Review

Humor en literatuur combineren blijft lastig

Boeken (fictie) - Fliermans Passage & Hier kom ik weg

Humor goed doseren, dat is de kunst. Een roman kan last hebben van een gebrek eraan of van een overdosis. Uit de debuutromans van Annette Maas en Martijn Benders blijkt hoe moeilijk het is een balans te vinden.

In de debuutroman van Annette Maas keert de hoofdpersoon terug naar Windschoten, waar ze opgroeide. Beeld Hollandse Hoogte

Literatuur en humor is een gouden combinatie. Probeer maar eens een bejubeld boek te noemen dat niet op de één of andere manier een beetje humoristisch is. Maar het is ook een combinatie waarover schrijvers zich het hoofd breken. Want het brengt een risico met zich mee: tast het de ernst van het boek niet aan? Met name debutanten zijn geneigd humor voor de zekerheid maar helemaal uit hun werk te bannen. Zij moeten immers nog bewijzen dat ze échte, serieuze schrijvers zijn.

Misschien heeft het debuut van Annette Maas (1977) ook onder dat idee geleden. Haar roman Hier kom ik weg zou aan zeggingskracht hebben gewonnen als ze het had aangedurfd wat meer humor te gebruiken. Dat de identiteitscrisis van de uitgebluste huismoeder Simone Waterman geen pretje is, wordt de lezer ingewreven door al haar lusteloos gestaar en gezucht, een droom van een verstikkende doek over het gezicht en het oprakelen van ongemakkelijke jeugdherinneringen.

Fictie

Martijn Benders
Fliermans Passage
Van Gennep; 271 pagina's; euro 19,90.

Annette Maas
Hier kom ik weg
Nijgh & Van Ditmar; 254 pagina's; euro 19,99.

'Om vrede te sluiten met zichzelf' keert Simone terug naar Winschoten, het Groningse stadje waar ze opgroeide. Wachtend op loutering ligt ze daar op bed naar het plafond te staren en denkt aan 'hoe ik hier leefde, aan wie ik hier was en wie ik nu ben, aan mijn immer rode kleur, mijn mislukte carrières, mijn vlammende jaloezie, mijn klungelige aanwezigheid, mijn slecht getimede opmerkingen en mijn onzekere kledingstijl. Altijd, altijd schaam ik me voor iets.'

De schrijfster voelt zelf al aan dat zo'n passage een beetje relativering nodig heeft. Alsof ze zich wil indekken, laat ze Simone iets eerder al hard om zichzelf lachen en denken: 'Wat een pathetische toestand'. Maas probeert aan die toestand nog wat te redden met aarzelende kwinkslagen, zoals de tip aan haar dochters altijd te weigeren mee te doen met trefbal ('Geen mens zou zich vrijwillig moeten laten afgooien door een bal').

Annette Maas - Hier kom ik weg

Leuk, maar meer dan een grapje om de aandacht af te leiden van de iets te overdadige pathetiek is het niet. Humor moet geen doekje voor het bloeden te zijn. De lezer hoeft er ook niet voortdurend door verlost of mee gepaaid te worden. Maar het is zonde als het gebrek eraan in een wat zeurderig relaas resulteert waardoor de lezer bijna zijn interesse verliest. Terwijl het verhaal dat Maas vertelt wel degelijk een boeiend element bevat: niet de vrouw die het zwaar heeft, maar de psychologische erfenis die van moeder op dochter wordt doorgegeven.

Simones moeder weet haar crisis niet voor haar dochter te verbergen waardoor die het gevoel krijgt tekort te schieten: de kiem van Simones crisis, waarmee die op haar beurt ook weer haar eigen gevoelige dochter beïnvloedt. Dat thema maakt het boek dermate serieus dat Maas zich best wat meer humor had kunnen permitteren.

Te jolig

De balans kan ook naar de andere kant doorslaan. Het gevaar een al te jolig boek te schrijven ligt op de loer. Dat blijkt uit het romandebuut van dichter Martijn Benders (1971), Fliermans passage. Dat begint met een hilarische karakterbeschrijving van zijn hoofdpersonage Chamiel Flierman, een 'schrijver in hart en nieren', die desalniettemin weinig productief is en daarom noodgedwongen bij een begrafenisonderneming als lijkenwasser aan de slag gaat. Hij besluit op zijn eerste werkdag zijn maatpak aan te trekken ('ietwat dandy, diepbruin maar met een rosse gloed van vervlogen luxe') want 'een schrijver dient op elk moment van de dag in het harnas te kunnen sterven'.

Benders zorgt voor een bewonderenswaardig hoge grapdichtheid, op elke pagina valt wel wat te grinniken. Maar hoe lang blijft dat leuk? Ongeveer tot en met het moment dat Flierman op 'pelgrimage' naar Moskou vertrekt, nog immer in dat pak, met zijn lijfboek De goddelijke komedie in zijn rugzak, zich afvragend 'wat Dante zou doen' in zijn situatie.

Martijn Benders - Fliermans Passage

Daarna wordt Flierman ontvoerd en opgesloten in een kerker waar hij de biografie van ene Carmen moet schrijven, een nichterige kasteelheer door wie Flierman dagelijks verkracht wordt. Zijn collega Jos komt hem redden. Saillant detail: Jos is een racistische moordenaar die verkleed als Zwarte Piet vrouwen schoensmeer van zijn pik laat zuigen. Op een gegeven moment vraag je je toch wel even af wat daar nou eigenlijk grappig aan is. Net als aan de onverkwikkelijke afhandeling van de gebeurtenissen in het kasteel die allang niet meer interessant, laat staan lachwekkend zijn. De vele literaire toespelingen en ook het gegeven dat Cees Nooteboom in een van de kerkers ligt weg te rotten, redden daar niets aan. Benders combineert een absurdistisch plot à la Jonas Jonasson met een stijl die qua grofheid doet denken aan Herman Brusselmans - nog twee schrijvers wier meligheid alleen echte fans een boek lang kunnen verdragen.

Niet te veel, niet te weinig. Niemand heeft beweerd dat het makkelijk is humor goed te doseren. Misschien is het daarom juist wel de beste manier om serieus schrijverschap te bewijzen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.