Huishouden

Fruitbomen en bijenkasten op ontjoodste grond

Luijten Jan

In de Duitse literatuur vormen familieromans geen uitzondering. Zeer bekend is de Buddenbrooks van Thomas Mann. Maar er zijn ook recente voorbeelden. De roman Der Turm, waarmee Uwe Tellkamp in 2008 de Deutsche Buchpreis won, is op zijn manier ook een familieroman. Hij is nu in het Nederlands verschenen onder de titel De toren, en is een echte aanrader voor iedereen die wil weten hoe het leven in de DDR 'werkelijk' was. En voor dit jaar kan gewezen worden op de grote roman van Reinhard Jirgl Die Stille .


De in 1967 in Oost-Berlijn geboren Jenny Erpenbeck, die in 1999 naam maakte met de Geschichte vom alten Kind, heeft een geslaagde variatie bedacht op de familieroman. In haar roman Heimsuchung staat niet een familie centraal, maar een stuk grond met daarop een buitenhuis en een zomerhuisje; een idyllisch plekje aan een meer in Mark Brandenburg. Maar uiteindelijk gaat het toch vooral om de mensen die daarin hebben gewoond. En net zoals in familieromans plaatst de geschiedenis haar voetafdruk ruw op het leven van deze mensen.


De roman omvat de twintigste eeuw, die grotendeels werd gekenmerkt door Heimsuchung, wat beproeving en kwelling betekent. Maar hierin zit ook het woord Heim, huis, thuis. Deze dubbele betekenis, die hier zeer treffend is, kan door Huishouden, de titel van de Nederlandse vertaling, niet voor de volle honderd procent worden weergegeven. Erpenbeck heeft de roman knap gecomponeerd. Tijd is onmiskenbaar een thema, maar het verhaal wordt niet chronologisch verteld, wat geenszins storend is.


In het begin zijn er de herenboer en zijn vier dochters. Hij bezit het stuk bos aan het meer, dat eens zijn jongste dochter Klara zal erven. Deze geestelijk verwarde vrouw loopt op een kwade dag in het meer en verdrinkt. De boer verkoopt Klara's bos aan een Berlijnse architect die een buitenhuis bouwt, en aan een Duits-joodse textielfabrikant en zijn familie die een zomerhuisje laten timmeren met een vlonder in het meer.


Dit moet ergens aan het begin van de twintigste eeuw zijn gebeurd. Maar in het volgende hoofdstuk zijn we in het jaar 1951. De architect begraaft in zijn tuin enkele kostbare spullen. Hij kan in de DDR niet langer werken en staat op het punt naar het Westen te vluchten.


Dan keert Erpenbeck terug in de tijd. Ze laat de Duits-joodse familie bewegen tussen het zomerhuisje in Brandenburg en Zuid-Afrika. De textielfabrikant en zijn vrouw bezoeken zoon en schoondochter, die in 1936 nazi-Duitsland hebben verlaten en in Kaapstad wonen. Samen halen ze herinneringen op aan hun plannen met het stukje grond aan het meer, dat voor hen thuis betekende.


De fabrikant en zijn vrouw keren naar Duitsland terug en belanden in een dodelijke val, waaruit ze vergeefs proberen te ontsnappen. In 1939, toen de jodenvervolging steeds gruwelijker werd, worden zomerhuisje en grond verkocht. Ze gaan voor de helft van de waarde naar de architect, die vervolgens op zijn winst zes procent Entjudungsgewinnabgabe moet betalen.


De fabrikant en zijn vrouw kunnen na het uitbreken van de oorlog niet meer vluchten. Ze worden gedeporteerd en vergast. De architect laat op de grond die hij hielp 'ontjoodsen', fruitbomen plaatsen en een bijenhuis bouwen. Het leven aan het meer gaat ogenschijnlijk ongestoord verder, totdat ook de oorlog Brandenburg bereikt en het Rode Leger het buitenhuis binnendringt. Een jonge officier ontdekt in een geheime kast de vrouw van de architect, en roept een woord, waarmee hij 'voor eeuwig een gat in haar eeuwigheid boorde'.


De twintigste eeuw was voor Duitsland een geschiedenis van breuken: keizerrijk, republiek van Weimar, Derde Rijk, DDR, val van de Muur, hereniging. Al die breuken zijn bepalend voor het huis en zijn diverse bewoners. Maar in de roman keert steeds één persoon terug, die de continuïteit belichaamt: de tuinman, een zwijgzame persoon die jaar in jaar ui

t het groen verzorgt.


Na het verdwijnen van de DDR wordt het intussen vervallen huis teruggegeven aan de erfgenamen van de architect. Dan verdwijnt ook de oude tuinman. Het huis wordt afgebroken. Het landschap 'lijkt even weer op zichzelf'.


Erpenbeck heeft voor het verhaal over het huis, dat echt heeft bestaan en dat ze goed heeft gekend, een eigen stijl en taal gevonden, die deels dichterlijk, deels nuchter en realistisch is. Deze taal en haar compacte manier van vertellen maken Huishouden indrukwekkend.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden