Hun veroveren heel Nederland

Het woord 'een' gaat steeds meer klinken als 'ein' en 'brood' is al 'broud' geworden. Maar ook de grammatica van het Nederlands verandert....

Mieke Zijlmans

HET NEDERLANDS is af. Er is een woordenschat die is opgetekend in een woordenboek. Er zijn afspraken over de zinsbouw, die vastliggen in een redelijk waterdichte grammatica. We hebben een splinternieuwe spellingwijze. En ook over de uitspraak zijn we het min of meer eens. Als we dit Nederlands consequent tegen onze kinderen spreken, kan het nog eeuwen mee.

Had je gedroomd, aldus prof. dr. Roeland van Hout. Het is eigen aan elke generatie sprekers te vinden dat haar taalgebruik de enige zuivere en voltooide vorm van de moedertaal is. Maar in feite veranderen talen voortdurend. De taal van tachtigjarigen is daardoor duidelijk anders dan die van tieners, of ze nou Nederlands, Japans of Russisch praten. Dat verschil blijkt uit de woordenschat, maar ook uit grammaticale details en zeker uit de uitspraak.

Taalverandering is een van de stokpaardjes van sociolinguïst Van Hout. Hij wijdde er op 11 juni zijn oratie aan als hoogleraar dialectologie en sociologie in Nijmegen. Daarnaast is Van Hout hoogleraar methoden en technieken aan de Tilburgse letterenfaculteit en directeur van het Center for Language Studies, dat onderdeel uitmaakt van de Landelijkse Onderzoeksschool Taalkunde.

Veel veranderingen in de taal zijn niet tegen te houden, ook al vind je ze lelijk of irritant of regelrecht fout, stelt Van Hout. Fraai voorbeeld is het oprukken van het persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord 'hun', dienst doend als onderwerp, derde persoon meervoud: 'Hun voetballen lang niet zo goed als wij.' De standaardtaal verlangt daar een z-vorm als 'zij' in plaats van 'hun'. Maar 'zij' zal uiteindelijk alleen nog betekenen: één enkele mens, vrouwelijk, als in: 'Zij is de mooie vrouw met de rode jurk'.

Derde persoon meervoud 'zij' zal helemaal verdwijnen uit het Nederlands, evenals het kunstmatig aan de taal toegevoegde 'hen' waarmee zovelen worstelen.

Moeilijk te geloven? Van Hout wijst op het vrijwel afgeschaft zijn van 'zij' als aanduiding van iets anders dan mensen. Voorheen was het normaal om te zeggen 'Autofabrieken heeft Nederland nauwelijks. Zij zijn bijna allemaal opgedoekt.' Inmiddels is het helemaal geaccepteerd op die plaats te zeggen: 'Die zijn bijna allemaal opgedoekt.'

Een verandering als deze laatste hangt weer nauw samen met het gegeven dat geslachtsaanduidingen voor dingen vrijwel uit het taalgebruik verdwenen zijn. 'Fabriek' is een vrouwelijk woord, maar dat weet bijna niemand meer. Veel geboren zuiderlingen kennen de geslachten van zaken nog wel, maar ze gebruiken ze ook nauwelijks meer actief.

Een dergelijke taalverandering ligt overigens in de rede, vindt Van Hout, omdat het Nederlands van oorsprong helemaal geen geslachtsaanduidingen kende, anders dan voor mensen en dieren. Die geslachten zijn ooit kunstmatig opgelegd, afgekeken van die in andere Germaanse talen. Kennelijk blijft zoiets zo vreemd aan de taal, dat het ook op lange termijn nooit echt inburgert.

Ook die onstuitbare opmars van 'hun' als onderwerp laat zich tamelijk goed verklaren. Ten eerste wortelt deze variant in drie streken in het land, waardoor een verandering zeer sterk staat, betoogt Van Hout.

'Hun' komt al zeer lang voor rond Arnhem en Nijmegen, en wordt veel gebruikt in Noord- en Zuid-Holland. Verwante h-vormen als 'hullie', 'hunnie', 'hallie','hulder' en 'hur' worden door half Nederland gebruikt.

T EN TWEEDE is eenzelfde verandering op het dieper gelegen niveau van grammatica en woordvorming al eerder te zien geweest in talen als Engels, Frans, Zweeds - en in het Nederlands zelf. Een persoonlijk voornaamwoord wordt opgewaardeerd tot onderwerp, terwijl het voorheen alleen dienst kon doen als lijdend voorwerp. Dat geldt voor 'you' in het Engels, 'nous' in het Frans en voor 'u' in het Nederlands.

Ander voorbeeld. Het verkeerde 'als' in de vergrotende trap zal het taalkundig correcte 'dan' helemaal verdrijven, stelt Van Hout: 'Hij is groter als ik'.

Een begrijpelijke verandering, vindt de sociolinguïst. Het onderscheid tussen 'als' en 'dan' is kunstmatig aan de taal opgelegd door een zestiende-eeuwse auteur. Het taalgevoel is wel zo subtiel dat het het gekunstelde van zo'n ingreep voelt. De volksmond wint het in dit soort kwesties uiteindelijk altijd.

Toch schuilt er niet altijd evenveel logica in taalveranderingen, waarschuwt Van Hout. 'Ik wil niet de indruk wekken dat ik weet waarom talen veranderen. Daarvoor is het mechanisme van deze processen te complex.'

Willekeurig zijn verschuivingen evenwel zelden. Neem de stoelendans die de klinkers deze eeuw spelen. Eerder onderzoek heeft al bewezen dat Nederlanders langgerekte éénklanken sinds een paar decennia veelal uitspreken als tweeklanken: 'één' is daardoor 'ein' geworden, en 'brood' klinkt vaak als 'broud'. Ook de tweeklank 'eu' is niet veilig: 'leuk' wordt dan 'luik'. Dat heeft direct consequenties voor de uitspraak van de 'oorspronkelijke' klanken 'ei', 'au' en 'ui'. Daarom wordt 'vrij' vaak 'vrai', 'koud' iets in de buurt van 'kod', en 'huis' 'hois'.

Sommige klanken zijn gevoeliger voor veranderingen dan andere. Het Nederlands kent onderhand een ongekend scala aan uitspraken van de 'r', de 'g' en de 'ch'. Opmerkelijk vindt Van Hout dat uitspraakveranderingen echter tot staan worden gebracht wanneer ze zouden kunnen leiden tot verwarring over de betekenis van het gezegde. Berucht is inmiddels de niet te keren scherpe uitspraak van medeklinkers als 'v', 'z' en 'g' aan het begin van een woord: 'faas', 'see' en 'chroot' in plaats van 'vaas', 'zee' en 'groot'.

In het verlengde daarvan is het logisch dat andere medeklinkers die de stembanden laten trillen, ook scherp zouden worden uitgesproken. Dan wordt de 'd' een 't' en de 'b' een 'p'. Maar dat gebeurt niet, omdat dan te veel woorden verkeerd begrepen kunnen worden: 'dak' wordt dan 'tak', en 'baard' wordt 'paard'. Dit heet onder taalkundigen de 'functionele belasting' van een klank. Kennelijk zijn er minder woorden beginnend met 'v' en 'z' waarbij dit soort verwarring kan ontstaan.

Puristen en taalkundigen proberen taalveranderingen altijd tegen te houden. Van Hout pleit tegen die starre houding. 'Je legt het als bestrijder toch af. En waarom zou je er ook tegenin gaan, wat is de winst? Ze zijn vaak geen verarming, en de taal wordt echt niet onbegrijpelijk door dit soort veranderingen.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden