I remember Danny Mirror, muziekproducent en ex-miljonair

Muziekproducent en ex-miljonair Eddy Ouwens was er kapot van toen hij 40 jaar geleden hoorde dat Elvis dood was. Zijn I remember Elvis Presley werd een hit, maar hij werd ook verguisd.

Danny Mirror Beeld Marlena Waldthausen

Het rafelige levensverhaal van Eddy Ouwens, alias Danny Mirror, moet op de A-kant van een 45-toerenplaatje passen, ook wel hitsingle geheten, jarenlang zijn corebusiness. Titelsuggestie, met een adequate verwijzing naar zijn eerbetoon aan Elvis Presley: I remember Danny Mirror.

Bij de intro van het liedje voel je de eerste tranen al opwellen vanwege een getroebleerde jeugd; in het lied worden klatergoud, beproevingen, overspel en gokverslaving over de luisteraar uitgestort. In het refrein komen diverse ex-bijvrouwen in een achtergrondkoor vocaal samen, om de single na 3 minuten en 8 seconden te beeindigen met een climax, de afsluitende woorden:

'Dit is alles wat ik nog over heb.'

Kapitaal

Zo zegt hij het, nadat hij zijn handen diep in zijn linkerbroekzak heeft gestopt en wat losse munten tevoorschijn heeft gehaald. 'Meer heb ik niet', voegt de 71-jarige muziekproducer en zanger er onheilspellend aan toe. Hij staat voor het appartement dat muziekmiljonair Willem van Kooten tijdelijk voor hem heeft geregeld, en hij kijkt naar zijn hand, en bergt 'zijn laatste centen' op.

Dan pakt hij zijn smartphone met gebarsten display om de liefdesverklaring van zijn 12-jarige dochtertje Julia op te roepen - wat niet lukt. 'Daar geniet ik nu van, van haar, dat heeft voor mij echt waarde', zegt hij. 'Ik heb een teringjeugd gehad en ik wist zeker dat ik het beter ging doen. Ik zou mijn kinderen niet laten zitten, zoals mijn ouders deden. Dat is me toch drie keer overkomen. Ik heb van drie moeders vier dochters. Telkens dacht ik het gevonden te hebben, telkens hield ik het niet vol. Nu ben ik alleen en heb ik geen geld meer over. Mijn enige kapitaal ben ik zelf - dat is niet weg.'

Veel van wat hij is en heeft meegemaakt, staat in zijn net verschenen biografie, Van hitmiljonair tot schuldsanering. Daaruit stijgt een weinig flatteus beeld op van Arie Ouwens, zoals-ie eigenlijk heet. Hij beschrijft zichzelf als een creatieve klootzak met de 'seksdrive van een peloton militairen die drie weken op oefening zijn geweest'. Een opschepperige, naïeve hoofdrolspeler in een door hemzelf gecreëerd hedonistisch muziekuniversum, die berooid en bestolen en met de dood op zijn hielen bij een verslavingskliniek aanklopt, zeven jaar geleden. En die daar tot het inzicht komt dat hij er weinig van heeft gebakken, van het leven.

Samenvattend citaat uit het boek: 'IK VOEL ME ZO VERDOMD ALLEEN.'

In de kliniek moest hij zijn levensverhaal op papier zetten van zijn psychiater en vertellen wie hij schade had berokkend, en hoe hij op de bodem van de put was terechtgekomen. Dat mondde uit in dit boek, opgeschreven door ghostwriter Guuz Hoogaerts. Alleen, en dat kon hij wel bedenken: na alles therapeutisch van zich af te hebben geworpen, liggen alle problemen natuurlijk nog niet achter hem.

Zijn ex-vrouw, met wie hij niet on speaking terms is, moet hij nog laten weten dat hij de vuile was heeft buiten gehangen; ze kan nu zwart-op-wit vernemen hoe hij haar belazerde met twee vrouwen tegelijkertijd. Zijn oudste dochters, Gladys en Mabel, lazen het manuscript en verbraken direct alle contact, die konden zijn hoegenaamde eerlijkheid niet waarderen.

Masker

Nou Eddy, daar ben je dan lekker mee opgeschoten, met dit boek, zou je kunnen zeggen. Is dat het allemaal waard? 'Het moest waarheidsgetrouw zijn, daar ging het me om', zegt hij. 'Dus ook al dat vreemdgaan en gokken. Ik kan wel een sprookjesboek schrijven, maar daar begin ik niet aan. Ik heb lang genoeg met leugens geleefd en met een masker rondgelopen. Dit is het.'

'Ik zeg echt niet dat de lucht nu is geklaard. Ik heb in therapie de tranen uit mijn kop gehuild, om wat ik als jongen heb meegemaakt. Mijn vader die te veel zoop en ervandoor ging. Mijn broer en zus die ik amper heb gekend. Die vriend van mijn moeder die ik aan een touw zag bungelen. Dat mijn moeder de hoer speelde, jarenlang. Dat ik niet mocht zeggen dat ik haar zoon was. Mijn moeder was op zoek naar geluk, net als ik. We hebben het allebei nooit gevonden. Weet je, dat is er eindelijk uit.'

Eddy Ouwens staat in de kolossale tuin van een Blaricummer villa, zijn voormalige hitpaleis. Hier woonde hij in de jaren zeventig, met vrouw en dochters, tijdens zijn succesvolste periode als presentator, muziekproducent en componist, zoals van de winnaar van het Eurovisiesongfestival in 1975, Teach-In, en acts als Bolland & Bolland en Jackpot. Van de Rotterdamse Afrikaanderwijk, als organisator van muziekavondjes, zanger in beatband Eddy & the Eddysons, was die pukkelige gast met zijn dikke brilglazen, geland in het Gooise rietgedekte walhalla. Was-ie ineens een grote meneer geworden, met zijn pompeuze onderkomen.

'Kan ik dit wel betalen?', vroeg hij zijn boekhouder nog. 'Ja, Eddy', kreeg hij te horen, 'je kunt wel vijf van zulke huizen kopen'.

Uit de losse pols wat Eddy Ouwens-krakers uit het hitjaar 1976: Leo van Ria Valk, ('een tango als carnavalslied, iedereen verklaarde me voor gek.'). Santa Barbara, Donde estan tus ojos negros ('overal in Zuid-Amerika nummer 1, ik denk dat Máxima dit nummer beter kent dan het Wilhelmus').

Heden & Verleden, 1983.

Gouden kooi

In de voormalige burgemeesterswoning, waar hij vaak backgammon speelde met overbuurman John de Mol, kwam hij op dinsdag 16 augustus 1977 thuis. In de Dureco-studio in Weesp was hij bezig geweest met de nieuwe plaat van Teach-In. 'Daar, in die kamer beneden, zette ik de radio aan', zegt Ouwens, gekleed in een ruimzittend overhemd, op het hoofd een donkere zonnebril. 'Ik hoorde een Elvisliedje, en nog één, en nog één. Gek, dacht ik nog, wat veel Elvis, opeens op de radio. En toen was er de stem van dj Willem van Beusekom: 'U luistert naar een aangepast programma in verband met het overlijden van Elvis Presley.' Ik stormde naar boven waar mijn vrouw lag te slapen: 'Elvis is dood!' Dat is erg, zei mijn vrouw, en sliep verder.'

Eddy trok een fles rode wijn open, zette de brand in een Gladstone-sigaret en draaide de hele nacht Elvis, fucking verdrietig. Hoe is het mogelijk dat iemand die alles had, zo is geëindigd, dacht hij nog. Een gouden kooi, daarin hadden ze hem gestopt. 42 jaar nog maar! Zo veel talent, zo veel charisma, zo'n geweldige stem. Eenmaal in bed, bleef het door zijn hoofd malen.

Zijn vingers vonden vanzelf de akkoorden toen hij de volgende dag tijdens de pauze in de studio achter de piano zat. I remember Elvis Presley waren de woorden die hij zachtjes over de muziek heen zong. In de deuropening stonden de leden van Teach-In en studiobaas Dick Bakker. Dit moet je opnemen, kreeg hij te horen. Maar hij twijfelde, hij zong dit voor zichzelf, was het niet wrang, om een liedje op te nemen over een dooie Elvis? De voorzitter van de Elvis-fanclub werd erbij gehaald en die gaf met tranen in zijn ogen zijn zegen.

Aan het einde van de dag werd het nummer opgenomen en de tekst afgemaakt door Dick Kooiman. 'Ik keek in de spiegel en opeens wist ik mijn pseudoniem', vertelt hij, zich bewust van het muziekhistorisch momentum. 'Mirror van achteren en Danny van voren, naar Danny Fisher, het personage dat Elvis speelde in de film King Creole. Met tranen in mijn ogen heb ik het nummer opgenomen.'

Om half negen 's ochtends liep hij de Blaricummer villa binnen, helemaal kapot, met in zijn handen een bandje met het nummer erop. 'Mooi zeg', zei zijn vrouw, terwijl het liedje door de huiskamer galmde.'Wie is die zanger?' Ik, zei Ouwens, 'ik ben het nog niet verleerd'. Die ochtend werd het nummer al gedraaid op de radio en drie dagen later waren er al 100 duizend exemplaren besteld door platenzaken in het land. 'Heel Engeland stond op zijn kop. De rest van Europa volgde, overal werd het een nummer-1-hit. Ik trad op een dag in drie landen op. Ik had het idee dat mijn emotie was overgekomen.'

Eddy Ouwens, alias Danny Mirror.

Rouwsluier

Dat werd niet door iedereen zo ervaren. Cabaretier Freek de Jonge riep op met een scherp voorwerp alle producties van Ouwens te bewerken en zijn rieten dak in de fik te steken. Eddy kon er wel om janken. Felix Meurders, toen een toonaangevende radio-dj, noemde hem 'een lijkenpikker' en zijn plaat 'een misselijke vorm van geld-uit-zak-klopperij'. Ouwens spande een rechtszaak aan tegen Meurders, die zijn uitspraak moest intrekken.

Ja, na al die jaren kan hij zich er nog over opwinden. Het blijft knagen. En als hij later een sigaret in zijn sigarettenpijpje steekt, zet hij nog een keer uiteen hoe verderfelijk het was dat hij niet in het jaar 1978 de Exportprijs kreeg als Danny Mirror, terwijl hij zo veel voor de export had betekend met zijn hit. Of dat hij zich in het pak had laten naaien door een waardeloos contract te tekenen met de platenmaatschappij en hij niet 50 procent maar 10 procent van de opbrengst kreeg. Zelfs nu nog, veertig jaar later, als hij merkt dat hij niet wordt gevraagd bij een Elvis-herdenkingsprogramma op televisie, heeft hij er de pest in. Alsof door die megahit tegelijkertijd een rouwsluier over hem heen hangt. Gek toch, vindt-ie.

'Ik weet dat Elvisfans het nummer altijd hebben gewaardeerd', zegt hij, wegrijdend uit Blaricum. 'En ik zal je vertellen dat ik via via van de fanclub in Amerika vernam dat de vader van Elvis, Vernon Presely, mijn nummer de allermooiste vond van de 179 tributes die na Elvis' dood zijn verschenen. Ik heb tientallen miljoenen verdiend, maar dat valt in het niet bij dat compliment.'

Hello How Are Your, 1986.

Onheilsraket

Willem van Kooten schat dat Ouwens wereldwijd minstens 80 miljoen platen moet hebben verkocht. 'Ja, als ik alles had gekregen waar ik recht op had', zegt hij, 'dan zat ik wel op een vette boot op de Bahama's. Had ik maar wat vaker de kleine lettertjes in het contract goed gelezen. Of mijn bankafschriften geopend. Ik dacht dat het allemaal wel goed zat. Terwijl ik wel wist hoe verrot die muziek-bizniz is. Dat artiesten maar een schijntje kregen van de opbrengst, omdat ze toch van niets wisten.'

Als je aan Eddy Ouwens op een terras in Laren vraagt: waar ging het mis? Dan komt hij niet uit bij één passend antwoord voor 'de onheilsraket'. Je kunt in elk geval zeggen dat de jarenlange, permanente gang naar het casino een stevige basis was van zijn financiële wanbeleid. Hij schat dat hij wel een miljoen euro heeft vergokt. Willem van Kooten begreep maar niet waarom hij naar speelhallen ging. 'In de muziek gokken we de hele dag of iets een succes wordt of niet. Dan heb je toch geen speelautomaat nodig?'

Zijn hitpaleis werd steen voor steen afgebroken, daar komt het op neer. Achteraf kan hij het amper reconstrueren. 'Ik heb mezelf opgeleid in dit vak en blijkbaar pakte dat niet op alle onderdelen goed uit.' Als hitmaker combineerde hij emotie en commercie, 'op meedogenloze wijze', zeggen insiders. Met een brede smaak en zonder gêne reeg hij zijn succesnummers aan elkaar, in de Sound Push-studio in Blaricum. Toen koningin Juliana in 1980 aftrad, bedacht hij een afscheidslied, Juliana bedankt, door Willy Alberti gezongen, en door André van Duin geparodieerd. 'Je kunt er wel op spugen, maar probeer het maar eens na te maken', zegt hij dan.

Behalve hitmaker was hij ook directeur van een platenmaatschappij, productiebedrijf en een eigen muzieklabel en verdiende hij veel geld met muziekclips en reclame voor grote bedrijven. In zijn biografie wordt in grote lijnen geschetst hoe alles in elkaar lazerde. Eerst verkocht hij zijn bedrijf, kreeg spijt, en wilde het terug hebben. Dat financierde hij door de rechten op al zijn liedjes aan de platenmaatschappij te verkopen. De fiscus sloeg 'm voor miljoenen aan. De waarde van zijn aandelen waren verdampt, hij kon zijn huis niet meer betalen en hij dacht nog steeds de big spender te kunnen uithangen.

Als kers op de taart ging hij in zee met 'een oplichter'. Die beloofde hem te managen met al zijn administratieve rompslomp. Ouwens liet na het contract goed te lezen, en ging failliet. Een man die hij 'The Godfather' noemt bedreigde Eddy omdat hij nog geld van hem zou krijgen.

In het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam waar hij tenslotte, met vier dichtgeslibde aders, terechtkwam, hoorde hij al de tekst die zijn allerlaatste vrienden bij zijn graf zouden uitspreken: 'Eddy, die heeft tenminste geleefd.'

Eddy zelf wilde vooral rust.

Eddy Ouwens zit in de auto en zingt mee met Love Letters van Elvis. Of-ie er wel eens aan heeft gedacht, dat hij net als zijn held in volle vaart richting het ravijn is gereden. Maar waar Elvis naar beneden donderde, wist hij op wonderbaarlijke wijze te ontkomen. Hoho. Die parallel gaat hem te ver, hij is toch geen Elvis en hij heeft zich nooit een superster gevoeld. Ho-ho. Zijn gouden kooi was een andere dan die van Presley.

Verwacht nou niet dat iemand ooit I remember Danny Mirror gaat zingen, dat weet hij zeker, hoogstens als grap.

De nieuwste single die hij nu als Danny Mirror aan het opnemen is, gaat Serenity Prayer heten, naar het gebed dat hij elke dag in de verslavingskliniek moest opzeggen. Dat heeft hij voorzien van een melodie. De tekst is geschreven door een van zijn vier dochters, Syreetha. 'Die heeft van jongs af aan mijn gokverslaving meegemaakt', zegt hij. 'Ze wist niet anders, zei ze me laatst, en daar schrok ik enorm van. Mooi dat ze op deze manier toch een bijdrage levert. Zo heeft alle ellende toch nog wat opgeleverd, op het eind. En daar doe je het voor.'

Eddy Ouwens, van hitmiljonair tot schuldsanering.
Overamstel uitgevers. euro 19,99.

Beeld Marlena Waldthausen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden