Huiveringwekkende 'Ligeti' gooit in Salzburg deuren open

Twee poppetjes verschijnen voor het doek van het immense, naar wensen van Herbert von Karajan ontworpen podium van het Salzburger Festspielhaus....

Van onze verslaggever

Erik van den Berg

SALZBURG

'Zie je nou wel dat het publiek in Salzburg een open publiek is, dat nieuwe muziek hier wel degelijk gehoor vindt', zegt de festivalleider met onverhulde trots.

Mortier kan wel een opsteker gebruiken, want hij ligt zwaar onder vuur van de Oostenrijkse pers. Die suggereert voortdurend dat de van origine Brusselse intendant tegen de wens van het publiek in de vernieuwing wil doordrukken.

Deze maandag nog, na de toegejuichte 'Palestijnse' regie van Mozarts Die Entführung aus dem Serail, kon hij in de ochtendbladen lezen dat zijn ambities neerkomen op 'zwendel' en 'walgelijk opportunisme'.

Vernietigende kritieken zijn ook voor Ligetis Le Grand Macabre niet uitgesloten. Ook al werd deze 'anti-anti-opera' van de 74-jarige, van origine Hongaarse avantgardist maandag op een niet aflatende ovatie onthaald, waarbij de broze, maar zichtbaar gelukkige componist tot drie keer toe het podium moest beklimmen om temidden van de complete cast de steeds opnieuw aanzwellende toejuichingen in ontvangst te nemen.

Het succes van Le Grand Macabre is opmerkelijk, want ondanks de ondertitel - 'een vrolijk requiem' - is dit in vier 'beelden' ingedeelde muziektheater eerder onthutsend en pessimistisch dan onderhoudend. Ligeti baseerde het stuk op een goeddeels vergeten toneeltekst van de Vlaming Michel de Ghelderode uit 1934, waarin de sinistere, charlatan-achtige figuur van Nekrotzar de ondergang van het bizarre koninkrijk 'Breughelland' verkondigt.

Een eerste versie van Le Grand Macabre ging in 1978 in première in Stockholm, maar omdat de componist over enkele delen niet tevreden was, besloot hij tot een revisie. Dat leidde uiteindelijk tot de vrijwel geheel herziene versie die nu in Salzburg in première ging, in een (volgens Ligeti zelf) niet te overtreffen bezetting met onder de zangers Willard White, Derek Lee Ragin, Jard van Nes (ondanks een bronchitis toch van de partij), Graham Clark en, bovenal, Sibylle Ehlert, die schitterde in enkele huiveringwekkende waanzin-coloraturen, poedelnaakt gezongen bovendien.

Ehlerts kwetsbare naaktheid onderstreepte de wrede, karikaturale wereld die Ligeti in Le Grand Macabre voor ogen staat. Hij doet daarbij een beroep op extreem stemgebruik (van ritmisch gehijg tot mekkerend vibrato) en op een kleine symfonische bezetting die is uitgebreid met 'goedkope' klankbronnen als mondharmonica's en papieren zakken - met een toccata voor autoclaxons en een deurbellen-fuga als schrille hoogtepunten.

Ligeti vervlecht dit alles in een ragfijn, tussen vervaarlijke crescendo's en fluisterende pianissimo's zwenkend betoog, waarin ijle klankvelden op slag in demonisch gebeuk veranderen. Onder de nauwgezette directie van Esa-Pekka Salonen roept dit Breughelland geen bonte middeleeuwse ondergangsvisioenen op, maar eerder een koud, niet nader te omschrijven afgrijzen, dat extra beklemmend wordt als achter in de zaal een doodsklok begint te luiden.

Dat laatste zal een vondst van regisseur Peter Sellars zijn, die de verwijzingen naar Bosch en Breughel in het tekstboek negeert, en het toneel het aanzien van een landschap na een atoomramp geeft. Hij hamert wel erg op de anti-atoomboodschap en het engagement (wéér die mitrailleurs op het toneel), maar de manier waarop hij letterlijk en figuurlijk alle deuren van het Festspielhaus wijd opengooit (Karajan moest eens weten) maakt Le Grand Macabre behalve een indrukwekkend muziekstuk ook een grand spectacle.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden