Hup Hollandia, hup Bochum

In het groots opgezette festival 'kunst.nrw.nl' gaan Nederlanders en Duitsers samen de studio's in en de werkvloeren op. 'Een feest', vindt de organisator....

DE geluidsinstallatie gaat op volle sterkte en tadám, tadám, daar is onze gastheer van vanmiddag: Dennie Christian! 'Waar komen jullie vandaan?', vraagt de schlagerzanger en presentator. 'Hellevoetsluis? Ligt dat niet in Zuid-Holland?' Christian veert triomfantelijk op. 'Goed hè, en dat voor een Duitser.'

O ja. Bijna vergeten. Dennie is een Duitser. Maar niet zo heel erg hoor. Bij hem is het haast niet te horen. Niet zoals bij prins Bernhard of prins Claus. Dennie is gezellig en spontaan, zoals hij rondspringt in Partycentrum De Ster in het Brabantse Nieuwkuijk. 'Kom op', roept hij. Lekker polonaise en niet moeilijk doen. Hij is zo heerlijk gewoon, eigenlijk net Nederlands.

Dat helpt, want voor veel Nederlanders is de lol er bij Duitsers gauw af. München 1974, de verloren voetbalfinale, doet nog altijd pijn. Er is zelfs een heuse bundel poëzie over het voetbal tegen de Mannschaft uitgebracht die toepasselijk Nederland-Duitsland heet. 'Zij die vielen/ rezen juichend/ uit hun graf', dichtte Jules Deelder over de door Nederland gewonnen wedstrijd in 1988, die hier als een vanzelfsprekende vorm van gerechtigheid wordt bejubeld.

Verder gaat het uitstekend tussen Nederland en Duitsland. Oud-premier Lubbers benadrukte het onlangs nog in een lezing waarin hij zijn spaakgelopen betrekkingen met voormalig bondskanselier Kohl uit de doeken deed. 'Een zakelijk verschil van inzicht', analyseert hij op bijna luchtige toon. 'En de Duits-Nederlandse verhoudingen? Die waren goed, die zijn goed en die zullen goed blijven.' Maar toen kort daarvoor het Nederlandse hockeyteam weer eens een finale van Duitsland verloor (natúúrlijk door strafballen), heette dat in De Telegraaf een 'Duits complex'.

Daar hebben de Nederlandse en Duitse kunstenaars die de afgelopen maanden eendrachtig hebben gewerkt aan het groots opgezette festival 'kunst.nrw.nl' geen last van. De val van de goden heet het pièce de résistance dat Theatergroep Hollandia in samenwerking met Duitse acteurs, Duitse fotografen, een Duitse kostumière en een Duitse componist maakte.

'Het is een feest', vindt Loek van der Sande, directeur van de stichting kunst.nrw.nl die het festival organiseert. Inderdaad, dit festival heeft wel iets van een onverwacht cadeau. Het werd hem gevraagd: of hij niet eens wilde nadenken over een vervolg op het culturele uitwisselingsproject uit 1996, toen Nederlandse kunstenaars te gast waren in de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen (NRW). En alstublieft daar was twee miljoen gulden via de zogeheten HGIS-gelden, een fonds van de ministeries van OC & W en Buitenlandse Zaken voor internationale culturele projecten. En bitte sehr, het Kultusministerium van Nordrhein-Westfalen droeg ook nog ruim één miljoen Duitse Mark bij.

V AN DER SANDE stelde een programmacommissie samen met onder meer oud-Holland-Festivalprogrammeurs Arthur Sonnen (theater) en Elmer Schönberger (muziek) met Kathinka Dittrich van Weringh (voormalig directeur Goethe Instituut). Zij bedachten dat die grensoverschrijdende samenwerking de spil van het festival moest zijn. Dus geen import van grote dure Duitse namen en bestaande producties, maar Nederlandse en Duitse kunstenaars sámen - liefst jong, vernieuwend en veelbelovend - de studio's in en de werkvloeren op.

Wil Hollandia wat met Bochum? Hup Hollandia, hup Bochum. Daar komen ze dan, Duitse acteurs van de Westfälische Schauspielschule uit Bochum. Hartstikke jong en onervaren houden ze - in het Duits - tafelredes bij de dinerende bezoekers in de rumoerige hal van de Rotterdamse Van Nellefabriek waar De val van de goden speelt. Een hondsmoeilijke opgave, vindt regisseur Paul Koek en hij bewondert hun durf: 'Ze willen de wedstrijd blijven winnen.'

Het Overijssels Filmhuis heeft wat met de Filmwerkstatt uit Münster, en er is een goed plan? Ga je gang. De stichting betaalt een deel van de kosten. Niet alles, want de betrokken instellingen moeten er ook zelf wat voor over hebben. Anders krijg je van die producties die worden gemaakt omdat er toevallig geld voor is. En het wérkt, constateert Van der Sande. Bij elkaar telt het festival zo'n vijftig voorstellingen, tentoonstellingen en andersoortige manifestaties in verschillende disciplines en steden.

Neues Gestirn: jonge kunst uit Nordrhein-Westfalen in Nederlandse galeries. Rotation: Nederlandse exposities in Keulen. Eingeladen: Duitse kunstenaars ontwerpen een paviljoen voor Almere. Kehrseiten, Leibschreiben. Prachtige titels staan er in de festivalbrochure en de voorstellingen zijn er ongetwijfeld naar, maar eh, hoe zat dat nou met dat Duitse complex? Van der Sande: 'Het is absoluut pretentieus om te zeggen dat dit festival dat probleem op zal gaan lossen.'

'Dit ben ik', wijst Dorothee Gassen op een krantenfoto uit 1964. Niet dat ze te herkennen is, met die badmuts op tussen de andere zwemsters van haar waterpoloteam. Ze waren het enige meisjesteam in haar geboorteplaats Aken, vlakbij de grens, en ze deden gewoon mee met de Nederlandse competitie. Niks Duitsland-Nederland. Ze hoorden erbij. Maar dat was lang voordat ze - ergens halverwege de jaren tachtig - met haar Nederlandse man een Italiaans restaurant in Zandvoort had en 'Frau Hitler' werd genoemd toen ze een paar aangeschoten Nederlanders tot de orde riep.

Haar stichting Nederlands-Duitse Dialoog bestaat nu alweer vijf jaar. Er móest iets gebeuren, vond ze. Helemaal nadat in 1993 het geruchtmakende onderzoek van Instituut Clingendael uitwees dat Nederlandse jongeren een uitgesproken antipathie tegen Duitsland hadden. Op officieel niveau bloeien de Nederlands-Duitse betrekkingen, merkte ze, maar onder de oppervlakte broeit het. 'Je kunt niet zeggen dat er niets aan de hand is', zegt Gassen, 'maar je kunt er ook niet echt je vinger opleggen.'

T OCH LIEGEN de Duitse en Nederlandse cartoons in de tentoonstelling Hallo Nachbar!...Dag buurvrouw! er niet om. In een tekening van Horst Haitzinger uit 1995 heeft Kohl zijn olifantenpak aan de kapstok gehangen en danst hij tussen Duits-Nederlands porselein. Bij Peter van Straaten zegt moeder-op-vakantie tegen haar verveelde zoontje: 'Ga die twee Duitse jongetjes maar weer pesten'.

De tentoonstelling van de Nederlands-Duitse Dialoog maakte al een uitgebreide tournee door Nederland en Nordrhein-Westfalen, maar is nu te zien in het Verzetsmuseum Friesland. 'Geweldig', zegt Gassen. 'Dat ze hem juist daar willen exposeren.'

Tassy Schmid heeft haar eigen theaterbureau in Houten en organiseert al een jaar of tien voorstellingen met Duitse en Nederlandse acteurs. Ze werd liefkozend de cultureel attaché van Duitsland genoemd. Haalde performancekunstenares Lotti Huber naar Nederland en herkende in haar achtergronden die van haar eigen moeder. Ze deed de productie Tewje, met Nederlandse, Russische, joodse en Oost-Duitse acteurs.

Afgelopen zaterdag is de voorstelling van Max Raabe en het Palastorchester in première gegaan: Duitse musici en Nederlandse ballroomdansers. Gewoon. En bij de vorige Nederlandse tournee trad Raabe op met de zusters Van der Klei. Kein Problem.

Dat was wel anders toen ze in 1995 een programma initieerde met de Nederlandse schrijfster/cabaretière Marjan Berk en zangeres/actrice Eva Maria Hagen (de moeder van Nina) onder de titel Rotmoffen en Kaaskoppen. Twee oudere dames, die terugkijken op hun verleden: de één Nederlands, de ander Duits - Oóst-Duits. 'Heel autobiografisch', bevestigt Schmid, niet alleen voor de twee actrices. Na Rotmoffen en Kaaskoppen was ze zelf zover dat ze het eindelijk gewoon durfde te zeggen: 'Sorry - ja, nog wel steeds sorry -, ik ben Duitse en ik blij dat je het niet aan me kunt horen.'

Berk en Hagen hadden natuurlijk ook hun diva-onenigheden. 'Ze heeft weer geschreeuwd', zei Berk dan tegen Schmid. Want dat heeft Schmid er bij andere Duitse acteurs ook uit moeten hameren. 'Niét schreeuwen', heeft ze zo vaak gezegd. 'Zodra er geschreeuwd wordt, lopen de mensen hier het theater uit. Zeggen ze: ah, daar heb je die Duitsers weer.'

Er is kunst waarin het Duits-zijn geen rol speelt. Werken van Anselm Kiefer, Sigmar Polke, Georg Baselitz en A.R. Penck hangen in alle grote musea in de wereld. Beethoven, Brahms, Bach en ook Wagner worden in elke concertzaal gespeeld. Goethe, Böll en Grass zijn overal gerespecteerde schrijvers. Ze zullen niet worden geweigerd omdat ze Duits zijn, en ze zullen evenmin om die reden worden gevraagd. Hun werk heeft een universele waarde die met nationaliteit niets te maken heeft.

Er is ook kunst waarbij nationale achtergronden wel een rol spelen. Nederland is al jaren zeer geliefd in Duitsland, vooral bij jongeren en oudere jongeren. Beide groepen roemen de Nederlandse Freizügigkeit; de een om het drugsbeleid, de ander om de algehele politieke houding. Nederlandse literatuur is in Duitsland een hype, juist omdat de Duitsers er die wat luchtiger toon en omgang met privé- en wereldproblematiek in herkennen.

Cees Nooteboom, Harry Mulisch, Maarten 't Hart, Charlotte Mutsaers: ze verkopen in oplagen die in Nederland gigantisch zijn. Van Nootebooms Rituale zijn 300 duizend exemplaren verkocht.

Dat verbaast zelfs een doorgewinterde cultuurspecialist als Kathinka Dittrich van Weringh, tot voor kort wethouder van cultuur in Keulen en medeverantwoordelijk voor de literatuur in het festival kunst.nrw.nl.: 'De aanslag van Mulisch, dat kan ik thematisch nog begrijpen. Nooteboom niet. En Maarten 't Hart is zo Nederlands. Hij is een absolute nuchtere calvinist en dat is de meerderheid van de Duitsers niet. Toch is hij heel populair.'

N IET ALLEEN in de serieuze sector doen de Nederlanders het goed, ook de Nederlandse artiesten uit de amusementswereld worden in Duitsland met open armen ontvangen. Rudi Carrell (al jaren een sterstatus), Herman van Veen (Bundesverdienstkreuz, 5 miljoen cd's verkocht), André Rieu (al weken in de hitlijst met 100 Jahre Strauss) en Frans Bauer (300 duizend cd's) vieren er successen.

Maar hoe zit het eigenlijk met de Duitse Rieus en de Duitse Carrells? Welke populaire Duitse artiesten mogen zich in een warme Nederlandse belangstelling verheugen?

In de jaren zestig liefkoosde Nederland nog sterren uit de schlagerwereld als Freddy Quinn, Peter Alexander, Roy Black en Rex Gildo. Duitse televisieshows als Der goldene Schuss met Vico Torriani of Einer wird gewinnen met Hans Joachim Kuhlenkampf werden in Nederland goed bekeken. Nu scoren voornamelijk nog krimi's, series als Kommissar Rex, Wolffs Revier en Derrick.

Van de Duitse schlagerhelden houdt Dennie Christian als een van de weinigen in de Lage Landen stand. 'Platina'-zangers en bands in de Duitse hitlijsten (die per single of album meer dan 500 duizend exemplaren verkopen) zoals Rammstein, Die Fantastischen Vier, Xavier Naidoo en Sabrina Setlur zijn hier nagenoeg onbekend of trekken hooguit een select publiek. En dat komt, verklaart Dorothee Gassen omdat bij Rudi Carrell en Linda de Mol hun Nederlandse achtergrond deel is van hun succes. Hun Duits is charmant exotisch. Dennie Christian is in Nederland populair omdat het niet zo opvalt dat hij Duits is.

En dan nog. In 1981 had hij met 150 Nederlandse en 150 Duitse padvinders het lied Vrijheid en vrede, Freundschaft und Liebe op cd gezet. Waarop 'één van de heren discjockeys' uit Hilversum ('ik noem geen namen') de plaat doormidden brak. 'Schandalig dat een Duitser over vriendschap tussen Duitsers en Nederlanders dúrft te zingen', was het commentaar.

M ET EEN dergelijk duister onderbuikracisme en voetbalanimositeit hoeft het festival kunst.nrw.nl geen rekening te houden. Er zijn wel discussies en symposia die het onderwerp aanroeren ('Het raadsel van de nationale identiteit' in Felix Meritis en 'Grensoverschrijdende cultuurpolitiek' in Maastricht), maar als expliciet thema is de relatie tussen de twee landen niet in de voorstellingen terug te vinden.

Susanne Weber is één van de Duitse acteurs in De val van de goden. Als ze met haar twee vrouwelijke collega's in Rotterdam rondrijdt - drie blondines in een Duitse Golf -, worden ze heel vaak aangesproken door 'eh, die Immigranten aus den ehemaligenKolonien'. Hallo Schätzi! Of ze drugs willen kopen.

'Er was iets vreemds', vertelt Weber. Aan het eind van de tafelredes lopen de acteurs door de hal en zingen het lied Lili Marleen. 'Bij een van de voorstellingen stond de helft van de mensen op, liep achter ons aan en zong mee. Ze keken er heel erg opgetogen bij, zodat ik me afvroeg of ze de betekenis van het lied wel kenden. De mensen die bleven zitten, keken ook eerder gechoqueerd.'

Schlagers, polonaise en meezingen, het blijft een onverbrekelijke drieëenheid. Ook bij Dennie Christian waggelt het publiek in Marsupilami-pas door de zaal. 'Jij en ik', zingt hij en zonder problemen zingt iedereen mee: 'zijn hele dikke vrinden'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden