste van een uit 1929 daterend, groot gedicht: 'It was Easteras I walked in the public gardens'; kikkers kwaken en het verkeerzijn aan de hemel bewegende wolken. De wereld maakt Pasenzichtbaar, althans een nieuw leven.

De grootheid van Auden is wat ik nu maar noem zijngeïncarneerde alledaagsheid. Bijna altijd zweeft bij hem eengeest over de taal. De religiositeit van veel van zijn poëzieis niet die van de exclusiviteit: geen gedoopte, gevormde enopgebiechte woorden en gedachten. Hij was van jongs af aan - zijnvader was arts, maar het voorgeslacht was er een van dominees -gefascineerd door de liturgie van de Anglicaanse kerk, maar hijdoorzag daarvan ook de exclusiviteit, de beslotenheid, de cultuurvan de gentleman die snel een snob wordt. Liever vormen danvaststaande inhouden in die liturgie! (Iets van die vormvereringis Auden in zijn poëzie natuurlijk niet vreemd.)

In het beroemde gedicht 'Musée des Beaux Arts' wordt hetgrote - de wonderbaarlijke geboorte - opgeroepen tussen spelendekinderen, en Icarus valt onopgemerkt in een werkende werelddood. 'De val van Icarus', dat is Audens poëtica, het is ook hetwezen van zijn religiositeit. Onvergetelijk is de geïncarneerdealledaagsheid in For the Time Being, dat Auden een kerstoratoriumnoemde. Het verscheen in 1944. Het middeleeuwse mysteriespel wasin de verte model. In dit grote gedicht leeft Auden zijnverstechnische virtuositeit helemaal uit, de taal schijnt ookdoor de incarnatie geraakt!

In 1983 verscheen er onder de titel 'In de tussentijd' eensuperieure Nederlandse vertaling van door Michel van der Plas.Een deel ervan heet 'De bekoring van St. Jozef' (Jozef die moesthoren dat zijn vrouw in verwachting was). Het verhaal waait hierkerk en bijbel uit, eigen religieuze grootheid en betekenistegemoet. Jozef spreekt:

Mijn schoenen glommen, mijn broek zat in de vouw,

En ik ging met gezwinde pas

Naar mijn eigen Bruid.

Maar er was veel volk op de been

En ik kwam er haast niet doorheen

Omdat

Er een ster op straat gevallen was;

Toen men zag wie men voor zich had,

Kwam de politie in touw.

Het koor valt in: 'Jozef, je hebt vernomen/ Wat Maria isoverkomen;/ Heb je enig idee/ Hoe dat zou kunnen? Nee.'

Wellicht de hoogste staat van die geïncarneerde alledaagsheid- en daarmee van religiositeit, althans verbeelding van eenreligieuze wereld - bereikte Auden in de reeks Horae Canonicae,gedichten waarin hij in de getijdenvorm - van priem tot lauden - het dagelijkse leven volgt. Van ontwaken - schitterend gedaan - over de nacht van de doden naar de nieuwe morgen, 'Lauds' - hetslotgedicht is een der mooiste die hij schreef.

In zijn studententijd verliet Auden zijn geloof; het gezichtvan dichtgespijkerde kerken in Barcelona in de SpaanseBurgeroorlog en de verschrikking van de Tweede Wereldoorlogbrachten hem terug in de kerk. In New York, waar hij in 1939 wasgaan wonen, volgde hij weer de Anglicaanse liturgie (tegen heteinde van zijn leven, toen kerkelijk verval alom was, heeft hijerover gedacht orthodox te worden; het is er niet meer vangekomen). Het klinkt allemaal kerkelijk. En hoewel Auden hetbelang van het dogma voor het geloof vergeleek met dat van degrammatica voor de taal, is hij toch in veel opzichten eenreligieuze zelfstandige gebleven, de grote tradities gebruikendwaar het hem uitkwam.

De incarnatie staat in zijn denken en beleven centraal (menleze de verwoording ervan door Simeon in For the Time Being), hetlichaam ook - de tweespalt lichaam-geest heeft hij altijdverfoeid, elke scheiding trouwens. Geïncarneerd is de religieuzewereld zeer aards, de woonplaats voor mensen, niet voortoekomstige engelen. Dit is een voor hem typerende uitspraak:'eeuwigheid is de beslissing nu, handeling nu, je buurman hier'.In dat perspectief wordt de aard van veel van zijn poëzieduidelijk in de verloste aardsheid ervan.

Auden heeft veel theologie gelezen en daar ook veel overgeschreven. Hij blijkt ook hier een eclecticus. Een systematicuswas hij allerminst. Hij wantrouwde tenslotte de theologie in haaralleen voor eigen gebruik geldende systemen. Die religieuzebewegelijkheid (door die bewegelijkheid juist zeer inspirerend)maakt een studie - geen studie kan zonder systematisering - vanAudens geloof welhaast onmogelijk. De overigensbewonderenswaardige studie van de Amerikaan Arthur Kirsch, Audenand Christianity bewijst het. De titel dekt allerminst deinhoud, hij veronderstelt ook een systematiek bij Auden die erniet is. De auteur tracht op die religieuze bewegelijkheid vatte krijgen. Dat lukt niet zo erg, ook door de verschillende,tegelijk gebruikte bronnen: de poëzie en essays en studies.

Het is Kirsch' tragiek dat Auden steeds ontsnapt aan detraditionele termen van de auteur. Als de geest maar waait waarhij wil, is er nooit windstilte voor de onderzoeker. Hij geeftsoms een heel mooie interpretatie van gedichten - met name vanHorae Canonicae -, al ziet hij soms te veel traditionelechristelijke begrippen aanwezig. Zijn algemene stukken - deinleiding en het nawoord - zijn het beste; ze hebben het voorde benadering van dit werk ideale essayistische karakter. Zijngrondige kennis van Audens werk heeft een aantal diepgaandecitaten als gevolg; ze zijn het meest inspirerende deel van hetboek.

Audens grootheid is vaak - zeker in zijn studies - de losseopmerking; ook als prozaïst houdt hij de dichterlijkegeconcentreerdheid. In dit fragment bijvoorbeeld uit een stukover Don Quichote: 'Don Quichotes gebrek aan illusies over zijneigen krachten is een teken dat zijn gekheid niet van deze wereldis, maar heilig, een verzaken van de wereld, maar zonder SanchoPanza zou het niet christelijk zijn geweest.'

Lees het boek voor de citaten! En het mozaïek van Audensreligiositeit krijgt gestalte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden