recensie De geluksatlas

Hygge, xing fu, tarab: geluk wereldwijd ★★★★☆

Diepgravend is het niet, vrolijk word je wel van de geluksatlas van Helen Russell. Ook in de meest verdrietige landen weet ze iets opbeurends te ontdekken.  

Helen Russell: De geluksatlas.

Helen Russell: De geluksatlas – De wereldwijde geheimen van geluk

Uit het Engels vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer

★★★★☆

Podium; 288 pagina’s;  € 22,50.

Zelf is ze iemand die het woord ‘jolly’ gebruikt voor wat haar blij maakt, een Britse, gereserveerde, ietwat bekakte uiting van vreugde. Het is een woord dat, volgens journalist Helen Russell, bij de stijve Britten wat heilzame serotonine opwekt. Dat is handig, want binnenvetters als zij praten liever over jolly bloemen of dieren dan over hun gemoed. ‘Always look at the bright sight of life’, of je doet maar alsof.

Russell, die veel heeft gereisd  en een tijdlang werkte als correspondent Scandinavië voor de Britse krant The Guardian, was benieuwd hoe andere wereldbewoners zich erdoorheen slaan. Een mooi idee. Eerder schreef ze een boek over Denemarken, waar ze woont. Ze hebben daar een groot talent voor hygge, een knus en comfortabel leven thuis. In dit boek roemt ze de Deense arbejdsglaede, de ontspannen, vriendelijke en flexibele werkcultuur waardoor de Denen overal tijd voor hebben, voor carrière, gezin en vrienden, voor yoga en barbecues, en er altijd uitgerust uitzien. Slim van Deense werkgevers, vindt Russell.

De titel Geluksatlas suggereert meer diepgang dan het boek heeft. Veel gereisd heeft Russell niet voor de research. Ze heeft haar kennis van de 33 landen en culturen die ze beschrijft vooral opgedaan uit boeken en op internet, en van de vele expatvrienden die ze in Denemarken heeft. Uit elk land is er wel een vage bekende die ze kan opvoeren: ‘een Chinese vriend van een Zweedse buurman’, ‘een zus van een vriendin, die getrouwd is met een Fin’, ‘mijn Indiase collega’, en het internationale gezelschap op het schoolplein van haar kinderen. Ze woont midden in de atlas.

Het is een vrolijk en blij makend boek, alleen al omdat het er zo prachtig uitziet met een frisse opmaak in mooie kleuren en kinderboekachtige illustraties. Maar vooral door de montere toon en blik van Russell, die het talent heeft om ook in de meest verdrietige landen iets opbeurends in de menselijke aard te ontdekken. Daar steek je best wat van op.

In Brazilië, waar grote sociale ongelijkheid is, en veel corruptie, houden de mensen zich op de been met melancholie, met saudade, het weemoedig terugkijken naar wat voorgoed voorbij en verloren is. Door zich daaraan over te geven zijn de Brazilianen juist in staat tot grote vrolijkheid op andere momenten, zoals bij het carnaval.

China rouwt om de dertig miljoen mensen die zijn omgekomen in de Culturele Revolutie, die ook veel traditionele con­fu­ci­a­nis­tische waarden heeft vernietigd. Nu is het bestaan een verbeten strijd om geld, bezit en status. Maar diep in hun hart geloven Chinezen, althans volgens Russells Chinese vriend Wei, dat materie er niet toe doet, en plezier eigenlijk ook niet. Het gaat om xing fu, doelgerichtheid, vervulling op lange termijn en vrede met elke situatie. ‘Doe als Wei en ga schilderen’, tipt de schrijfster.

De manieren waarop mensen wereldwijd gelukkig worden, verschillen enorm en passen bij de landsaard. De Spanjaard spoedt zich, als het weekend is, in een fris shirt naar het café, waar vrienden zijn met wie hij drinkt, tapas eet en oeverloos kletst; hij trekt van café naar café tot in de kleine uurtjes en parkeert zijn zorgen. In Syrië, een land in oorlog en rouw, is de muziek een grote troost. Samen luisteren naar traditionele muziek brengt tarab teweeg, de extatische betovering die wanhoop verdrijft.

In andere landen wordt de gezamenlijkheid juist ontvlucht en schuilen de mensen binnen voor de ongure buitenwereld. Zoals in het Amerika van Trump, waar veel mensen uit de middenklasse twee banen hebben en de hoop op een rustig leven in een mooi huis en studies voor hun kinderen hebben opgegeven. Dit leidt, ziet Russell bij haar Amerikaanse vrienden, tot een hang naar homeyness, een sfeer van gebakken taarten, zelfgemaakte zeep en handgenaaide quilts. Binnen is het warm en veilig.

Zweden zoeken om te ontspannen niet elkaar op, maar trekken zich alleen terug op een smultronställe, een afgelegen aardbeiveldje waar niemand hen kan vinden, ver weg van het menselijke gewemel. De Finnen vinden het weer het toppunt van genot om thuis, de kachel hoog opgestookt, in hun ondergoed bier te drinken, alleen of met vrienden. Veel bier, of sterker spul.

En de Nederlanders? Russell roemt Nederlandse verworvenheden als het parttime werken en de gratis kraamverzorgster, die je zomaar komt vertroetelen na een bevalling, en komt dan aanzetten met onze onvermijdelijke gezelligheid. Net zoiets als het Deense hygge en de Duitse Gemütlichkeit, maar met een scheut ouderwetsheid, ‘die van bruine cafés’, en meer naar buiten gericht, ‘alsof de Nederlanders genoeg gezelligheid hebben voor iedereen’. Haar bron is de relaxte Wouter, die uitlegt: ‘Koffie met een koekje is gezellig, een biertje pakken is gezellig, tv-kijken kan gezellig zijn – zeker als er gezellige mensen op bezoek zijn.’ Een cliché natuurlijk, zoals alle andere 32 trefwoorden ongetwijfeld zulke clichés zijn, maar dat is iemand die zo grappig en onzwaarwichtig schrijft vergeven. A good read noem je zo’n boek in Russells vaderland. Jolly good.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden