Recensie Opera

Hulde aan de lieden die György Kurtág bléven vragen om zijn opera. Fin de partie is een fascinerende voorstelling ★★★★☆

Kurtágs klankscherven en Samuel Becketts zinnen van graniet blijken voor elkaar gemaakt. 

Fin de Partie Beeld Foto Ruth Walz / De Nationale Opera

Scherven brengen geluk en soms een fraaie opera. Neem Fin de partie, eindspel, nieuw werk waarmee de 93-jarige Hongaar György Kurtág in het genre debuteert. Op tekst van Samuel Beckett behandelt Kurtág, de vermaarde miniaturist, een incourant operathema. Fin de partie  draait om doelloos leven in een doelloos universum. Na de wereldpremière, afgelopen november in Milaan, blijkt ook in Amsterdam dat opperste doelloosheid kan leiden tot opperste schoonheid.

Leve de lieden die aan de hoogbejaarde Kurtág zijn noten hebben ontfutseld. Een van hen heet Pierre Audi. Na de premièrearbeid in Milaan smeedt hij op het Amsterdamse Opera Forward Festival een fascinerende voorstelling uit fragmentarische noten op een  tekst vol raadsel.

Kurtág heeft het libretto van Fin de partie gelicht uit Becketts gelijknamige toneelstuk uit 1957. Ze blijken voor elkaar gemaakt, Kurtágs klankscherven en Becketts zinnen van graniet. Naast gevoel voor het absurde hoor je als ondertoon bij beide kunstenaars een vitale, ongrijpbare oerkracht.

‘Wat gebeurt er, wat gebeurt er?’, luidt de angstkreet van Hamm. Hij is een van de vier protagonisten en zit blind in een rolstoel. ‘Iets neemt zijn loop’, zegt Clov, Hamms manke adoptiefzoon die om een of andere reden niet kan zitten. De twee delen het sombere decor – grauwgrijs huis met de contouren van een kindertekening – met de ouders van Hamm. Ze heten Nagg en Nell en hebben óók een beperking: zonder benen slijten zij het staartje van hun leven in een ton.

In de eenakter van ruim twee uur zet Kurtág ruwweg de helft van Becketts tekst op muziek. Hij zoomt in op het familiedrama dat onder de oppervlakte schuilgaat. In een onttakelde wereld, wachtend op het einde, vertelt men elkaar verhalen, haalt herinneringen op, praat langs elkaar heen en tergt elkaar. Soms gloeit er zoiets als affectie, maar vooral heerst er stilstand, als voorbode van de dood.

Zo’n opera kan faliekant mislukken. Maar om te beginnen is er György Kurtág. Hij is een meester in het op spanning brengen van zinnen, woorden en lettergrepen, in het toonzetten van gemurmel, gefluister en gegeeuw. Ten tweede is daar Pierre Audi, een regisseur met aantoonbaar succes in onmogelijke projecten. Secuur kneden de twee hun karakters. Zie Hamm zitten, de baas van het stel die iedereen afbekt met de schraperige, rauwe klinkers uit de baskeel van Frode Olsen. Kijk de manke Clov trekkebenen, een neuroot die via bariton Leigh Melrose slapstickachtig ronddoolt.

Fin de Partie Beeld Foto Ruth Walz / De Nationale Opera

Theater op zich is het spel met handen en vingers op de ton van Nagg. Het komt voor rekening van de tenor Leonardo Cortellazzi, een droge komiek die zich een kriek lacht om de anekdote van de kleermaker die een pantalon maar niet afkrijgt (een goed kruis, altijd lastig). Sterk is ook de subtiele zwenking waarmee Nell haar hoofd schuin omhoog draait als ze terugdenkt aan betere tijden, zoals dat vaartochtje op het Comomeer. De alt Hilary Summers kleurt er haar stem mat en doorschijnend bij, alsof ze al vertoeft aan gene zijde.

Dirigent Markus Stenz haalt uit het Radio Filharmonisch Orkest meest tere klanken. Soms illustreert György Kurtág de handeling met cartoonesk geluid: een roffel cimbalom, een riedel accordeon, petsend slagwerk. Voor het slottafereel  heeft hij lyrische, subliem gemengde strijkers en blazers in petto, eindelijk krijgen ze de ruimte. Hamm trekt een zakdoek over zijn kop. Clov staat klaar met zijn koffer, maar weet bij god niet waarheen hij zou moeten vertrekken. 

Laat operadebuut

Sinds 1999 werd de lijst van het late operadebuut aangevoerd door de Amerikaanse componist Elliott Carter. Hij was 90, toen hij zijn eersteling in première zag gaan. In de titel schemerde een knipoog: What Next? Sinds 15 november 2018 voert de Hongaar György Kurtág de ranglijst aan. De volhouder was 92 toen Fin de partie in de Scala van Milaan zijn eerste opvoering kreeg. Eraan vooraf gingen dertig jaar van toezeggen en terugtrekken, wel willen maar toch weer niet. In de jaren 1980 leek het er even op dat De Nederlandse Opera in Amsterdam aan de haal zou gaan met Kurtágs eerste opera. Maar de componist bedacht zich en gaf de opdracht terug. Sinds 2010 werd Fin de partie seizoen na seizoen aangekondigd, eerst door het operahuis van Zürich, later door het festival van Salzburg. Uiteindelijk ging Milaan lopen met de première.

Fin de Partie Beeld Foto Ruth Walz / De Nationale Opera

György Kurtág: Fin de partie. Regie: Pierre Audi. Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Markus Stenz. 6/3, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. Herh. 8/3, 10/3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden