‘Humor is een bindmiddel’

Zijn handen jeuken vaak om de politiek in te gaan, maar liever nog verkondigt Jörgen Raymann zijn boodschap via tv en het theater....

Raymann is laat. Veertig minuten om precies te zijn. ‘Ik moet mijn imago als Surinamer natuurlijk wel hoog houden’, grijnst cabaretier en presentator Jörgen Raymann – heden zonder snor, ‘ja, ongelofelijk, dat was landelijk nieuws’ – als hij het Muziekgebouw aan ’t IJ komt binnengesneld. Het gebouw is vandaag zijn kantoor. Later heeft hij er nog een programmaoverleg met de NPS, ‘s avonds zal hij er het kinderboekenbal presenteren.

De onvermijdelijke eerste vraag is natuurlijk: wie is je vader, wie is je moeder?

‘Nou, heel origineel! (lacht) Mijn vader is Henri Pieter Raymann, of was, want hij is in 1993 overleden. Hij was accountant. Mijn moeder is Carla Wilhelmine Kana. Ze leeft nog en is eigenlijk nog steeds fulltime moeder. Zij verzorgt mijn garderobe, voor de theatershows, Tante Es, alles eigenlijk. Ze woont in Almere, dus we hebben ook nog een oppas vlakbij, haha.’

Klopt het dat je een nazaat bent van een Duitse meubelmaker en een Surinaamse slavin?

‘Ja, maar die twee hebben het niet met elkaar gedaan, hoor. Dat moet wel duidelijk zijn. Ik zie Karl Heinrich daar in het bos al een slavin zoeken.

‘Nee, ergens eind negentiende eeuw verhuisde de Duitse familie Reimann naar Nederland en is een van de zonen als soldaat naar de West vertrokken. Dat is het verhaal. Daar stichtte hij een gezin met een vrouw die de dochter was van een slavin en een Hindoestaanse immigrant.

‘Mijn vaders moeder was half Creools, half blank, mijn moeders vader was gewoon een volbloed indiaan, een Caraïb, en haar moeder was een jodin. Mijn voorouders zijn afkomstig van vier continenten en daarom kunnen mensen me ook nooit betichten van racisme. Want dan zou ik mezelf discrimineren.’

Zie je je afkomst als een voordeel?

‘Jazeker. Ik ben hier geboren, maar in Suriname opgegroeid, hét land van de multiculturaliteit. Suriname is een van de mooiste creaties van Nederland, zeg ik altijd. Ze hebben gewoon overal mensen vandaan geplukt, op een hoop gegooid, die zijn aan het neuken gegaan en daar is van alles uitgekomen. Prachtig!

‘Door mijn achtergrond heb ik geleerd wat de kracht van diversiteit kan zijn. Basically zijn we allemaal hetzelfde, maar helaas vinden we alles wat vreemd is, met een ander uiterlijk of een ander geloof, eng. We zijn zo xenofoob geworden. Terwijl ik in Suriname in de klas zat met moslims, hindoes, rooms-katholieken, boeddhisten en atheïsten.’

Je woonde tot je achttiende in Suriname. Toen ging je naar Nederland om economie te studeren. Niet meteen de studie die je bij jou verwacht.

‘Nee, maar mijn vader had een accountantskantoor. Toen hij ernstig ziek werd, dacht ik: ik ben de man in het gezin en het is mijn taak om Raymann-accountants over te nemen. Mijn ouders hebben het me niet gevraagd, het was mijn eigen plichtsbesef. Ik hield al veel van het theater, maar in Suriname dacht men dat daar geen droog brood mee te verdienen valt. Dan moet ik maar studeren, dacht ik.’

Hoe vond je het hier?

‘Ik kwam van een soort dorpsschooltje in Paramaribo op de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Dat was een grote overgang. Ik was altijd vrij lang voor Surinaamse begrippen, maar ik kwam hier tussen al die lange blanke mensen en voelde me zo klein, echt een cultuurshock.

‘Ik had ook bijna alleen maar Surinaamse vrienden. We waren samen naar hier gekomen, dan vorm je toch snel je eigen groepje. We hadden allemaal dezelfde ervaring, zoals problemen met de verblijfsvergunning, en geen studiebeurs.’

Voelde je je welkom?

‘Ik heb nergens last van gehad. Nederland verkeerde in een overgangsperiode, de Surinamers waren net gesetteld, de grote groep Marokkanen begon net te komen, problemen met allochtonenwijken kwamen nog niet echt in het nieuws. Het was een vreselijk politiek correcte tijd, maar als ik in de C & A kwam, doken de oude vrouwtjes ook weg met hun handtasjes. Feitelijk heb je dat altijd gehad.’

Hoe kwam je eigenlijk rond?

‘Ik had allerlei vervelende baantjes. Ik heb toiletten schoongemaakt in de McDonald’s en ik heb ook een tijdje via een koppelbaas in de shutdown gewerkt van het Botlekgebied. De zwarte jongens kregen de rotklussen. Wij moesten haken vernieuwen in een soort oven met alleen stofkapjes op, als de grote bazen kwamen droegen die een volledig zuurstoftank met masker. De blanke jongens stonden boven ons hoofd te lassen. Er vielen de hele tijd grote gloeiende stukken ijzer naar beneden. Ik heb nog een jaar lang uitslag onder mijn ogen gehad.

‘Het maakte me niet boos of gefrustreerd, het heeft me alleen maar sterker gemaakt. Ik nam me voor om nooit meer in die positie te komen.’

Het legde de basis voor Raymanns vastbeslotenheid om zijn droom waar te maken: voltijds artiest worden. Die beslissing ging hem niet makkelijk af. Het duurde nog een aantal jaar voordat hij de stap echt durfde te zetten.

Zijn studie stokte. ‘Ik was niet uit het studentenhout gesneden, ik had geen motivatie.’ Het enige waar hij zich wel voor inspande was het studentencabaret, waar hij kennismaakte met de Nederlandse humor. ‘Hoewel ik de Snip en Snap Revue natuurlijk wel van de plaat kende.’

Na twee gestrande studies – Raymann deed ook rechten – keerde hij terug naar Suriname, waar hij een restaurant begon. Regelmatig organiseerde hij cabaretavonden voor zijn gasten en in 1995 zond de Surinaamse televisie zelfs zijn oudejaarsconference (vanuit zijn restaurant) uit. Écht nationale faam verwierf hij pas met zijn optreden als tante Esselien van Doornegat in een tv-reclame voor Witboi poederzeep.

Eindelijk besloot Raymann fulltime als artiest te gaan werken en hij stond in 1998 voor het eerst in Nederland op de planken met zijn derde show Mi Kondre Tru (Mijn ware vaderland). NPS-directeur Carel Kuyl haalde hem naar de televisie, waar hij als presentator van het stand-up comedyprogramma Comedy Factory begon. Raymann is nu begonnen aan het zevende seizoen van zijn eigen talkshow Raymann is Laat.

In zijn televisieprogramma’s afficheert hij zich als voorvechter van de multiculturele samenleving, met typetjes als de Surinaamse tante Es, Marokkaanse slager Achmed of de Antilliaanse stadswacht Edsel. Op 15 oktober spreekt hij op een diversiteitscongres samen met Stedman Graham, een Amerikaans bestsellerauteur en diversiteitsgoeroe, in Nederland wellicht beter bekend als de partner van Oprah Winfrey.

Gebruik je humor bewust om de culturele kloof in Nederland te overbruggen?

‘Ja, ik denk dat de belangrijkste functie van humor is dat het relativeert. Humor is een bindmiddel. Door het uitvergroten en overdrijven van vooroordelen kun je mensen laten zien hoe bekrompen hun denken vaak is. Dat probeer ik met mijn typetjes te doen.

‘Ik vind ook niet dat alleen Surinamers grappen over Surinamers mogen maken, of Nederlanders niet over Marokkanen. Dat is een rare Nederlandse politieke correctheid waar ik gek van word. Iedereen moet grappen over iedereen kunnen maken. Aan allochtonen die overal iets achterzoeken of meteen denken dat ze gediscrimineerd worden, heb ik een grondige hekel. Als Hans Teeuwen een goede negergrap maakt, my god, dan kan ik daar gewoon om lachen.

Vind je dat je als ‘succesvolle allochtoon’ een voorbeeldfunctie hebt?

‘Tuurlijk. Ik laat mijn leven niet leiden door de publieke opinie. Maar ik ben me er wel bewust van. Wat ik wil overbrengen is dat je alles kunt bereiken wat je wilt.

‘Ik ga wel eens naar jeugdgevangenissen en dan praat ik met Hindoestaanse, Antilliaanse en Marokkaanse jongens. Dan zeg ik: luister, als jij iets rots uithaalt, dan wordt meteen je hele achterban erop aangesproken. Als iemand iets is overkomen met vervelende Marokkanen, dan denkt hij de volgende keer als ie Marokkanen ziet: o jee.’

Maar is dat niet een soort onterechte last die je als allochtoon met je meedraagt?

‘Nee, want dat hadden de Friezen vroeger ook, en de Amsterdammers die naar Rotterdam gingen. Het is niet onterecht. Als je als gast in een land komt, val je op.’

Maar deze jongens zijn geen gast meer, die zijn hier geboren.

‘Dat is waar. Maar hun ouders zijn als gast gekomen. Je kunt wel denken: ik ben een Nederlander, want dat staat in mijn paspoort. Maar zodra je door een deur komt gelopen denken ze: hé, daar heb je een Marokkaan. Dat heb ik ook, ik ben hier ook geboren, maar mensen zien een Surinamer als ze mij zien.’

Is dat echt zo, of denk je dat alleen maar?

‘Tuurlijk is het zo, maar ik heb er geen problemen mee. Zo werkt de perceptie van de mens gewoon.’

Ben je niet bang om een soort van troetelallochtoon te zijn?

‘Nee, er is toch niks verkeerds aan vertroeteld worden? Ik vind dat niet negatief.’

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wil het woord allochtoon afschaffen. Goed idee?

‘Iedereen vindt het een verschrikkelijk woord, maar ik gebruik het gewoon om dingen makkelijker te kunnen benoemen. Ik vind ook dat je je als allochtoon niet constant in een soort slachtofferrol moet werpen. Zo van: we hebben het ook zo moeilijk. Toen ik als student hier kwam, met mijn Surinaamse paspoort, heb ik iedere baan gekregen waarop ik gesolliciteerd heb.’

Vorig jaar had je PVV-voorman Geert Wilders in je programma. Aanvankelijk wilde je dat niet. Waarom heb je hem toch uitgenodigd?

‘Die man heeft toch niets te melden, dacht ik. Hij vergroot het wij-zij-denken in Nederland alleen maar. Achteraf bleek ik gelijk te hebben. Maar m’n redactie zei: je hebt altijd iedereen toegelaten, dus moet je voor hem geen uitzondering maken.

‘Het is niet zo dat ik hem wilde overtuigen, ik wilde erachter komen waar de pijn van die man ligt. Vroeger ging hij het liefst op vakantie naar landen in het Midden-Oosten, hij heeft zelf een allochtone vrouw, een Hongaarse. Maar daar ben ik niet achter gekomen. Het is geen open man.’

Is je tv-programma wel de geschikte plaats om de echte Wilders te ontdekken?

‘Bij tante Es voelen mensen zich meestal erg op hun gemak. Ik zit natuurlijk voor gek daar in die jurk, daardoor durven mensen echt te zijn. Jeroen Pauw sprak prachtig over het overlijden van zijn vader, dat zie je nergens anders in een gesprek met hem. Maar Wilders heeft dat niet gedaan. Ik had gehoopt toch nog iets menselijks in die man te vinden, maar ik heb het niet gevonden.

‘Bij Rita Verdonk is dat wel gelukt. We zijn niet de beste vrienden maar zij was eerlijk en open over bepaalde dingen. Ik vond haar wel een charmante vrouw bij tante Es.’

Denk je er zelf wel eens over om de politiek in te gaan?

‘Ja, mijn handen jeuken heel vaak.’

Ben je er wel eens voor gevraagd?

‘Nee, nou ja, ik ben wel eens gevraagd om een campagne te ondersteunen.’

Bij de PvdA?

(grijnst) ‘Daar doe ik geen uitspraken over. Maar ik zou ongeloofwaardig worden als ik mijn werk, zoals Raymann is laat of de Comedy Train, een politiek tintje zou geven. Dan moet je ook helemaal voor de politiek gaan, vind ik. Maar ik kan nu veel meer doen. Ik was gisteren nog op een school en ik zei tegen die kinderen: de maatschappij wil je laten geloven dat je niks waard bent. Maar je moet geloven in je eigen kracht. Een mooi voorbeeld: Joop van den Ende was timmerman! Nu is hij miljardair. De Nederlandse droom! Het kan.’

Maar zou je politicus kunnen worden?

‘Na mijn vijftigste misschien. Dan moet ik wel financieel helemaal binnen zijn, zodat ik niet in de verleiding kom om corrupt te worden.’ (lacht)

Ben je nog niet binnen dan?

‘Ik kan lekker leven, ik heb een goed inkomen, maar nee.’

Hoe lang kun je nog volhouden wat je nu doet?

‘Ach, Freek de Jonge of Youp van ’t Hek zijn al over de tachtig en doen ook nog steeds hetzelfde.’

Maar met plezier?

‘Dat weet ik niet. Ik wil inderdaad doorgaan zolang ik er plezier in heb. Dus nog een jaar of tien, niet langer denk ik. Tante Es kan nog wel tien jaar mee, die is pas 69. Zij ligt aan de basis van mijn succes, haar laat ik niet in de steek.

‘Ik ben nu net begonnen met mijn eigen productiemaatschappij. Heel klein, gewoon zelf tv-programma’s maken. Ik wil ook een aantal jongeren de kans geven. Er is nog niets zeker, dus ik kan nog geen uitspraken doen over wat voor programma het wordt, maar wel gewoon bij de NPS.’

Want dat is jouw omroep?

‘Ja, de Negroïde Programma Stichting, haha. Nee, het heeft veel met loyaliteit te maken. Zij hebben mij ontdekt, samen met Men at Work. Zij zagen mij, wilden mij op tv hebben en daardoor is mijn carrière geboomd, ik heb veel aan hen te danken. Ik ben ook wel benaderd door anderen, maar ik heb geen behoefte om over te stappen.’

Wat maakt het in jou los als je merkt dat je humor werkt?

‘Het geeft wel een kick, als de lach komt in de zaal. Dat voelt als een bevrijding. Maar als de zaal je niets geeft, dan gaat je timing naar de klote, dan moet je echt vechten, trekken en wordt het soms alleen maar slechter. Dat kan heel pijnlijk zijn.’

Is tv wat dat betreft makkelijker dan theater?

‘Nee, helemaal niet. Op televisie kun je een grap maar één keer maken, en dan moet ie meteen aankomen. Je kan er natuurlijk drie maken en er twee uitknippen, maar er moeten grappen tussen zitten die slagen, anders heb je helemaal niets.’

Wat doe je liever, theater of televisie?

‘Theater beschouw ik als mijn vrouw, mijn grote liefde, en tv is een hele goede minnares. In de kunsten kun je niet monogaam zijn.

Jouw vrouw speelt een prominente rol in je carrière. Ze regelt alles voor je. Is dat nog steeds zo?

‘Vroeger deed ze vooral administratie . Alles stond in het teken van wat ik deed, feitelijk hing ze er een beetje bij. Daar had ze genoeg van. Nu hebben we de rollen omgedraaid. Ik ga voor haar werken. Zij is directrice van ons nieuwe productiebedrijf, zij bepaalt de koers.’

Is het niet moeilijk om op zakelijk gebied samen te werken met je eigen vrouw?

‘Absoluut niet, we hebben het echt niet altijd over werk. Ze gaat ook niet overal mee naartoe. Zakelijk gezien gaat het juist heel goed. Zij beslist toch alles, haha.’

Je hebt twee dochters, van 13 en 9 jaar. Vinden ze je grappig?

‘We kunnen goed lachen met elkaar, maar soms zeggen ze: papa, nu effe niet, doe maar gewoon, je bent niet aan het optreden.’

Wie zou je nog in je programma willen hebben?

‘Iemand van het koninklijk huis. Máxima bijvoorbeeld zou ik wel op bezoek bij tante Es willen.’

Wat zou je haar vragen?

‘Hoe het is voor een Zuid-Amerikaanse, die vrij kon gaan en staan waar ze wilde, om in zo’n keurslijf terecht te komen. Dat lijkt me knellend, om van de frivole flamboyante dansmarieke ineens prinses te zijn.’

Máxima heeft zojuist afgezegd voor het diversiteitscongres op 15 oktober waaraan jij ook deelneemt. Hoe vind je dat?

‘Jammer natuurlijk. Het is een aderlating maar doet niets af aan de essentie en het belang van het congres. Waarschijnlijk speelt mee dat er ophef is ontstaan over haar speech over de Nederlandse identiteit, maar het boek der Oranjes kent vele geheimen, dus zeker weet ik dat niet.’

Wat vond je van haar conclusie dat dé Nederlandse identiteit niet bestaat?

‘Daar ben ik het roerend mee eens. Natuurlijk is er wel een Oranjegevoel bijvoorbeeld, dat Nederland kenmerkt. Maar je komt al snel in clichés terecht als je het over dé Nederlandse identiteit hebt. En het ligt tegenwoordig allemaal zo gevoelig. Ik vind het overigens schandalig dat Rita Verdonk, die pal zegt te staan voor de vrijheid van meningsuiting, Máxima op deze manier de mond wil snoeren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden