Postuum

Hugo Brandt Corstius: briljant gelijkhebber, hartstochtelijk hater

Eind 1987 hielden de krantenlezers van Nederland - en dat waren er toen nogal wat - even de adem in. Zou Hugo Brandt Corstius de literaire staatsprijs accepteren die de regering hem drie jaar eerder had geweigerd te overhandigen?

Brandt Corstius in oktober 1986. Beeld anp

Het ging om de Prijs der Prijzen, de P.C. Hooftprijs. De laureaat was niet zomaar een oude bok die aan de beurt was, maar een van de bekendste, meest productieve en meest gevreesde columnisten van de jaren zeventig en tachtig, Hugo Brandt Corstius. Wiskundige, taalkundige, atheïst, republikein en vegetariër. Allesweter en alleskunner. Bestrijder van domheid. Taalknutselaar. Maar ook - menselijk trekje - stotteraar.

Hij kreeg de prijs als essayist, en vooral polemist. Zoals veel polemische talenten was hij begonnen bij het studentenblad Propria Cures. Hij ontwikkelde zich tot een briljante gelijkhebber, beroepskwetser en hartstochtelijk hater.

Hugo Brandt Corstius (1935-2014), die vandaag in Amsterdam overleed, was beter bekend onder zijn vele pseudoniemen, zoals Piet Grijs, Battus, Jan Eter, Victor Baarn, Maaike Helder en Stoker. Onder die en vele andere namen schreef hij zijn geselende stukken in Vrij Nederland (al vanaf 1957; het laatste in 2008) , NRC Handelsblad en de Volkskrant. En dan bestond er ook nog een keurige wetenschapper, professor. dr. H. Brandt Corstius, die alles wist van informatica en computertalen. Ook op dat vakgebied publiceerde hij, naast al die honderden stukjes. Hij moet in de jaren zeventig en tachtig hebben beschikt over een onstuitbare werklust en energie.

P.C. Hooftprijs
De schrijver werd nog beroemder dan hij als stukjesschrijver was, toen hij te gevaarlijk werd geacht voor de P.C. Hooftprijs. Het was een onthutsend moment, in 1984. Nooit eerder was de voordracht van een kandidaat voor deze staatsprijs niet gevolgd. Het werd een enorme mediarel. De voorzitter van de jury, Cornelis Verhoeven, zelf door de columnist voor 'Roomse gluipkop' uitgemaakt, was geen fan van de laureaat, maar had zich manmoedig over zijn gekrenktheid heen gezet. Zo niet het kabinet. Minister van Cultuur Elco Brinkman meende dat Brandt Corstius 'het kwetsen tot instrument had gemaakt'. Hij had zich hogelijk ongepast uitgelaten over ministers. Over Onno Ruding, minister van Financiën, bijvoorbeeld. Die wilde in 1984 de toestroom naar de bijstand beperken; schandelijk vond Piet Grijs. In Vrij Nederland schreef hij: 'Alle technieken die bij de jodenvervolging speelden, zijn nu bij de jacht op de minima te bezichtigen. De joden een ster? De bijstanders een pasje.' Het plan van Ruding om mensen die geen moeite deden om uit de bijstand te raken te korten - nu volstrekt normaal - noemde hij 'de Endlösung': 'De ondankbaren moeten verhongeren. Verhongeren duurt te lang. Vergassen is beter. Ruding is de Eichmann van onze tijd.'

Uiteindelijk accepteerde Brandt Corstius de prijs in 1987 wel, met een vilein lachje. In zijn dankwoord bezwoer hij dat 'er nooit meer over de P.C. Hooftprijs zal worden gesproken. Nooit meer.'

Brandt Corstius bij de uitreiking van de P.C. Hooftprijs in 1988. Links Sem Dresden, voorzitter van de stichting P.C. Hooftprijs. Minister van Cultuur Brinkman wilde de prijs niet uitreiken. Beeld anp
 
Brandt Corstius was een bezeten classificeerder. Alles moest worden geteld, geturfd en in vakken geplaatst, gekwadrateerd en gevierendeeld, uiteengereten en opnieuw gegroepeerd.

Buikhuisen
Ook aan een andere naam is die van Brandt Corstius voor altijd verbonden; die van criminoloog Wouter Buikhuisen. Het was een nare affaire. Een effectieve karaktermoord (niet alleen door Brandt Corstius overigens, maar hij liep wel voorop) van een wetenschapper die het bestond om onderzoek te willen doen naar biologische kenmerken van misdadigers. Dat was in die tijd, rond 1980, in de ogen van linkse journalisten en wetenschappers volslagen not done. Brandt Corstius is nooit teruggekomen op zijn standpunt over Buikhuisen. Excuses maakte hij niet.

Zijn taal was zijn scherpste wapen, hij deed volop mee in de literatuur, maar de bèta in hem was nooit ver weg. Hij hield van exact, of schijnexact. Hij had een scherpe, bondige schrijfstijl, een spottende, eigengereide toon, en een eikenhouten manier van redeneren waar geen speld tussen te krijgen leek. Zelden bleek hij gevoelig voor argumenten van de tegenstander.

In zijn bespreking van Opperlans! schrijft Kees Fens, een groot bewonderaar, in 2005 in de Volkskrant, hoe de negenjarige Hugo ooit een encyclopedie ontwierp waarin álles zou staan en overal naar doorverwezen kon worden, op datum. Die encyclopedie zou veel later internet heten, concludeert Fens verbijsterd. Geniaal ventje.

Hugo Brandt Corstius heeft drie kinderen, van wie er minstens twee zijn journalistieke en stilistische talenten erfden. Maar niet zijn venijn, zijn verbeten gelijk en woedende strijdlust. Nu zijn gedroomde internet bestaat heeft iedereen enorm gelijk.

Morgen in de Volkskrant en vanavond in de Select-app: een uitgebreid postuum van Hugo Brandt Corstius. 'In zijn eigen ogen had hij altijd onwrikbaar gelijk.'

Brandt Corstius in 1985. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.