Hun God de mijne?

Helder betoog over dichters op zoek naar het onzegbare

'En nochtans moet het woord bestaan, dat met U samenvalt.' Die 'U' is God en Gerrit Achterberg de dichter van deze regel. Zijn leven lang was hij op zoek naar dat woord, kennelijk geïnspireerd door de mystieke openingsregels uit het Johannes-evangelie: 'In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.'

Kunst en religie; een minder merkwaardige combinatie dan soms gedacht. Beide zijn 'van verbeelding' (een term gemunt door theoloog H.M. Kuitert). Maar hoewel ze geen aantoonbare fundamenten vinden in de werkelijkheid, bieden ze aan wie daarvoor gevoelig is een toevlucht, troost en nieuwe inzichten in een heilloos bestaan. Van de kunsten is de dichtkunst wellicht de meest 'religieuze', gericht als zij is op het zoeken naar woorden voor het onzegbare. Dat - vrij naar Rutger Kopland - het zoeken doorgaans belangrijker is dan het vinden doet daar niets aan af.

Theoloog Brinkman gaat in Hun God de mijne? op zoek naar 'goddelijke noties' in het werk van vier dichters uit de vorige eeuw: Achterberg, Marsman, Nijhoff en Gerhardt. Wat zij gemeen hadden, is dat zij, met een knipoog naar Jan de Hartogs bestseller, zich als dichter 'schepper naast God' voelden. In die hoedanigheid poogden zij de kloof tussen woord en werkelijkheid te dichten. Een vruchteloos streven, zoals zij terdege beseften: zelfs dichters kunnen 'de onzegbaarheid Gods' niet opheffen.

De vraag 'hun God de mijne?' beantwoordt Brinkman met een aarzelend 'ja, ten dele'. Interessanter dan dit persoonlijke antwoord is zijn conclusie dat deze vier christelijk grootgebrachte dichters in hun poëzie afscheid namen van het versleten godsbeeld uit hun jeugd. In plaats van een definitief afscheid van God, zochten zij nieuwe woorden voor een oeroud maar onuitroeibaar begrip. Daarmee waren ze hun tijd minstens een halve eeuw vooruit, aldus Brinkman, en als godzoekers eerder kinderen van ónze dan van hun eigen tijd.

In dat laatste ligt meteen ook een enkel punt van kritiek besloten op dit helder geschreven, tot herlezing van de desbetreffende poëzie prikkelende boek. Een vervolg met beschouwingen over godsbeelden en religieuze noties in het werk van dichters uit een recentere periode wordt node gemist. Een willekeurige greep - van Lucebert, Jellema en Faverey tot Vroman en Kopland - kan aantonen dat dichters altijd op zoek zullen blijven naar woorden voor het onuitsprekelijke.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden