HULP BUITEN BEELD

Een nieuw dak, een oven voor een theehuis: het IDFA Fonds geeft geld aan mensen in arme en onveilige gebieden die hebben meegewerkt aan documentaires....

Na alle ellende die ze heeft doorstaan, was er eindelijk een heugelijke tijding voor Camila Omanovic uit Bosnië-Herzegovina: ze krijgt vijfduizend euro. Daarmee kan ze het dak van haar huis laten repareren, dat in de oorlog was beschadigd.

Enkele duizenden kilometers verder in zuidoostelijke richting heeft Teresa uit Soedan ook een keertje de wind mee: zij incasseerde tweeduizend euro. Ze heeft er een nieuwe oven van gekocht, voor haar theehuisje in Khartoum. Ze kan het bestek en het servies voortaan opbergen in een container. Het schoolgeld voor haar kinderen en hun uniformen zijn ervan betaald.

De giften komen uit Amsterdam. Camila en Teresa behoren tot de eerste begunstigden uit het vorig jaar opgerichte fonds van het International Documentary Festival Amsterdam (IDFA). Filmmakers kunnen daar een verzoek indienen voor een donatie – het maximale bedrag is vijfduizend euro – aan personen of gezelschappen die voorkomen in hun producties; de aanvraag kan alleen na het voltooien van de film worden ingediend. Hulp buiten beeld, noemt de organisatie het. Een gebaar aan degenen die regisseurs hun vertrouwen hebben geschonken maar vervagen als het licht in de zaal weer is aangegaan, en in werkelijkheid verder leven in hun vaak armoedige en onveilige wereld. Van de acht aanvragen zijn er zes gehonoreerd.

Camila speelt een belangrijke rol in Beyond a reasonable doubt(2005), waarin de Servische filmmaker Mina Vidakovic getuigen, nabestaanden en daders aan het woord laat over de massamoord in Srebrenica. Camila verloor haar man en bleef achter met haar twee kinderen en een kleinkind. Ze belandde in Tuzla, maar keerde uiteindelijk terug naar haar oorspronkelijke woonplaats.

Vidakovic: ‘Als maker krijg je de lof, de eer, prestige. Ik vond het gewoon niet eerlijk dat er niets is voor iemand die bereid was haar indrukwekkende verhaal aan mij te vertellen, zonder daarvoor ook maar iets te verwachten. Zonder haar zou de film er misschien wel niet geweest zijn. Ik heb nu een humaan gebaar kunnen maken. Dat is fantastisch.’

Teresa figureert in All about Darfur (2005). De van oorsprong Soedanese regisseur Tahgreed Elsanhouri onderzoekt daarin hoe racisme en stammenstrijd ten grondslag liggen aan het conflict in het westen van haar land. Teresa vluchtte na de moord op haar ouders naar de hoofdstad en verloor later haar broer, die als politieman in Darfur werd gedood. Ze probeert in Khartoum met haar theehuis een nieuw bestaan op te bouwen.

Elsanhouri: ‘Ze is een overlever. Ik bewonder haar. Ik wilde gewoon iets terugdoen, wat ondernemen om haar leven iets gemakkelijker te maken, ook al is het maar voor een paar maanden. Dit is een manier om mijn dankbaarheid te tonen.’

Het fonds stuitte kort na de oprichting op kritiek. De makers zouden er hun onafhankelijkheid mee verliezen, het rammelen met een geldbuidel leidt al snel tot manipulatie, en waarom zouden regisseurs op de stoel van ontwikkelingsorganisaties moeten gaan zitten?

Het zijn nogal vergezochte bezwaren, meent producent Frank van den Engel van Zeppers Film & TV. Hij maakt deel uit van de commissie die, onder leiding van schrijver Geert Mak, de verzoeken beoordeelt. Het fonds sluit volgens Van den Engel aan op al bestaande praktijken. Zo maakte hij samen met Jos de Putter Dans, Grozny dans (2003), waarin ze een jong traditioneel dansgezelschap uit Tsjetsjenië volgen op hun Europese tournee. Dankzij particuliere giften en een bijdrage van een Britse mensenrechtenorganisatie konden de dansers zelf een bus aanschaffen: Tot dan toe moesten ze altijd vervoer aanvragen in Moskou; ze kregen aftandse exemplaren. Er is ook geld ingezameld voor weeskinderen in Voices of Bam (2006) van Aliona van der Horst. De film gaat over de manier waarop de overlevenden van de aardbeving die in 2003 de Iraanse stad Bam trof, weer de draad van hun bestaan proberen op te pakken. Dans, Grozny dans was overigens de film die Mak ertoe bracht het initiatief te nemen voor een speciaal fonds.

Van den Engel: ‘Je trekt wekenlang op met je onderwerp, dikwijls in moeilijke omstandigheden. Dan duikt niet zelden de vraag op of je iets kunt doen. Je zit er dicht op, je ziet direct wat nodig is. Relatief gezien gaat het om kleine bedragen.’

Dat de makers slechts achteraf kunnen aankloppen bij het fonds, terwijl ook als voorwaarde vertoning op het IDFA geldt, biedt volgens Van den Engel voldoende waarborgen dat er niet al tijdens het draaien wordt gemanipuleerd met het onderwerp. Er is ook omschreven welke bestemming het geld mag krijgen. Bouwmateriaal, educatie, vee of fruitbomen zijn legitieme doelen; salarissen, brandstof of reiskosten zijn dat niet.

Hoewel zijn film de aanleiding vormde tot het fonds, heeft Jos de Putter zijn reserves. ‘Ik ben filmmaker. Iemand heeft iets te vertellen en ik bied een platform. Dat is de ruil die zich tussen ons voltrekt. Alles wat daar tussenkomt, maakt de relatie onzuiver. Ik zal niemand veroordelen, wie leed wil verzachten is te prijzen. Maar zelf zal ik op het fonds nooit een beroep doen.’

Zien Vidakovic en Elsanhouri besmetting van hun verhouding met het onderwerp? De Servische regisseur: ‘Zoals de procedure is, bestaat er geen enkel gevaar voor de authenticiteit van de film en van de makers. Er valt niets te plannen: je weet niet of er geld komt, je weet niet of je film ooit op het IDFA te zien zal zijn.’ Elsanhouri: ‘Nooit zal ik iemand uit mijn documentaires een betaling in het vooruitzicht stellen. Ik zou mijn onafhankelijkheid kwijtraken. Maar dit is een gift, zonder invloed op het eindresultaat.’ Ze wijst er ook op dat het fonds niet alleen de maker in staat stelt ‘iets terug te doen’. ‘Ook de kijker zit na een documentaire vaak met de vraag: kan ik helpen? Welnu, je kunt geld storten in het IDFA-fonds.’

Maar zal het geld ter plekke niet ontwrichtend werken? Tweeduizend euro is een bom duiten in Khartoum. Elsanhouri: ‘Je geeft zo’n bedrag in goed vertrouwen. Teresa is een zakenvrouw. Ze is bezig iets op te bouwen.’ Vidakovic: ‘In Srebrenica bestaat veel wrevel dat er zo weinig is te zien van het geld dat door de internationale gemeenschap is beloofd. Je zou kunnen zeggen dat deze manier van hulpverlening veel effectiever is.’

Elsanhouri keert volgende maand terug naar Khartoum. Na een bezoek aan Teresa’s theehuis zal ze voor het IDFA nog een rapport moeten opmaken. ‘Maar als blijkt dat ze zich niet precies aan de voorwaarden voor besteding heeft gehouden, misschien wel iets frivools heeft gedaan, ben ik toch geneigd te denken: Mag ze? Wat zal frivool zijn in zulke armoede? Luxe is daar een zak suiker, een kip, een paar schoenen. Meer niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden