Hulpverleningsfilm zit vol met overduidelijke lesjes

FIRST MISSION..

Floortje Smit

Het is natuurlijk een prachtonderwerp voor een film, een hulpverleningsmissie. Met die hulpverleners heb je meteen heroïsche personages die afwisselend in de hel of het paradijs verkeren. Die intens leven op schitterende locaties. Dagelijks staan voor morele dilemma’s en onmogelijke keuzes. Bovendien is het een prachtige manier om aandacht te vragen voor hun goede werk.

Dat hebben de makers van First Mission ook gedacht. De film is geïnspireerd door het werk van Artsen zonder Grenzen. De blonde jonge arts Marina, die voor het dramatische gemak vast een trauma meekrijgt vanuit Nederland, volgt haar idealen en vertrekt naar een niet nader benoemd Latijns-Amerikaans land waar booskijkende guerrillero’s vechten tegen een corrupt regeringsleger. De burgerbevolking is daarvan de dupe, wordt haar ten overvloede nog even uitgelegd.

En zo zit First Mission vol met overduidelijke lesjes. Zo veel mogelijk problemen waar een hulpverleningsorganisatie als Artsen zonder Grenzen mee te maken krijgt, worden afgevinkt. Gestolen medicijnen, verkrachtingen, landmijnen, kindersterfte, de concurrentie met lokaal sjamanisme: het komt allemaal even langs.

Als er in de ene scène gerept wordt over een malaria-medicijn, duikt er in de volgende iemand op met koorts. Wat zou die hebben?

Al die lokale perikelen staan natuurlijk in dienst van de uiterst naïeve Marina, die ofwel glunderend naar de kinderen kijkt die meerennen met de jeep in het pittoresk gefilmde gebied, ofwel bezorgd naar zieke mensen. Het ene moment heeft ze de meest afschuwelijke verjaardag die een mens zich kan voorstellen – misère komt in First Mission altijd in een drietrapsraket – het volgende lijkt ze op haar feestje alles weer vergeten.

Dat ligt zeker niet alleen aan Anniek Pheifer. Het verhaal springt van de hak op de tak, waarbij scenariste Barbara Jurgens (Amazones) en regisseur Boris Paval Conen (Temmink) zelf ook geregeld lijken te vergeten met welke ellende ze hun hoofdpersonage allemaal hebben opgezadeld. Het benadrukken van de verdiensten van de hulpverleningsorganisatie lijkt belangrijker: Conen zoomt telkens in op een sticker die aangeeft dat de dokters ongewapend zijn, als er sprake is van geweld of als de guerrillastrijders zich weer aandienen. In dialogen wordt talloze keren benadrukt dat de organisatie zich nooit laat afpersen.

Maar een jongetje dat ‘nog maar een of twee dagen te leven heeft’ raakt ergens kwijt in een wirwar van verhaallijnen. Als hij later onzichtbaar achter in een auto vecht voor zijn leven, kunnen de hulpverleners voorin alweer lachen als zij een confrontatie met het leger hebben overleefd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden